Home Bestuur Stadion Palmares Team Shop Media Stad Brugge Contact Enquete Links Andere

 

GESCHIEDENIS

 

Club Brugge is een voetbalclub met een rijke geschiedenis. De bijdrage van blauw-zwart tot de uitstraling van het Belgisch voetbal is niet gering.
Club won verschillende landstitels en Belgische Bekers, toonde zich op het Europese voetbaltoneel een waardig ambassadeur van ons land, speelde tot op heden als enige Belgische club de finale van de Europabeker voor landskampioenen (Wembley 1978 tegen FC Liverpool).
 

Club Brugge met zijn talrijke supporterskernen, is doorheen momenten van topsucces en nederlaag, steeds zijn sociale functie trouw gebleven. Club Brugge, een fenomeen, zoveel is duidelijk..

 

 

1891 - 1940

In 1891 zag de club het eerste levenslicht, dit jaartal werd meteen ook als het stichtingsjaar aanschouwd. De eerste club kreeg de naam 'Brugsche Football Club' mee en had als spreuk 'mens sena in corpore sano'. De vereniging was Vlaamstalig. Nog voor de vereniging officieel werd erkend, was er al onenigheid onder de leden. Er volgde een scheuring, zodat een tweede club werd geboren onder de naam 'Football Club Brugeois'. En ondanks het feit dat beide clubs het zeer moeilijk hadden om financieel rond te komen, vonden enkele jongeren de moed en het enthousiasme om nog een derde vereniging boven het doopvont te houden, de 'Vlaamsche FC'.

In 1897 kwam het tot een fusie tussen de eerste twee opgerichte clubs. De niet meer bloeiende Football Club Brugeois werd opgenomen door de Brugsche Football Club. De nieuwe club behield echter de Franse benaming.


 

In 1899 was uit de fusie van de Vlaamsche FC en de Rapid Football Club uit het college van de Frères Cercle Brugge geboren. Wat in Brugge toen al zorgde voor de eerste derby-opstootjes. Eind 1912 trok Club naar een nieuw terrein dat zij voor een periode van 9 jaar konden huren aan de prijs van 1760 frank per jaar. En toen in de vergadering van 15 juni 1920 beslist werd het terrein te kopen, legden enkele bestuursleden de noodzakelijke 40.000 frank op de tafel en zou de nieuwe voorzitter Albert Dyserinck de bedragen van zijn collega's afkopen en zo eigenaar worden van de Klokke. Het terrein werd immers naar het nabijgelegen Café de Klokke langs de Torhoutsesteenweg genoemd. En bij FC Brugeois werd in het nieuwe stadion al dadelijk de kroon op het werk gezet : in 1920 werd Club voor het eerst kampioen in de hoogste klasse. Op 23 mei 1920, kende koning Albert de titel van Koninklijke Vereniging toe aan FC Brugeois.

Albert Dyserinck

 

Vanaf 1920 werd Albert Dyserinck voorzitter van FC Brugeois. Hij liet zich al onmiddellijk opmerken door het terrein 'de Klokke' in bezit te verwerven. Gedurende zijn voorzitterschap liet hij het statuut van FC Brugeois omvormen tot vereniging zonder winstgevend doel. Maar het noodlot sloeg toe op maandag 9 februari 1931 tot Albert Dyserinck, voorzitter van de pas opgerichte Raad van Beheer, de dood vond bij een auto-ongeval. Om Albert een laatst eer te bewijzen, werd de Klokke omgedoopt tot 'Albert Dyserinckstadion' en op 14 februari werd er langs de binnenzijde van de hoofdingang het borstbeeld en monument van wijlen Albert Dyserinck onthuld. Dit beeld staat nu nog voor de hoofdtribune van het Jan Breydelstadion.

Charles en Torten de Brugse hinden.

 

 

In deze periode had Club, twee briljante spelers met name Charles Cambier en Torten Goetinck. Beiden kregen snel bekendheid buiten de Brugse stadsgrenzen door post te vatten bij de nationale ploeg.

 

Louis Versyp: waardig opvolger van Torten Goetinck.

 

Na de eerste landstitel in 1920 maakte het elftal van Club moeilijke jaren door. De toonaangevende spelers werden een jaartje ouder en in 1928 moest FC Brugge zelfs hals over kop de 42-jarige Torten Goetinck terugroepen om zijn club voor het dreigende degradatiespook te behoeden.
Zijn snelheid was wel afgebot, maar zijn inzet en routine ten spijt, zakte FC Brugge naar de tweede afdeling. Ondanks de degradatie kondigde zich bij Club al enkele seizoenen een opvolger aan voor Torten: Louis Versyp, die gedurende meer dan 20 jaar de toonaangevende figuur van Club zou worden.

 

Roger Vanhove...een "kanthalf" met een sterke kop.

 

 

Roger Vanhove werd in Brugge geboren op 29 augustus 1911. Roger is niet alleen de vader van Antoine maar voetbalde zelf negen seizoenen (1930-1939) ononderbroken in het eerste elftal van Club Brugge. Heel eventjes werd in tweede afdeling gevoetbald, maar het behalen van de titel in die reeks in 1935 maakte veel goed. Roger dwong twee selecties af bij de militaire nationale ploeg en trok na 10 jaar Club nog één seizoen naar Stade Kortrijk. Later stichtte hij de vereniging 'De Oude Gloriën van Club', waarvan Roger zelf voorzitter was.
1940 - 1950

Heen en terug tussen eerste en tweede klasse.

 

 

Club Brugge kende voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog moeilijke tijden. En dat niet alleen op sportief gebied. Er was een leningslast die een erg zwaar afbetalingsprogramma meebracht.
Op spelersvlak leek Club minder reden tot klagen te zullen hebben. Club kon immers onder meer rekenen op Blancke, een stevige stopper met een degelijk kopspel en twee evenwaardige voeten; op Lucien Masyn, de schitterende linksbinnen die tussen 1940 en 1958 bijna 500 matchen in het eerste elftal speelde; op Berten Carels, het stevige blauw-zwarte sluitstuk. En toch konden die 'grote namen' niet verhinderen dat het blauw-zwarte schip heen en weer wiegde tussen eerste en tweede klasse.

Begin 1946 werd Louis Versyp als trainer aangesteld en Club bereikte weer de hoogste afdeling maar niet voor lang. Precies op het ogenblik dat Club naar het hoogste voetbalniveau overstapte, werd het aantal clubs in hoogste afdeling terugebracht van 19 tot 16. En dit bleek voor Club Brugge een onoverbrugbare handicap. Club viel meteen naar de tweede klasse terug. Deze degradatie zorgde in Brugge wel voor een competitiederby.
De Brugse voetballeiders bleven niet blind voor de verbetering van de instalaties op de Klokke. In 1947 werden er 26 schijnwerpers geïnstalleerd en in 1949 werd een nieuwe tribune met liefst 2.400 zitplaatsen in gebruik genomen. Want inmiddels was Club in 1948-'49 weer naar de hoogste klasse getrokken.

 

'Berten Carels' maakte de weg vrij voor Fernand Boone.

 

 

1950 - 1963

 

in 1950 nam Club Brugge afscheid van Louis Versyp als trainer en trok de buitenlandse trainerstoer op. De Schot Kennedy was slechts voor een kort leven beschoren op de Klokke. Aan het einde van het seizoen 1950-'51, besloten met een nieuwe degratdatie naar tweede klasse, mocht Kennedy inpakken. Hij werd in april 1951 opgevolgd door Felix Schavy die bij Club Brugge zes volle seizoenen mocht volmaken. Hij slaagde er niet in Club weer naar het hoogste voetbalniveau te brengen, verliet Club in 1957 en werd opgevolgd door de 33-jarige Roemeen Norberto Höfling.

 

 

Norberto Höfling was beroeps-voetballer geweest in Roemenië, Rusland, Hongarije en Italië. De eerste tekenen van een professionele aanpak door een Clubtrainer werden snel merkbaar. In het seizoen 1958-'59 al bekroond met een promovering naar eerste klasse. Hij maakte de ploeg tactisch sterker, schonk aandacht aan een betere organisatie van de verdediging en was de eerste die enige profmentaliteit in het elftal stopte. Zes jaar bleef de Roemeen bij Club Brugge.

 

Fernand Goyvaerts : Club's 'enfant terrible'

 

 

Veel buitenbeentjes heeft Club Brugge niet gekend. Fernand Goyvaerts mag de uitzondering op deze regel genoemd worden. Begin de vijftiger jaren ondertekende hij als 14-jarige een aansluitingskaart op de Klokke en debuteerde al twee jaar later in de fanionploeg. Eerst onder trainer Felix Schavy, een jaar later met Norberto Höfling aan het roer. Zeven jaar lang waren de Roemeen en 'Fernando' geen beste vrienden. Goyvaerts was ontegensprekelijk het 'enfant terrible' van het Brugse publiek. Fernand moest qua fratsen en trucjes zeker niet onderdoen voor de al even legendarische Rik Coppens. Goyvaerts was een technisch natuurtalent, dat van jongsafaan droomde van een buitenlandse carrière en door het conflict Höfling eerder zijn zin kreeg dan verhoopt. Hij speelde achtereenvolgens bij Barcelona, Real Madrid, Elche en Nice. Fernand legde de basis van zijn geslaagde loopbaan via het bijna dagelijks strand- en straatravotten met het leder. Het kwam in niet geringe mate zijn kracht en techniek ten goede.

 

De trilogie De Clerck.

 

 

De terugkeer van Club Brugge op het hoogste voetbalniveau in 1959 ging ook op bestuurlijk vlak niet onopgemerkt voorbij. Op 14 juli 1959 werd André De Clerck tot voorzitter van de vereniging aangesteld, in opvolging van zijn vader Emiel De Clerck, die tot erevoorzitter 'promoveerde'. André De Clerck zou na het behalen van de landstitel in eerste klasse in het seizoen 1972-'73 op de voorzittersstoel plaats maken voor zoon Fernand. Na Emiel en André was de trilogie De Clerck meteen een feit !

 

1963 - 1974

 

Na het vertrek van Norberto Höfling volgden de trainers elkaar in een erg snel tempo op. Na Schwanner kwam Henri Dekens, na een korte interimopdracht van Lucien Masyn, algauw vervangen door Louis Dupal. Die Louis Dupal legde de basis van het grote Club Brugge. Hij was een vader voor de spelers. In 1965-'66 werd Club vijfde, één seizoen later tweede. Op het einde van dat seizoen moest hij plaats ruimen voor Norberto Höfling, die aan zijn tweede ambtstermijn op de Klokke begon.

Inmiddels was het duidelijk dat de spelerskern steeds meer kwaliteit bevatte. Met Boone, Carteus, Lambert, Thio, Balliu, Marmenout, Savat, Vanderlinden, Simoens, Moelaert, Van den Daele, Hinderyckx, Loske, Bossaer, De Coninck en Deprez waren betere tijden aangebroken. Met deze spelersgroep, de volgende jaren nog aangedikt met o.a. Kurt Axelsson, Brian Hill, Stefan Reisch, Tom Turesson, Alfons Bastijns, Robby Rensenbrink, Henk Houwaert, Luc Sanders,... zou Club Brugge zich definitief nestelen in de nationale voetbaltop

 

 

Tijdens het seizoen 1967-'68 noteren wij voor het eerst Europees voetbal op de Klokke (tegen Sporting Lissabon) en blauw-zwart werd weer tweede in de competitie. Club behaalde in 1968 ook zijn eerste Belgische Beker. Tegen Beerschot werd het 1-1, maar Club klaarde met bravoure de klus via twee strafschoppenreeksen.
Een tweede Belgische Beker kwam er in 1969-'70 onder trainer Frans De Munck.

In 1973 kwam de absolute bekroning met een tweede landstitel in de hoogste voetbalklasse met trainer Leo Canjels. De vereniging had er 53 jaar op gewacht.

 

 

Ook bij de nationale ploeg kwam de naam 'Club Brugge' meer en meer in de kijker. Regelmatige selecties voor Fernand Boone, Johny Thio, Pierre Carteus, Raoul Lambert en Erwin Van den Daele waren daar het beste bewijs van.

Fernand Boone

 

 

Fernand Boone was bijna 19 seizoenen (1953-72) lang de onbetwistbare titularisdoelman van de blauw-zwarte Great Old. In 1967 slaagde hij er als eerste Westvlaming in om België's meest gebeerde trofee, de Gouden Schoen, in de wacht te slepen en dit op 33-jarige leeftijd. Hij speelde ook 12 maal voor de nationale ploeg

 

Johnny Thio.

 

 

In 1963, op zijn negentiende kwam Johny Thio, via FC Roeselare bij FC Brugge terecht. Vooraleer hij in 1975 de Club verliet, maakte hij er zo wat alles mee. Thio speelde 293 competitiewedstrijden in eerste nationale, speelde 21 maal Europees met blauw-zwart en werd 24 maal opgeroepen voor de nationale ploeg.

 

1974 – 1978

 

 

Ernst Happel werd geboren in 1925. Hij was 13 jaar oud toen hij bij Rapid Wien aansloot en op zijn zestiende stond hij in het eerste elftal. Niet voor niets verwierf hij op korte tijd de bijnaam 'Weltmeister'. Hij speelde met Oostenrijk 51 interlands met als hoogtepunt de wereldbeker in Zwitserland in 1954. Ernst Happel, 48 jaar en op dat ogenblik trainer bij het Spaanse Sevilla was het belangrijkste agendapunt op de Raad van Beheer van Club Brugge, bijeengekomen op 21 januari 1974. Nog dezelfde avond besloot de Clubleiding Ernst Happel als nieuwe trainer aan te werven.

Tot december 1978 bleef hij aan het Brugse trainersroer met een opvallend palmares : landstitels in 1976, 1977 en 1978 ; Belgische Beker in 1977 ; Eufacupfinale tegen Liverpool in 1976 ; finale Europabeker voor landskampioenen tegen FC Liverpool in het imposante Webmbleystadion in 1978.
Na de Europese finale op Wembley was hij ook coach van de Nederlandse nationale ploeg op het wereldkampioenschap in Argentinië. Nederland werd er tweede, na verlies in de finale tegen Argentinië. Na FC Brugge was Happel ook nog in dienst bij tweedeklasser Harelbeke, Standard Luik en Hamburg SV.

 

Happel zet Club weer op Europees voetbalpad.

 

In 1974-'75 werden de 'vedetten' vervangen door jeugd en ervaring. Jeugd kwam er in de persoon van René Vandereycken, ervaring met Jos Volders, Roger Van Gool en Eddy Caers. En er kwam ook Buitenlandse versterking met Birger Jensen en Hans Aabech.
Club Brugge werd vierde dat seizoen, meteen goed om weer op Europees toneel te verschijnen. Het zou de start betekenen van een Europese campagne, die nu nog als één van de absolute hoogtepunten in Clubs geschiedenis wordt beschouwd. 'Kanjers' werden toen ontmoet : Lyon, Ipswich Town, AS Roma, AC Milaan, Hamburg SV en FC Liverpool

 

Naar Olympia.

 

 

Op de derde speeldag van de competitie 1975-'76 'debuteerde' Club op de grasmat van het nieuwe Olympiastadion tegen RWDM Molenbeek. René Vandereycken genoot de eer het eerste competitiedoelpunt op Olympia te hebben gescoord

Club werd in op het einde van dit seizoen kampioen ondanks een brilscore tegen Lokeren, want Anderlecht speelde ook gelijk tegen Club Luik. Europees speelde Club de finale tegen Liverpool in een dubbele confrontatie. In Liverpool gaf Club een 0-2 voorsprong uit handen in vijf minuten tijd, het werd 3-2. Gevolgd door een 1-1 gelijkspel in Brugge.
Club bevestigt met nieuwe titel en Belgische Beker.

 

 

Tijdens het seizoen 1976-77 ging Club op kampioenselan verder. Club had zich bij de aanvang van de nieuwe campagne versterkt met Paul Courant, Roger Davies, Bernard Verheecke en Leen Barth. Naast de titel wer de Brugse trofeeënkast aangevuld met een derde Belgische Beker. Voor deze partij tussen Club Brugge en Anderlecht was het de eerste bekerfinale die voor een compleet uitverkocht Heizelstadion werd gespeeld.

Op naar Wembley...

 

 

Ernst Happel bleef hoge toppen scheren. Club won aan het einde van het seizoen 1977-'78 zijn derde titel op rij en trok, gesteund door 25.000 supporters, naar Wembley voor een strijd om de hoogste Europese voetbaleer : de Europese finale van de landskampioenen tegen Liverpool.
Voor dit nieuwe seizoen had Club vooral versterking aangetrokken voor het aanvallende compartiment met twee 'Jannen' namelijk ; Jan Sörensen en Jantje Simoen.

 

1978 – 1982

 

 

Voor het seizoen 1978-'79 begroetten de Brugse supporters Walter Meeuws (overgenomen van Beerschot), Jan Ceulemans (van Lierse) en Peter Houtman (Feyenoord) als nieuwe gezichten. De Europese uitschakeling tegen het Poolse Krakau
en aanvankelijk de tegenvallende resultaten in de competitie leidden echter tot het ontslag van Ernst Happel.
Beres en hulptrainer Mathieu Bollen maakten het seizoen rond voor Club Brugge.
Met een 6de plaats als resultaat, wat onvoldoende was voor Europees voetbal.

Nieuwe titel na tactische aanpak.

 

 

Voor het seizoen 1979-'80 kwam Han Grijzenhout (van buur Cercle) aan het trainersroer.
Club zou dat seizoen meer kiezen voor een meer overlegd spelconcept, waarbij het resultaat primeerde boven het spektakel. In die optiek koos Grijzenhout steevast voor een goed bevolkt middenveld. Club werd voor de zesde maal kampioen. In de laatste thuismatch van Club werd er afscheid genomen van Raoul Lambert na 22 jaar 'trouwe' dienst.

 

Nieuwe Europese mislukking.

 

September 1980, Club verliest Europees aan huis met 0-1 van FC Basel. Grijzenhout werd, meteen na deze Europese thuisnederlaag, wandelen gestuurd en vervangen door Raymond Mertens, later op zijn beurt opgevolgd door Gilbert Gress. Club werd uiteindelijk zesde in de competitie goed voor een Europees Uefaticket.

 

Bijna naar tweede klasse.

 

Bij de start van het seizoen 1981-'82 toonde Club zich op de transfermarkt erg kooplustig. Club kocht ongeveer een volledige nieuwe ploeg bijeen ter vervanging van
de 'gevestigde waarden'. De Luxembruger Spitz Kohn had de moeilijke taak volgende nieuwelingen te integreren : Van Binst (van Toulouse), Dardenne (van RWDM), Szymanovski (van Warschau), Ondrus (van Slovan Bratislava), Op de Beeck (van RC Mechelen), Wellens (van Standard), Walter Ceulemans (van Lierse), Nilsson (Vaxjoe Oësters) en Tjapko Teuben (van Ajax).
Na Spitz Kohn volgde Rik Coppens en uiteindelijk streed hulptrainer Raymond Mertens op de laatste speeldag voor het broodnodige behoud in eerste klasse. Aan het einde van het zwakste en meest zenuwslopende seizoen uit de Clubgeschiedenis, stond Club op de laatste speeldag tegenover RWDM op Olympia. Afhankelijk van winst, verlies of gelijkspel waren er nog 14 mogelijkheden van behoud of degradatie voor respectievelijk Club Brugge, Winterslag en Beringen. Het ongeloofelijk hoge cijfer van 22.000 kijkers vulde Olympia dat na de 5-0 zege tegen RWDM helemaal gek werd, toen het verlies van Beringen door de luidsprekers weerklonk. Er werd gevierd en champagne gedronken als gold het een landstitel.

 

1982 – 1984

 

In het eerste Kesslerjaar was Club Brugge weinig actief op de transfermarkt. Naast Spelbos kwam Alex Querter over van buur Cercle Brugge. Ondanks de duidelijk voelbare positieve invloed van 'Sir George' eindigde Club vijfde in de competitie. Europees voetbal was voor Club noch voor Kessler weggelegd. In het tweede Kessler-jaar versterkte blauw-zwart zich met René Verheyen van Lokeren, Hugo Broos van Anderlecht, Luc Beyens van SK Tongeren, Willy Carbo van Utrecht. Carbo bleek de zoveelste poging om een waardige opvolger te vinden voor de spitspositie van Raoul Lambert. Maar eens te meer werd het met Carbo een mislukking. Club Brugge eindigde tenslotte derde in de competitie. Europees voetbal was weer een feit en Kessler mocht zich de verdienste toeëigenen de jonge Marc Degryse in de basisploeg van Club te hebben gebracht.

 

 

Geore Kessler

 

 

George Kessler ging als technisch directeur aan de slag bij Club Brugge. 'De grijze eminentie' nam meteen het volledige scoutingswerk van blauw-zwart, de supervisie op de jeugdwerking en de relaties met de pers voor zijn rekening. Assistent Raymond Mertens kreeg het veldwerk toebedeeld, Kessler tekende voor een tactische aanpak en de ploegopstelling. Kessler bleef twee seizoenen in Olympia en zette Club meteen weer op het goede pad. Bij zijn afscheid dankte de Clubleiding door hem de titel van erelid van Club Brugge toe te kennen.

 

1984 – 1989

 

Bij zijn start als trainer van blauw-zwart kon Henkie rekenen op enkele transfers : Franky Van der Elst (van RWDM), de Senegalezen Tew Mamadou en Antoine Coly, Gino Maes (keerde terug van Cercle) en Leo Van der Elst (van Antwerp).
In het seizoen 1984-'85 werd Club tweede in de competitie. Europees speelde Club tegen de heel sterke Engelse ploegen Nottingham en Tottenham Hotspur

 

 

Beker en dubbele testwedstrijd met Anderlecht.

 

In 1985-'86 kon Club zijn bestaande spelersgroep samenhouden. Ook monument Jan Ceulemans bleef bij blauw-zwart. En er was de transfer van de onbekende
Jean-Pierre Papin van het Noordfranse Valenciennes.
Club won de Belgische beker in eigen Olympiastadion tegen buur Cercle. Voor het kampioenschap moest het een dubbele testwedstrijd spelen tegen Anderlecht. Het werd 1-1 op verplaatsing en in de return speelden beide ploegen 2-2. Resultaat, de titel ging naar Anderlecht maar zeker een onvergetelijke match in een kolkend Olympiastadion.

 

 

Voor het seizoen 1986-'87 kwamen Dennis Van Wijk (Norwich City), Rony Rosenthal (Maccabi Haïfa), Peter Creve (SK Beveren) en Kenneth Brylle (Olympic Marseille) de Clubrangen versterken. Europees liep het echter in de eerste ronde faliekant af tegen Rapid Wien. In de competitie werd Club derde.

 

Titel en Europese mirakelavonden.

 

 

Voor het seizoen 1987-'88 kwamen Serge Kimoni (Seraing) en Jan Goyvaerts van Racing Jette Brussel naar Club. Blauw-zwart behaalde dat jaar de titel.

Maar zeker niet te vergeten waren de Europese mirakelavonden ! Buitenhuis kreeg Club steeds op zijn donder, aan huis was blauw-zwart niet te kloppen. Zenith Leningrad, Rode Ster Belgrado en vooral Borusia Dortmund moesten eraan geloven. Later werd Panathinaikos Athene nog uitgeschakeld maar Espanol Barcelona zorgde ervoor dat Club net niet de Europese finale mocht spelen.

Het laatste seizoen van Houwaart werd er een beetje te veel aan. Club kon Dimitri M'Buyu (van Standard) en Alain Betagno (van Seraing) binnenhalen. Ook de twee Australiërs Bozinovski en vooral Frank Farina kwamen blauw-zwart versterken. Europees werd Club uitgeschakeld in de tweede ronde met een falikante 6-1 nederlaag in Monaco. Dat seizoen kon Club in extremis Europees voetbal afdwingen op de laatste speeldag tegen RWDM.

 

Henk Houwaart

 

Al op 17-jarige leeftijd was hij profvoetballer. Bij ADO Den Haag werkte hij vijf jaar onder Ernst Happel. En na een jaartje FC Twente bij Spitz Kohn, kozen zowel Houwaart als Rensenbrink voor Club Brugge. Houwaart bleef er tot 1975 en beleefde er zes fantastische jaren. Als trainer kende Houwaart zijn eerste succes met KV Kortrijk waarmee hij promoveerde naar eerste klasse.

Hij bleef vier jaar in Kortrijk en koos in 1983 voor Cercle Brugge. De goede resultaten van Cercle bleven niet onopgemerkt bij de buren van Club. In 1984 werd hij trainer van Club Brugge. Hij bleef vijf seizoenen bij Club, erg lang voor een trainer in Blauw-zwarte dienst. Happel was in zijn jeugdjaren zijn leermeester geweest. Het minste wat wij kunnen zeggen is, dat de palmares van Houwaart bij blauw-zwart 'Happelgetint' was: tweede in 1985 en 1986 (na een dubbele testwedstrijd met Anderlecht), derde in 1987, vierde in 1989, een Belgische Bekerwinst in 1986 en een titel in 1988. Dit alles, vooral tijdens het seizoen 1987-'88, gekruid met schitterende Europese voetbalavonden tegen Zenith Leningrad, Rode Ster Belgrado, Borussia Dortmund, Panathinaikos Athene en Espanol Barcelona.

 

1989 – 1991

 

 

In het tussenseizoen 1989 onderging Club een gevoelige face-lift. Georges Leekens verbrak vroegtijdig zijn contract bij KV Kortrijk om bij zijn vroegere werkgever Club Brugge te gaan werken. Met zijn trainer kwamen ook Lorenzo Staelens en Foeke Booy van Kortrijk mee. Terwijl van SV Waregem Vital Borkelmans en Hans Christeans Bruggewaarts trokken.
Uit Joegoslaviië kwam Cedomir Janesvski en van Honved Boedapest kwam Laszlo Distzl. Van de bestaande Clubkern trok Marc Degrijse voor vele miljoenen naar Anderlecht, terwijl Raymond Mertens als hulptrainer verdween ten voordele van Ronny Desmedt. En het nieuwe seizoen 1989-1990 bracht heel wat : een desastreuze novemberweek met de uitschakeling uit zowel de Belgische als de Europese Beker, de verwijzing van Brylle naar de B-kern, de sterke doorbraak van Frank Farina, doelman Danny Verlinden werd de vaste waarde ten nadele van Vande Walle en tot slot de kampioenstitel die niemand, bij aanvang van de competitie, had verwacht. Het wonder van Brugge had zich inderdaad onder George Leekens voltrokken...

 

Kroon op honderd jaar voetbal.

 

 

Voor het seizoen 1990-91 was er weinig transferactiviteit bij Club. De kern bleef intact en werd nog aangevuld met Rudi Cossey, Claude Verspaille en buitenlander Amokachi.
Europees nam Club het in de tweede ronde op tegen AC Milan. Ginds werd 0-0 gelijk gespeeld. Thuis werd Club niet weggespeeld maar verloor wel met 0-1. Club won op 15 juni 1991 de Belgische Beker tegen KV Mechelen.

 

1991 – 1997

 

 

In zijn eerste jaar Club Brugge als trainer, was het meteen raak voor Hugo Broos. Blauw-zwart werd landskampioen en bereikte de halve finale van EC II tegen Werder Bremen. De deelname aan de Champions League en de daaraan verbonden miljoenen bracht Club in een euforische sfeer aan de aftrap van het seizoen 1992-93. Met René Verheyen voor het eerst aan de zijde van Hugo Broos. Het seizoen kon bij manier van spreken niet meer stuk, maar uiteindelijk had men nog niets in handen. Er werden aanvakelijk wel degelijke wedstrijden gespeeld, zowel in binnen- als buitenland (in de Champions League) maar na nieuwjaar raakte blauw-zwart in een diep dal. Er werd zelfs geen Europees ticket behaald, het seizoen werd afgesloten op een zesde plaats.
De campagne 1993-'94, zonder Europese verplichtingen, moest en zou beter worden, alle concentratie kon naar de competitie en beker gaan. Het zag er lange tijd naar uit dat Club opnieuw de oppergaai in de wacht zou slepen. Enkele speeldagen voor het slot liep het voor Hugo Broos en de zijnen echter fout op het terrein van het inmiddels ter ziele gegane FC Luik. Als klap op de vuurpijl werd enkele weken later op het terrein van Standard ook nog de bekerfinale tegen Anderlecht verloren met 2-0 cijfers. Club moest zich tevreden stellen met een Uefacupticket. Ook het seizoen 1994-95 verliep ongemeen boeiend en spannend. Zelfs tot de laatste speeldag. Met z'n drieën konden ze nog kampioen worden, maar Club werd derde. Een campagne waarin Club op het Europese toneel bij de Bekerwinnaars in de kwartfinales werd uitgeschakeld door Chelsea, na eerder ondermeer de heksenketel in Athene tegen Panathinaikos te hebben overleefd. Niettemin haalde blauw-zwart toch nog een prijs in huis. Het won de bekerfinale tegen Germinal Ekeren met 3-1. Tijdens het seizoen 1995-96 werd weer Club opnieuw kampioen. Men speelde het zelfs klaar om in competitieverband veertien opeenvolgende zeges te boeken. Een seizoen om in te kaderen te meer daar in datzelfde jaar Paul Okon de Gouden Schoen won. In Europees verband verliep het minder vlot. In de zestiende finales van de Uefacup ging men onderuit tegen Zaragoza. Bij de start van het seizoen 1996-97 was men op de loting van de voorronde van de Champions League niet bepaald gelukkig toen bleek dat men Steua Boekarest in de ogen diende te kijken. Een verwijzing naar de Uefabeker competitie was het resultaat. Daar strandde men in de 1/8ste finales tegen Schalke 04. Een nieuwe landstitel lag inmiddels voor het grijpen, maar verrassend stak het Lierse van Eric Gerets er een stokje voor.

 

1997 – 1999

 

 De verwachtingen waren hoog gespannen voor aanvang van de competitie 1997-98. De honderden supporters die zich rond het trainingsveld verdrongen om de eerste training mee te maken, waren het unaniem eens dat hun helden de komende maanden op TGV-snelheid door de competitie zouden razen. Door het plotse vertrek van Robert Spehar naar Monaco begon het seizoen nochtans onder een bizar gesternte

 

 

Darco Anic en Edgaras Jankauskas kwamen in de daaropvolgende maanden de rangen versterken en als toetje op de taart landde begin april de Servische libero Milan Lesnjak op Brugs grondgebied. De landstitel, behaald met een boulevaard voorsprong, was toen al feit. De dubbel wenkte, maar in de bekerfinale tegen Racing Genk moest Club een 4-0 incaseren. Een belangrijke aanwijzing voor het seizoen 1998-'99. De regerende landskampioen zou niet langer de rode loper uitgerold krijgen.Gestroom-lijnd trok Club, duidelijk last ondervindend van de WK-naweeën, in elk geval niet van start.
Daarenboven moest blauw-zwart Europees al vrij vroeg de wei in en al snel volgde de uitschakeling door Rosenborg Trondheim in de voorronde van de Champions League.
Het werd hoe dan ook een turbulent seizoen. Er werden akkefietjes en wolkbreuken bij de vleet boven het Jan Breydelstadion genoteerd.
Ook de onverwachte blessurelast speelde hoe langer hoe meer parten. Het mocht in de gegeven omstandigheden bijna een mirakel genoemd worden dat de blauw-zwarten in de titelstrijd tot de laatste speeldag in de running kon blijven. Dat men in de Eufacup nog drie ronden - Ujpest Dosza, VfB Stuttgart en Olympique Lyon - meedraaide kan als onvoldoende worden bestempeld, maar helemaal troosteloos was het parcours ook niet geweest. Afgezien van het behalen van een Europees ticket moest Eric Gerets voor het eerst in drie seizoenen zonder prijs afsluiten. Het stemde hem bitter, alhoewel het publiek daar tijdens de slotwedstrijd tegen Westerlo weinig of niets kon van merken. Toen ging na afloop terecht alle aandacht naar het afscheid van het Brugse monument Franky Van der Elst.

 

2000–...

 

 
Met dank aan: www.clubbrugge.be
 
Naam: Club Brugge K.V.
Adres: Olympialaan 74, 8200 Sint-Andries-Brugge
Stamnummer: 3
Opgericht: 23 november 1894
Aansluiting KBVB: 19 december 1898
Trainer: Trond Sollied (5de seizoen)
Hulptrainers: Chris Van Puyvelde (5de seizoen)
René Verheyen (12de seizoen)
Keeperstrainer: Dany Verlinden (1ste seizoen)
Sportleider: Marc Degryse
Voorzitter: Michel D'Hooghe
Manager: Antoine Vanhove
Secretaris: Jacques De Nolf
Stadion: Jan Breydelstadion
Sponsors: Dexia en Adidas
Werkingsbudget: € 21 miljoen
Kleur: Blauw-zwart
E-mail: info@clubbrugge.be
Telefoon: 050/40.21.21
Fax: 050/38.10.23
 
 
 
 
naar boven