De bronnen van de Nijl |
|
David Livingstone (1813 - 1873)
Van 1858 tot 1862 leidde hij een tweede expeditie om Oost- en Centraal Afrika te verkennen. Zijn poging om de Zambezi op te varen mislukte. In 1866 vertrok hij opnieuw naar Afrika om de bronnen van de Nijl te vinden. Tijdens zijn eenzame zoektocht kon hij af en toe brieven meegeven naar de kust met een slavenkaravaan. Ook de brieven die een striemende aanklacht tegen de slavenhandel vormden. Daardoor weigerden de slavenhandelaars de brieven nog langer mee te nemen en werd niets meer van Livingstone vernomen. Hij vervolgde zijn omzwervingen en bereikte het Tanganikameer in 1869 en in 1871 verder naar het westen de Lualaba. Een rivier waarvan hij dacht dat ze de bovenloop van de Nijl was. Daarna keerde hij terug naar Oedjidji aan de oever van het Tanganikameer. Op 10 november 1871 ontmoette hij daar Stanley die was uitgestuurd om Livingstone te zoeken nadat het gerucht ging dat hij overleden was. Samen met Stanley stelde hij vast dat de rivier die volgens Burton het Tanganikameer verliet, er in feite naartoe stroomde. Hierna was duidelijk dat deze rivier niet in de Nijl kon uitmonden. Na het vertrek van Stanley bleef Livingstone, versterkt met nieuwe voorraden,
zijn missioneringwerk en zoektocht verder zetten. Hij stierf in mei
1873. Zijn lichaam werd door zijn getrouwen in de zon gedroogd en gedragen
tot Tabora waar een tweede Engelse reddingsmissie deze taak van hen
over nam. Livingstone werd begraven in Westminster Abbey. |
|