Schilder-dichter Herman Broeckaert (1878-1930) 75 jaar geleden overleden

Karel Michiels

Het is hier niet de plaats om uitgebreid in te gaan op het leven en het werk van Herman Broeckaert maar 75 jaar na zijn overlijden is een woordje over deze verdienstelijke kunstenaar zeker op zijn plaats. Zeker als men weet dat hij samen met Pieter Gorus een tijdlang in Weert verbleef en later ook nog het gezelschap kreeg van Leo Spanoghe. Als zovele van de schilders- tijdgenoten voelde het trio zich sterk aangetrokken tot het vele natuurschoon dat in Klein-Brabant en vooral in Weert toen nog ruim voorhanden was.

Nochtans was Herman Broeckaert bij zijn geboorte te Wetteren op 8 november 1878 voorbestemd voor een heel andere loopbaan. Zijn vader was de gekende geschiedschrijver Jan Broeckaert die samen met De Potter de geschiedenis van de Oost-Vlaamse gemeenten in 46 delen heeft beschreven. Beroepsmatig was Hermans vader aan de rechtbank van Dendermonde verbonden. Zijn middelbare studies deed Herman Broeckaert aan het H. Maagdcollege te Dendermonde. Op zijn 17 de ging hij verder studeren aan de universiteit te Gent waar hij het diploma van kandidaat in de letteren en de wetenschappen behaalde en er verder de cursus Romeins recht volgde. Te Gent kwam hij eveneens in kennis met dichter René De Clercq. Herman Broeckaert die op 8-jarige leeftijd al verzen schreef zou van De Clercq veel opsteken. Vermelden we ook nog dat Herman de kleinzoon was van taalkundige Karel-Lodewijk Ternest. Maar toen was het gezin Broeckaert reeds lang naar Dendermonde verhuisd (1888). Herman liet er zich inschrijven aan de academie en leerde daar Theophile Bogaert kennen. Deze was geboortig van Dendermonde (1850) en waardig vertegenwoordiger van de Dendermondse schildersschool met een voorkeur voor Schelde-, duin- en zeegezichten. Bogaert was, evenals de vader van Herman, verbonden aan de rechtbank van Dendermonde. Met Bogaert trok Herman naar Moerzeke-Kastel waar ook Franz Courtens, Albert Baertsoen, Jacques Rosseels en Isidore Meyers hadden gewerkt.

Ondanks zijn studies bleef Herman verder werken aan zijn vorming als schilder en dichter tot hij definitief koos voor een loopbaan als kunstenaar, een loopbaan die hem zowat door heel Vlaanderen zou voeren, zeker langs de mooiste hoekjes daarvan. In 1895 stelde hij tentoon in de kunstkring te Dendermonde en in de jaren daarna nam hij deel aan allerhande tentoonstellingen. Tijdens zijn studies te Gent hadden de Leieboorden zijn volle aandacht maar na twee kandidaturen gaf hij de brui aan zijn studies. Was Theophile Bogaert zijn eerste raadgever toch onderging Broeckaert ook de invloed van Rosseels, Meyers en vooral van Courtens. In 1906 werd het werk van Broeckaert omschreven als “met brio in de penseeltrek en kleurrijk met een Dendermonds karakter”. Te Gent, waar de kunstenaar met twee doeken tentoonstelde, werd hij gelukgewenst door niemand minder dan Emile Claus. De schilderijen van Broeckaert ademden poëzie en atmosfeer uit waar ook zijn dichterlijke natuur wat mee te maken had. In 1903 publiceerde hij een dichtbundel die vooral Weert tot onderwerp heeft. In weert zou Broeckaert samen met Pieter Gorus een huisje bewonen aan de Dijkstraat 56, in de buurt van de Gloriette. Voordien verbleef het tweetal een tijdlang te Mariekerke in de Omgangstraat 16, steeds in de buurt van de Schelde en de dijken, het natuurschoon waar beiden een voorliefde voor hadden. Broeckaert verwoordde het zo:

We weunen in een huizeke wij
We weunen in de Weert
Daar roeren we pap en braden we spek
En stoken in den heerd
We weunen in een huizeke wij
We weunen in de Weert

Toen ook nog kunstschilder Leo Spanoghe uit Baasrode zich bij het tweetal kwam voegen, kon de pret niet meer op. Er werden wafels en koeken gebakken en de Weertse meisjes werden uitgenodigd. In het streekblad van de VVV Klein-Brabant-Scheldeland van 18 maart 1980 schreef Paul Servaes over het drietal onder de titel “Een mooi avontuur te Weert”: “Even rustig en poëtisch als zijn verzen zijn de vele schilderijen die stemmingsvolle beelden geven uit het Scheldeland. Menige ontstonden te Weert waar hij samen met Pieter Gorus ging wonen in een klein huisje bij de Schelde.” Tot zover deze kunstkenner naar aanleiding van “50 jaar geleden overleed kunstschilder en dichter Herman Broeckaert. In 1910 kwam er een einde aan hun samenzijn te Weert. Pieter Gorus trad dan in het huwelijk terwijl beiden verliefd waren op hetzelfde meisje. Uiteindelijk trouwde de juffrouw in kwestie met de kordate Gorus in plaats van de dromerige Broeckaert. Toch zouden ze levenslang vrienden blijven en samen tentoonstellen.

Als bij zovelen zou Wereldoorlog I roet in het kunstenaarsleven gooien. Doodziek belandde Broeckaert in een Frans hospitaal en werd daar aangetroffen door Jozef Muls, conservator van het Antwerps Museum voor Schone Kunsten. Muls was eveneens een verdienstelijk schrijver en kunsthistoricus. Hij ontfermde zich over de doodzieke Herman. Even voordien liep in Vlaanderen het gerucht dat hij overleden was - zelfs in zoverre dat in verschillende bladen een “In memoriam Herman Broeckaert” werd gepubliceerd - maar een taaie Broeckaert kwam al die stormen te boven.

Wereldoorlog I werd na vier jaar naar de archieven verwezen en het culturele leven werd hervat. Broeckaert zocht weer toenadering tot zijn vrienden-kunstenaars o.a. tot Tony Van Os (1886-1945) die hij reeds van na het huwelijk van Pieter Gorus in 1910 kende. Mede onder diens invloed trad er een verstrakking op in zijn stijl. Eveneens onder invloed van Tony Van Os gingen bepaalde doeken baden in een mystieke sfeer die ook De Saedeleer niet vreemd was. Broeckaert verlegde zijn werkterrein dan naar de Leiestreek en woonde er verscheidene jaren op een woonboot. In die periode bereikte Broeckaerts oeuvre volgens sommigen een hoogtepunt. Herman had veel geschilderd maar dat was zijn natuur, het was een drang naar het schone en het goede dat het beste in zijn kunstenaarsziel naar boven bracht. Broeckaert schilderde wat hij graag zag, ongecompliceerd, naar de natuur en met eerbied daarvoor. Wat hij bij het schilderen niet kwijt kon aan gevoelens, ventileerde hij in zijn simpele eenvoudige gedichten. Juist dat typeerde in hem de echte kunstenaar en dichter. Zijn verzen onder invloed van De Clercq, Gezelle en Omer Karel De Laey mag men zeker onder de beste van onze volksdichters klasseren. Geen enkel onderwerp was hem te min of te gering. Steeds gaf hij blijk van een fijne opmerkingsgeest. Tot zijn werk behoorden o.a. Indrukken – Een bundelken verzen uit het Scheldeland – Kneepverzekens – Door wel en wee – Natuurliederen – Met pen en penseel. Veel van zijn verzen werden getoonzet door Meulemans, Van Duyse, Opsomer en Hullebroeck. Verscheidene liederen werden heel populair. Wie kent niet het liedje “De mosselman”?

Herman was een veelzijdige kunstenaar wars van alle drukdoenerij en kunstmatigheid of zoals Servaes schreef: “De geest die eeuwen vroeger ook Brueghel bezielde” Een schoner compliment kan men Broeckaert niet maken. Daaruit kan men besluiten dat Broeckaert geen slaafse navolger was, niet iemand die zich tot zoveel ‘ismen' had bekeerd maar wel iemand die zich heel zijn schildersloopbaan had gericht naar de natuur en die wist te vangen in zijn zwierig geborstelde doeken. Toen hij te Sombeke in 1930 kwam te overlijden schreef priester-dichter Jan Hammenecker:

Nu mogen Schelde en Scheldeland
en Scheldeminnaars klagen
Want ten grave wordt gedragen
haar trouwste kind
O, Schelde hij kwam u dag voor dag
devotielijk bestaren
Ach nooit hebben kunstenaren
U meer bemind

Tot hier mijn zéér beknopt relaas over een kunstenaar-schilder-dichter die een niet onbelangrijk deel van zijn leven in Klein-Brabant - om juist te zijn in Weert - heeft doorgebracht.