Het Verhaal van Treske Verelst .

 

Eigenlijk begint het verhaal van Treske, of beter, Maria Theresia Verelst, reeds veel vroeger dan op haar geboortedag. Haar toekomstige man, Joannes Baptista Peeters, en zijn voorgeschiedenis zou heel haar leven bepalen.

 

Maria Theresia Peeters, geboren in Antwerpen op 15 juni 1832, huwde op 8 augustus 1859 in Brussel met A. De Greef. Die overleed echter na de geboorte van hun vierde kind in 1861. Maria Theresia werd dan verliefd op een van die mooi uitgedoste Belgische militairen, een hoger geplaatste officier. Nadat deze haar had zwanger gemaakt moest hij (toevallig) naar het front en is nooit terug gekeerd. Was hij gesneuveld of wilde hij niet meer terugkeren zal waarschijnlijk voor altijd een raadsel blijven. In ieder geval Maria Theresia heeft nooit zijn naam onthuld. Ze stierf op 19 november 1869 terwijl haar zoon, Joannes Baptista Peeters, geboren werd in Brussel, St Janshospitaal, op 13 november 1869.

 

De locale familie Peeters besloot de kleine Jean Batist over te laten brengen naar Betekom, om hem te laten opvoeden door een zoogster. Mondelinge overlevering vermeldt tevens dat hij zou aangenomen zijn door een plaatselijke notaris ( ? vader van de officier / officier zelf ?) doch dat dient nog verder uitgepluisd. In ieder geval Jean Batist leek een deftige opvoeding te hebben ontvangen. Hij kreeg dan ook de functie van koetsier bij de familie Thielemans in Aarschot. Joseph Thielemans was de regerende burgemeester en woonde op de Grote Markt. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Jean Baptist bekend stond in Aarschot als « Tistje Koetsier ».

 

Het bloed kruipt echter waar het niet kan gaan. Ook Joannes Baptiste, verwekte een kind vooralleer gehuwd te zijn. Franciscus Verelst werd ter wereld gebracht door Maria Theresia Verelst op 13 december 1889. Bij het huwelijk van Jean Batist met Treske Verelst op 20 december 1893, werd zijn naam ook veranderd in Franciscus Peeters. Hij huwde in Rillaar op 5 oktober 1912 met Maria Clementina Sidonia Verstrepen. Beiden, mijn grootouders, waren ook bekende figuren in Aarschot.

 

Treske en Jean Batist kregen nog zes kinderen, geboren tussen 1898 en 1913. Het leven verliep perfect tot en met die fameuse 19de augustus 1914, waar Aarschot werd getroffen door een der gruwelste oorlogsmisdaden uit zijn geschiedenis.

 

Jean Baptist werd aangehouden op 19 augustus, tesamen met zijn twee zonen, Jean en Louis, en tesamen met de burgemeester en zijn zonen. Hij werd doodgeschoten op 20 augustus 1914 na als derde afgeteld te zijn, terwijl zijn zonen nummers een en twee waren. De zoons werden dan verplicht hun vader te begraven in een gezamenlijk graf op de Leuvense Steenweg.  Daarna mochten ze terug naar hun woning en hun moeder.

Louis, tweelingsbroer van Jan, heeft aan de hele historie een trauma overgehouden en is later, waarschijnlijk reeds in Engeland, onzinnig geworden. Hij werd na terugkeer geinterneerd in Mortsel. (Verder uit te pluizen)

 

Treske, een kranig vrouwtje, was plots weduwe met zeven kinderen waarvan zes ongehuwden. Ze besloot, (al dan niet tesamen met haar oudste zoon Frans, zijn vrouw Sidde en hun kind Jeanne) uit Aarschot weg te vluchten. Het verhaal van deze vlucht werd herhaaldelijk verteld door Mathilda Peeters. Een laatste maal gebeurde dit in augustus 2000, ten huize van haar dochter Gaby De Hond en dat op vraag van Fredy Franssen en Frans Peeters, rechtstreekse afstammelingen van de betrokkenen. Vanaf nu laten we haar aan het woord.

 

Het broodnodige van het grote huishouden werd op een kruiwagen geladen in de vlucht ging door beemden en over akkers richting noorden. Na enige tijd werd Westerlo aangedaan. Ze werden er gul ontvangen op het kasteel van de Merode. Moeder Treske kreeg er zelfs werk aangeboden doch Louis was zodanig onder de indruk dat hij absoluut verder weg wilde van de duitse bezetting. Langs een hele omzwerving kwamen ze uiteindelijk in Antwerpen  terecht. Na aanmaak van nieuwe (valse) identiteitsdocumenten, werden ze allen toegelaten op de boot naar Engeland. Een lange reis bracht hun met de trein van London naar Witton Park. Daar kwamen ze toe met de eerste groep van 42 op 6 oktober 1914. Het is waarschijnlijk dat de getrouwde zoon, Frans, met vrouw Sidonie en dochter Jeanne (mijn moeder) met een latere sessie zijn aangekomen, daar ze niet op de foto (Witton Park – Paradise Forever pg 71) staan. Heelder straten in Witton Park stonden onbewoond wegens de aftakeling van de metaalfabriek.

 

Op 29 oktober 1915 werd in Witton Park Louis Jean Baptist Peeters geboren, als tweede kind van Frans Peeters en Sidonie Verstrepen. Dit bewijst dus dat ook de oudste zoon Peeters met zijn familie in Witton Park verbleef vooralleer naar Elisabethville te verhuizen. Ook de familie Cypers uit Aarschot, met o.a. zoon Vic,  woonden in die streek doch in Durham. (« de Cypers-en kwamen op bezoek bij ons uit Durham »)

 

De bevolking van Witton Park was zeer vriendelijk tegenover de vluchtelingen. Justine en Anna Peeters werden ingeschreven in de plaatselijke gemengde katholieke school, Saint Chad´s, als nummer 171 en 172. Een plaatselijke priester John Francis Krajicek ontfermde zich over de belgen. Op 2 november 1914 schreef de verantwoordelijke in het dagboek : « A party of Belgian children came to school to-day. They have taken possession of Std I and II classroom, consequently these classes are now in Infant Room. M. Van Criekinge in charge of above. » en op 11 januari « Owing to lack of accommodation the Belgian class has been transferred to room, usually occupied by Infants ».  Ook op 21 september 1915 : « School closed for afternoon session as Belgian children are going to Durham ».  Was dit op bezoek of eerder definitief ? Het eerste is het meest aannemelijk. Op 4 september 1916 schreef men in het dagboek : « This morning I transferred Belgian Class children , three to Class III, and five to Class II, as Belgian teacher in charge completed her duties August 31th, and will leave W.Park. »

 

De belgische kinderen werden ingeschreven onder de nummers 149 tot 188 met vijf ontbrekende getallen. Dat maakt dat 34 kinderen oorspronkelijk werden ingeschreven. Op 4 september 1916 bleven daar nog 8 over. Mogelijk zijn er dan toch 26 vertrokken per 21 september 1915. Deze zouden dan waarschijnlijk naar Elisabethville zijn verhuisd.

 

Ondertussen bestaan er verscheidene foto´s die aantonen dat Frans Peeters, de oudste zoon, als timmerman werkt op een werf die erg gelijkt op de « kampen » in Elisabethville – Birthley. Op 23 september 1915 werd besloten het kamp te bouwen doch bij aankomst van de eerste werkers van de munitiefabriek eind oktober 1915 konden deze nog niet inkwartieren. Wanneer de families Peeters er juist hun intrek namen staat niet vast. Wel zijn er ook foto´s van de tweeling die daar moeten gemaakt zijn. Verder is er nogmaals de getuigenis van Mathilde.

 

« We woonden in een kamp dat bewaakt werd door belgische soldaten. Men kon er niet zo maar in of uit. We gingen er ook naar de school. Een belgische kannunnik kwam dikwijls op bezoek. Later heb ik nog voor hem gewerkt. »

 

Buiten belgische militaire werkten ook de burgers in de munitiefabriek. Zo ook de oudste Peeters, Frans (mijn grootvader). Op zekere dag echter vroeg hij zijn collega om de electriciteit van een lopende band af te sluiten om deze te onderhouden. Dit werd slecht verstaan en de band sprong onverwachts op. Gevolg : de linkerarm werd afgerukt tot aan de elleboog. Later vertelde hij (mij) dat de directie hem de keuze heeft gelaten om als vergoeding ofwel een lumpsum ofwel een mensualiteit te krijgen.  In de slechte omstandigheid waarin de belgen toen verkeerden werd voor een lumpsum gekozen. Als verdere tegemoetkoming moest Frans niet meer in de fabriek werken doch werd hij aangesteld in de lokale cinema.

 

De lokale bevolking hadden het gemiddeld slechter dan de belgische vluchtelingen. Hun woningen hadden soms geen lopend water of toiletten, de belgische wel.

 

De beide families Peeters keerden naar Aarschot terug en werden terug in Aarschot ingeschreven. Treske Verelst en haar kinderen trokken in op de Diestschestraat, 53 per 21 januari 1919 en Frans Peeters en familie bewoonden de Diestschestraat, 40 doch pas op 16 mei 1919. 

 

Als al de kinderen de deur uit waren, is Treske Verelst ingetrokken bij haar jongste dochter, Mathilde, waar ze uiteindelijk overleed op 21 augustus, 1960.

Homepage