Reisverslag 9

RWANDA

(en een stukje Burundi)

cRwanda, land van duizend heuvels !

02/04/07 - 11/04/07

Nadat we de juiste grenspost gevonden hebben (niet naar Kongo maar Rwanda!) steken we de border over naar het kleine landje dat genepen ligt tussen Oeganda, reus Kongo, petit Burundi ten zuiden, Tanzania en het Victoriameer.

Voor de woelige geschiedenis verwijs ik naar het superverslag van Myriam en Roland: www.myroinafrika.be want beter kan ik het zelf niet verwoorden.

Niet veel overlanders passeren langs de westelijke zijde van het Victoriameer. Voor ons stond het eigenlijk al vast van in het begin (maar plannen kunnen hier snel veranderen). Enkele geruchten over een onveilig grensgebied in het oosten aan de grens met Tanzania deden ons niet van gedacht veranderen.

Ruhengeri wordt onze eerste Rwandese stop. Aan de grens geen problemen gehad met bemachtigen van een visum of invullen van het carnet. Het tempo ligt wel een beetje op Afrikaans niveau: ze hebben precies niet veel goesting om veel te verzetten vandaag. Et bien alors, het is ook warm en men zit liever op een stoeltje daar onder dienen bananenboom, lekker in de schaduw, te gapen naar iedereen die passeert, dan hier in het bureautje tussen die kale betonnen muren…hoe zou je nu zelf zijn!?!? En wacht, meneer gaat ons tonen waar we moeten zijn voor het carnet. Zijn stoel achteruit schuiven duurt al de volle vijf minuten, daarna trekt hij zijn broek op over zijn dik gat en sleffer sleffer, strompel strompel, op zijn dooie gemakske toont hij ons de weg naar een kantoortje of twee verder. Al een wonder dat hij zich de moeite doet om dat te doen.

Lieven wil zijn Oegandese Shilling wisselen aan de grens en informeert zich bij de ambtenaren over de koers. Een goeie rate schommelt tussen de 3000 en 3300 Rwandese Francs voor 10000 U shilling. De sluwe ratjes aan de grens willen hem maar 2500 geven. Lieven een beetje boos: ‘dan wissel ik nog liever mijn geld in Ruhengeri' en steekt zijn Shillings weer in zijn broekzak. ‘Het zal ze leren toeristen te bedriegen…'

Binnen de eerste vijf minuten op Rwandees grondgebied hebben we al een stamp gehad op de carrosserie van de auto en er staat ook weer al enen met zijne snoet op de ruit geplakt. ‘In Oeganda hebben we dat niet meegemaakt. Toch weer geen Ethiopische toestanden hé, alstublieft, bespaar het ons! En dat Frans ligt mij ook niet…maar gelukkig kunnen we weer aan de rechter kant van de baan rijden.' Allez, de lat wordt hoog gelegd voor Rwanda. Hoewel we maar 15 dagen krijgen om het land te exploreren.

Ruhengeri is een levendig stadje. Ongezellige betonnen gebouwen in alle kleuren van de regenboog doen dienst als winkelruimtes. De eerste stop is de bank want die Shillings branden in Lievens broekzak. Daar krijgen we het toffe nieuws dat ze niet geïnteresseerd zijn in Oegandees geld. ‘Heb je dat nu ooit al meegemaakt?' zegt er iemand boos naast mij. ‘Dat wordt dus wisselen in Kigali.' Dollars en euros zijn er gelukkig wel welkom.

We kamperen er op een verzorgde campsite naast de kerk maar spijtig genoeg geen warm water maar dat zijn we ondertussen al gewoon in den Afrique.

De volgende dag vertrekken we voor een toer langs het Burera meer aan oostelijke kant. We rijden terug richting grens en nemen daar een afslag op een aardeweg die rond het water leidt. Het is een mooie tocht tussen de eucalyptusbomen met mooie vergezichten op het grote meer. De mensen zijn zeer verrast en staan vol enthousiasme te wuiven wanneer we passeren. Een man op zijn brommer doet ons stoppen en wil toch even de tijd nemen om ons te verwelkomen. Hier en daar roepen jonge kinderen ‘Agatsjoepa…AGAAAAATSJOEEEEEEEPA' en na vele Ethiopische trauma's gaan we er vanuit dat ze om geld vragen.

langs het Burera meer

In Kigali zoeken we even onze weg en rijden door het centrum op zoek naar een geschikt hotel. Sky Hotel is geen optie wegens te rumoerig, maar misschien is het Baobab Hotel wel interessant. De manager vraagt 15000 Rw Fr voor een tweepersoonskamer. Ze geven er hier precies graag motten op in Rwanda want dat is zo goed als 20 USD! We willen eigenlijk liever op de parking staan want we hebben namelijk onze eigen slaapkamer meegebracht en hoeven geen bed. Voor 10000 Rw Fr is het goed. Dat is eigenlijk nog veel geld voor een stomme parkeerplaats. Dus zakken we weer af naar het centrum en gaan nog wat andere hotelletjes bezoeken. In het Glory Guesthouse op de Avenue de la Justice vraagt men eerst ook 10000 voor de parking maar hier staan we vlakbij de drukke straat en een zeer gezellige parking is het nu ook weer niet. Als we aanstalten maken om te vertrekken vraagt de man ons wat we willen geven. 5000! En het is goed,… maar als puntje bij paaltje komt rijden we toch terug naar Baobab omdat we het vermoeden hebben dat we er veiliger en rustiger zullen staan. Daar zijn ze al superverbaasd dat we weer opduiken. Opeens is de patron supervriendelijk, krijgen we dan toch douche en wc ter beschikking en betalen…dat is voor morgen. Toch raar wat de geur van geld kan doen.

We installeren ons op de parking met hellingsgraad 30 graden en op het moment dat de daktent opengeklapt is, schiet de generator aan want de elektriciteit is voor de verandering nog eens uitgevallen. De uitlaat van de machine is zowat twee meter van de daktent verwijderd en we vluchten naar de bar want we worden er bijna vergast. Wat een goed idee om terug naar Baobab te rijden! 's Nachts ook te veel lawaai eigenlijk en de portier zette voor dag en dauw zijn radio keihard met Rwandese jambo-muziek. Nochtans onze favoriete muziek maar niet voor 06 uur 's morgens aub.

In het Trade center (gratis parking!) gaan we de bank bezoeken en daar krijgen we nog eens het deksel op de neus: er worden geen Oegandese Shillings gewisseld. Lieven heeft bijna zijn kookpunt bereikt. ‘Wat voor een land is dat hier nu eigenlijk??? Willen die mannen hier geen geld verdienen of wat?' Om de gemoederen te kalmeren gaan we boodschapjes doen in de supermarkt van het Center en staren ons blind op de Belgische producten die ze hier verkopen. En hoe duur het hier is! Maar de vettige pizza en het vers brood uit de bakkerij kunnen we niet laten liggen. Zeker niet na al die toast-broden uit Kenia en Oeganda die maar goed zijn voor twee zaken: één, om mee te badmintonnen en twee, in de bouwnijverheid.

Over een mooie asfaltweg, de mooiste tot nu toe, rijden we naar Kibuye aan het Kivu-meer. Het valt ons ook op hoe proper het hier is langs de kant van de weg. En hoe de mensen zo mooi hun grasperkjes versieren met bloemen en planten. Kibuye is volgens onze Bradt de mooiste plek aan het meer. Maar het gras van de guesthouse waar we willen overnachten staat wel een meter hoog en de wachter doet teken doet de boel gesloten is. Great! Waar gaan we dan heen? Veel keuze is er hier niet. We rijden terug naar Golf Rocke Hotel en mogen de parking in beslag nemen, gratis dan nog wel. Niet te geloven! Dat klinkt als muziek in onze oren. Besparen op gebied van overnachting wil wel zeggen buikje vullen in het restaurant natuurlijk. Maar eerst de benen even strekken en we wandelen naar de kerk met Memorial voor de genocide. Hier zijn duizenden mensen omgekomen terwijl ze beschutting zochten op deze ‘veilige' plaats. Schedels en beenderen met daartussen plastiek bloemen liggen achter een venster op elkaar gestapeld. We worden er stilletjes van. Drie mensen zijn kerkliederen aan het inoefenen op de drempel van de kerk. Een vrouw gehuld in een kleurrijke lendendoek zit stilletjes te bidden op een van de vele houten bankjes.

Ons hotel beschikt over verschillende verdiepingen, allemaal met balkon en mooi zicht op het meer. We krijgen het avondeten geserveerd op het terras van het restaurant. De garçon komt beamen dat we hier kunnen eten en maakt er ons op attent dat de drank hier twee verdiepingen lager de helft goedkoper is. ‘Lá bas'… en hij wijst met zijn vinger naar het balkon boven zijn hoofd, ‘c'est VIP!' Goed om weten, dan gaan we vooral blijven zitten. Die Afrikanen toch hé…We doen een praatje met een Bruggeling die al meer dan 20 jaar in Rwanda woont; hij is redelijk hard voor de Rwandese gang van zaken. ‘De Rwandezen willen geen sandaaltoeristen, enkel miljonairs zijn goed genoeg.' We gaan het bijna geloven. Zeker als we de dikke 4X4's gadeslaan die langzamerhand de parking bevolken. Het is duidelijk dat de Rwandese high class society hier graag een pintje komt drinken. Tegen dat we in ons bedje willen duiken staat de parking overvol. Ons bestofte Fie staat te kreunen van ellende tussen de witte, blinkende, pas gewassen UN toyotas. We bevrijden haar uit de miserie en parkeren haar een eindje verder waar ze wat meer ademruimte heeft. Het zal hier weer plezant worden, vannacht, als die auto's vertrekken. Waar heb ik mijn oordopjes gelaten?

We wandelen naar het dorp want ik wil zo een lekkere verse ananas kopen maar tot onze grote verbazing is alles potdicht. Iedereen zit verzameld op de tribunes van het kleine stadium aan het voetbalplein. We vragen een voorbijganger wat er gaande is en hij verklapt ons dat het een tribunaal voor de genocide is. Tot op heden worden iedere donderdag nog steeds mensen berecht. Het is dan ook een bijzondere dag en daarom is alles tot in de late namiddag gesloten. Daarenboven is het deze week ook memorialweek. We zijn namelijk de week van 7 april en het is precies 13 jaar geleden. Meer en meer beginnen we ons te realiseren dat het dagelijkse Rwandese leven nog steeds enorm beïnvloed wordt door zijn tragisch verleden.

Van op de parking hebben we ook mooi zicht op het meer en zijn groene omgeving. Tientallen bonte kraaien verzamelen aan het mini-stortje van het hotel. Er vliegt ook een wouw rond die niet liever doet dan ruzie maken met de kraaien. Lieven wil zich een boterhammetje smeren en tussen het smeren en mijmeren in, houdt hij zijn mes rechtop in zijn rechterhand. Opeens duikt meneer kite naar het mes toe en is hij er vandoor met het voorwerp in zijn klauwen. Lieven beseft eerst niet goed wat hem overkomt maar als we de vogel in de lucht zien zweven met een groot mes tussen de poten dan realiseren we ons dat we niet aan het dromen zijn. Ondertussen zijn we alle twee gaan rechtstaan en volgen met lede ogen elke beweging die de vogel maakt want we willen graag onze eigendom terug. Op zijn dooie gemakje circuleert hij in de lucht terwijl hij gretig van de boter smult. Na tien minuten heeft hij er genoeg van en laat het mes vallen niet ver van de parking. Oef!

Rwanda Milieumaatschappij.

Langs het meer zakken we zuidwaarts af richting Cyangugu. Opnieuw een mooie rit! Overal lopen mensen op de aardeweg, vrouwen met bundels hout op het hoofd, kinderen in lompen, roepend of wuivend naar ons. Het agatsjoepa-woord wordt ons weer herhaaldelijk naar het hoofd geslingerd. Ondertussen zijn we er al achtergekomen dat het eigenlijk ‘waterfles' wil zeggen. Lieven zit op de passagierszetel met zijn lijf door het open raam, roepend ‘agatsjoepa, agatsjoepa' naar iedereen die ons pad kruist. ‘De mensen gaan nu peinzen: diene muzungu denkt dat dat hallo wil zeggen…den onnozelaar!' De Rwandezen beginnen spontaan te lachen…

Ter hoogte van het Nyungwe Forest verandert het landschap enorm: theevelden maken plaats voor een groot imposant woud. Maar oorspronkelijk was het natuurlijk omgekeerd! Het nationaal park is het grootste uitgestrekt bergwoud, nog resterend in oost en centraal Afrika. Het asfalt gaat dwars door het bos, hier en daar zitten apen op de weg. We zien in een uur tijd één dode en één levende slang. Gesloten schoentjes aan vanavond in het nationaal park! Opvallend veel militairen langs de kant van de weg; ze patrouilleren met geweer in de hand. Naar het schijnt kunnen ze je ook beboeten voor speeding en zijn de boetes zeer hoog. Geen probleem, van snel rijden is er toch geen sprake want hier en daar verschijnen er diepe putten in het wegdek.Ter hoogte van Irinkwa rijden we in de late namiddag het woud in. We verschieten ons dood van de prijs om hier te overnachten, eigenlijk een beetje naar het haar gegrepen. Ze vragen 20 dollar pp om te kamperen en 20 dollar pp entrée voor het NP. Voor die prijs hadden we twee dagen in Queen Elisabeth NP in Oeganda! Lieven kan er niet echt mee lachen.

We proberen een beetje te onderhandelen maar de prijzen liggen vast. Het is al laat in de namiddag, verder naar Butare zal niet meer lukken vandaag. We moeten dus wel blijven… Met een lang gezicht betalen we het geld en installeren ons op de campsite. Twee Belgische meisjes uit Gent zijn er ook aan het kamperen. Ze vertellen ons dat ze de rode trail volgden de dag ervoor en niks te zien kregen. Er zitten hier 8 soorten apen waaronder L'Hoest monkey, Ruwenzori colobus en chimpansees maar je moet dus een beetje geluk hebben. Om een van de vele wandeltrails te doen moet je dan ook nog eens 30 USD pp betalen want er moet een gids mee. Wat een tegenvaller! Het woud spreekt ons enorm aan maar toch beslissen we om de volgende dag verder door te rijden naar Butare en niet te wandelen.

 

7 april 2004 - Memorialday

Op de weg van Nyungwe naar Butare houden we even halt in Murambi, een paar kilometer noordelijk van Gikongoro. Hier bevindt zich het grootste en bekendste genocide memorial: 1800 van de 27000 lichamen zijn uit een massagraf gehaald en hier ‘tentoongesteld' opdat men deze gruweldaden nooit meer zou vergeten. Maar het is voor ons niet echt de meest geschikte dag om de plek te bezoeken want zoveel Afrikaantjes samen heb ik nog niet veel gezien. Het is namelijk Memorialday en iedereen is dat gaan herdenken op de Murambi site. Je kan hier over de hoofden lopen. Alle mensen hebben hun zondagspakje aangetrokken en de uittocht naar Gikongoro is net aan de gang. Paarse vlaggen overal als teken van rouw. De Rwandese televisie is er ook. We rijden verder door naar Butare want het bezoek zal niet lukken vandaag.

Butare geeft ons een doodse indruk. In het midden van de namiddag sluiten de cafeetjes, restaurants en winkels hun deuren voor het publiek. ‘Willen ze hier ook geen geld verdienen of zo?' Maar het heeft allemaal te maken met de gebeurtenissen in het land en dit is eigenlijk uitzonderlijk. We geraken dus ook aan geen deftig avondmaal, gelukkig beschikken ze in ‘Le bon jardin' nog over een aantal potten gevuld met uitdroogd koud vlees, bananen in tomatensaus en rijst voor 700 Rw Fr pp, zo goed als één euro. En zelfs dat heeft gesmaakt. Overnachten doen we in het Mwenza hotel waar we weer een ganse discussie hebben over de prijs van de kamer. Maar we beginnen er al zeer goed in te worden en maken er zelfs een sport van om overal eerst van onze neus te maken. Ze hebben er hier trouwens ook weer zelf om gevraagd want waren ze superonduidelijk over de prijs van hun zogenaamde double bed met één hoofdkussen.

Van de Belgische meisjes in Nyungwe hadden we het telefoonnummer gekregen van een Deens meisje dat hier voor enkele maanden in het stadje vertoeft om de Rwandezen te helpen met familieplanning. Waarschijnlijk zal ze daarvoor nog een aantal maanden kunnen gebruiken. Omdat we geen tweede nacht in het hotelletje willen slapen (nochtans zeer proper) bellen we haar op met de vraag of we mogen kamperen in haar grote tuin. Aanvankelijk is ze een beetje verbaasd met ons verzoek maar het is geen enkel probleem en we spreken met haar af. Ideaal! Inderdaad, een grote tuin naast een huis, omgeven met een grote muur met stukjes scherp glas erop en een grote poort en dat vlakbij het centrum. We mogen ons douchen in Iben's badkamer en ik maak eens gebruik van het bad om de vuile kleren te wassen.

Op paasmaandag ontmoetten we de Belgische meisjes, Tjalina en Muriël, terug die hun stage lopen als laatstejaarsstudent geneeskunde in het kleine hospitaal van Butare. We krijgen dezelfde hilarische verhalen te horen als die van Guus en Katrien in Oeganda. Over dokters die liever lui zijn dan moe, over testikel-operaties waarbij de patiënt gewoon wakker wordt in het midden van de operatie en aanstalten maakt om hals over kop de operatietafel te verlaten. Muriël, die assisteert bij de operatie, moet zich dan met gans haar lijf op de man smijten en de slapende anesthesist ‘vriendelijk' verzoeken om misschien de dosis te verhogen…

Samen met hen doen we een nieuwe poging om de Murambi site te bezoeken. Lieven is aanvankelijk niet erg enthousiast en wil liever niet gaan maar ik kan hem overtuigen om toch een kijkje te gaan nemen. En deze keer zijn we hier helemaal alleen. Eén van de vier overlevenden is er ook aanwezig en zal ons een rondleiding geven. In zijn voorhoofd zit er een diepe put, het resultaat van een geweerschot. Op een groot grafzerk dat een van de vele massagraven bedekt staan bloemenkransen uit alle hoeken van de wereld. De man neemt ons mee naar de kleine gebouwtjes achteraan het domein. Eén voor één gaan de deuren open. Een doordringende lijkengeur hangt hier in de lucht. De witbepoederde lichamen liggen naast elkaar op houten reuzenbedden. Hun armen en benen zijn gewrongen in de meest onnatuurlijke posities. Kinderlijkjes, babylijkjes, volwassenen, allemaal dicht bij elkaar. Sommigen hebben nog een kleren aan, op sommige schedels nog wat kroezelhaar zichtbaar. Hier en daar liggen geurballetjes tussen de lichamen in. Hier zijn geen woorden voor. De ene kamer na de andere. De ene deur gaat open na de andere. Overal dezelfde geur.

Minder goed nieuws: we krijgen van Iben te horen dat de eigenaar van haar huis gebeld heeft met de melding dat we niet langer in de tuin kunnen kamperen. Op een of andere manier is hij dat te weten gekomen en heeft het liever niet. Dat is dan jammer voor ons want we hadden gepland om hier nog even te blijven staan. We kramen alles op en gaan informeren in het Igisaza Guesthouse bij de heer Innocent, het hotelletje waar onze twee landgenoten vertoeven. Geen probleem, de betonnen parking is ours! De man is wel verbaasd dat we geen kamer willen. De volgende dag verlaten we het stadje en zakken we af richting Burundi.

 

Kort bezoek Burundi

Aan de grens ziet het er goed uit: een lange rij wachtenden, met hier en daar een muzungu, staat voor het loket aan te schuiven. De zon steekt en ik neem mijn azuurblauwe sjaal mee in de rij om mijn hoofd te bedekken. Ik voel dat mijn voeten aan het verbranden zijn en probeer in de schaduw van mijn sjaal te staan. Naarmate we meer en meer het loket naderen duiken links en rechts Afrikanen op die liever de ganse rij wachtenden voorbijsteken dan in de blakende zon aan te schuiven. De toeristen voor ons kunnen het niet appreciëren en maken de mannen erop attent dat dat echt zeer onbeleefd is en dat iedereen moet wachten, dus ook zij. Maar het kan hen niet echt veel schelen en slaan de woorden in de wind. ‘Dit is de normale gang van zaken in Afrika, waar maak je je zo druk om!?!?' De stemming slaat om en na een tijdje is iedereen met iedereen aan het kibbelen. Nadat we allemaal onze exit stempel gehad hebben in Rwanda, mogen we met zijn allen nog eens aanschuiven voor de entry stempel in Burundi en het spelletje begint gewoon opnieuw. Na drie uur halen we opgelucht adem en zijn we zeer blij dat de grens-administratie achter de rug is! Dit was tot nu toe de meest chaotische grenspost.

We zijn Burundi nog geen uur binnen of we zijn al vier keer gecontroleerd door de politie langs de weg. De vierde politieagent is zelfs zeer inventief! Nadat hij onze permis de conduire, assurance, inschrijvingsbewijs…maw alle papieren gecheckt heeft en bemerkt dat er niet veel te verdienen valt, wil hij een ‘contrôle technique' doen. ‘Wat is dat nu weer???' En Lieven stapt uit want als meneer den agent onder de motorkap willen kijken dan wil hij meekijken. Maar het is niet de motor dat hem interesseert, het zijn de lichten. Lieven kruipt dus weer achter zijn stuur en op aansporen van de agent worden alle lichten gecontroleerd. Achteraan links is er een achteruitrijdlicht kapot geslagen, reeds van in Ethiopië. Maar we maken de agent erop attent dat dit een Belgische auto is en in België moet je maar één licht hebben dat marcheert. ‘Alors, c'est bon!' zegt de agent. Oef, dat ging gemakkelijk.‘Et les swieglasse (essuie-glaces)?'vraagt hij dan. ‘Wat  zegt hij, heb jij dat verstaan?' Dit blijken dan de ruitenwissers te zijn. ‘Controle op de ruitenwissers in Afrika!?!?' Lieven gelooft zijn oren niet. Maar die functioneren hóór meneer. Dan zie ik hem verbaasd kijken naar ons dakrek en opeens zegt hij in het Engels: ‘In Burundi it is not allowed to put things on your roof!' Ik begin echt luid te lachen en maak hem erop attent dat we zo al gans Afrika aan het doorkruisen zijn en dat we zoiets onnozel nog nergens gehoord hebben. En blijkbaar heeft hij toch ook door dat er hier niet veel te rapen valt vandaag en laat ons dan maar gaan.

Nog geen vijf minuten later staat er langs de kant van de weg weeral iemand in een fluo pakje te wuiven maar we zijn het echt beu, stoppen de wagen, draaien het raampje naar beneden en vragen of dit misschien een speciale dag is in Burundi. ‘C'est la cinqième fois maintenant hé monsieur…dans une heure!' De man is stomverbaasd en we mogen de papieren in het handschoenenkastje laten zitten. Maar zijn vrouwelijke collega gaat toch nog een beetje de lastige tante uithangen en vraagt naar de gezondheidstoestand van onze ‘instincteur' maar na mijn diepe zucht mogen we dan toch verder rijden.

Tof land Burundi. Nog geen moment spijt gehad van onze beslissing om naar hier te komen. Is het nog ver naar Kirundo? Gelukkig niet. Op het laatste nippertje nog een email gehad met de wegbeschrijving naar het huis van Joris, broer van een vriendin die al een paar jaar op Afrikaanse bodem vertoeft. En we willen hem toch graag een kort bezoekje brengen! Deden we ook al in Kenia twee jaar geleden waar hij onze gastheer was in Nairobi. En hij is precies zeer content dat we er zijn. We krijgen gans zijn optrek ter beschikking met elektriciteit, zonder elektriciteit, met water, zonder water, met slijpschijf muziek van next-door en zonder.

view from the George-balcony

De start van het regenseizoen is gegeven. Van op het terras krijgen we een gigantisch schouwspel te zien. Zoveel water dat uit de lucht valt! Met bakken komt de regen naar beneden. Dat hebben we eigenlijk nog niet veel gezien. En het ziet er niet naar uit dat het snel zal stoppen. Ons daktent moet zich echt verweren met al dat geweld. Ze ondergaat hier dan ook een grondige kwaliteitstest.

We genieten van drie toffe en rustige Kirundo-dagen. Joris laat ons proeven van de spotgoedkope geitenbrochettes met bananenchips en geeft ons een rondleiding op de markt. We brengen ook een bezoekje aan het meer waar kinderen ons gezelschap houden terwijl we naar de oever wandelen. De mensen zijn hier echt arm. Ze hebben niks. Hier is het echt vreselijk. Burundi is één van de armste landen ter wereld en als je hier loopt word je echt met je neus op de feiten gedrukt. Je kan haast niet geloven dat sommige mensen de dag van vandaag nog steeds zo moeten leven. Kinderen in vuile lompen gekleed met een vuile pot in de handen om water te gaan halen. Hun hoofdhuid ziet wit van de schimmel of schurft. Het lemen hutje daar op de hoek van de straat, van anderhalve meter bij twee, met golfplaten dak behoort toe aan een vrouw met haar vele kinderen.

We zakken niet af naar de hoofdstad Bujumbura maar rijden het land uit via de grenspost in het oosten. We hebben namelijk een transitvisum gekregen en kunnen maar drie dagen blijven.

Grensperikelen:

Rwanda IN (Cyanika): pas de problèmes, vlot, vriendelijk

Rwanda OUT (Kayanza) : chaotisch, warm, veel volk, heeft lang geduurd.

Burundi IN : idem, transitvisum 3 dagen te verlengen in Bujumbura

Burundi OUT (Muyinga) : transitvisum overschreden met één dag maar geen probleem. Lieven was toch de reçuutjes kwijt met datum van entry erop en dus konden ze niet controleren hoelang we reeds in het land waren. Een paar vragen naar geld omwille van het verliezen van deze ‘uiterst belangrijke' documenten hebben we vriendelijk afgewimpeld.

Nog eventjes de tijd maken om de groeten over te maken van Joris aan Monsieur Maitre, die hier aan de grens werkt. Lieven stapt zijn bureautje binnen en wordt vriendelijk begroet met ‘AAAAAaaaaaaah, how are you???....Nice to see you again!!!' ‘Nice to see you again??? Ik ben hier wel nog nooit geweest hé…' denkt Lieven bij zichzelf. Speciaal typke, dienen Maitre, chef customs met een christelijk kruis van 8 cm rond zijn nek. Dat in combinatie met zijn bakkebaarden, komt hij precies regelrecht uit een Quentin Tarantino film gestapt. Samen met Lieven slentert hij wat mee door de gangen van het customs-gebouw. De man straalt enorm veel positieve energie en warmte uit, dat, in schril contrast met de saaie sfeer in customs-gebouw. Met nog een paar ‘And God bless you'-zegeningen verlaten we Burundi goedgeluimd.

Diesel:

600 Rwandese Francs voor 1 liter

Koers:

1 euro is 726 Rw Fr

1 euro is 1357 Bur Francs

 

EINDE VERSLAG 9