EXPRESSIE


Dans, ritme, zang en expressie 1ste graad.

1. Dans.

Jonas waar ben je? (Tikspel)

Zang: Lln:'Jonas, waar ben je? Kom een keer uit de walvis...'

Jonas:'Schelvis, (sprotje, haring,...) waar ben je, kom een keer hier bij Jonas...'

Uitvoering:

In zaal, twee evenwijdige lijnen met voldoende loopruimte ertussen.

Jonas staat in het midden, de vissen achter één van de lijnen.

Allen roepen Jonas aan, na de zang antwoordt deze.

Pas na het volledige antwoord mogen de vissen trachten over te lopen.

Variatie: diverse soorten vissen, enkel die vissen trachten over te lopen die door Jonas genoemd worden.


Kennis lichaamsschema:

Kinderdreun: Groep:'Karin, Karin,(Jan, Lies,...) waar zijn je oren?'

Karin:(Jan, Lies)'Mijn oren, mijn oren, hier zijn mijn oren.'

Uitvoering:

Lln in kring.(2, 3 kringen)

Beurtelings gaat één ll een andere toeroepen om een lichaamsdeel aan te wijzen.

De genoemde ll antwoordt en wijst het bedoelde lichaamsdeel aan.


Antje Pantje kevertje. (gebarenlied)

Zang: 'Antje Pantje Kevertje klom op een hek;

'toen kwam de regen, die spoelde alles weg!

'Toen kwam het zonnetje, dat maakte alles droog;

'Antje Pantje Keverje klom weer omhoog!'

Uitvoering:

Tijdens het zingen doen de kinderen alsof ze klimmen, weggespoeld worden, drogen, opnieuw klimmen.

(Vrij, in kring, per twee,...)


Fietsje rijden is plezant. (evenwicht)

Zang: 'Fietsje rijden is plezant, olifant, olifant, 'fietsje rijden is plezant, olifant!'

Uitvoering:

In groepjes, achter krijtlijn, estafettespel:

kinderen zingen, voorste ll gaat(rijdt) in evenwicht over de li jn, keert rond kegel en lost de volgende af.

Vooraf afspreken hoe dikwijls het lied zal gezongen worden.

(naast lijn stappen = hernemen)


Papegaai is ziek. (gebarenlied)

Zang: 'Papegaai is ziek en hij moet sterven, 'maak een appelmoes al van conserven,

'voor onze gaai, voor onze gaai, 'voor onze allerliefste zoete papegaai.

'Papegaaitje leef je nog,...

Uitvoering:

In paren in kring rondstappen, binnenhand vast, buitenhand heup; na 'zoete papegaai' 1/4 draai, gezicht naar elkaar,

handenklapspel(klap in eigen handen, rH tegen elkaar, klap in eigen handen, lH tegen elkaar); vervolgens (i-a-de-a)

Hn Schs, Hn Dijn, Schs, Dijn; dan rArm inhaken en molentje draaien, los voor laatste i-a-de-a en bij 'Boem' even op

het zitvlak vallen, buitensten schuiven één plaats op.


'k Zag 2 beren. ( Eenvoudig uitbeeldingslied.)

Zang: ' 'k Zag 2 beren, broodjes smeren, 'o dat was een wonder,...'

Uitvoering:

a.In kring, gezamenlijk uitbeelden van diverse mogelijkheden:

beren broodjes smeren, slangen de was ophangen, vliegen kindjes wiegen, enz.

b.Twee groepen, waarvan de zanggroep vooraf afspreekt wat ze gaan zingen, en uit de ander groep telkens twee lln

komen die het gezongen refrein moeten uitbeelden. Ook de Lk kan alleen starten, en de opdracht doorgeven.


Rollen, rollen, heen en weer . (Ritmiek met ballen)

Zang: 'Rollen, rollen, heen en weer; 'rollen, rollen, nog een keer;

'van lirom larom leer, 'we rollen heen en weer.'

Uitvoering:

(Bewegingslied met ballen rollen (stuiten) naar elkaar. )

a. Lln per 2 achter elkaar,Lk een slaginstrument.

De voorste ll haalt een bal met begeleiding door de Lk, en geeft deze bij een harde slag aan de achterste.

De achterste ll doet de bal weer weg.(begeleiding)

De wijze van halen en wegbrengen kan variëren(ook dus de begeleiding):

gaan, lopen, huppelen, hinkelen, slenteren,...

b. Lln zitten( knielen) per 2 tegenover elkaar, één ll een bal.

Ze bedenken een manier om de bal naar de partner te rollen; muziek wordt gespeeld, lln rollen naar elkaar.(afslag!)

c. Idem, de lln zingen zelf.


Sinterklaas is jarig. (Dansspel)

Zang: 'Sinterklaas is jarig, o wat zijn we blij,...'

'Zwarte Piet gaat dansen en zingen net als wij.'

Uitvoering:

Bewegingslied met gebaren, met behulp van stok,...

Ook met 'zoemen' van lied na eerst gezongen te hebben.


Zwarte Pietje boe boe boe. (Loopspel)

Zang: 'Zwarte Pietje, boe boe boe!( 2 X)

'Jij zit op de daken, niemand die je ziet; 'Zwarte Pietje krijgt mij niet! '

Uitvoering:

Eén ll in midden van de kring, krijtlijn rond Piet.

De kring komt 2 X 3 stappen naar voor, waarbij na de laatste ver plaatsing iedereen met één voet op de krijtlijn rond Piet

moet staan (op NIET); dan tracht de Piet de lln te vangen, en volgens afspraak vooraf moet een gevangen ll dit of dat doen

.Hierbij kunnen ook opdrachten mbt de verplaatsingen gemaakt worden: bv. kikkersprong, viervoetenloop,...


Sneeuwman. (Loopspel)

Zang: 'Sneeuwman, sneeuwman, pak me dan, als je kan.

'jij blijft daar maar rustig staan, 'jij kunt vast niet verder gaan!

'Sneeuwman, sneeuwman, pak me dan als je kan!'

Uitvoering:

Kring, handen vast, één ll (sneeuwman) in het midden.

De kring wandelt zingend rond.(handenklappen, voetstampen,...)

Bij het 3de motief gaan de lln naar de sneeuwman toe, (verkleinen de kring)

NA het lied tracht de sneeuwman iemand te vangen, een aangetikte ll is X beurten af.


Eén, twee, drie, vier, hoedje van,...

Marcheer- en hupoef.

Uitvoering:

4 stappen voorwaarts, gevolgd door 4 huppen;

idem, maar bij laatste hup hoedje afnemen en groeten.

Veel variaties mogelijk !


Vis, vis, lange vis. (Met touwtjes)

Zang: 'Vis, vis, lange vis, die deze nacht gevangen is, van je één, twee, drie!'

Uitvoering:

a.Iedere ll een touw, te gebruiken als hengellijn; de lln bewegen het touw ritmisch op en neer,bij één:

iets laten zakken, idem bij twee, bij drie:ophalen !

b.Stappen,(huppelen, hinkelen,... over liggende touwtjes: bij 'drie!' op een touwtje springen.

c.Maatvast springen over het touw.

d.Maatvast heen en weer zwaaien met het touw.

e.Idem, 2 lln zwaaien, derde springt erover bij 'drie!', enz.


Volksdansen.

In de 1ste graad worden een 3-tal zeer eenvoudige volksdansjes aangeboden(eventueel in samenspraak met de

klasleerkrachten en de behandelde belangstellingspunten) zoals bv.

-Het konijntje;

-'k Moet dwalen;

-Bingo;

-De vossenjacht;

-Ringelrei;

-Kimberleyse trein.


2. Ritme. 1ste graad.

Huppelen 1.

-vrij door de ruimte stappen en overgaan tot huppelen.

-huppelen met begeleiding door de lk. (zang, handenklappen, tamboerijn, trommel,...)

-huppelen met eigen begeleiding: de lln klappen zelf in de handen, zingen,...


Huppelen 2.

-2 groepen: de ene klapt (zingt), de andere huppelt.

-idem, lln huppelen vrij, bij ontmoeting andere ll: een 'molentje' draaien en verder huppelen.

-idem met begeleiding door lk.

-per twee vrij huppelen met handverbinding.

-idem met begeleiding.

-idem, maar eerst alleen, op teken per twee,op nieuw teken weer alleen.


Huppelen 3 ( zangspel.)

-vrij huppelen onder eigen zangbegeleiding.

-dubbele kring, buitenste groep huppelt, binnenste groep begeleidt door klappen, zingen of beide.

-dubbele kring,beide groepen huppelen vrij.

-idem met begeleiding door één ll, meerdere lln.

Vb.: 1ste leerjaar, ritme '1-2-3-4-hoedje van,...' gaan de lln 4 tellen huppen benen spreiden en sluiten, dan 4 X

ter plaatse huppen voeten samen, opnieuw 4 tellen spreiden en sluiten, tenslotte 6 looppassen ter

plaatse. Lk zingt eerst zelf, dan de lln.

Vb.: Moeilijker: zelfde liedje, 3 huppelpassen vw met een hupstop op de 4de tel, op 5-6-7-8 tweemaal met beide handen naar hoedje wijzen , opnieuw 3 huppelpassen met eindstop vw, eindigen in 6 tellen m et hoedje afnemen en groeten.

(Papieren hoedje vooraf in de klas leren maken)


Galop.

-flankrij langs korte zijde ruimte: galop l en r vrij oefenen.

-idem met begeleiding:handenklappen, tamboerijn, trommel, eigen begeleiding, zang,...

-flankrij waarbij beurtelings wordt vertrokken,bv na 2 maten,na 3 ,...

-combinatie van b. en c.


Lopen.

-vrij lopen in de ruimte.

-idem met eenvoudige opdrachten: lopen met kleine passen, met grote passen, traag lopen, snel lopen, rechtdoor lopen,

zig-zag lopen, met knn heffen,...


Cascade/groep.

-synchroon lopen per 2,3,...achter elkaar, naast elkaar.

-cascade lopen: 1ste vertrekt naar overzijde, 2de volgt na x aantal passen,...

-achterwaarts lopen in eenvoudige bewegingsbanen.

-combinaties van vw en aw lopen.

-lopen in groepen met handverbinding, schouderverbinding, al dan niet gecombineerd met figuren lopen.


Met touwtjes,dozen,.. .

-springen over liggende touwtjes;

-idem op aangegeven ritme;

-idem per twee;

-idem in cascade;

-idem per 3, 4, los of met handverbinding, met begeleiding

door l k of lln,met zang,...


Met lang touw.

-touw opnemen en samen rondhuppelen;

-met verandering van richting na x tellen;

-idem als voorgaande met muziekbegeleiding.

-in dubbele kring, aangezicht naar elkaar: buitenste kring houdt touw vast, binnenste geeft ritme aan; wisselen.

-idem maar binnenste kring huppelt (galoppeert)in de andere richting, na x tellen wordt het touw door de andere kring

overgenomen.

-idem met begeleiding van muziek;

-kringwissel door onderdoor het touw te stappen:

eerst binnenste kring naar buiten, dan pas buitenste naar binnen.

-idem maar gelijktijdig wisselen.


Met zwaaidoek.

(Een zwaaidoek bestaat bv uit oude lakens, best twee aan elkaar g enaaid, rond afgeknipt, met liefst een versterking

aan de buitenzijde)

-kring, het doek laten op en neer golven;

-idem ritmisch samen;

-idem maar afwisselend kleine en grote golven maken.

-idem met muziek (zang)begeleiding;

-met het doek gaan, lopen, huppelen, combinaties;

-idem op zang- of muziekbegeleiding; (laat de lln onder het doek kruipen wanneer de muziek stopt)

-zwaaien met het doek waarop een voorwerp ( bal, ballon, ander zacht materiaal) ligt;

-de bal op het doek in een bepaalde richting doen bewegen;

gezamenlijk het voorwerp in de lucht werpen en weer opvangen;

-twee groepen: de eerste maakt golven met het doek, de lln van de 2de groep proberen beurelings er onderdoor te lopen;

-idem in tweetallen;

-allerlei combinaties.


Diverse mogelijkheden.

Fantasie prikkelen: nabootsen van allerlei figuren uit sprookjes, eventueel zelf ontwerpen van figuren (een

'vuurheks', een 'reuzebabbelaar', een 'groen steeneterje',...) en deze inpassen in een geëiigende bewegingsvorm.

Alle soorten van dans/bewegingsspelletjes eigen aan de kinderlijke aard. (speelplaatsliederen, aftelrijmpjes, verzamellied-

liedjes,...)

Vb.-Ieni-miene-mutte;

-Een-twee-drie-vier,hoedje van,Hoedje van;

-Zwarte Pietje,boe,boe,boe;

-B met een AA BAA,...

-Vis,vis,lange vis;

-Schipper mag ik overvaren;

-En mijn één been staat;

Zie ook: -Zang,


3. Expressie. 1ste graad.

(Tracht hier de bewegingen zinvol te maken door een aanbod van voorradig (kosteloos) materiaal, en laat de lln experimenteren zonder ze te zeer te leiden.)

Namen noemen. (begin schooljaar)

-Kring, zit; Lk staat recht, zegt zijn naam, vervolgens alle lln om de beurt; ook andersom.

-Idem, gepaard met een bijkomende beweging, of naam verdeeld in lettergrepen, of de naamzegger imiterend,...


Eenvoudige bewegingen.

Iedere ll individueel in de ruimte, Lk noemt een 5-tal bewegingen die door ieder worden ingeoefend.(bv. stappen, huppelen, schuifelen, kruipen, hinken,...)

Dan mag iedere ll een keuze maken uit de ingeoefende bewegingen; vervolgens worden er per beweging groepen ingedeeld.(stappers, huppelaars, schuifelaars,...)

Idem met een 2de keuze;

Idem de 2 keuzen na elkaar, met eventuele bepaling van het aantal keer dat een beweging wordt uitgevoerd, bv. 3 maal stappen, dan 3 X maal huppelen,...


Uitbeelden eenvoudige gekende handelingen.

Allerlei handelingen uitbeelden met betrekking tot het alledaagse gebeuren zoals wakker worden, zich wassen, in de tuin werken, met de hond wandelen, moeder helpen bij de afwas,....


Uitbeelden zieke, verwonding,...

Uitbeelding van voorvallen zoals zich bezeren (voet tegen muur gestoten, een buil opgelopen, pols verstuikt,...) of opstaan met tandpijn, hoofdpijn, kramp,...


Ontspanning/spanning.

-Zich ontspannen door het lichaam in gedeelten te doen inslapen (ogen, hoofd, romp, armen, benen,...) tot men helemaal ontspannen ligt.

-Idem wakker worden.


De katjesdans. (verhalend fantasie stimuleren)

De Lk vraagt te gaan liggen zoals een poes; aan de hand van een verhaaltje trachten de lln allerlei katachtige bewegingen na tebootsen, bv.:

-wakker worden en lui rondom zich kijken;

-zich uitrekken poot na poot;

-zich wassen zoals een kat;

-stappen;(kussenpootjes !)

-op de loer liggen;

-een prooi bespringen, enz.


Cijfers, letters,...

uitbeelden van cijfers en/of letters op de vloer, zelfs een woord, een korte zin...(dit laatste 2de lj !)


Figuren maken.

Figuren vormen:

per X aantal lln een vierkant, een cirkel, een driehoek, rechthoek, veelhoek vormen.


Wie ben je en wat doe je?

-Kring, Lk noemt een fictieve figuur (Zwartbaard, Pinokkio, Boze Fee,...) en doet voor zoals die persoon zou bewegen; lln

trachten te imiteren.

-Lln vinden zelf uit, doen beweging voor, anderen imiteren.


Tegenstellingen 1.

Uitbeelden van groot/klein, vb reuzen stappen, kabouters trippelen, enz.

Idem van licht/zwaar, bv dozen dragen, gewichtheffer,...


Tegenstellingen 2.

Uitbeelden van hoog/laag, bv.gehurkt door rioolbuis kruipen, door water op kinhoogte stappen met kleding droog houden,...

Idem met vlug/traag, bv.pakjes doorgeven,...


Wegtoveren. ( lichaamsdelen)

-De lln staan verspreid in de ruimte, de Lk roept wat niet meer door haar of hem door een kijker mag gezien worden, Bv. "voeten, armen, hoofd,... weg !", waarbij de lln hun voeten,... trachten weg te stoppen;

-idem, maar de Lk wandelt na de opdracht rond, zodat de lln hun houding telkens moeten aanpassen;

-ook mogelijk door kleine groepen lln zelf, waarbij achtereenvolgens ieder mag 'wegtoveren'.


Dans, zang, ritme, expressie: 2de graad.


1. Dans.

Twee emmertjes water halen.

Doel: -het bewegingsspel met zin voor nauwkeurigheid uitvoeren.

-aanvaarden dat niet iedereen tegelijkertijd hetzelfde moet doen.

Zang: 'Twee emmertjes water halen, twee emmers pompen,

'de meisjes dragen schoenen, de jongens dragen klompen.

'Rits rats, rits rats, draag de ...'

Uitvoering:

Twee rijen, 1=jongens, 2=meisjes.

a.Vier passen naar elkaar;

b.Vier maal pompbeweging;

c.Meisjes vier stappen achteruit;

d.Jongens vier stappen achteruit;

e.Paar 1 met bijtrekpas naar het einde van de rij.

Hernemen.


Boer, boer, boer, de benen van de vloer. (Creatief)

Doel: -de gebaren waarover gezongen wordt kunnen uitvoeren.

-eindigen op het juiste moment in afgesproken houding.

Zang: 'Boer, boer, de benen van de vloer;

'maaien, maaien, de boer moet maaien.

'boer, boer, de benen van de vloer!'

Uitvoering:

Vb.: Stappen;

daarna de genoemde beweging uitvoeren; (maaien, zaaien, wieden, spitten, ...) eindigen in een houding waarbij de benen van de vloer zijn.


Wie niet lopen wil.

Doel: -ruimte kunnen gebruiken zonder te hinderen.

-een serie bewegingen achtereenvolgens kunnen uitvoeren.

Zang: 'Wie niet lopen wil, wie niet lopen wil, 'wie niet lopen wil, sta stil!' (2 X)

Uitvoering:

Lln vrij in de zaal.Bewegingsopdracht uitvoeren of stilstaan.

(lopen, stappen, springen, ... zelfs opdrachten die te maken hebben met tanden poetsen, haren kammen,...)


Oki doki poki pom!

Doel: -kunnen volharden in de uitvoering van éénzelfde beweging .

-met iedereen willen spelen.

Zang: 'Oki doki poki pom, wij gaan samen zwaaien,(klappen, buigen,...)

'wiege wiege waaien, (wakke, wuige,...) 'oki doki pom, wij wisselen nu om!'

Uitvoering:

Kring, één ll loopt binenin op oki doki rond, stopt bij pom, draait zich naar de ll waar hij aangekomen is, en doet samen met

deze ll de bedoelde beweging, waarna wordt omgewisseld.


Naald en draad.

Doel: -gezongen tekst omzetten in juiste gebaren + in rij vorderen.

-ervaren dat 'kiezen' niet altijd leidt tot evenwichtige groepen.

Zang: 'Naald en draad is altijd goed, viva de naalden, viva de naalden.

'Naald en draad is altijd goed, viva de naald en de vingerhoed!'

Uitvoering:

Twee lln maken een poort(ene is naald, andere draad-niet ver klappen tegen andere lln) waarbij de overige lln een sliert vor-

men die door de poort gaat terwijl ze de gebaren uitvoeren; de laatste van de sliert blijft achter en kiest een sleutelwoord,

waarna hij achter di e ll gaat staan. Wanneer iedereen achter één van de 'poort' lln staat wordt een trekgevecht uitgevoerd.

Ipv naald en draad: spade en hark, ladder en kwast, steen en truweel,...


Witte Zwanen,zwarte zwanen.

Dubbele flankrij, handverbinding; de lln stappen in sliert rond terwijl ze het liedje zingen, op het einde (laat doorgaan,...)

draaien ze zich naar hun partner, maken en brug met de armen terwijl het laatst e paartje onderdoor gebogen naar voor

stapt en de leiding neemt van het hernomen liedje.


Stappen en dansen.

Muziek: Bv. Kroningsmars, uit 'Profeet', van Meyerbeer.

Doel: -Creatieve benadering van muziek.

-Vreugde beleven aan de koppeling muziek/dans.

De lln stappen op de A-ritmiek, op het B-gedeelte dansen ze

vrij. Kan ook met lintjes, stokjes...


Volksdans:

In de 2de graad worden een 3-tal eenvoudige volksdansjes aangeboden, (door de Lk eventueel te kiezen in samenspraak met de klasleerkrachten en de daar behandelde belangstellingspunten)

zoals bv.

-We gaan naar Heideland;

-Het poppenkraam;

-Appelstukken;

-Vrolijk Fransje;

-Keersken in de lanteern;

-Almelose kermis;

-Herdersrei.


2. Ritme. 2de graad

Herhaling aantal ritme-oefeningen uit 1ste graad, plus:.

Marionnet.

Met behulp van een slaginstrument (desnoods met de handen) klopt de leerkracht een ritme, waarbij de leerlingen bv enkel met de armen, de benen, de romp, armen en hoofd,... mogen bewegen.

(Varieer het ritme)

Idem met vrije verplaatsing in de zaal.


Ritme en bewegen.

Nakloppen van diverse ritmen voorgedaan door de leerkracht. (moeilijker: enkel luisteren, dus ogen dicht) + nabootsing.

plus bewegen op dat ritme, vrij.

Antwoordspel: de leerkracht klopt een ritme, de leerlingen trachten een passend antwoord te vinden.(bv. handenklappen)


Diverse muziekmaten.

a.gewoon marcheren 2/4 ter plaatse, onder zangbegeleiding, door de ruimte, per twee, op rij,...

b.drietelmaat 3/4 oefenen door 1ste tel te accentueren (klemtoon wisselt telkens van voet), door ter plaatse één pasje

naar l te maken gevolgd van 2 passen ter plaatse, dan r.

Idem.(zangbegeleiding bv. Brand in Mokum)


Ritme en zang:

-Daar vaart een man op zee;

-Tussen Keulen en Parijs;

-Papegaai is ziek;

-Hop Marjanneke;

-De Mosselman.

Zie ook : -zang

-expressie.


3. Expressie 2de graad.

Vooraf: bewegingsspelen die gericht zijn op bewegingsverruiming en samenwerking.


IJs breken.

-ruggetik: alle lln staan in een kring; op teken van de begeleider tracht iedereen zoveel als mogelijk is anderen op de rug te tikken; iedereen blijft in beweging, niemand valt af.

-idem tenentik met handen;

-idem bv. met lH rbil aantikken,...


Cirkellopen.

Alle spelers kiezen een andere speler uit zonder te verklappen wie ze gekozen hebben en trachten zo snel mogelijk rond die

speler 3 rondjes te lopen.

-idem, maar de gekozen speler tracht door ontwijken te beletten dat iemand rond hem loopt.


Pinkelen.

De spelers zitten in een kring; de begeleider geeft een aantal opdrachten die de anderen snel en juist moeten uitvoeren. In de

loop van het spel kan de begeleider de anderen misleiden door een opdracht te geven maar deze verkeerd uit te voeren; de

lln die fout zijn dienen bv. een rondje rond de kring te lopen.

Mogelijke opdrachten:

-pinkelen: tikken met de wijsvingers op de dijen;

-plat: handpalmen op de dij;

-vlak: handruggen op de dij;

-bol: vuisten in pronatie op de dij;

-neus: je neus vastnemen met je...enz.


Dynamisch pinkelen.

Dit worden grotere bewegingen, bv. pinkelen hier wordt rustig door de ruimte lopen.

Mogelijke opdrachten:

-plat: op de buik liggen;

-vlak: op de rug liggen;

-kangoeroe: rondspringen per 2 achter elkaar, heupverbinding achterste met voorste;

-vliegtuig: rondlopen met de armen open,...enz.


Struisvogelspel.

Je laat iedereen bewegen kriskras door elkaar; op teken staat iedereen stil en bedekt de ogen; twee aangeduiden lln verlaten

de ruimte (bv. gaan zich verschuilen achter de springkast), de anderen trachten dan te raden wie er weg zijn.


Doe dit / doe dat.

De begeleider geeft houdingen en bewegingen aan. Zegt hij 'Doe dit!' dan voert iedereen die beweging uit; zegt de bege-

leider echter 'Doe dat!' dan mag niemand uitvoeren. Fout is...


Jokersspel.

Per 3 lln; één ll ( de joker) verplaatst zicht, neemt allerlei houdingen aan zoals bv. door de benen kijken, zich

omdraaien,...Speldoel is dat de 2 anderen de joker steeds in de ogen moeten kunnen kijken nadat deze een

houding heeft aangenomen.

Ook met bv. een lichaamsdeel door de joker geroepen, bv. hand, waarbij de 2 anderen hun hand tegen de hand van de


joker moeten drukken.

Naamschaduw.

Een spelers roept de naam van een andere ll en neemt daarbij een houding aan;

zodra de geroepen ll dezelfde houding voor de speler heeft aangenomen is deze laatste vrij, en spelen de anderen het spel

opnieuw.

(Best in groepen van 4,5 lln; geef ze een beperkte speelruimte)


Bewegingen.

Uitbeelden van een plant die groeit, bomen in de wind, een vogel verschrikker, een marionet, de sneeuwman die smelt, een

lange pier uit de grond trekken, een muur omduwen, een standbeeld dat levend wordt, een voetballer die met de bal oefent,

enz.


Ontmoeten en verlaten.

Individueel dansen aan de hand van 3 basisbewegingen, bv. blij huppelen, loerend sluipen, snelschaatsen.

Na inoefening van de 3 onderdelen hernemen we deze, waarbij de lln die elkaar ontmoeten op bv. 1 m afstand enkele tellen

moeten 'bevriezen' alvorens verder te mogen.

Ook mogelijk op muziek.(Miles Davis)


Een lijmbal maken.

Alle lln afzonderlijk in de ruimte; opdracht: bewegen zaols een blad in de wind. Na inoefening duidt de Lk een ll aan die

'plakt', dwz. wanneer deze ll een andere ll aanraakt dan plakt deze laatste vast en danst mee met de eerste, enz. tot alle lln

aan de lijmbal plakken.

Noteer dat lln die plakken rustig meebewegen.


Levend worden.

Individueel verspreid, iedereen is versteend en wordt lichaamsdeel na lichaamsdeel weer levend (van Hfd naar Vn) met eerst

kleine, dan grotere bewegingen, groeiend en krimpend, vervolgens verplaatsend, enz.

Ook van versteend door beweging naar anders versteend, met twee of meerdere lln versteend, ...


De poppen dansen.

Inoefenen van een stokpop, een slappe pop, een houten pop, een...

Na inoefening van de diverse soorten poppen kiezen de lln, en dansen enkele momenten met nadruk op het levend worden,

de gelaatsuitdrukking, de manier van bewegen,...

Ook met groepen maken van dezelfde soort poppen.


Griezelen.

Vooraf worden een aantal bewegingen en de daarmee gepaard gaande gevoelens ingeoefend zoals

-verstijfd staan van schrik;

-angstig wegsluipen;

-beven en trillen van angst;

-trachten ergens onder te kruipen en je weg te stoppen;

-hevig schrikken, opspringen en wegduiken.

Na het inoefenen wordt een kort muziekstuk gespeeld ( 30 sec. tot 1 min), waarna de lln improviseren uit de ingeoefende deeltjes.

(Muziek bv. 'Once upon a time in the West, E.Morricone)


Spiegelbeeld spelen. (Muziek: Satie, Brian Eno)

Schaduwspel. (Ll volgen en nadoen)

Spiegelbeeldspel. (Tegenover elkaar)

Uit voorgaande oefeningen kan een selectie gemaakt worden waarbij nu één ll voordanst, en zijn partner nadanst. Wel

zorgen voor trage, rustige bewegingsvormen.


Zangspelen.

Zangspelen waarbij dieren, mensen,...nagebootst worden.

Idem waarbij de ene groep zingt, klapt, ritme aangeeft en de andere groep uitvoert.('k Zag twee beren, Een aapje wou eens

vrolijk zijn, De poppenstoet,...Zie ook zang.)


Met behulp van voorwerpen.

Met een voorwerp iets kunnen uitbeelden.

(Keuze vrij uit een drietal voorwerpen zoals een stok, een hoed, een doek)


Inspelen op verhaal.

De leerkracht vertelt een eenvoudig verhaal, dat inspeelt op de fantasie en de bewegingsdrang van de kinderen; hierbij

trachten de leerlingen de geschetste situaties te spelen.

(Eenvoudige verhalen, expressiekracht van de leerlingen prikkelen)


Carnaval der Dieren.

Uitgangspunt: de dieren gaan Carnaval vieren.

In werkhoeken per 2/3 lln zijn dierafbeeldingen beschikbaar plus enkele bewegingsopdrachten; de lln oefenen samen de

bewegingen in, en proberen daarna op carnavaleske wijze hun dier uit te beelden;

(eventueel met muziekbegeleiding) dan wisselen van werkhoek, hernemen.

Wanneer de ganse reeks afgewerkt werd kunnen de lln zelf hun lievelingsdier uitkiezen en uitvoeren.


Robotje spelen.

Individueel: de Lk noemt een lichaamsdeel (van Hfd naar Vn) dat door de lln met schokjes moet worden bewogen; vb.:

hef je hoofd langzaam met schokjes op, draai het dan weer schokkend naar links,...

Op deze manier worden alle grote lichaamsdelen één na één behandeld; vervolgens mogen de lln zelf experimenteren tot ze

misschien zelfs door de ruimte bewegen zoals een robot.(Muziek)


De drie Musketiers.

De lln maken groepjes per 3, waarbij ze afspreken wie de 'grote' speelt, (lang, uitgerokken) wie de 'kleine' (klein, plat, op

de grond) en wie de 'middenste'(op de hurken);samen dansen ze op een vrolijk melodietje, waarbij ze echter altijd in hun

eigen grootte moeten blijven.


De winkel van Sinkel.

Iedere ll is een zelf gekozen voorwerp dat in de winkel van Sinkel te koop is; ze blijven onbeweeglijk tot ze door de 'koper'

aangetikt worden, en bewegen dan zoals het door hun gekozen voorwerp zou kunnen bewegen,bv.

-een babypop die kan lachen, huilen, mama zeggen,...

-een torenkraan die draait, een last ophaalt,...

-een muziekdoos die krassend een liedje zingt,

-een ballerina,

-een draaitol,...

Ook te spelen in kleinere groepen.


Zintuigenspel.

Verschillende zintuigen worden ingeschakeld om bv. :

-een kindje te zijn dat een overrijpe perzik eet;

-iemand na te bootsen die tracht over de schutting te kijken maar juist even te klein is;

-een ll die last heeft van mieren op zijn lichaam;

-een kind dat tracht door enkel te horen een zoemende mug te vangen;

-je komt voorbij een vuilnisbelt, enz;


Dans, zang, ritme, expressie 3de graad.


1.Dans. Enkele 'moderne' gezelschapsdansen.

Hucklebuck oud . (Hucklebuck)

Groep op rijen, kort (1 m) bij elkaar.

-2 X lVt op de punt zijw tikken en aansluiten.

-idem rechts.

-2 X lVt zijw draaien op de Hl en terug.

-idem rechts.

-2 X lKn heffen.

-idem rechts.

-1 X lBn sch vw r zwn en terug.

-idem rechts sch vw l.

-met sprong 1/4 dr r tot sprstd.

-met sprong tot sltstd, Hnklap.

Volledig hernemen tot einde muziek.


Hucklebuck modern. (Hucklebuck)

Idem als voorgaande, alle bewegingen worden echter huppend uitgevoerd, dwz. met een tussenhup.


Zaire. (In Zaire)

-2 X huppen op lVt, rBn vw krui.

-2 X huppen op rVt, l onderbeen aw.

-2 X huppen op lVt, rBn vw r zwn.

-2 X huppen op rVt, lB vw krui.

-2 X huppen op lVt na 1/2 draai r, rBn aw krui.

-2 X huppen op rVt, lB vw krui.

-2 X huppen op lVt, rBn vw krui.

-2 X huppen op rVt, londerBn aw heffen.


Volksdans :

In de derde graad worden een 4-tal volksdansen aangeboden, die wat structuur en moeilijkheidsgraad verder gaan dan in

de 2de graad,

bv.:

-Kolo;

-Vrolijke kring;

-Wulkadans;

-Tovercirkel;

-Grote tral;

-Lange acht.

-Dansen uit andere landen en continenten, aangepast aan het niveau van de kinderen, en toepasselijk binnen een project, een

belangstellingspunt,...


2. Ritme. 3de graad.

Basisbewegingen.

Combinaties oefenen van gaan, huppelen, galopperen, bijtrekken begeleid door handenklappen, trom, muziek,...

-begeleiding door de lk.

-eigen begeleiding: de lln klappen zelf in de handen, zingen,...


Met partner.

-2 groepen: de ene klapt (zingt), de andere huppelt.

-idem, lln huppelen vrij, bij ontmoeting andere ll: een 'molentje' draaien en verder huppelen.

-idem met begeleiding door lk.

-per twee vrij huppelen met handverbinding.

-idem met begeleiding.

-idem, maar eerst alleen, op teken per twee,op nieuw teken weer alleen.


Synchroon bewegen.

-synchroon lopen per 2,3,...achter elkaar, naast elkaar.

-cascade lopen: 1ste vertrekt naar overzijde, 2de volgt na x aantal passen,...

-achterwaarts lopen in eenvoudige bewegingsbanen.

-combinaties van vw en aw lopen.

-lopen in groepen met handverbinding, schouderverbinding, al dan niet gecombineerd met figuren lopen.


Met zwaaidoek.

-Kring, het doek laten op en neer golven;

-idem ritmisch samen;

-idem maar afwisselend kleine en grote golven maken.

-idem met muziek (zang)begeleiding;

-met het doek gaan, lopen, huppelen, combinaties;

-idem op zang- of muziekbegeleiding; (laat de lln onder het doek kruipen als de muziek stopt)

-zwaaien met het doek waarop een voorwerp ( bal, ballon, ander zacht materiaal) ligt;

-de bal op het doek in een bepaalde richting doen bewegen;

gezamenlijk het voorwerp in de lucht werpen en weer opvangen;

-twee groepen: de eerste maakt golven met het doek, de lln van de 2de groep proberen beurtelings er onderdoor te lopen;

-idem in tweetallen;

-allerlei combinaties.


Volksdansen .

-Schotse volksdans:

-Square-dans;

-Andere.


Balletinitiatie.

Primaire oefeningen uit ballet.


3. Expressie. 3de graad.

(Zie ook 2de graad: Vooraf: bewegingsverruiming.)

Opwarming.

Verstenen:

de lln bewegen door elkaar zonder te raken, op teken bv. tromslag) verstenen ze.

Tracht variatievormen van bewegen te stimuleren. Kan ook op muziek.


Voetenopwarmertje.

Lln verspreid, onder de voeten heeft ieder zogezegd een grote trom.

Ze dienen deze trom te bespelen met de veten, eerst vrij, dan met nabootsen lkr, vervolgens onder muziekbegeleiding

waarbij ze de tromgeluiden zelf dienen mee te dansen.

(Merlvin Price: Rhytmes and blues)

Variaties:

-Idem, maar er hangen verschillende trommen die met de handen bespeeld worden: l/r, hoog/laag, voor/achter.

-Op de muziek mag of met de handen, of met de voeten getrommeld worden, maar niet met Hn en Vn gelijktijdig.

Verplaatsingen door de ruimte zijn wenselijk.

-Per 2, ÆÆn speelt met de Vn, de ander met de Hn; de speler met de Vn mag veranderen, waarbij de andere zich dient

aan te passen.

-Dansen op de muziek met andere lichaamsdelen: KnieÆn, schouders, armen,...

-Per 2 idem, waarbij de lln rond elkaar bewegen en telkens met andere lichaamsdelen dansen.


Bewegingsspelen gericht op leiden en volgen.

Gekruist huppelen:

de lln staan per 2, handverbinding gekruist vooraan; ze spreken af wie leider is, de andere sluit de ogen.

Op een huppelmuziekje bewegen ze door elkaar, waarbij de ene leidt, de andere volgt; bij een obstakel omdraaien door

een halve draai.

Ook: met meerdere lln achter elkaar, handen op elkaars schouders.


Volg de leider.

De eerste van een groep van 4,5 lln maakt een reis door de zaal; op een teken( bv. tromslag) staat iedereen stil in

spreidstand, de laatste kruipt door de benen van de anderen naar voor en het spel herbegint.

Mogelijkheden:

-de leider neemt een aantal ingebeelde hindernissen;

-de leider bevindt zich in een oerwoud met slingerlianen, krokodillen, leeuwen,...en dient zich snel te verplaatsen;

-idem, maar enkel de leider kan zien en dient instructies te geven om zijn groep veilig door het woud te loodsen.


Schaduwen.

-per 2, de voorste leidt de beweging; draait deze zich om, dan wordt de volger leider.

Zoek hiervoor rustige muziek, waarbij dansbewegingen kunnen groeien.

(Roze panter, Elephant walk,...)


Spiegelen.

Twee lln tegenover elkaar, één van beiden geeft traag een beweging aan de ander doet alsof hij/zij het spiegelbeeld is;

langzame muziek werkt hier stimulerend.

Mogelijkheden:

-de begeleider gaat rond en porbeert te ontdekken wie de leiding heeft;

-idem, de lln spreken onderling een geheim teken af waarop van rol gewisseld wordt.


Hand volgen.

Lln staan per 2 naast elkaar, binnenste hand ongeveer 10 cm boven elkaar geplaatst; wie de hand boven heeft is leider,

onderste hand moet volgen:

bv. op-en-neer, links/rechts, golven, trillen, schokken,...

Muziek met variatie gewenst !(Vangelis, Pulstar)


Beeldhouwen met de magneet.

Per 2, één is beeldhouwer met een magneet: het lichaamsdeel dat aangetrokken wordt dient zich te begeven naar de plaats

aangewezen door de beeldhouwer.


Siamese tweeling.

De lkr roept een ichaamsdeel, per 2 raken de lln dit lichaamsdeel bij elkaar aan en dansen zo verbonden verder; wanneer de

lkr een ander lichaamsdeel aanduidt zoekt men een andere partner en danst verder zonder van elkaar los te komen.


Spanloop met stokke n.

Per 2, handplam tegen elkaar waartussen stok.

Trachten op deze wijze zonder de stok te verliezen te bewegen in vw/aw, l/r, op/neer richting.


Blinde stok.

Een 'blinde' ll laat zich aan de stok door een andere leiden.


In de knoop. (Gymnopédies/Satie)

Groepjes van 4 … 5 lln, Hverbinding.

Opdracht: voorste ll 'weeft' zichzelf op de muziek doorheen de anderen die beurtelings volgen tot men in een knoop vastzit;

ook ontrollen.


Griezelen. (Once upon a time in the West/Morricone)

Individueel.

Vooraf een 5-tal gevoelens uitbeelden, bv.

-verstijfd staan van schrik;

-bang over een smalle koord stappen;

-je trilt van woede;

-schrikken en opzij springen;

-bang naar ergens anders sluipen,...

Dan mogen de kinderen gedurende 30 seconden op de muziek zelf een

samenstelling uitvoeren.


Vormdansen. (Adagio/Albinoni)

Individueel.

Vooraf een 5-tal houdingen uitproberen,bv.

-een politieagent die het verkeer stopt;

-een biljartspeler;

-een schaakspeler;

-een gewichtheffer;

-een brandweerman,...

Na het inoefenen van de houdingen migen de lln op de muziek langzaam overschakelen van de ene houding naar de andere,

met bv. 5seconden in de houding blijven.


Van hand naar bovenlichaam. (Strijkkwartet opus 51/1, J.Brahms)

Hier kunnen de lln experimenteren in het achtereenvolgens inschakelen van de gewrichten van vingers, pols, elleboog,

schouder, nek, heupen om eerst individueel te komen tot een bewustvolle beweging.

Later ook per 2, elkaar navolgen.

Beperk hier de beweging tot het bovenlichaam, misschien uitzonderlijk beweging van benen toegestaan.


Schilderijen maken. (Snelle muziek, bv. Sakamoto)

Beginnend met één hand schilderen de lln contouren om zich heen, om misschien uiteindelijk te belanden in een

tottaalschilderij van een landschap, een wolkenpartij, een stadszicht,...

Detective spelen. (Spartacus, Khatchaturian)

Iedere deelnemer neemt in gedachten een andere ll als doelwit; hij of zij porbeert ongemerkt deze zo dicht mogelijk te

benaderen tot op enkele centimeters, waarbij de andere ll echter niet mag merken dat je hem/haar bespiedt.

Vraag na het bewegingsspel wie door wie achtervolgd werd, of wie je zelf achtervolgde.


De tijdmachine.

We hebben een tijdmachine ontwikkeld die ons naar alle voorbije ( en waarom geen toekomstige) eeuwen kan brengen,bv.

naar de oertijd (l even in grotten, op jacht gaan,...) of naar de tijd van de grote wereldreizen ( Vasco da Gama, Columbus,

Cook...) die ons brengt naar de uitvinder van de telefoon, of naar de landing op de maan,...