< ATLETIEK

ATLETIEK.


1.1ste graad.

1.Duurlopen:

nadat de lln in vorige lessen reeds veel korte afstanden ( 20, 40, 60 m) gelopen hebben overschakelen naar

1' joggen.

Per 2 joggingslopen gedurende 1 minuut rond uitgezet traject op speelveld, speelplaats,...

Best in 2 groepen, waarbij de eerste groep loopt, de 2de groep toekijkt en aanmoedigt, en waarbij iedere loper vertrekt vanaf een eigen startpunt. (Competitie vermijden)

Progressief verhogen:

Idem als duurlopen 1 waarbij na de looptijd 30 seconden rust wordt ingevoerd, om opnieuw 30 seconden te lopen.

Zo krijgen we als gradaties verdeeld over een schooljaar :

-1 minuut joggen, rust.

-1 minuut joggen, 30 sec rust, 30 sec lopen.

-1 minuut 30 sec joggen, 30 sec rust, 30 sec joggen, enz. waarbij de looptijd met telkens maximaal 30 seconden ver-

hoogd wordt tot maximaal 3 minuten.

Omloop joggen.

Omloop verkennen van 100 meter, later uitbreiden tot 400 meter op joggingsmanier.

(Atletiekpiste, rond voetbalveld, afstanden leren ervaren)

3'-loop.

Regelmatig inlassen van joggingslopen in uithouding, met aandacht voor verschillen tussen lln.

Na progressieve training een 3-minutenloop inlassen waar de afstand telt als criterium, bv. hoe dikwijls kan ll X 100 m lopen

op een tijd van 3 minuten, op een afgemeten omloop van 100 m waarbij gelopen zijden van 25 meter meetellen in het

eindresultaat.

2.Sprintlopen:

Lopen/versnellen/vertragen.

Van ontspannen lopen overschakelen naar sneller lopen, terug naar ontspannen lopen en dit over kleine afstanden.

Starten.

Inoefenen starten, stoppen, omdraaien en opnieuw starten tussen 2 lijnen. (Afstand 10 m, maximaal 30 sec lang)

Voorbereiden van aanvangshouding sprintstart zonder startblokken.

(Dwarsstand,lichaam lichtjes voorovergebogen zoals voor een 800-m start bij volwassenen)

Oefenen in loopbaan.

Herhaling van aanvangshouding sprintstart zonder startblokken.

Start-sprintoefeningen over een afstand van 15 meter.

Starten + 25 meter sprint.

Begrip 'eigen loopbaan' invoeren en toepassen.

Wedstrijdjes.

Na opwarmingsoefeningen: wedstrijdjes 25 meter sprint oefenen.

Chronometreren per ll.

3.Hoogspringen:

Loopspringen, rechtop.

(Zie ook hoofdstuk 'Loopspringen'.)

Met beide voeten over lijn, lint, touw, stok, elastiek springen.

Met hurksprong over kleine hindernissen springen.

Eenvoudige loopsprongen over kleine hindernis.

Landen.

Eenvoudige loopsprongen over kleine hindernissen.

Met kleine aanloop over elastiek springen (30 cm).

Idem, landen op landingsmat: op voeten, op knien, op de zij, op zitvlak,...

Wedstrijdjes.

Eenvoudig wedstrijd-hoogspringen over elastiek, met aandacht voor diverse aanloopmogelijkheden en landingswijzen.

4.Verspringen :

Verspr 1 :

Van hoepel naar hoepel springen met beide voeten samen.

Van hoepel naar hoepel springen op n voet, afstoot n voet.

Met aanloopje over 'beek' springen. (Krijtstrepen-afstand vergroten.)

Verspr 2 :

Met aanloopje over 'beek' springen. (Afstand vergroten-herhalen)

Idem over mat(ten). (Breedte verschillend)

Combinaties met hoepels en matten.

Idem maar landingsmat verder leggen. (Beek)

Verspr 3 : in zandbak.

Zandbak: vrij aanlopen en springen.

Aandacht schenken aan de loopwijze en de afstoot.

Inlassen kleine competitie met herkansingsmogelijkheid.

Verspr 4: (staande vertesprong)

Van mat naar mat springen met beide voeten samen, met behulp van kniebuiging en armenzwaai.

Loper vertrekt vanaf een eigen startpunt. (Competitie vermijden)

2de graad.

1.Duurlopen:

3' Joggen.

Per 2 joggingslopen gedurende 3 minuten rond uitgezet parcours op speelveld, speelplaats,...

Best in 2 groepen, waarbij de eerste groep loopt, de 2de groep toekijkt en aanmoedigt, en waarbij iedere loper vertrekt vanaf een eigen startpunt. (Competitie vermijden)

Progressief verhogen.

Idem als duurlopen 1 waarbij na de rust van groep 1 opnieuw gestart wordt, nu met een 2 minuten joggingsloop.

Zo krijgen we als gradaties verdeeld over een schooljaar :

-3 minuten joggen, rust.

-3 minuten joggen, 3' rust, 2' joggen.

-3'joggen, 3' rust, 3' joggen,

-4' joggen, 4' rust, 2' joggen, enz. tot een joggingstijd van 6' wordt bereikt.

Omloop joggen.

Omloop op atletiekpiste: 6' joggen.

3'-Afstandsloop.

Na progressieve training een 3-minutenloop inlassen waar de afstand telt als criterium, bv. hoe dikwijls kan ll X 100 m lopen

op een tijd van 3 minuten, op een afgemeten omloop van 100 m waarbij gelopen zijden van 25 meter meetellen in het

eindresultaat.

2.Sprintlopen:

Lopen/versnellen/vertragen.

Van ontspannen lopen overschakelen naar sneller lopen, terug naar ontspannen lopen en dit over kleine afstanden.

Starten.

Herhalen inoefenen starten. (Afstand 10 m, plus uitlopen)

Oefenen in loopbaan.

Herhaling van aanvangshouding sprintstart zonder startblokken.

Start-sprintoefeningen over een afstand van 15 meter.

Starten + 25 meter sprint.

Wedstrijdjes.

Na opwarmingsoefeningen: wedstrijdjes 25 meter sprint oefenen.

Chronometreren per ll.

3.Hoogspringen:

Vrij.

Over elastiek, vrije aanloop, landen op valmat.

Met andere techniek 1.

Invoeren schaarsprong en inoefenen met bochtaanloop.

Met andere techniek 2.

Invoeren buikrol en inoefenen met bochtaanloop.

Wedstrijdjes.

Eenvoudig wedstrijd-hoogspringen over elastiek, met aandacht voor diverse aanloopmogelijkheden en landingswijzen.

Noteren resultaat per ll.

4.Verspringen :

Vrij.

Met aanloop, afstoot en landing op valmat.

Met techniek.

Idem als boven met onderscheid tussen aanloop voor hoogspringen en aanloop voor verspringen.

In zandbak.

Zandbak: vrij aanlopen en springen.

Aandacht schenken aan de loopwijze en de afstoot.

Wedstrijd.

Noteren resultaten per ll.

Staande vertesprong.

Van mat naar mat springen met beide voeten samen, met behulp van kniebuiging en armenzwaai.

3de graad.

1.Duurlopen:

Duurlp 1:

In zaal:breedjes lopen:per breedte n punt. (vb gedurende n minuut)

Duurlp 2:

Iin zaal: lengtjes lopen: per lengte 2 punten.

Duurlp 3:

In zaal: diagonaaltjes lopen: per diagonaal 3 punten.

Duurlp 4:

Combinatie vanuit 4 hoeken: lln kiezen zelf, verzamelen punten als boven. (remvermogen !)

Duurlp 5:

Oefening: op sleeptouw nemen:

Lln op rijen van 4, 5...Voorste ll heeft touwtje, loopt ermee naar overzijde rond bv. kegel en terug, neemt 2de ll van zijn

rij op sleep, enz. Ook afbouwen.

Duurlp 6:

Dobbesteenlsteenloop:4,5,...groepen achter elkaar,iedere groep heeft een dobbel steen.In de zaal staan kegels,bv de eerste op 8 m, de tweede op 10,...zesde op 18 m.

Op teken gooien de lln hun dobbelsteen,en lopen rond de kegel corresponderend met het aantal gegooide ogen .

Hernemen. Wie verzamelt de meeste punten?

Duurlp 7:

Zesdagenloop: 4 ploegen, in iedere zaalhoek 1; op signaal vertrekt de eerste van iedere groep, loopt rond de zaal en lost de 2de af, enz.

Welke groep is eerst klaar?

Duurlp 8:

Duurlopen in eigen tempo gedurende 6 minuten,na iedere minuut 30 sec wandelpas.

Op die manier een duurloop opbouwen tot maximaal(afhankelijk van ll tot ll) 8 minuten.

Duurlp 9:

8-minutentest:ieder in eigen tempo, welke afstand legt ieder af?

Duurlp 10:

Cross-duurloop:waarbij eenvoudige hindernissen komen. (door gras, over veld, gracht, tussendoor bomen, met bochten)

Duurlp 11:

200 m lopen in 1 minuut, tweede 200 m in 2 sec sneller, dan weer in n minuut,...maximaal 16OO m op deze wijze.

Duurlp 12:

Wandelcross:

een afstand van 3 km afleegen door beurtelings 200 m te lopen en100 m te stappen; begin schooljaar chronometreren, helft

en einde opnieuw.

Estafette-lopen:

-klas in 4 rijen achter elkaar achter lijn;op teken overlopen rond kegel, terugkeren, aflossen.

-idem met onderweg hindernissen.

-idem met doorgeven voorwerp(stokje,lint,...)

-idem maar in omloopbaan, voorwerp mag worden overgegeven in stuk rechte baan.

-klas verdeeld in 4 rijen,onderlinge afstand 10 meter;op signaal vertrekt eerste ll en tikt ll 2 aan die vertrekt naar ll 3.( 1

blijft staan op plaats 2) enz. Laatste ll loopt 10 m verder tot achter lijn. Iedereen 1/2 draai, hernemen.

-idem maar in omloopbaan.

-inlassen afspraken mbt overgeven voorwerp.(aanpakken met rechterhand, tijdens lopen overnemen in linker,doorgeven met linker)

-estafetteloop in baan, onderlinge afstand 40 m.(uitbreiden tot 80)

2.Sprintlopen:

Starten en sprinten: voorbereiding.

-overlopen in oefen- en aflossingsvormen vanuit diverse starthoudingen.

-2 lln op 2 meter achter elkaar:achtervolgingsloop tot voorbij lijn aan overzijde.

-idem,voorste ll gezicht naar tweede;voorste geeft 3 tikken op hand tweede, en tracht dan veilig de overzijde te bereiken.

-twee rijen,ieder aan n kant zaal;de ll van de ene rij hebben ieder een kegel;op signaal lopen dezen naar lijn

tussenin, laatsen de kegel erop;on dertussen krijgen de andere lln ook een teken,waarop zij de eersten proberen aan te

tikken vooraleer zij terug veilig achter hun eigen lijn zijn.

-idem,maar tussentijd van vertrek telkens verkleinen,totdat ze gelijktijdig zelfs vertrekken.

-4-hoekenloop:klas verdeeld in 4 groepen,iedere groep in een hoek(vak);op signaal vertrekken naar het volgende vak

zonder door achtervolgers aangetikt te worden.

-idem,maar nu 2 vakken lopen.(3,4,...)

Starten:

-leren starten van achter lijn(lint,streep)vanuit dwarsstand, uitlopen tot lijn, opnieuw starten,...

-idem,maar nu starten met handen bijna aan de grond.

-idem,maar nu op n knie, handen aan de grond, komen tot starthouding, vertrek.

-inoefenen van juiste startprocedure.(Op uw plaats-klaar-start !)

Sprinten 1 : lopen/versnellen/vertragen.

Van ontspannen lopen overschakelen naar sneller lopen, terug naar ontspannen lopen en dit over kleine afstanden.

Sprinten 2 : starten.

Herhalen inoefenen starten. (Afstand 10 m, plus uitlopen)

Sprinten 3 : oefenen in loopbaan.

Herhaling van aanvangshouding sprintstart zonder startblokken.

Start-sprintoefeningen over een afstand van 15 meter.

Starten + 25 meter sprint.

Sprinten 4 : wedstrijdjes.

Na opwarmingsoefeningen: wedstrijdjes 40 meter sprint oefenen.

Chronometreren en noteren per ll.

3.Hoogspringen:

Hoogspr 1 :

Oefeningen over elastiek op valmat:

-aanloop rechtaan met hurksprong,landen op voeten.

-aanloop schuin met 1/4 draai neerkomen op voeten.

-aanloop schuin met 1/4 draai neerkomen op handen en knien.

-aanloop schuin met 1/4 draai en neerkomen op voet opzwaaibeen en handen.

-idem,maar tijdens landing verder doordraaien en zijlings rollen. (buikrol over elastiek)

Hoogspr 2:

Oefeningen over elastiek op valmat:

-aanloop schuin met 1/4 draai neerkomen op zij.

-aanloop schuin met 1/2 draai neerkomen zitvlak.

-aanloop schuin met 1/2 draai en neerkomen op rug.

-idem, maar tijdens vlucht benen gehoekt heffen.(flop)

Hoogspr 3:

Over elastiek, vrije aanloop, landen op valmat.

Herhalen schaarsprong en inoefenen met bochtaanloop.

Herhalen buikrol en inoefenen met bochtaanloop.

Herhalen rugflop en inoefenen met bochtaanloop.

Hoogspr 4 : wedstrijdjes.

Wedstrijd-hoogspringen over elastiek, met aandacht voor diverse aanloopmogelijkheden en landingswijzen.

Noteren resultaat per ll.

4.Verspringen :

Voorbereiding:

-hoepelspringen met afstoot n voet.

-afstand tussen hoepels vergroten.

-met loopsprongen zaal oversteken.

-idem met zo weinig mogelijk loopsprongen.

-loopspringen over hindernis(sen)

-loopspringen met aanloop op schuine bank(op springkast)

+ landen 2 voeten gelijk op mat.

Verspr 1:

Herhalen aanloop (verschil met aanloop hoogspringen), afstoot en landing op valmat.

Aandacht vestigen op vluchtfase.

Verspr 2 : in zandbak.

Zandbak: vrij aanlopen en springen.

Aandacht schenken aan de loopwijze, de afstoot, de vluchtfase en de landing.

Verspr 3: wedstrijd.

Noteren resultaten per ll.

Verspr 4: (staande vertesprong)

Van mat naar mat springen met beide voeten samen, met behulp van kniebuiging en armenzwaai.

5.Orintatielopen:

-In gymzaal, op speelplaats.

-op voetbalveld met opdrachten.

-in bos.(diverse opdrachtvormen)


n)