Reisverslag 6

Ethiopië

cWelcome to Ethiopië !

eind januari 2007 – eind februari 2007

DEEL 2

Het zuiden

Lieven is uitgeteld. Ethiopische bacteriën zetten zijn darmstelsel op zijn kop en hij mag op de achterbank liggen terwijl we naar het Langano meer rijden. Vanavond een bezoekje aan de Bishangari Lodge: helemaal aan het uiterste puntje van het meer. Maar om er te geraken moeten we eerst door een container rijden, die als brug dient. Dat ziet er hier niet zo simpel uit! Met die aluminium koffers op ons dak hebben we ruimte tekort om er door te kunnen rijden. Eigenlijk hadden we dit op voorhand al kunnen weten maar we zullen het maar op de hitte steken. En zo zit er niks anders op dan de koffers leegmaken in de brandende zon en de ganse boel eraf halen. Lieven raapt zijn moed bijeen en begint aan de lastige klus. We worden gade geslagen door de plaatselijke bevolking, die zich al in de schaduw van een geparkeerde bus heeft geïnstalleerd. Weer eventjes testen of we er nu doorheen kunnen…Noppes, de daktent zit ook in de weg. Banden een beetje aflaten….Het scheelt echt maar enkele centimeters!!! Weer efkes testen. Nee, weer geen chance. Ondertussen zijn we al een uur of twee verder gevorderd in de namiddag. We beginnen hopeloos te worden en snakken naar die frisse pint die 5 km verder op ons staat te wachten…moet de daktent er ook af ??? Dat kan toch niet waar zijn hé… Op dat radeloos moment komt er ne flauwe plezante afgewandeld, die daar al de ganse tijd op zijn kont zit naar ons te loeren en die zegt: ‘but you can also take the other road.' WATTE???? ‘Is there another road'???? ‘Waarom heb je dat niet wat eerder gezegd, stom ***** ‘!?!?

De lodge is aan de zuidelijke oever gelegen, vlak aan het water. Zeer unieke plek met veel bush en struiken en de hutten lekker ver van elkaar. We logeren op het einde van het terrein, niet ver van de hippo watchpoint. Onze diesel tractor wordt aan de ingang geparkeerd en de bagage wordt in galop door Shalo, merrie van dienst, naar de hut gebracht. Een ECO-lodge, zoals ze dat noemen, de enige in Ethiopië. Het bilharzia-vrije meer is een grote trekpleister, ook voor water- en acacia-geassocieerde vogeltjes.

Vlakbij de lodge zien we bavianen, wrattenzwijnen en een hippo jaagt de zwemmers uit het water. Met de plaatselijke birdwatcher-guide maken we een ochtendwandeling in de omgeving.

Hey, faraanji!'

Diezelfde dag rijden we verder zuidwaarts naar Awassa , gelegen aan het Awassa meer in de Rift Vallei op 275 km van Addis. De Ethiopiërs komen graag een drankje nuttigen aan de oever tussen de bomen van het Yabe Shabello Hotel II. Weer een typisch government hotelletje met basic maar zeer vochtige kamertjes. De douchebak is de huiskamer van meneer kakkerlak. Tijdens het eten zijn we onder attack van vervet monkeys die het brood van je bord proberen te stelen. De vismarkt is een bezoekje waard: honderden maraboes wachten geduldig op het lekkere visafval. Een paar jongetjes verderven onze pret en bekogelen de auto met een steen. Lieven schiet uit zijn startblokken en koerst er pisnijdig achter.

Wondo Genet is de volgende stop. Deze populaire plaats is bekend voor zijn hot spring. Er is een zwembad waar je een ‘frisse' duik kan nemen. De Wondo Genet omgeving is geliefkoosd door wandelaars en natuurliefhebbers. In de bosrijke heuvels kan je oa silvery-cheecked hornbill zien en vele apen. Twee jonge gidsen begeleiden ons op een wandeling in de heuvels. Ze stellen zich voor als birdwatchers maar bakken er eigenlijk niet veel van.

Wondo Genet.

De tocht gaat verder naar de Bale Mountains waar we een stop houden in Dinsho. Om hier te geraken heb je vanuit Wondo Genet een ganse dag nodig. De weg ernaartoe is ontzettend slecht (160 km)! Aan de ingang van het nationaal Park in Dinsho maken we een korte wandeling met gids om de endemische mountain nyala te gaan bekijken. We zien ook menelik's bushbuck, reedbuck en verscheidene wrattenzwijnen langs de kant van de weg. Het is een zeer mooi gebied, vol met oude bomen maar spijtig genoeg is de wandeling kort. We hebben nog 40 lastige kilometers naar Goba voor de boeg en zouden toch voor donker willen arriveren. In Goba overnachten we in het Wabe Shabelle hotel. Goed hotel naar government normen. Een opvallend rood doosje met condooms ligt te blinken op de nachttafel.

Op onze uitstap naar het Sanetti Plateau zien we enkele simien wolven , steppearenden (tawny eagle), augurbuizerd, Afrikaanse kuifarend, Abyssinian catbird en veel Tanzaniaanse spekvreters. Het is hier redelijk fris op 4000 meter!

Dit gebied is een highlight in onze reis doorheen Ethiopië. Je kan hier veel gemakkelijker de simien wolf spotten dan in de Simien Mountains; ook voor de vogelliefhebbers een speciaal gebied omwille van het hoog aantal endemen dat je hier kan vinden.

Na doorkruisen van het Sanetti Plateau heb je een mooi zicht op het Harenna Forest, bijna 2000m lager.

Vanuit Goba doen we ook een daguitstap naar de Sof Omar Caves, 100 km ten oosten van Bale. Een zeer lastige rit in de hitte! De Web rivier stroomt 16 km ondergronds doorheen deze limestone grotten, genoemd naar een 12 e eeuwse moslim leider die ze als toevluchtsoord gebruikte; heden ten dage zijn ze dan ook een belangrijke pelgrimsplek. In de Bradt gids staat deze plaats enorm aangeprezen. We hebben ervan genoten maar zo indrukwekkend was het nu ook weer niet. Een mooi foto-moment hadden we aan de ingang van de grot waar we een schitterend zicht hadden op de helderblauwe rivier met vrolijk spelende kinderen, tientallen kamelen die de dorst kwamen lessen en duizenden witte vlindertjes aan de oever in de warme zon. En dat allemaal op één foto!

De reis gaat verder naar Negele Borena . De rit ernaartoe staat aangeprezen als zijnde één van de spectaculairste off-the-beaten-track routes van Ethiopië. Als het zwaar geregend heeft is dit géén aanrader. Opnieuw doorkruisen we het Sanetti Plateau en het Harenna Forest. In de late namiddag arriveren we in het biotoop van de Prince Ruspoli's turaco . We parkeren de auto langs de weg en beginnen te stappen langs een uitgedroogde wadi. Een groep Britse ornithologen is ook van de partij. De dorpsjongens achtervolgen ons en laten ons geen moment met rust. Meerdere malen worden ze aangespoord hun mond te houden maar lachen ons vierkant uit. Heip senior gaat bijna ontploffen van colère, vrees ik. Maar de pret is eraf, met dertig gapende jonge kerels rond een paar verrekijkers lukt het niet om rustig de buurt uit te kammen. De Ethiopische gids van de Britten maakt hen dit duidelijk in hun eigen verstaanbare woorden maar het heeft geen zin. Ze willen het gewoon niet snappen. Een beetje teleurgesteld lopen we terug richting auto en geven het op.

Het gebied rond de Genale Rivier is dé plek om de prachtige Prince Ruspoli's turaco te vinden, één van Afrika's zeldzaamste vogels en meest gegeerde Ethiopische endeem. De grote en kleurrijke fruiteter is genoemd naar zijn Italiaanse ontdekker die in 1892 een exemplaar gevonden heeft maar gestorven is zonder eigenlijk te noteren waar hij hem precies gevonden had. De vogel is voor wetenschappers lang een mysterie geweest. In de vroege jaren '40 werd het eerste levende exemplaar ontdekt in een bos in de streek van Yabello. 30 jaar later een tweede vogel aan de Genale. Tegenwoordig gelooft men dat de vogel talrijker is dan men aanvankelijk dacht. (uit Bradt Ethiopia pg 470)

Normaalgezien gemakkelijk te vinden, zeker met plaatselijke gids maar dan wel zonder een bende lastige kinderen. Spijtig genoeg hebben kwaaie zielen de boom met turaco-nest een kopje kleiner gemaakt!

Het is weekend en het Green Hotel in Negele zit stampvol. Het is al bijna donker wanneer we arriveren. In de tuin links en rechts staan tafeltjes verscholen in het groen. De Ethiopische muziek staat luid en de boxen durven al eens kraken. Flikkerende kerstlampjes, in alle kleuren van de regenboog, geven een typisch Afrikaans sfeertje. We nemen plaats op een tuinstoel en bestellen een biertje. Starende donkere ogen recht tegenover mij…

Uitgehongerd stappen we het restaurantje binnen en vragen wat de pot schaft. Injera met injera en als dessert: injera. Zo van die zure pannekoeken, dat ziet niemand echt zitten.

•  ‘What else?'

•  ‘only injera.'

•  Dat kan je niet menen.

•  ‘Nothing else? Are you sure???'

•  ‘Well, we can make you goat'.

Een uurtje later krijgen we een kommetje met goed doorkookte stukjes vlees en een broodje. Primitief maar lekker en als je honger hebt smaakt alles. Wegens te veel poeperkes-volk slapen we vannacht in de daktent, één familielid mag over de gezellige slaapkamer van de portier beschikken.

Een nieuwe dag, een nieuw begin. De zoektocht naar de beroemde turaco gaat verder. Er is nog een andere plek waar we hem misschien kunnen vinden, 50 km terug (Wadera). De Britse ornithologen verklappen ons de plek. Wat ne mens al niet over heeft voor een vogel! De vallei wordt vlijtig afgespeurd, maar de goden zijn ons slecht gezind en we vinden hem weer niet. Ontgoocheling alom.

De volgende halte is Yabello . Op de oprit van de parking van het Yabello Motel staat het vol met dikke UN toyotas. En het enige hotel zit voor de verandering stampvol. Wat nu?

•  ‘Are you sure you have no room free?'

•  ‘No, it's full.'

•  ‘We need only one bed'

•  ‘no, everything full.'

•  ‘But…'

•  ….

•  ‘Yes, there is one room free.'

Niet opgeven is de boodschap.

•  ‘And what about tomorrow?'

•  ‘No, I am very sorry: full!'

Er lopen hier wel vijf garçons rond maar de bediening laat te wensen over. Het is grappig om hen bezig te zien. Ze crossen maar rond maar het gaat niet vooruit. Na een half uur komen ze met het leuke nieuws dat de soep die we besteld hebben niet voorradig is.

We moeten ontzettend lang wachten en de bestelling is verkeerd. We drinken dan nog maar een biertje.

De Streseman's bush crow en white-tailed swallow mogen we wel op ons lijstje zetten.

Arba Minch, onze laatste Ethiopische stop. We overnachten in het Swayne's hotel, een eindje uit het centrum. Er is een fenomenaal zicht over de Rift vallei met de twee meren, Chamo en Abaya. Het ene meer is blauw en het andere meer bruin. Het eten is er lekker en de kamers superdeluxe! Een nescafé koffietje 's morgens op ons terras met dit zicht en een paar bavianen die je van op afstand komen begroeten: welcome to Africa!

Konso, Omo-vallei.

We brengen een bezoek aan Nechisar Nationaal Park in de Rift Valley. Een baviaan aan de ingang van het park kruipt stoutmoedig in de auto en pikt een plastiek zak. Als het dat maar is! Maar in een snelle reflex pak ik hem snel af en meneer laat zijn tanden zien. Gelukkig kan ik daar wel goed tegen. Na een kort overleg met de wachter zijn de ticketten 48 uur geldig in plaats van 24 uur. De eerste dag rijden we tot aan Lake Chamo en speuren de oever af. Reuzengrote krokodillen plonsen het water in; we krijgen ze moeilijk te zien tussen de begroeiing maar hier en daar piept er toch een snuit boven water. De volgende dag crossen we het park af; de wegen zijn ontzettend slecht. Grote rotsblokken versperren de weg. Het gaat dan nog steil naar omhoog ook! De fourwheeldrive komt hier wel goed van pas. Eenmaal boven kom je op de mooie savannevlakten van het park terecht. Door de grote verscheidenheid in habitat (bos, water en gras) kan je hier 70 soorten zoogdieren en 342 soorten vogels zien. Spijtig genoeg zijn vele van de grotere zoogdieren reeds verdwenen. Ook 15 soorten endemische vlinders en 8 endemische libellen. In '91 brachten Britse onderzoekers zelfs een vleugel van een nieuwe soort nachtzwaluw mee naar huis: de bekende Nechisar nachtzwaluw (Caprimulgus Solala), beschreven in 1995. Maar wie voelt zich geroepen om naar hier te komen en een levend exemplaar te zoeken?

In Arba Minch nemen we afscheid en gaat, voor ons, de tocht verder door de zuidelijke Omo-vallei . Maar eerst voltanken want we hebben een hele rit voor de boeg! Met een volle tank en 125 liter extra moet het wel lukken, denken we. (Eén watertank van 25 liter wordt omgedoopt in dieseltank: Lieven neemt het zekere voor het onzekere!) Uitgerekend is het meer dan 1000 kilometer tot het volgende tankstation in Maralal, Noord-Kenya. Slik, slik. Een bezoek aan het Mago NP in het westen van de Omo-vallei laten we vallen. Hier kan je het beroemde naakte Mursi volk gaan bewonderen maar omwille van negatieve reclame laten we dit maar voor wat het is. We hebben het een beetje gehad met de ‘give me birr' zinnetjes en we beslissen het land te verlaten via de Lake Turkana route (en niet via Moyale).

Net buiten Arba Minch cirkelen tientallen gieren hoog in de lucht. Op de weg ligt een kadaver van een koe, ‘vers' overreden. Met hun grote rode bekken trekken ze het karkas van het beest open en smullen zich te pletter. Fotootje maken.

En we krijgen nog een schouwspel van bedelende kinderen er bovenop! Hier zijn ze echt origineel: ze springen in het rond, doen aapjes na en steken dan vlijtig hun handje uit. Wij zoeven voorbij en krijgen nog een klein steentje naar het dak geslingerd.

Dit was een groot steentje.

De Omo-vallei is echt broeiend heet! Meer dan 40 graden in de schaduw. Gelukkig kochten we veel water in Arba Minch. Er is weinig eten te krijgen dus wel interessant als je ook wat voedsel meeneemt. In Turmi overnachten we op de Kaske River campsite voor 50 Birr. Dit gebied is homeland voor de Hamer-bevolking: vrouwen met rood klei-haar, rokken van dierenhuiden gemaakt, zilveren ringen rond de bovenarmen en de mannen beschilderen zichzelf met witte verf. Mooi! Na Turmi moeten we ergens een afslag naar het zuiden weten te vinden richting grens (Banya Fort). Als bij wonder hebben we daar niet veel moeite mee; hier rijden we echt moederziel alleen en beginnen ons toch af te vragen of dit wel de correcte weg is. De gps laat ons weten dat we zuidwaarts rijden en veel tracks zijn er niet, dus het moet wel goed zijn. We banen ons een weg tussen doornige struiken, op zanderige wegen, droge rivierbeddingen. We volgen het spoor van een 4X4 die hier onlangs heeft gereden. Zonder dit spoor hadden we ons al lang teruggekeerd! Je mag er niet aan denken dat je auto het hier begeeft!!! Enkel doen in droog seizoen.

Omo rivier te Omorate

Aan de grens heeft men voor ons het leuke nieuws dat we onze exit stempel voor het paspoort in Omorate moeten halen (op Michelinkaart 745 Africa and North East Arabia staat dit dorp aangegeven als zijnde Kelem) . Dat wil dus zeggen dat we die laatste 35 km terug mogen tot aan de splitsing en verder westwaarts. Great! We hadden nochtans gedacht dat we vandaag de grens zouden oversteken maar het zal dus voor morgen zijn. De man met het stempelkussen staat hier aan de grens voor onze neus en gaat ons binnen tien Afrikaanse minuten begeleiden naar zijn office in Omorate. 10 Afrikaanse minuten worden er meer dan 60 en onze middagpauze brengen we door tussen de plaatselijke bevolking van Banya Fort waar welgeteld één bakstenen huis staat en enkele stro iglo- hutten. Het hol van pluto!

In Omorate krijgt ons paspoort er weer een stempeltje bij! De officer van dienst draait het topje van zijn Highland waterfles open en drinkt de halve fles leeg. ‘Hot, hot, hot!' Ik wist niet dat zwarten ook zo konden zweten…

We brengen de nacht door achter de ‘Police Compound ‘ in het dorp vlakbij de rivier. Mensen uit het dorp snellen zich naar de plek om hun reservoirs te vullen met gefilterd water. Tijdens onze overheerlijke pasta-maaltijd staan naakte en goed geschapen politie agenten zich te wassen voor onze neus. Van een goed dessertje gesproken….

Grensperikelen:

Ethiopia IN (Gedaref-Metema): vlot

Ethiopia OUT (Turkana): idem, na het stempeltje toch…

Visum Kenya in Addis; 50 USD pp, twee werkdagen.

Carnet laten afstempelen in Addis Abeba (info waar in toerist office)

Ethiopië was voor ons een tof land om door te reizen (de opdringerige en lastige pubertjes moet je dan wel even vergeten). Er is een enorme ‘rijkdom' en verscheidenheid aan natuur, cultuur, beesten en mensen. De natuur komt wel onder druk te staan van de immer groeiende populatie!!! Vrouwen komen als mieren uit de bossen met op hun rug een grote bundel hout.

Voor de auto is dit land wel een ware beproeving. De centrale noord-zuid as over Addis is wel geasfalteerd maar alle andere wegen zijn echt rotslecht. En we zullen het geweten hebben: na 5 weken Ethiopië afcrossen vier bladveren gebroken, gelaste uitlaat weer gescheurd, onze vier springbumps los en zelfs kwijt en een cm profiel van de Michelin XZY verschwunden.

Het begrip Nationaal Park moet ook met een korreltje zout genomen worden: mensen boeren in het gebied en laten hun vee overal rondgrazen. Spijtig.

Maar toch een aanrader!

Nechisar National Park

(eindelijk) EINDE VERSLAG 6