Brush and basket peddlers with horse carriage  
   

 

 

 

 

 

 


De familie Debruyne in Klerken-Houthulst en omgeving (in English)

Er zijn vanaf 1653 parochieregisters beschikbaar voor Klerken, een dorp in de buurt van Diksmuide. In 1663 worden de eerste Debruyne's ingeschreven. Volgens de doopakte zijn Joannes en Christina de Bruijne, tweelingkinderen van Joannes de Bruijne en Christina de Harre. De volgende drie eeuwen worden er honderden Debruyne's geboren in Klerken en nabije omgeving.

Van de eerste tweeling zijn geen afstammelingen bekend. Toch zijn er eind 17de eeuw in Klerken reeds voldoende Debruyne's geboren, getrouwd of overleden om via gedetailleerd onderzoek hun onderlinge verwantschap te kunnen bepalen. Op basis van deze gegevens, aangevuld met de getuigen, peters en meters die in de akten staan genoteerd, kan worden aangetoond dat ze allemaal afstammen van één enkel gezin. Joannes de Bruijne en Joanna de Clerck (of Leclairc) zijn de ouders. De eerste tweeling zijn hun kleinkinderen.

Jan de Bruijne (seniori jubilarius) overleed op zaterdag 9 augustus 1681. Hij werd een dag later met een eerste klas begrafenis (met 9 lezingen) in het Sint-Niklaaskoor van de kerk begraven. Joanna Leclair (de Clerck) overleed in 1683. Ze werd naast haar man begraven. Hiervan is echter niets meer terug te vinden. De Sint-Laurentiuskerk gebouwd in 1510-1535 op de resten van een vorig gebouw uit de 13de eeuw, werd na de verwoestingen van de periode rond 1585 in de eerste helft van de 17de eeuw herbouwd, en uitgebreid met een zuidgerichte zijbeuk met het Sint-Niklaaskoor vooraan rechs. In de 18de en 19de eeuw volgde een tweede zijkoor en verder herstel/uitbreiding. Deze kerk en het volledige dorpscentrum werden verwoest gedurende de Eerste Wereldoorlog.De huidige kerk dateert uit de periode 1920-23. In 1965 werd de hoofdas omgedraaid naar het westen. Het huidige hoofdportaal is waar het vroegere koor zich bevond.

Blijkbaar kwamen Jan en Joanna al voor 1640 in Klerken of dichtbij wonen. Jan de Bruijne staat wel vermeld in de Waepenschouwijnghe der Weerbarere Mannen van 12 mei 1640; hij gaf present gewapend met "Pycke ende Cappere". Het is niet duidelijk waar de familie vandaan kwam, of waarom ze naar Klerken kwam wonen; maar wellicht was dit deel van de herbevolking van het platteland en de landerijen vanaf 1600-10 na de leegloop eind 16de eeuw. Mogelijkerwijs, maar helemaal niet zeker, stamt deze familie af van de Debruyne's, lakenwevers in de streek rond Ieper sinds de 12de eeuw.

De uitbreiding van de Debruyne-stam in Klerken was dus erg succesvol voor de voortzetting van de familienaam. Op sociaal vlak was dit veel minder het geval. De nakomelingen van de stamouders leefden mee met de historische ontwikkelingen rond hen. Vanaf het laatste kwart van de 17de eeuw tot halfweg de 18de eeuw trokken herhaaldelijk plunderende Franse en Oostenrijkse legers door de regio. Dorpjes zoals Klerken moesten daarom volledig kunnen voorzien in wat nodig was. De bevolking deed dit door alle beschikbare middelen te exploiteren.

Dichtbij Klerken ligt, ook nu nog zij het veel beperkter in omvang, een belangrijk bosgebied. Het zogenaamde "Vrijbusch" levert hout en, indien nodig, ook een veilige schuilplaats. Een deel van de bevolking ging er ook echt wonen en werken, wellicht gedwongen door de omstandigheden. Gedurende hun verblijf startten ze er met illegale artisanale bezemproductie en verkoopp via leurderij. Officieel werd herhaaldelijk geprobeerd de "boskanters" uit het bos te verdrijven. Zo lag de (tijdelijke ) Franse heerschappij rond 1748 aan de basis van een kadasteropmeting als voorbereiding tot verkoop van dit Vrijbos, persoonlijk eigendom van de heerser van het moment; Dit initiatief werd daarna verdergezet onder het bestuur van Keizerin Maria Theresia. Zo zijn er bij voorbeeld uitgebreide gegevens beschikbaar over aantal boskanters die moesten uitgedreven worden in 1756 en 1758. Verkoop van een bos met honderden boskanters kon niet; in de praktijk kwam van uitdrijving ook weinig terecht. Pas in de Belgische periode werd het Vrijbos geprovatiseerd en prompt voor bijna 80% gekapt en als bouw- en landbouwgrond gevaloriseerd.

Maar van halfweg 17de tot ruim in de 19de eeuw groeide de marginale groep bezemmakers groeide sterk aan. Gedurende de zomer gingen ze hun producten via leurhandel verkopen in heel Vlaanderen. Op deze manier sloten ze zich aan bij andere groepen leurders zoals bij voorbeeld de welbekende Nieuwmarkters uit het naburige Roeselare, die eerst met vis leurden en later ook met manden en huisraad. In de 18de eeuw deed een belangrijke groep Debruyne's hieraan mee. De anderen waren vaak actief als kleine boer, met wat velden bij de bosrand en enkel hoevedieren.

Reeds in 1815 blijkt hoe sterk de Debruyne familie is gegroeid. Bij de volkstelling van 1815 zijn er 140 Debruyne's op een totaal van 2125 geregistreerde inwoners, een kleine 7% dus. Dit betekent dat circa 14 % een moeder of vader met deze familienaam moet hebben. Ze stammen zonder uitzondering allemaal af van dezelfde voorouders, Jan de Bruijne en Joanna Leclair.

Een gesloten dorpsgemeenschap kon deze expansie niet langer dragen. Reeds in de 17de eeuw verhuisden families naar de nabijgelegen dorpen. Gedurende en vooral na de Franse Revolutie nam deze uitwijking sterk toe. Omtrent 1850 was de lokale levensstandaard nog niet echt verbeterd. Velen gingen voor seizoenswerk naar Noord-Frankrijk, Wallonië of Luxemburg. Ze trouwden er en bleven er wonen. Anderen emigreerden naar de U.S.A. of Canada.

Deze geografische verspreiding gaat nu nog sneller dan vroeger. Toch wonen er nog steeds meer dan 2 % Debruyne's in Houthulst (waarvan het vroegere Klerken een deelgemeente is geworden). In België wonen er meer dan 7700 Debruyne's (en daarnaast nog meer dan 5800 Debruyn zonder "e" achteraan; zie ook Debruyne/Debruyn. Een ruwe raming leert dat 5 tot 15 % van deze Debruyne's kan afstammen van de tak uit Klerken, dus van dit ene gezin uit 1650.We kunnen ook een zeer ruwe raming maken van het totaal aantal afstammelingen van dit gezin; na 350 jaar zou dit wellicht op meer dan een half miljoen kunnen komen.

Referenties:
  1. Xavier Lesage e.a. "Bijdrage tot de Geschiedenis van Houthulst - Van 19de-eeuwse parochiestichting tot gemeente (1928)" Uitgave van het Gemeentekrediet (1988) in opdracht van het gemeentebestuur van Houthulst, naar aanleiding van het zestigjarige bestaan van Houthulst als gemeente (D/1988/0348/15)
  2. "Kabinetskaart der Oostenrijkse Nederlanden" Graaf de Ferraris (1771-1778), mappen Dixmude en Langemarcq
  3. Parochieregister 1 doopakten van 1653 tot 1694 (behalve 19.03.1681 tot 02.04.1682); huwelijken van 1653 tot 1701 (behalve 1665 tot 1682); 2 overlijdens tot 1710; 3 doopakten van 1695 tot 1745; 4 overlijdens van 1710 tot 1751 (is enkel als tafels beschikbaar); 5 huwelijken van 1702 tot 1778; 6 overlijdens van 1752 tot 1780; 7 doopakten van 1746 tot 1778; 8 doopakten en huwelijken van 1779 tot 1783; overlijdens 1780 tot 1783; 9 doopakten en huwelijken van 1784 tot 1796; 10 overlijdens van 1784 tot 1796
  4. "Volkstelling 1814 Deel XIV" (D1978/2434/10) en "Volkstelling 1814 Deel XII", (D1978/2434/4), Vlaamse Vereniging voor Familiekunde, Afdeling Brugge.
  5. Registers van de Burgerlijke Stand en Kiezerslijsten
  6. Instituut voor Naamkunde, K.U.Leuven.
  7. Gegevens van het NIS Rijksregister per 31.12.1987
  8. Ignace Debruyne "Zoektocht naar de stamvader Debruyne in Klerken", Bruintjes Brieven 16 (1993) 70-76; "Debruyne in Klerken bij de volkstelling van 1814", Bruintjes Brieven 22 (1995) 26-37; "Stamboom Debruyne - Van Joannes de Bruijne tot Michiel Isidoor Debruyne" (1996)
  9. Geert Tavernier (Bruges) "Het duistere verleden van het Houthulstbos - Geschiedenis van de boskanters uit de omgeving van Houthulst (18e – 19e eeuw)"

This page was first created on 2 January 1999; last update 30 december 2018

© 2018 All rights reserved. No part of this data may be reproduced or transmitted in any form or by any means, electronic or mechanical, including photocopying, recording, or any information storage and retrieval system, without permission in writing from the author.