Galerie Lopend Persinfo Tentoonstellingen Kunstenaars

 

 

 

Elke Boon
Johan Boutelegier
Karel Breugelmans
DD Trans
Berlinde De Bruyckere
Henk Visch, Kars Persoon, Teuny Tukker

Galerie CD  Kortrijkstraat 44  B-8700 Tielt

 

Johan Boutelegier 

tekst : Roland Joris |

 

Johan Boutelegier (°1955) leeft en werkt te Gent. Zijn schilderijen laten zien wat ze verbergen en verbergen wat ze laten zien. Hun gelaagde compactheid drukt een tijdloze duurzaamheid uit en getuigt van een zich telkens opnieuw bezinnende picturale gevoeligheid.
|

Steeds primeert het vlak. Nooit is het egaal of monochroom. Steeds zijn er de nu eens vervagende, dan weer uit de ondergrond opgediepte verfstreken die op hun beurt prikkelende accenten oproepen. Sporen van schilderen die onwrikbaar op de plaats blijven zitten waar ze zich contrapuntisch en toch vanzelfsprekend thuisvoelen.

 

De maan en de vuren 2, 2001 |
100 x 70 cm
|
|
Johan Boutelegier schildert belevingen in de beleving van het schilderen. De aarde is de aarde van zijn palet. Er is de verbeten wil om de ziel van die aarde in de penseelvoering en in de textuur aanwezig te maken. Er is de halsstarrige drang om licht uit de verfhuid te laten stijgen.
Zijn werk is belegen, onthecht, contemplatief maar tevens plastisch-zintuiglijk en aards.
Boutelegiers doeken vragen om een aandachtige trage lectuur, even langzaam en geconcentreerd als het beschouwelijk karakter ervan.

 A. David-Neel |
 
"Tibetan Journey" (London 1936)
|

"All things… are aggregates of atoms that dance and by their movements produce sounds. When the rhythm of the dance changes, the sound it produces also changes… Each atom perpetually sings its song, and the sound, at every moment, creates dense and subtle forms.” 
Ergens tussen aarde en hemel |
een grenszone van verlangen |
Plots valt alle materie uiteen. Een ongrijpbare gedachtengang. Als een poëtisch visioen van quantummechanica. De verdichte materie kent ‘blijkbaar’ een eigen bestaan en eigen bewegingen. 
Verdoken en verdicht. Als een samenzwering met de tijdloze krachten. Gestold en verscholen in het uitzicht der dingen.
Er is de aarde, er is het water, de lucht.  
Een lumineuze zindering verbindt wat gescheiden is. Neerwaarts en opwaarts - als een buiging - als een echo.
In de rimpelingen reiken ze elkaar de hand.
Een wereld die het grensgebied oproept tussen informatie en geruis. Een deining tussen het herkenbare en het vormloze met als bindende factor het licht. Als bron, als kracht waaruit elke vorm verschijnt en verdwijnt. Het licht als zaaisel, dat kiemt, dat wuift en zichzelf weer wegwuift.
Door haar toedoen ontstaat verbondenheid. Tussen de dingen. Het toont zich in structuren en omkeringen en laat schaduwen na. Het licht als smeedsel. Het schilderij als neerslag.
Als een leeg geperste voorstelling. Een rand. Een membraan. Een beeld dat dobbert en trilt tussen twee polen. Compact, verdicht en in zichzelf vergroeid. Ergens naar toe.  Tussen chaos en verinnerlijkte stilte - ruimte - bouwsel van zintuiglijke prikkels en energieën - deinend vanuit de leegte naar een andere leegte - gewemeld - door lichtvlekken.
Niet concreet - niet abstract. Eerder een gebeuren.
Verworteld in het verleden van een collectief geheugen. Hunkerend.
Verteerde aarde - zinderend licht - lichtval - rimpelingen - kristallijn gepleister. 
Het schilderij als proces, dat in zijn gelaagdheid het oog meevoert naar een ruimte.
Een ruimte van herinnering en verlangen.
Kortstondige gewaarwording. Een zindering.
Tussen licht en duister. Tussen het minuskule en het onmetelijke. Tussen verwondering en  verwondering als eenzame ervaring.
- Ruimte in de breedte, hoogte en diepte - Zonder schaalverwijzing.  
Een verloop van ervaringen en gewaarwording, het schilderij als metafoor.  
Fluisterend geschilderd. 
Deinend tussen materialiteit en immaterialiteit. Tussen complexiteit en leegte.  
Een manier van zijn. Als nabeeld van wat nooit is geweest. 
De voorstellingen zijn niet concreet.  Ze vragen om een trage lectuur. 
De tijd, die het lezen van het beeld vraagt, verzwijgt de tijd van het geziene. 
Door het schilderproces heen herbergt het getoonde het verborgene. 
Nagelaten sporen, als beginsel van een te volgen weefsel. 
Geactiveerd door trilling en beweging van de materie ontstaat - een rondgang 
- een wandeling in het beeld- een zoeken van plaats - ruimte als ervaring van geborgenheid. 
Renée van de Vall |
“ Onze ogen maken keuzen in het beeld. Ons kijken gaat voortdurend heen en weer, ziet eens het detail dan weer het totaal, laat een terloopse blik volgen door gerichte concentratie, dwaalt doelloos over het doek, van ingespannen turen naar afwezig staren en terug.  Dat alles zonder dat we het zelf merken.”
|
Toch leidt het oog ergens naar toe. Een bevraging over de voorstelling - op zoek naar het herkenbare als aanknopingspunt. 
Zwerfsel als suggestie. 
Het licht - of schaarse licht - trekt aandacht. Door het ontbreken van schaal ontaardt en ontstaat ruimte. Een tijdelijk vertoeven. 
Bewegend en uitdeinend - naar een ‘zone’ als antwoord en verdwijnsel. 
De zone als een koan.
boven |