Home
Floristisch Onderzoek voor Natuurbehoud
Inleiding
Wie is wie ?
Kalender
Recente artikels
Reisverslagen
Jaarverslagen
Links

 

Artikels:

Onderzoek van de droogvallende vijver in het Stadspark te Antwerpen
 

Erik Molenaar, 2004-09-03

Onderzoek van de droogvallende vijver in het Stadspark te Antwerpen
deel 2

In september namen we opnieuw een kijkje. Nu hadden we toestemming om de vijver te onderzoeken, en het personeel was op de hoogte, zodat er niet gemaaid was. Intussen hadden we de gegevens van oktober 1991 ingegeven in de computer zodat we een goede vergelijking maken konden.

Waterpunge massa-aspectNatgehouden vijverdeel

We hernamen onze lijst van juni, maar nu ook op het ‘nat’ gehouden deel van de vijver. Hier was de oeverstrook veel smaller en de bedekkingsgraad was zeker 80%. Naast de reeds geziene open pionierbegroeiing had er zich een soort nat grasland ontwikkeld, met soorten als Moerasrolklaver, en gesloten vegetaties met Waterpunge! Ook waren hier de Fijnstraalsoorten Conyza sumatrensis en C. bonariensis verschenen. Er werden 80 soorten met hun relatieve voorkomen genoteerd.

Het droogvallend deel werd in een nieuwe lijst met bijna 100 soorten beschreven. Het goudknopje was nog bloeiend aanwezig. Er werd een nieuwe opname van 2 x 2 m gemaakt, ditmaal met het Goudknopje precies in het midden, zodat onze merkwaardige – of beter onbekende – ‘Rorippa’ of ‘Apium’ hier niet meer in staat.

Ondefinieerde zeggeZaailingen platanus BeekpungeKnikkend tandzaad

Opvallende verschuivingen in het vegetatiebeeld waren het verschijnen van 1000-den plataanzaailingen, tot 50 per m². De Beekpunge had zijn plaatsjes beter opgeëist en er waren ook twee planten Knikkend tandzaad verschenen. De mossen werden ook ditmaal opgetekend, en nu in groter tal. Het eenzijdige beeld van Zilvermos maakt stilaan plaats voor een meer verscheiden kleed, met o.a. Beek-pluisdraadmos, Hakig greppelmos, Geel korreltjes-knikmos, Gewoon puntmos, Knolletjes greppelmos, Slankmos, Parapluutjesmos, Gewone Pellia, Rood knolletjes-peermos en Bleek peermos.

De reacties van parkbezoekers waren uiteenlopend, maar de meeste dachten dat we eindelijk iets aan de waterstand kwamen doen. Wel beloofden wij de Burgermeester in te lichten van dit bijzondere natuurfenomeen - wat intussen zonder reactie gebeurd is - en moeite te doen om het natuurlijk beeld van deze waterpartij te laten ontwikkelen.

Hiertoe zijn slechts enkele ingrepen noodzakelijk.


1. de oeverbeschoeiing moet worden opgeruimd en de oeverhelling moet een natuurlijk verloop krijgen. (Geen badkuip waarin egels verdrinken).
2. de waterstand moet voldoende hoog zijn en toch mogen er schommelingen plaatsgrijpen.
3. de grote groepen siervogels moeten onder controle gehouden worden.
4. de oever vegetatie moet op een natuurlijke wijze beheerd worden, door een tweejaarlijkse maaibeurt, met afvoer van maaisel. Hier en daar moet Zwarte els zijn natuurlijke plaats kunnen opeisen, waarbij dan 5 of 10 jaarlijks tot de grond geknot kan worden.
5. Het wekelijks of 14-daags gazon beheer op de vijveroevers moet afgeschaft worden.
6. panelen ter hoogte van clandestiene voederplaatsen moeten het natuurontwikkelingsproject in het Stadspark verduidelijken.
7. het vegetatiekleed moet jaarlijks of tweejaarlijks worden onderzocht en geëvalueerd.

Ook moet er in de ‘Antwerpenaar’ een stukje aan gewijd worden. De tekst op deze website zal niet voldoende zijn !



Laatste aanpassing op 2004-09-17 | HOME | contact | Sitemap | Top