Versoepelen.


1.Versoepelen schouders.

Armen molenwieken.

In spreidstand de armen molenwieken, zowel binnenwaarts als buitenwaarts.

(windmolens, veel wind, weinig wind,...)

Later ook in kniestand.

Orgeldraaien.

In spreidstand (later knieĆnstand) orgeldraaien met linker of/en rechterhand.

(Eventueel met zangbegeleiding)

Klokkenluiden.

In spreidstand, een touw figuurlijk naar omlaag trekken afwisselend met linker-en rechterhand.

(Klokkenluiden)

Ook in kniestand.

Boksen.

Nabootsen van boksen.

(Schaduwboksen-let op strekken van de armen)

Nabootsen vogels.

Allerlei wijzen van vliegende vogels nabootsen: met kleine vleugels, met grote, met een gewonde vleugel,...

Zwemmen.

In spreidstand armbeweging schoolslag en/of crawlzwemmen uitvoeren.

Handenklappen hoog-laag.

In spreidstand, in de handen klappen boven het hoofd, op de dijen. (Gestrekte armen)

Ook in kniestand.

Handenklappen voor-achter.

Vanuit verschillende houdingen handenklappen voor- en ach ter het lichaam.

(Stand, spreidstand, gespr. knstd, ...)

Dansende schouders 1.

Vanuit verschillende houdingen de schouders heffen/dalen. (Stand, spreidstand, gespr. knstd,...)

Dansende schouders 2.

Vanuit verschillende houdingen de schouders voorwaarts of achterwaarts ronddraaien.

(Stand, spreidstand,...)

Dansende schouders 3.

Vanuit verschillende uitgangshoudingen de schouders voorwaarts en achterwaarts ronddraaien, symmetrisch,

asymmetrisch.

Rekken.

In spreidstand de linkerarm gebogen achter het hoofd, linkerhand vastnemen met rechter, rustig trekken.(idem

rechts) Ook vanuit kniestand, zit.

Schilderen 1.

In knieĆnstand, met de handen zover mogelijk vooruit 'trippelen' terwijl het bekken naar achter verplaatst

wordt, en terug.

Idem maar de handen 'trippelen' in een boog van zover mogelijk voor naar zover mogelijk achter en terug.

Bloemen plukken.

In kleermakerszit 'bloemen plukken' helemaal rond je zover je kan.

Bloem per bloem in 'mandje' leggen.

Schilderen 2.

De muur schilderen met grote bewegingen zowel op en neer als van links naar rechts.

Na X streken nieuwe verf uit de pot nemen.

Appels plukken.

In stand 'appels plukken' van een tak waar je nauwelijks aan kan.

De appels 1 na 1 in het 'mandje' leggen.

Werpen.

Alle onderhandse en bovenhandse werpvormen met een bal waarbij een grote inzet is van het schoudergewricht.

Zowel links als rechts als tweehandig oefenen.

Draaien.

Per twee, een hand bij partner vast hoger dan het hoofd, beurtelings onderdoor draaien.

Idem twee handen vast, 2 richtingen draaien.

Dansende schouders 4.

Schouders ritmisch heffen en voorwaarts ronddraaien; idem achterwaarts.

Combinaties.

Dansende schouders 5.

Schouders ritmisch heffen, vooruit duwen, achteruit trekken.

Combinaties: links, rechts, beide schouders gelijktijdig.


2.Versoepelen Wervelkolom.

Ontwaken

Vanuit lig langzaam ontwaken en beetje bij beetje rechtstaan en je eens lekker uitrekken.

Idem zoals een poes, een vogeltje, een...

Boze poes.

In handen en kniestand een hoge, lage rug opzetten.

Vanuit lig (wakker worden) uitrekken zoals een poes, hoge rug opzetten, rondstappen met een hoge rug.

Indianensluip.

In buiklig vooruit sluipen met gebruik van ellebogen en knieën voeten, afwisselend l/r.

Idem waarbij de ll over een hindernis (bank, opgerolde mat) sluipt.

Tijgergang.

In handen- en knieĆnstand langzaam voorwaarts kruipen met doorzakken van de schouders.

Idem vanuit 'aandachtslig tijger', sluipen, opnieuw gaan liggen.

Stofzuiger.

In hielzit, handen ver vooruit geplaatst, kin bijna tegen de grond: op de knien met kleine passen vooruit/achteruit kruipen.

Brug maken.

In ruglig een 'kleine brug' maken door borstwelving en steun op achterhoofd en bekken.

Bal goochelen.

In spreidstand een bal

-rond buik en rug rollen;

-vanaf hals over nek, borst, buik, enz.rollen;

-in 8-vorm rond de voeten rollen.

Cijfers tekenen.

In handen- en knieĆnstand een cijfer -0, 3, 6, 9 kruipen.;

Door het raam.

Een hoepel vertikaal op de grond plaatsen, vasthouden met 1 hand en erdoor kruipen.

(Zowel links als rechts)

Bal duwen.

Een bal met het hoofd vooruit duwen in handen-en kniestand.

Storm op zee.

In rijzit op bank bewegen zoals op een schip in een storm. (zijwaarts buigen, Kn vastgeklemd rand bank, H aan grond)

Draad weven 1.

Door de onderste vakken van het klimraam 'weven' op handen en voeten.

Draad weven 2.

Een boombalk op 50 cm hoogte:

door overheen en onderdoor te klauteren een 'draad' rond de balk aanbrengen.

Over-en-onder.

Over en onder een rij stokken, geplaatst op banken, krui pen.

De reiger stapt.

Op handen en voeten door een hoepelrij stappen zonder een hoepel te raken.

Door een wiebelraam.

Door een gesloten springtouwtje trachten te stappen terwijl je het met twee handen vasthoudt.

Op-en-af.

Langs de wandrekken in zig-zag over en onder opgehangen lintjes klauteren.

De zeehond.

In handensteun op de vloer, voorwaarts kruipen met de benen achteraan slepend.

De trom spelen.

In kleermakerzit de trommen bespelen die in een halve cirkel voor je staan.

(Eventueel met behulp van stokjes)

De pop wordt moe.

In kleermakerszit, handen op de rug: beurtelings je hoofd op linker- of rechterknie leggen.


3.Versoepelen Heupen.

De 'eendepas'.

Met diepgebogen benen stappen:

-handen op de rug,

-of rustig met de 'vleugels' slaan.

(Eerst klassikaal aanleren, dan vrij uitvoeren, vervolgens nagaan wie de zaalbreedte op deze wijze kan overstappen)

Bal onderdoor been doorgeven.

Kleine bal in de hand,linkerbeen omhoog zwaaien en de bal er onderdoor naar de rechterhand geven, andersom.

Been over stuitende bal zwaaien.

In stand een bal stuiten, been overzwaaien en verder stuiten, vervolgens trachten ander been erover te zwaaien.

(Liefst met niet te grote bal)

Naast voeten gaan zitten.

Vanuit hielzit links (rechts) naast je voeten gaan zitten. (Eerst met handensteun, later zonder steun proberen)

Romp voorw.buigen en draaien.

Vanuit grote spreidstand, handen in de nek, met de ellebogen beurtelings een kegel raken die voor je op de grond

staat. (Laat een blokje aantikken dat op de grond ligt)

Romp zijw. buigen en draaien.

Vanuit grote spreidstand de linkerknie sterk buigen en met je twee handen de linkervoet aantikken.(rechts)

Idem, maar een kegel (blokje) die naast de linkervoet staat vastnemen en naast de rechtervoet plaatsen.(2 handen vast)

Been zijwaarts heffen.

Huppen en beurtelings linker-en rechterbeen hoog zijwaarts zwaaien.

(Harlekijntje danst)

In ruglig benen links/rechts naast romp brengen.

In ruglig, benen opgetrokken, de knieĆn beurtelings links en rechts naast je op de vloer leggen.

(Armen zijwaarts voor goede steun)

Been heffen en draaien.

In ruglig, armen zijwaarts (steun), benen gespreid, het linkerbeen heffen en met de voet de rechterhand trachten

aan te tikken.(Andersom)

Knie heffen.

In stand, linkerknie heffen, vastnemen met 2 handen en trachten tegen je voorhoofd te drukken, 3 tellen volhouden.

(Andersom)

Romp vw buigen.

In spreidzit de romp vw buigen, Hn ver vooruit schuiven.

Voetentik achter hoofd.

Vanuit spreidzit achterwaarts rollen, voeten achter je op de vloer tikken.

Hoela-hoepen.

In spreidstand de heupen rondrollen links en rechts. (hoela- hoepen met hoepel.)

Heupen uitduwen.

In spreidstand de linkerheup zijwaarts links uitduwen.

(Andersom)

In spreidstand de heupen voorwaars duwen, achteruit trekken.

Clowntje dansen.

'Clown'-dansen: waarbij de benen in alle richtingen uitzwaaien, met gestrekte of gebogen knieĆn.

Tuimel voorwaarts: tuimel vw gespreid.

Voorwaarts tuimelen, benen ver gespreid, rechtkomen in sprstd door handenduw tussen benen.