

Keramiek wordt meestal vervaardigd volgens een klassiek patroon. Eerst wordt het glazuurpoeder met water gemengd en op het werkstuk aangebracht. Na droging gaat alles in de keramiekoven, die langzaam wordt opgestookt tot het glazuur volledig gesmolten is. De maximumtemperatuur varieert van 1000 tot 1250 °C, afhankelijk van de soort klei en het glazuur. Het glazuur is in dit stadium te vergelijken met vloeibaar glas. Dan wordt de oven uitgeschakeld, en laat men de werkstukken langzaam afkoelen gedurende 8 tot 12 uur. Gedurende deze periode stolt het glazuur, en bakt het vast op het werkstuk als een glasachtige huid, die de klei bedekt met een meestal waterdichte laag. De keramiekoven wordt pas uitgeladen als de temperatuur beneden de 50-100°C is gedaald.
Bij klassieke Japanse Raku wordt het werkstuk met een tang uit de oven gehaald op het moment dat de glazuur gesmolten is,
bij een temperatuur van 800-900°C. Door de temperatuurschok met de buitenlucht gaat het glazuur versneld afkoelen. Dit geforceerd koelproces veroorzaakt barstjes of haarscheuren in het glazuur. Dan volgt een rookproces in een reductievat
(rookton) waarbij alle beschikbare zuurstof, ook de zuurstof in de klei, volledig verbrandt. Hierbij ontstaan
rook-en teerdampen. Deze dampen dringen door tot in de glazuurbarstjes, en zo ontstaat de zwarte craquelé.
Raku is ontstaan in Japan in de 15de-16de eeuw en werd oorspronkelijk gebruikt voor het maken van
theekommen voor de theeceremonie, waarbij werd gestookt in houtskoolovens.
Naked Raku is pas eind jaren 1970 per toeval ontdekt, en als variatie op Raku verder ontwikkeld in de USA.
Bij Naked Raku wordt het klei-oppervlak wanneer het in lederhard stadium is eerst langdurig gepolijst.
Nadien wordt het werkstuk biscuit gebakken en tussen het kleioppervlak en de glazuurlaag wordt een scheidingslaag
in slib aangebracht, die verhindert dat het glazuur later uitsmelt en vastbakt aan het werkstuk.
Het stookproces is volledig identiek aan dat van Raku, maar op iets lagere temperatuur.
Na het stoken wordt het werkstuk eveneens in een reductievat gelegd. Tijdens het rookproces dringt de rook,
op die plaatsen waar het glazuur gebarsten is, diep door in de klei, en laat daar onregelmatige barstjes en rooksporen na.
Na afkoeling worden de glazuurlaag en de resterende sliblaag met water verwijderd, en komt de craquelé volop tevoorschijn.
Bij Naked Raku wordt het glazuur dus enkel als hulpmiddel gebruikt.
Nadat het werkstuk volledig gereinigd en gedroogd is, brengt men een laagje bijenwas aan waardoor een matte,
zachtglanzende afwerking ontstaat.