Home Passiebloem soorten Passiebloem Hybriden Oleanders Gezocht Contact Links Verzorgtips

Webshop passiflora's klik hier

De passiebloem

1. Verklaring van de naam

Passieflora komt van het Latijnse ‘Passio’ wat lijden betekent en flos of floris wat bloem betekend; lijdensbloem. De naam zinspeelt op het lijden des heren zoals beschreven in de vier evangeliën.
Symboliek van de bloem Passieflora staat voor lijden. De drie stempels symboliseren de kruisnagels, de driekleurige krans rondom het bestuivingorgaan symboliseert de doornenkroon en het gesteelde vruchtbeginsel is het symbool van de kerk des heren.

2. Een beetje geschiedenis

Het geslacht passiebloem (Passieflora) is een geslacht van meest overblijvende en meestal klimmende planten met grijpranken. Het natuurlijk verspreidingsgebied van de passiebloemen liggen in Noord-Amerika, de Caraïben en Midden- en Zuid-Amerika. In Zuid-Amerika komen ze voor van de Andes tot in het tropisch laagland. Australië heeft drie bekende soorten die daar van oorsprong voorkomen. Ook in Oceanië en Azië komen van oorsprong passiebloemen voor. Afrika heeft er geen. Er zijn meer dan 525 soorten bekend.
De passiebloem werd ontdekt door de Spanjaarden, een dokter geheten Monardes, in Peru in 1569. Hij beschreef het lokale gebruik van de plant en nam het mee naar de Oude Wereld waar het algauw een geliefde kruidenthee werd.

Volgens de overlevering gebruikten Spaanse missionarissen passiebloemen ter illustratie om het kruisigingverhaal van Jezus Christus over te brengen. Toen zij passiebloemen in Amerika ontdekten, zagen zij in de vijf kelk- en de vijf kroonbladeren een verwijzing naar tien van de twaalf apostelen: Petrus en Judas zijn uitgezonderd. De drie stampers leken op de spijkers waarmee Jezus Christus aan het kruis werd genageld. De corona leek op de doornenkroon van Christus. De kronkelige ranken leken op een zweep. De drie schutbladeren stelden de drie Maria's bij het kruis voor. Het blauw van de bloem verwees naar de hemel of naar het blauwe kleed van Maria. Aangezien de passiebloemen pas in de 16e eeuw in Zuid-Amerika ontdekt zijn, moet de legende dat de plant zich om het kruis van Christus heeft gewonden, als onzin worden afgedaan. Het verhaal is waarschijnlijk ook aangepast om hem kloppend te maken met de beschrijving van Passieflora caerulea omdat deze soort waarschijnlijk als eerste passiebloem is in Europa in cultuur is geïntroduceerd.
In de achttiende eeuw bracht Jacomo Bosio de eerste passiebloemen mee naar Europa.
Vanaf het begin van de 19de eeuw werden vele soorten verzameld en gekweekt in botanische tuinen en oranjerieën van gegoede burgers. De Passieflora caerulea is waarschijnlijk de eerste passiebloem die in Europa in cultuur is geïntroduceerd. Ze is dan ook één van de bekendste soorten in deze streken. Bij kruisbestuiving met een andere kloon ontstaan er oranje eetbare vruchten.

3. Verzorgtips

3.1. De standplaats

De passiebloem groeit zeer goed op ontwaterende of arme grond. Het is onnodig ze overvloedig te begieten of te bemesten. Overdaad kan negatieve gevolgen hebben: de plant groeit weelderig maar bloeit niet. Het wortelgestel ontwikkelt onvoldoende waardoor de plant het al bij een korte droogteperiode moeilijk heeft. Bovendien kan overdadige bewatering leiden tot verwelking.
De meeste Passieflora’s houden van veel licht dus zet ze lekker in het zonnetje. Het belangrijkste is dat ze goed beschut staan. Planten die achter of onder glas in de volle zon staan moeten worden beschermd om bladverbranding te voorkomen.
Als u in het voorjaar uw planten naar buiten verplaatst is er in het begin wel enige bescherming nodig. Zet de planten buiten op een bewolkte dag. De bladeren zijn ongeveer net zo gevoelig als uw eigen huid, dus laat de planten voorzichtig wennen aan de zon. Als ze eenmaal gewend zijn verdragen veel soorten volle zon, zonder enige bescherming. Hou er wel rekening mee dat er passiebloemsoorten bestaan die liever een schaduwplaatsje hebben. Informeer dus goed.

3.2. Het oppotten en de vormgeving

Voor een passiebloem kan u zowel plastiek als aarden potten gebruiken. Wilt u een grote plant dan kan u best een grotere pot gebruiken. Wilt u het snoeien wat in de hand houden, gebruik dan een kleinere pot. Dit komt zeker niet ten nadele van de bloei. Er zijn heel wat soorten die het zeer goed doen in een kleine pot.
De passiebloem is een klimplant. De plant kan langs een buisvormige draad in pantanet, of een door u in elkaar geknutseld rekje in een pot geplaatst worden. De plant is ook ideaal om langs een pergola te laten klimmen, of om een lelijk stukje draad of paal te bedekken. Met behulp van handige clips kan u de plant laten groeien zoals u het wenst. Let wel dat u een aantal ranken op natuurlijke wijze neer laat hangen, want dan wordt de bloei gestimuleerd. Het voordeel van de passiebloem als klimplant is dat het geen enkele schade aanbrengt aan muur, klimrek, ...
Voor aanplant in een pot of kuip kan gewone potgrond gemengd worden met zand en wat klei of leem. Verder om de twee of drie jaar verpotten. Passiflora staat graag op een zonnige, beschutte plek, maar is vroeg in het voorjaar wat gevoelig voor verbranding.

3.3. Water, voeding en licht

De kunst is om deze drie factoren in evenwicht te houden. Worden de dagen korter en vertraagt de groei, dan geen voedsel meer geven en minder water, eerder aan de droge kant houden. Het water geven is natuurlijk afhankelijk van het formaat van de pot. In de winter mag de plant niet te nat worden. Maak alleen de potgrond nat, dus matig water geven en zorg dat het water op kamertemperatuur is. Bij weinig licht in de winter zullen de meeste passieflora’s blad verliezen. Dit hoeft op zich, voor een plant in rust, geen probleem te zijn. Eventueel kunt u in de winter bij belichten met kunstlicht, zoals bv. TL-lampen of spaarlampen.
Staat de plant in de zomer buiten in een pot of kuip dan moet er in de zomer regelmatig gegoten worden. Bij warm en droog weer moet zelfs flink gegoten worden zonder te overdrijven. De passiebloem is geen waterplant.
Om de 14 dagen kan wat kuipplantenmest of klimplantenmest gegeven worden, maar vooral niet te veel. Wanneer te rijk bemest wordt groeit de plant geweldig, maar zal hij weinig bloemen geven. Het best geef je in het voorjaar korrelmeststof voor klimplanten en in de zomer en een stukje herfst, meststoffen voor kuipplanten. De passiebloem lust wel eens wat kalk. Als je maar een paar potten van deze bloemen hebt staan, kan je ze best wat leidingwater geven. Geef je ze toch continue regenwater, geeft ze dan bij opstart in het voorjaar wat extra kalk, o.a zeewierkalk.

3.4. Gevoeligheid voor ziekten en plagen

De passiebloem is erg vatbaar voor wolluizen, meeldauw (witziekte) en spinmijt. Gelukkig heeft de passiflora in mindere mate last van witvlieg en bladluizen. Hieronder een beschrijving van de meest voorkomende ziekten en plagen bij de passiebloem.

Wolluis

wolluisDe familie van de wolluizen bestaat uit zeer veel soorten, die zich onder andere onderscheiden door de lengte van hun draadstaarten en de soort beharing. Op basis van hun speciale, koudebestendige huid die niet bij andere luizensoorten voorkomt zijn wolluizen in staat om zelfs temperaturen beneden de -40 ºC te trotseren. Het lichaam van volwassen, vrouwelijke wolluizen zijn bedekt met een witte, melige afscheiding. De planten die worden aangetast, verliezen groeikracht, krijgen gele bladeren, kunnen vervormd raken en vaak treed bladverlies op. Wolluizen scheiden ook honingdauw uit, waarop schimmels groeien. Dit is de ergste belager. Controleer schutblaadjes, onderkant blad, containerrand etc. Wegnemen zo gauw ze gesignaleerd worden. Als het toch uit de hand loopt kunnen alleen nog heel grove bestrijdingsmiddelen uitkomst bieden en dat is weer niet best voor het milieu. Als je er tijdig bijbent kan je gebruik maken van natuurlijke vijanden zoals: de lieveheersbeestjes, sluipwespen en diverse soorten gaasvliegen. De methode die wij bij voorkeur gebruiken om wolluis te bestrijden is deze eerst manueel verwijderen en daarna besproeien met UNIVERSEEL INSECTICIDE van BAYER. PROVADO, ook van BAYER gebruiken wij preventief.

Meeldauw

Meeldauw of in de volksmond ook wel 'witziekte' genoemd. Echte meeldauw veroorzaakt witte vlekken op de bladeren.en stengels en kan een echte stagnatie in de groei veroorzaken. Meeldauw is een ziekte die razendsnel te werk gaat. Indien u dit niet behandeld zal de schimmel in een mum van tijd de totale plantenhoeveelheid aangetasten! Daarom werk preventief. Mijd te vochtige situaties (meeldauw ontstaat door te vochtige omgevingen) en indien de planten in een serre staan zorg dan voor voldoende ventilatie. Het is te bestrijden met bitterzout (magnesiumsulfaat) opgelost in water. Dit is een oud middel en prima toepasbaar. Indien je plant vrij aangetast is door witziekte, kan je de volgende middelen gebruiken:


Spint

Spint of spintmijten zijn plantenparasieten die meestal tussen de 0,2 en 0,5 mm groot zijn. Er bestaan vele soorten mijten en in tegenstelling tot de insecten hebben ze acht poten die opvallend naar voor of naar achter zijn gericht. Verder hebben ze een peervormig, geelgroen, bruinachtig of rood lichaam. Spintmijten gedijen onder warme, droge omstandigheden en tasten vooral planten aan die door de droogte zijn verzwakt. Ze steken de cellen aan van de bladeren, knoppen, bloemen en vruchten, en zuigen deze leeg. Daardoor zijn deze niet meer in staat voldoende voedingsstoffen op te nemen, met de gekende gevolgen. Spintmijten vermenigvuldigen zich snel bij warm en droog weer. Per jaar zijn er tot negen generaties mogelijk en een vrouwtje legt ± 80 eitjes. De parasieten overwinteren als eieren, als volwassen diertjes in de grond of in spleten van boomschors. Meestal worden eerst de symptomen en pas daarna de plaag zelf ontdekt. De eerste tekenen zijn minuscule, zilverachtige of gele spikkels op de bovenkant van de bladeren. Bij een zeer ernstige aantasting kunnen de spinsels een hele plant overtrekken. Bestrijding? Gewoon de bladeren regelmatig besproeien aan de onderkant en de plant licht vochtig houden. Spint houdt namelijk niet van nat. Als je een aantasting ontdekt, verwijder dan zo spoedig mogelijk de aangetaste delen. Spoel vervolgens de plant grondig af met een oplossing van spiritus en zeepsop. Herhaal deze behandeling enkele keren per week. Help dit niet dan zijn goede middelen hiervoor in de handel aanwezig. Wij gebruiken in dit geval MASAI van EDIALUX of ELEPHANT. ‘s Zomers als de planten weer sterk worden, zijn er bij de meeste Passieflora’s geen problemen met ongedierte meer. Behalve dan eventuele slakken of rupsen die de bladeren aanvreten. Dit is vervelend maar niet schadelijk voor de plant. Gelukkig vliegen er in de zomer genoeg natuurlijke vijanden rond zoals sluipwespen, lieveheersbeestjes, etc...

Verwelkingsziekte

verwelkingsziekteVerwelkingsziekte (veroorzaakt door Verticillium-species, bepaalde schimmel-soorten) is een veel voorkomende plantenziekte, die onder andere voorkomt bij de tomaat, aardbei, luzerne, paardenkastanje, passiebloemen en esdoorn. Deze ziekte kan ook tuinplanten, zoals grootbloemige clematissen aantasten, maar komt gewoonlijk vaker voor in de broeikas of tropische tuin. Verwelkingsziekte is een virus die ontstaat als de plant in een veel te natte grond staat. Deze ziekte kan verspreid worden door messen en snoeischaren tijdens het snoeien. De schimmel dringt de plant via de wortels binnen en verstoort de sapstroom waardoor de plant verwelkt en afsterft. Geïnfecteerde planten moeten vernietigd worden en de aarde waarin ze groeien moet verwijderd worden om verdere besmetting te voorkomen. Voordat er nieuwe planten kunnen worden aangeplant moet de bodem worden ontsmet met een bodemsterilisator. Men kan de plant best behandelen met SPORGON en/of PROPELLER van EDIALUX in de maanden april/mei en terug herhalen in de maanden september/oktober. Bij ons werken deze voorbehandelingen heel goed, waardoor onze planten heel weinig of bijna geen last hebben van verwelkingsziekte. Als de plant reeds is aangetast, is er helaas niets meer aan te doen, de plant is onherroepelijk verloren.

4. Onderhoud

4.1. Snoei

De hoofdstam wordt behouden en alle jonge scheuten worden flink ingekort. Laat enkele scheuten met groen gebladerte zitten zodat de opwaartse sapstroom in stand blijft en zo de slapende groeiknoppen van de oude stam geactiveerd worden. Op deze manier worden het volgend voorjaar ook nieuwe scheuten gevormd in het hart van de plant. Van de kruidachtige soorten kan men de afgestorven takken verwijderen. Men kan in het najaar bij het binnenhalen een stukje snoeien en daarna in het voorjaar bij het uitlopen van de nieuwe scheuten flink insnoeien. (dit bevordert de vertakkingen)

4.2. Overwinteren

De meeste passiebloemen zijn niet winterhard. De planten moeten worden binnengebracht voor het weer te guur wordt en de dagen te kort, meestal gebeurt dat in de maand oktober. In de winter is het belangrijk dat er een goede luchtcirculatie is. Ook mag de grondtemperatuur van de potten die op de grond staan in de serre niet te laag zijn. Het is ook hier belangrijk uw planten te kennen: sommige soorten overwinteren gemakkelijk bij 5°C andere bij 15°C.
TIP: Winterharde passieflora’s kunnen het best het eerste jaar naar binnen gehaald worden en pas in het tweede jaar - in het voorjaar - in de volle grond geplant worden. Vervolgens moet men toch nog de eerste paar jaren de planten goed afdekken met wat stro of bladeren en een vliesdoek tegen de ergste vorst tot men een volwassen plant bezit. Een extra tip is de plant eerst voor ongeveer 30cm af te dekken met grond, zand of turf, zodat het onderderste deel van de stam begraven wordt. Hierop dan een laag bladeren en vervolgens vliesdoek rondom. Deze worden dan verwijderd nadat de ergste vorstperiode - na de winter - voorbij is. Je zal merken dat het deel dat onder de grond zat, ondanks vriesweer, nog mooi groen ziet. Hierdoor zal de plant gemakkelijker terug opschieten.
Bij winterharde soorten kunnen de oudere planten al wat gemakkelijker de vries verdragen, maar het blijft toch een aanrader ze af te dekken.
Door ervaring hebben wij ook gemerkt dat de planten in een koele, donkere kelder met een vrij constante lage temperatuur kunnen overwinterd worden.

5. Vruchten

vrucht mollissimavrucht caeruleavrucht edulis frederickvrucht edulisvrucht quadrangularis

De vruchten van een passieflora -passievrucht of markieza (Portugees: maracujá, Spaans: granadilla) - variëren van de grootte van een erwt tot een wilde appel of een kleine pompoen. De kleur varieert van groen - geel - oranje - rood tot donkerpaars. De schil kan zowel dik als dun zijn; behaard of onbehaard…. De vruchten worden ook voor commerciële doeleinden gekweekt. Het grootste deel is bestemd voor snoep, sorbets en dranken. Hier in België hebben de passiebloemen ook vruchten maar doordat het hier onvoldoende warm is in de zomer zijn de vruchten echter vaak leeg of krijgen niet voldoende de tijd om volledig te rijpen. Bij sommige passiflorasoorten moeten de vruchten volledig rijpen anders kunnen deze giftig zijn.
De eetbare vruchten, die op grotere basis worden gekweekt, kunnen van volgende soorten komen: alle Passiflora "edulis" soorten, waaronder Passiflora edulis forma edulis, Passiflora edulis forma flavicarpa, "Black Beauty", "Panama Red", "Golden Giant", etc ..., Passiflora laurifolia, Passiflora ligularis - hier wel een zeer moeilijke plant om te houden, Passiflora quadrangularis, Passiflora tarminiana, Passiflora tripartita var. mollissima ook wel banaanpassie genoemd. Nog andere soorten met eetbare vruchten zijn: Passiflora caerulea (blauwe passiebloem), Passiflora incarnata, Passiflora alata, Passiflora foetida, Passiflora herbertiana, Passiflora serratifolia, Passiflora vitifolia.

 

Free counter and web stats