Onze afdeling "dossiers" op deze site is herwerkt. Bekijk de
links in de linker kolom en op deze pagina.(calcium / balling)
klik ze aan en ze brengen
je op de juiste plaats in de tekst. Na het lezen kan je terug naar de
startpagina door "terug" aan te klikken.
het bestuur,Calcium /
Balling
Wat is Calcium ?
Ca2+ is met 420 mg/l de nr 5 in de top 100 van ionen die in
zeewater zijn opgelost. Alleen chloor 18.880 mg/l, natrium
10.770 mg/l , sulfaat 2.712 mg/l en magnesium 1.290 mg/l komen in nog
grotere hoeveelheden voor. Die grote hoeveelheid 420 mg/l is belangrijk en
moet je constant houden.
Calcium speelt een belangrijke rol in de skelet- en tandopbouw van alle
gewervelde en van vele ongewervelde dieren, onder de vorm van
calciumcarbonaat en calciumfosfaat. Daarom moet op geregelde tijdstippen het
calciumgehalte bepaald worden.
Met de testkits van Salifert en Red Sea bestaat al enige ervaring.
Let op bij gebruik van testkits voor calciumbepaling, ze moeten geschikt
zijn voor zeewater. Heel wat testkits ervaren alle 2 waardige ionen o.a.
magnesium en strontium als storende factor.
Wanneer je regelmatig aan waterverversing doet, geen zeer groot verbruik van
calcium hebt en je zoutgehalte 35 ‰ is, dan zal het calciumgehalte niet
onder de 400 mg/l dalen. 95 % van de zeeaquarianen zijn in dit geval
!Waarden tussen 380 mg/l en 450 mg/l zijn binnen de meetfouten van de meeste
testkits! Minder dan 340 mg/l wijst op een afwijking groter dan 20 % t.o.v.
de natuurlijke waarde op de riffen.
Er zijn methoden om terug op 420 mg te komen, zie
verder. Aandacht voor mogelijke verwarring bij zeeaquarianen:
HARDHEID of GH
(vroeger de totale hardheid genoemd). Vraag: Geeft dat getal aan hoeveel
calcium er in het water aanwezig is?
NEEN!
GH is een getal dat je vertelt hoeveel magnesiumzouten + calciumzouten + nog
enkele andere zouten (van 2 waardige ionen of aardalkali - elementen) er als
verbinding aanwezig zijn in het water.
Deze som is in de buurt van 360° en aan
hardheid
of totale hardheid hebben wij zee aquarianen geen boodschap. Stadswater uit
uw regio kan tussen de 10° en 30° graden hebben (GH). Demi of osmosewater
heeft 0°GH. De GH testkits vinden een toepassing in het zoetwater.
Een Calcium tekort bijsturen:
- Met calciumchloride (eenmalig)
- Met calciumhydroxide (mits beperkingen)
- Met de kalkreactor
- Ballingmethode
Bijsturen met Calciumhloride:

Je voegt ook chloride ionen toe. Deze zijn weliswaar in de grote
meerderheid maar wanneer je onvoldoende waterverversing toepast zal het
evenwicht in de chloride ionenbalans verbroken worden. Noch de pH noch
de KH zullen door het gebruik van CaCl2 ook maar iets
veranderen.. CaCl2 bevat 36% zuivere calcium ionen.
CaCl2 2H2O 27% zuivere calcium ionen.
Dit zijn 2 bruikbare vormen in Pro Analyse of zeer zuivere handelskwaliteit.
Calciumchloride lost gemakkelijk op in water en brengt een reactie op gang
waarbij warmte vrijkomt.
Laat dit karweitje (het maken van een stockoplossing) over aan mensen met
chemische ervaring. Het toevoegen ervan mag nooit in het aquarium zelf
gebeuren maar wel druppelsgewijze in de filter terwijl er voldoende
waterbeweging is.
Calcium PLUS is de handelsnaam van preparaten die voornamelijk
calciumchloride bevatten. Let op! Cl blijft als ion over.
Bijsturen met calciumhydroxide.
Uit een maandelijkse controle van het calciumgehalte kan je opmaken of je
genoeg kalkwater toevoegt. Deze methode is de meest veilige en wordt door
vele aquarianen toegepast. Graag enige aandacht bij het maken van
kalkwater. Wanneer de pH van het kalkwater lager dan 11 of 12 is, dan
bestaan zeer sterke vermoedens dat de CO2 uit de lucht of uit het
water de calcium gebruikt heeft om calciumcarbonaat te vormen.
Dat laatste lost niet meer op en betekent dat uw kalkwater waardeloos
geworden is. Ca(OH)2 bevat 54 % zuivere calcium ionen (Pro
Analyse of zeer zuivere handelskwaliteit is noodzakelijk). Calciumhydroxide
lost zeer moeilijk op in water.
Meer dan 1 gram per liter is vrijwel niet haalbaar. Dat betekent dat 1 liter
van dat water 540 mg/l calcium bevat. Naast calciumionen zijn er in dat
kalkwater ook OH- ionen aanwezig vandaar dat de PH
balans sterk basisch zal uitwijken.
Vele jaren ervaring met het gebruik van de "kalkwater methode" hebben ons
geleerd dat ze volkomen veilig is en de toegevoegde OH- ionen
zeer beperkte invloed hebben op de PH van een rifaquarium. Toch moet
gewaarschuwd worden voor het directe contact van kalkwater met lagere
dieren.
Veel erger is het wanneer kleine niet opgeloste deeltjes calciumhydroxide op
lagere dieren terecht komen. Dit kan fataal zijn voor koralen
(verbrandingsverschijnselen).
Een 500l aquarium verbruikt al snel 2,5 gram Ca en soms tot 5 gram Ca per
dag.
Om dus voldoende CA te kunnen maken moet men minstens 5l verdampingswater
per dag bijvullen. Dit laatste is dus ook dikwijls de beperking.
Bijsturen met de kalkreactor.
In de reactor wordt met behulp van CO2 vast Ca carbonaat (kalk)
omgezet o.a. in bruikbare Ca2+ ionen. Om de CO2 (vb
uit een gasfles) correct te doseren heb je naast een fijn regel ventiel ook
een elektronische PH meter nodig. De methode met de kalkreactor is
alleen geschikt voor voedsel arm water, dus met lage nitraat en
fosfaatgehalten. In te voedselrijk water vormt CO2 een
belangrijke bouwsteen voor algengroei en daar houden steenkoralen niet van!
In een goed draaiend rifaquarium verbruiken kalkwieren en steenkoralen
aanzienlijke hoeveelheden calcium (Ca) voor het bouwen van hun kalkskelet.
Samen met het calcium wordt bicarbonaat (HCO3-)
verbruikt om kalk (CaCO3) te vormen waardoor ook de alkaliniteit
daalt.
Alkaliniteit, ook wel carbonaathardheid (KH) of zuurbindend vermogen
genoemd, is een maat voor het vermogen van het aquariumwater om zich te
verzetten tegen verzuring.
Een lage alkaliniteit betekent dat het water weinig gebufferd is en de PH
dus snel te laag zal worden. In aquaria wordt de alkaliniteit grotendeels
bepaald door de bicarbonaatconcentratie vandaar dat ze samen met de
calciumconcentratie zal dalen.
Als we dus het calciumverbruik gaan compenseren doen we dat best met een
methode die ook de alkaliniteit herstelt, de zogenaamde gebalanceerde
methodes. Onder de gebalanceerde methodes vinden we o.a. calciumhydroxide
(Ca(OH)2), de kalkreactor en sommige kant-en-klare additieven.
Een voorbeeld van een niet-gebalanceerde methode is calciumchloride (CaCl2)
omdat hier geen bicarbonaat toegevoegd wordt. Welke methode de beste is
hangt af van de omstandigheden en het soort aquarium.
Hoe werkt een kalkreactor?
Of het nu om een commerciële of om een zelfbouwreactor gaat, het
werkingsprincipe is altijd hetzelfde. Aquariumwater wordt in een
reactor aangezuurd met CO2-gas tot een PH waarbij het in staat is
kalk op te lossen. Dit zure water wordt over een kalkmassa gecirculeerd
zodat het calcium kan opnemen. Het met calcium verrijkte water wordt
tenslotte druppelsgewijs terug naar het aquarium geleid.
CaCO3 + H2O + CO2
→
Ca2+
+ 2HCO3-
Mijn aquarium (foto 1) wordt van calcium voorzien door een zelfbouw
kalkreactor die enerzijds uit een grote PVC buis bestaat en anderzijds uit
een glazen reactorvaatje.
De PVC buis heeft een inhoud van 50 liter en is gevuld met 60 kg zuiver CaCO3.
Het glazen vaatje herbergt alle toe- en afvoeren, de CO2-inlaat
en de PH elektrode.
De inwendige circulatie wordt verzorgd door een kleine Eheim-1048 pomp (1).
Door kraan (2) gedeeltelijk te sluiten ontstaat een lichte overdruk voor de
kraan en een lichte onderdruk erachter waardoor het water automatisch van en
naar het aquarium gaat lopen.
Met het naaldventiel (3) kan de druppelsnelheid nauwkeurig ingesteld worden.
Bovenaan het reactorvaatje is er nog een ontluchtingskraan (4) die enkel
tijdens de opstartfase gebruikt wordt.

Gedurende de normale werking gebeurt de ontluchting automatisch langs de
afvoer naar het aquarium. De PH van de reactor wordt door middel van een
controller constant gehouden.
Een nadeel van de kalkreactor is dat er altijd een beetje CO2
meegevoerd wordt naar het aquarium met ongewenste gevolgen als PH daling en
algengroei.
Er dient dus voor gezorgd te worden dat de calciumconcentratie in de uitloop
van de reactor zo hoog mogelijk is zodat de druppelsnelheid zo laag mogelijk
kan gehouden worden en dus ook de hoeveelheid CO2 die in het
aquarium gebracht wordt.
Al te dikwijls tracht men de calciumafgifte van een kalkreactor te verhogen
door de uitloopsnelheid te verhogen. Aanvankelijk zal dit inderdaad
helpen, maar vanaf een bepaald debiet zal de calciumconcentratie in de
uitloop teruglopen omdat het water simpelweg niet lang genoeg in de reactor
blijft om zich te verzadigen met calcium.
Bovendien wordt er steeds meer ongebruikt CO2 in het aquarium
gebracht.
De limiet van de reactor is bereikt! Enkel een groter reactorvolume kan hier
uitkomst bieden.

Om een idee te krijgen van het benodigde reactorvolume is het nodig de
opnamesnelheid van het calcium te kennen. Hiervoor werd een kleine
proefreactor gebouwd met een gelijkaardig reactorvaatje en met een potfilter
in plaats van de PVC buis en de pomp
De buis werd ongeveer half gevuld met substraat. Het experiment werd
uitgevoerd met twee veel gebruikte substraten. De PH van het systeem werd
door middel van een controller op 6.25
±
0.02 gehouden.
Eerst werd de reactor, met gesloten CO2-toevoer, langdurig
gespoeld met aquariumwater totdat PH en alkaliniteit ongeveer gelijk waren
aan die van het aquarium.
Daarna werd de uitloop naar het aquarium afgesloten en de CO2-toevoer
geopend.

Figuur : Elektronenmicroscopisch onderzoek van beide substraten, boven
CalciaLith, onder Hydrocarbonaat.
Door middel van de controller werd de PH snel op 6.25 gebracht en vervolgens
werd op regelmatige tijdstippen de calciumconcentratie gemeten. De
opnamesnelheid bleek vrijwel identiek te zijn voor beide substraten
substrate
Figuur 2: Calciumopname in functie van de tijd.
De resultaten.
Uit figuur 2 blijkt dat de calciumopname aanvankelijk vrij snel verloopt
maar dat het substraat steeds langzamer oplost en dat de uiteindelijke
verzadiging slechts na meer dan 30 uren bereikt wordt.
Eerder concludeerden we dat we moeten streven naar een zo hoog mogelijke
calciumconcentratie in de reactoruitloop om de CO2-belasting zo
laag mogelijk te houden. Het is dus wenselijk een zo groot mogelijk
reactorvolume te gebruiken om een zo lang mogelijke verblijftijd te bekomen.
Vanaf een bepaalde verblijftijd wegen de praktische bezwaren van een steeds
grotere reactor echter niet meer op tegen de geringe calciumwinst die we
boeken.
Een verblijftijd van 5 uren lijkt een goed compromis, er is dan al een
toename van 200 ppm calcium en vanaf dit punt begint de curve sterk af te
vlakken. Praktisch nemen we dus het reactorvolume zo groot als praktisch
mogelijk is, waarbij een minimum verblijftijd van 5 uren wenselijk is.
Mijn reactor heeft een uitloopsnelheid van 50 liter per dag, het netto
watervolume van de reactor is ongeveer 25 liter wat resulteert in een
verblijftijd van 12 uren. De calciumconcentratie in de uitloop ligt dan ook
steeds in de buurt van 650 ppm.
Hoeveel calcium moet er toegevoegd worden?
Het antwoord hierop is eenvoudig: net zoveel als er verbruikt wordt. Met
andere woorden,
de calciumafgifte van de reactor moet zodanig ingesteld worden dat de
calciumconcentratie in het aquarium constant blijft. Een éénmalige
calciummeting is slechts een momentopname en heeft eigenlijk weinig waarde.
Belangrijker is dat de concentratie constant blijft, alleen dan zijn we
zeker dat er een evenwicht is tussen aanvoer en verbruik. Hoeveel dat
verbruik precies is verschilt voor elk aquarium. De meeste natuurlijke
riffen hebben een calcificatiesnelheid van 10 à 20 kg per m2 per
jaar. Dit betekent dat per vierkante meter belicht oppervlak er een
jaarlijkse aangroei is van 10 à 20 kg. In een aquarium kan deze
calcificatiesnelheid zelfs nog hoger zijn omdat er in vergelijking met
natuurlijke riffen veel meer voedingsstoffen aanwezig zijn, een situatie die
overigens naar mijn mening dient vermeden te worden door het water zo min
mogelijk te belasten.
Natuurlijke riffen groeien gemiddeld 15 kg per m2 per jaar.
De calcificatiesnelheid in een aquarium kan eenvoudig berekend worden aan de
hand van volgende parameters:
- de oppervlakte van het aquarium
- de calciumopname in de reactor
- de uitloopsnelheid van de reactorNemen we als voorbeeld mijn aquarium.
De calciumconcentratie in het aquariumwater is 400 ppm, in de uitloop van de
reactor is dat 650 ppm, een toename dus met 250 ppm.
Bij een uitloopsnelheid van 50 liter per dag geeft dit:
250 mg/l x 50 l/dag = 12500 mg/dag = 12.5 gram Ca
per dag
Aangezien CaCO3 slechts voor 40% uit Ca bestaat:
(12.5 : 40) x 100 = 31.25 gram CaCO3 per dag
Dus per jaar: 31.25 x 365 ≈ 11.5 kg CaCO3 per jaar
Voor een aquarium van 1.3 x 0.6 = 0.78 m2 of: 11.5 : 0.78 =
14.7 kg per m2 per jaar
Conclusies.
De conclusies zou ik willen samenvatten in een aantal tips om de kalkreactor
zo efficiënt mogelijk te maken.
·
Zorg dat het reactorvolume voldoende groot is. Is dat niet zo dan hoeft niet
noodzakelijk de ganse reactor vervangen te worden, soms is het al voldoende
een tweede vat in serie te plaatsen met de bestaande reactor.
·
Gebruik als vulling gewoon calciumcarbonaat (aragoniet). Koraalbreuk is
volgens mij minder geschikt omdat de verhouding van de verschillende
elementen te zeer verschilt van die in natuurlijk zeewater.
Calciumverbindingen die bij normale aquarium pH al oplossen horen niet thuis
in een kalkreactor.
·
Het overtollige CO2 in de uitloop zorgt ervoor dat het calcium in
oplossing blijft. Indien we dit CO2 willen verwijderen kunnen we
dat dus best doen nadat het water bij het aquariumwater gedruppeld is.
We kunnen bijvoorbeeld de uitloop van de kalkreactor in de eiwitafschuimer
leiden of in een goed belucht compartiment van de sump.
·
Mocht de pH ’s nachts toch nog teveel dalen dan kan eventueel de uitloop van
de reactor ’s nachts gesloten worden, laat in dat geval wel de inwendige
circulatie gewoon verder lopen zodat het water zich verder kan aanreiken met
calcium. Het gebruik van een pH controller is dan wel noodzakelijk.
Aldus
Reefsecrets , alles over calcium.
Terug
_____________________________________________________________________
Bij de
kalkreactor methode wordt calciumcarbonaat opgelost in osmosewater door CO2
aangezuurd. Het betreft dus alleen Ca en HCO3, hierbij worden KH en Ca
op het goede niveau gehouden.
Alle
andere stoffen zoals magnesium, sulfaten en kalium ontbreken. Hierbij noemen
we slechts de stoffen die in een hoger percentage in zeewater aanwezig zijn
en we dus extra aandacht moeten aan schenken. Ook deze stoffen moeten we op
peil houden.
Het
evenwicht (verhoudingen) tussen al deze stoffen noemen we de ionenbalans.
Een verstoring in de ionenbalans treedt op wanneer de verhoudingen van een
of meerdere stoffen gaan afwijken van de in natuurlijk zeewater gemeten
verhoudingen.
We hebben
er alle baat bij deze ionenbalans niet te verstoren en de producten in de
goede verhoudingen te doseren. Het is juist dit laatste waar de
“Ballingmethode” toe in staat is. De “Ballingmethode” bestaat steeds
uit drie vloeistoffen die aan het aquariumwater moeten worden toegevoegd
volgens een goed controleerbare dosering. Het is dus aangewezen steeds
doseerpompen te gebruiken. We kunnen stellen dat er in principe geen
beperkingen voor de inhoud van het aquarium gelden.
Nochtans
is het zo dat een evenwichtig en rijp aquarium van 800 liter waterinhoud, 3
flessen(één set van 3 flessen) van 5 liter nodig heeft om de 30 dagen. We
onderscheiden twee methodes:
Balling
Light Deze methode
compenseert alleen de belangrijkste basisstoffen, het betreft:
Calcium(Ca), Chloor (Cl), Sulfaat(SO4), Magnesium (Mg ),
Natrium(Na) en Carbonaat (HCO3)
Balling
Pro Deze methode
bevat bovenop de basisstoffen, 70 spoorelementen in de verhouding zoals ze
ook in zeewater terug te vinden zijn.
Hoe
gaan we te werk? :
1.
De Balling - light – Methode (behoud de ionen ballans tussen de
basiselementen)
Er worden
drie 5- literbussen (kanisters) aangemaakt door de chemicaliën op te lossen
in 5 liter osmosewater. Het best doet men eerst de chemicaliën in de
bus en daarna het osmosewater om dat alle bussen gelijk zouden gevuld zijn
en evenveel vloeistof zouden bevatten.
1. Kaniste of bus van 5 literr: Ca (gebruik hiervoor je Ca test)
- 2 Kg Calciumchloride - Dihydraat (CaCL2 + 2H2O)
2.
Kaniste of bus van 5 liter: Mg & SO4 (gebruik hiervoor he Mg
test)
- 2 Kilogram Magnesiumchloride-Hexahydraat (MgCL2 + 6H2O)
- 280 gr Magnesium - Sulfaat - Heptahydraat (MgSO4 + 7H2O)
3.
Kanister Kh (gebruik hiervoor je Kh test)
- 500 gr Natriumhydrogencarbonaat (NaHCO3)
Nu kunt U
de drie bussen aan een bvb GROTECH TEC III doseerpomp aansluiten. De
dosering hangt af van de grootte van het Aquarium en het verbruik van
calcium en magnesium. In het begin moeten de CA- MG- en KH dagelijks worden
gecontroleerd en indien nodig aangepast.
De Grotech doseerpomp is hiervoor zeer geschikt omdat de doseringen na
elkaar (verschoven in de tijd) gebeuren, individueel kunnen worden ingesteld
en over 24 uren kunnen worden gespreid. Het duurt ongeveer twee weken om de
juiste doseringen te bepalen. Begin met gelijke dosissen voor de drie
bussen. Als referentie kan u Ca nemen. Elke 50 ml bevat ongeveer
5 gr Ca. en een pas opgestart aquarium met levend steen verbruikt
ongeveer 2 gr Ca per 200 l inhoud. Maar dat kan van aquarium tot
aquarium sterk afwijken. Indien gewenst kan U naderhand, dan de concentratie
per bus aanpassen om gelijke doseringen te bekomen. U kan bijkomende
mineraalzouten met de hand doseren of minstens een 10% water wissel
uitvoeren per week.
In dat laatste geval komt het manueel toevoegen van mineraalzouten te
vervallen.
2.
Balling Pro Diverse leveranciers bieden een zout pakket aan volgens
de “Balling Pro” methode.
Men kan vb kiezen voor een zoutenset bv “Tropic Marin”.Dan maakt alles veel
eenvoudiger.“Tropic Marin Bio calcium Liquid” is samengesteld uit meer dan
70 verschillende componenten is volledig gebalanceerd en verstoort de
ionenbalans van je aquarium niet.
Alle
noodzakelijke stoffen zoals Magnesium, molybdeen, kalium, strontium enz..
zij hierin aanwezig volgens de goede verhoudingen. De verpakking bevat “3
witte poeders”, voorverpakt en exact afgewogen om op te lossen in
literflessen ofwel in 5-literbussen.
De 3
componenten kunnen dan worden gedoseerd met een Grotech pomp. Waarbij de
dosissen van de 3 componenten steeds aan elkaar gelijk moeten zijn. Voor
stabiele meetwaarden doseer ik 90ml dagelijks van alle producten. In mijn
bak van 450 liter (netto zonder sump) haal ik dan bijna twee maanden
met bussen van 5 liter)De gewenste startwaarden:- KH tussen 6° en 8° (of aan
te passen naar eigen wens)
- Ca tussen 400mg en 420mg / L (of aan te passen aar eigen wens)
- Mg tussen 1250 en 1350mg / L (kan eventueel nog achteraf !!!)
Zorg
ervoor de aanvangswaarden goed zijn.
Indien
niet, gelieve deze met klassieke producten aan te passen. (ik gebruikte
gewoon Calciumchloride (CaCL2) om het calcium op peil te brengen en “Bio
Magnesium” van “Tropic Marin” om mijn Magnesium op peil te brengen).
Na 6 maanden moest ik nog steeds niet bijsturen.1 liter Bio calcium Liquid A
bevat 20 Gr Calcium.
Start met dosissen van 10 - 30 ml / 100 Liter per dag
Meet
regelmatig de Ca, Mg en Kh waarden in het begin. Het leuke is dat bijkomende
spoorelementen en of een Mg correctie rechtstreeks in de vloeistoffen mag
worden opgelost. Noemen we de drie bussen A,B en C (naar analogie met de
geleverde poederpreparaten)
Start met
dosissen van 10 - 30 ml / 100 Liter per dag
Meet regelmatig de Ca, Mg en Kh waarden in het begin.
Het leuke is dat bijkomende spoorelementen en of een Mg correctie
rechtstreeks in de vloeistoffen mag worden opgelost.
A: hoofdzakelijk Ca verhoging (20.000 mg /liter)
B: hoofdzakelijk Kh verhoging (2800 DKH° /liter)
C: hoofdzakelijk Mg Verhoging (in totaal geeft dat 52 gr calciumcarbonaat)
Gebruiken
we de spoorelementen van “Tropic Marin”, dan kunnen we “Pro-Coral K+
elements” (Kathodic, + geladen & groen) bijdoseren in Bus C, “Pro-Coral A –
elements” (Anodic, - geladen & blauw) in Bus B.
Het is
eveneens mogelijk om Bio magnesium toe te voegen (tot 450Gr/l!) aan Bus C om
indien nodig achteraf het Mg gehalte van ons aquarium bij te sturen indien
nodig. Men kan dit ook manueel doen.

Drie
bussen van 5 Liter aangesloten op een aquamedic doseerpomp.
Drie bussen van 1 liter in oplossing, het ideale alternatief voor een klein
aquarium.
Terug