Waarom zijn spaarlampen te vermijden?

rikgheysens@hotmail.com

Eng

Brief aan burgemeester en schepen van Antwerpen

Brief gestuurd aan Bart De Wever, burgemeester van Antwerpen, en aan Nabilla Ait Daoud, schepen, op 27 februari 2013, naar aanleiding van hun videoboodschap met onder meer de oproep om alle oude lampen te vervangen door spaarlampen.

Geachte Heer Burgemeester, geachte Heer Schepen,

Volgens ik verneem uit de Metropooleditie van de Gazet van Antwerpen hebt U in een videoboodschap de Antwerpenaren opgeroepen om gloeilampen te vervangen door spaarlampen. Ik vermoed dat U niet bekend bent met de nadelen van spaarlampen en met de voordelen van gloeilampen. Volgende informatie kan mogelijk nuttig zijn.

  1. Spaarlampen bevatten kwik. Door de Europese Unie is van meetaf aan beklemtoond geweest dat het gebruik van spaarlampen de totale kwikuitstoot (som van kwikuitstoot door elektriciteitscentrales en kwik in spaarlampen) vermindert. Enig onderzoek heeft aangetoond dat die verklaring vals is. Dit geldt enkel in gebieden met veel kolencentrales die de omgeving heel sterk verontreinigen. Door de exacte waarden van de kwikuitstoot in rekening te brengen (ik beschik over de cijfers vanaf 2007) bekomt men als resultaat dat spaarlampen meer kwik uitstoten dan gloeilampen. Ze zijn weliswaar efficiënter in gebruik, maar ze slagen er niet in om daardoor de kwikbalans positief te maken. Daarom stoten spaarlampen meer kwik uit dan gloeilampen en is het onverantwoord om deze lampen bij de bevolking te promoten, zeker in ons land waar het aantal steenkoolcentrales heel gering is.
  2. Omdat de buisjes in spaarlampen gekromd zijn, biedt de fosforlaag onvoldoende bescherming tegen de UV-straling. Door scheurtjes in de fosforlaag kan UV-straling naar buiten komen. Dit betekent dat de bevolking moet weten dat ze enkelvoudige spaarlampen niet mag gebruiken op een afstand van minder dan 30 cm.
  3. Er is in Duitsland minstens één geval bekend van een kind dat leed aan huiduitslag en haaruitval ten gevolge van het slapen in een kamer waar kort voordien een spaarlamp was gebroken en waarbij de kamer niet werd verlucht. De consument moet weten dat gebroken spaarlampen gevaarlijk zijn en dat daarbij onmiddellijk deuren en vensters moeten geopend worden en men de kamer moet verlaten.
  4. De recente testen van Testaankoop (juni 2012) en UFC Que Choisir (Frankrijk, mei 2012) winden er geen doekjes om: ongeveer de helft van de spaarlampmerktypes haalt niet de grens van 5000 uur, hoewel op de verpakking 8000 en meer uren vermeld staat. Ook de opstarttijd duurt veel te lang. Sommige kleuren zijn afwezig in het spectrum van spaarlampen zodat de verbruiker verkeerde beoordelingen kan maken over gelaatskleur of producten. Enkel gloeilampen (en halogeenlampen) hebben een CRI (maatstaf die aangeeft in hoeverre een lichtbron kleuren natuurgetrouw laat weergeven) van 100%.
  5. De kwik in spaarlampen komt meestal uit China. Dit heeft in het verleden geleid tot zware bodemverontreiniging en gezondheidsproblemen bij werknemers en omwonenden.
  6. Tachtig procent van de consumenten brengt de spaarlampen niet naar een daarvoor voorzien afvalpunt. Daardoor wordt de bodem of de lucht verontreinigd.
  7. In het Verenigd Koninkrijk zijn tal van gevallen bekend van lichtgevoelige patiënten die het licht van spaarlampen niet kunnen verdragen.
  8. In de Minimata-conventie, die ijvert voor een wereldwijde verwijdering van kwik uit gebruiksartikelen, is opgenomen dat bepaalde types spaarlampen omwille van die reden tegen 2020 zullen verboden worden. Over welke types het gaat moet nog verder bepaald worden. Zelfs door lampenfabrikanten wordt steeds meer het kwikargument aangehaald om klanten te winnen voor de LED-technologie.
  9. In spaarlampen zitten zeldzame aardmetalen. De winning van deze aardmetalen gaat meestal gepaard met een grootschalige bodemvervuiling omdat ze meestal gebonden zijn aan thorium en uranium. De vraag stelt zich of het verantwoord is die metalen te gebruiken voor een technologie waarvoor tal van alternatieven bestaan.
  10. Er zijn tal van klachten bij de consumenten dat spaarlampen beginnen te roken en een moeilijk te verwijderen stank veroorzaken.

Gloeilampen daarentegen hebben het spectrum van de ondergaande zon en maken de mens rustig. Het is onverantwoord om deze technologie aan de verbruiker te ontzeggen. De nieuwe technologieën zijn geen alternatief omdat de lichtkwaliteit van gloeilampen tot nu toe niet is geëvenaard.

Ik hoop U hiermede van dienst te zijn.

Ontwikkeling van enkele argumenten tegen spaarlampen

Het voornaamste argument dat de overheid aanhaalt om ons te overtuigen om spaarlampen te kopen, is het "persoonlijk profijt"! Daarmee wordt slechts één kant van de medaille getoond. Hierna trachten we het volledige plaatje te geven.

Een goed overzicht is te vinden op de website spaarlampramp.wordpress.com.

  • Haal zo weinig mogelijk kwik in huis!
    • De blootstelling aan elementair kwik heeft enkele negatieve gevolgen voor de menselijke gezondheid, waaronder:
      1. aantasting van cognitieve capaciteiten (bijv. verminderde IQ) bij kinderen als gevolg van blootstelling als foetus en bij volwassenen die worden geconfronteerd met hoge kwikdampconcentraties; en mogelijk
      2. toename van fatale en niet fatale hartaanvallen; en
      3. toename van vroegtijdige dood (nl. enkele studies leggen een verband tussen blootstelling aan kwik en verhoogd risico op vroegtijdig overlijden, wat ook de oorzaak moge zijn.)

      (…) terwijl blootstelling als foetus relatief goed is bestudeerd (hoewel onzekerheden blijven bestaan), blijft de relatie tussen dosis en respons voor gezondheidseffecten als gevolg van een chronische blootstelling bij volwassenen, zoals een cardiovasculaire ziekte, onzeker. (UNEP_cost_benefit2008, p. 104)

    • De economische waarde van de reductie van kwikpollutie is zelden gekwantificeerd voor de fauna en voor het functioneren van ecosystemen. (Ibid., p. 97) UNEP schat dat elke kg kwik die uit het milieu is gehaald een waarde van $12.500 aan sociale, milieugerelateerde en gezondheidsvoordelen kan bewerken. (UNEP )
    • De daarmee gepaard gaande milieu- en sociale kosten worden "externaliteiten" genoemd en moeten in de prijs verrekend worden. Nochtans werken de economische waarderingsmethoden betreffende deze externaliteiten niet altijd naar behoren. Bijv. Hoe moet de kwikbesmetting van de enige voedselbron voor bepaalde gemeenschappen worden berekend wanneer er geen alternatief dieet voorhanden is voor de door kwik aangetaste vis? (UNEP_cost_benefit2008, p. 97) [De term 'externaliteiten' verwijst naar de kosten die een bepaalde activiteit veroorzaakt voor derden zonder dat die daarvoor vergoed worden. (Uit De Tijd, 4 september 2013, p. 28, artikel 'In Memoriam Ronald Coase')]
    • In de geindustrialiseerde gemeenschappen wordt kwik, hoewel het voordien deel uitmaakte van vele producten, nu beschouwd als een materie waarvoor de gebruiksrisico's over het algemeen groter zijn dan de voordelen. (...) Kwikvrije vervangers zijn nu te verwezenlijken voor bijna elk gebruik. UNEP noemt energie-efficiënte verlichting een voorname uitzondering. Wij zijn het niet eens met die stellingname omdat voor spaarlampen talrijke kwikvrije alternatieven bestaan: gloeilampen, halogeen- en LED lampen, al dan niet "downlight". In de meeste ontwikkelde landen verspreiden spaarlampen meer kwik dan ze kunnen besparen door hun laag verbruik. In Brazilië stoten enkel spaarlampen kwik uit omdat 80% van de elektriciteit gewonnen wordt uit waterkracht, zonder ook maar één mg kwik uit te stoten.
    • Daarenboven moeten volgende externaliteiten in rekening gebracht worden.
      • De verwerking van cinnaber gaat gepaard met zeer hoge kwikemissies in de atmosfeer. Enkele opnieuw geopende kwikmijnen in China hebben het milieu en de gezondheid van de bewoners zwaar beschadigd: getuige de dode rivieren, vergiftigde vis en zieke bewoners.
      • Elk verwerkingsproces dat kwik gebruikt zal kwikdamp produceren dat een potentieel gevaar betekent voor de werknemers. (UNEP_cost_benefit2008, p. 115) In een spaarlampenfabriek in China hadden 121 van de 123 werknemers buitensporige kwikwaarden. De gemeten waarde bij één man bedroeg 150 keer de aanvaarde norm. (Bron: The Times on line, May 3, 2009)
      • Gebroken spaarlampen verspreiden gevaarlijke gassen en deeltjes, die bijzonder gevaarlijk zijn voor kinderen. Het onderzoek 'Beknopte risicoanalyse van inzameling van spaarlampen' verricht door de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk Onderzoek TNO (24 november 2008) gaf onder meer aan dat iemand die een nacht in een kamer slaapt waar juist voordien een spaarlamp is kapot gevallen, een te hoge waarde kwik kan inademen.
      • Eens spaarlampen op een stortplaats terechtkomen, wordt de kwik van de gebroken spaarlampen verteerd door microben en komt vrij als methylkwik. Het wordt dan door het water weggespoeld en komt zo in het ecosysteem terecht.
      • Tijdens de recyclage vergt het distillatieproces veel energie. Indien de elektriciteit wordt geleverd door steenkoolcentrales, zal een nieuwe kwikemissie plaatsvinden. Lees meer over het recycling proces van spaarlampen, TL buizen en terugwinning van zeldzame aardmetalen die aanwezig zijn in spaarlampen en TL-lampen. Op het vlak van de terugwinning van zeldzame aardmetalen staat men slechts aan het beginstadium.
  • Spaarlampen verspreiden schadelijke UV-straling
    • Harmful Effects of CFL Bulbs to Skin Een team onderzoekers aan de Stony Brook Universiteit publiceerde in het juni-nummer van het tijdschrift Photochemistry and Photobiology de studie "The Effects of UV Emission from CFL Exposure on Human Dermal Fibroblasts and Keratinocytes in Vitro". Onderzoekers van de Stony Brook Universiteit verzamelden spaarlampen in verscheidene locaties doorheen de districten Suffolk en Nassau en maten de hoeveelheid UV-straling en de gaafheid van de fosforlagen in elke lamp. De resultaten toonden significante emissieniveaus van UVC en UVA-straling aan, die schenen te ontstaan door de scheurtjes in de fosforlagen, aanwezig in alle bestudeerde spaarlampen.

      In het Advanced Energy Research and Technology Center (AERTC) van Stony Brook onderzocht het team dezelfde lampen en bestudeerde de effecten van de blootstelling ervan op gezonde menselijke huidcellen, nl.: fibroblasten, een cel van het bindweefsel die collageen produceert; en keratinocyten, een cel van de opperhuid die keratine produceert, het structureel sleutelmateriaal in de buitenste laag van de menselijke huid. De testen werden herhaald met gloeilampen van dezelfde lichtsterkte en na het aanbrengen van titaniumdioxide (TiO2) nanodeeltjes, die men vindt in de huidverzorgingsproducten die normaal worden gebruikt voor UV-absorptie.

      "Onze studie bracht aan het licht dat de respons van gezonde huidcellen op de UV-straling verspreid door spaarlampen in overeenstemming is met de schade van ultraviolette straling," aldus Professor Rafailovich. [Cellen die worden blootgesteld aan spaarlampen vertoonden een afname van de graad van aangroei, een betekenisvolle toename in de productie van reactieve zuurstof species, en een afname in hun vermogen om collageen te maken. (Abstract)] "Huidcelschade werd verhoogd wanneer lage dosissen van TiO2 nanodeeltjes werden aangebracht aan de huidcellen vóór de blootstelling." Rafailovich voegde eraan toe dat gloeilampen van dezelfde lichtsterkte geen invloed hadden op gezonde huidcellen, met of zonder de aanwezigheid van TiO2.

      "Spijts hun grote energiebesparing zouden de consumenten voorzichtig moeten zijn bij het gebruik van spaarlampen," verklaarde Professor Rafailovich. "Ons onderzoek toont aan dat het best is om ze niet te gebruiken dicht bij de ogen en dat ze het veiligst zijn wanneer ze aangebracht worden achter een bijkomende glasafscherming."

    • Eerder, in 2008, heeft het Scientific Committee on Emerging and Newly Identified Health Risks (SCENIHR) een onderzoek verricht naar de schadelijke gevolgen van spaarlampen op de mens. De conclusie luidde: "SCENIHR vond geen overeenkomstige directe wetenschappelijke gegevens betreffende een verband tussen spaarlampen en de symptomen bij patiënten met diverse aandoeningen (i.e. xeroderma pigmentosum, lupus, migraine, epilepsie, myalgische encefalomyelitis, Irlen-Meares syndroom, fibromyalgia, gevoeligheid voor elektriciteit (electrosensitivity), AIDS/HIV, dyspraxia en autisme).

      Omwille van bovenstaande redenen onderzocht SCENIHR of drie karakteristieken (flikkering, elektromagnetische velden en UV/blauw lichtemissie) zouden kunnen fungeren als trigger voor de ziektesymptomen. Door het gebrek aan gegevens over spaarlampen, werden bestaande gegevens over traditionele fluorescerende buislampen geëxtrapoleerd op situaties wanneer spaarlampen kunnen gebruikt worden. (Eigen benadrukking)

      Terwijl onder enkele voorwaarden of flikkering of/en UV/blauw licht bepaalde symptomen zou kunnen versterken, is er geen betrouwbaar bewijs dat het gebruik van fluorescerende buislampen een significante bijdrage leverde. Van alle eigenschappen van fluorescerende lampen werd enkel UV/blauwe lichtstraling vereenzelvigd als een potentiele risicofactor voor de verergering van lichtgevoelige symptomen bij bepaalde patiënten met ziekten zoals chronische actinische dermatitis en netelroos ten gevolge van de inwerking van de zon.

      Het comité wenst de aandacht van de Commissie te vestigen op het feit dat werd waargenomen dat bepaalde spaarlampen met een enkel omhulsel UVB en sporen van UVC straling uitzenden. Onder extreme voorwaarden (i.e. langdurige blootstelling op minder dan 20 cm afstand) kunnen deze spaarlampen leiden tot een UV-blootstelling die de huidige limiet voor werkomstandigheden (om de arbeiders te beschermen tegen huid- en netvliesschade) benadert.

      Bij gebrek aan relevante gegevens is het aantal lichtgevoelige patiënten in de Europese Unie, die zouden kunnen te lijden hebben onder verhoogde UV/blauwe lichtstraling veroorzaakt door spaarlampen, moeilijk te schatten. Nochtans verschaft een voorlopige ruwe schatting in het allerslechtste geval een getal rond 250.000 personen (0,05% van de bevolking) in de EU.

      Het comité stipt aan dat het gebruik van spaarlampen met een dubbel omhulsel of een gelijkaardige technologie grotendeels of volledig zowel het risico van de limieten die gelden op de werkplaats voor UV-emissies onder extreme condities als het risico op de verergering van de symptomen bij lichtgevoelige personen zou kunnen verzachten." (Bron: SCENIHR (Scientific Committee on Emerging and Newly-Identified Health Risks), Scientific opinion on light sensitivity, 23 September 2008.)

    N.B.: Dubbelwandige spaarlampen werden onlangs getest door Test-Aankoop, met negatieve resultaten! Zie persoverzicht, mei 2012. Daarenboven komt een studie verricht door de Stony Brook Universiteit (New York) tot andere resulaten. Blijkbaar had SCENIHR toch beter het onderzoek verricht met spaarlampen en niet met buislampen. Er werden in alle onderzochte spaarlampen scheurtjes ontdekt in de fosforlaag, waardoor een significante hoeveelheid UV-straling kan vrijkomen. Zie persoverzicht, juli 2012

  • Het warmtevervangingseffect. EPA beweert: ENERGY STAR berekende dat spaarlampen tot 75 procent minder energie (elektriciteit) gebruiken dan gloeilampen. Ons antwoord: In gebouwen die door elektriciteit worden verwarmd, wordt de mindere aanwezigheid van warmte door spaarlampen vervangen door de elektrische verwarmingstoestellen. Er wordt bijgevolg geen enkele kWh "uitgespaard" in de elektrisch verwarmde gebouwen tijdens de winter. In gebouwen die worden verwarmd door fossiele brandstofffen zoals olie en gas, vermindert de kost van het bijkomende gas of olie in de winter door de waargenomen "besparing" door de efficiëntere verlichting.
  • CO2 emissies. Zal de elektriciteitsbesparing door spaarlampen de CO2-emissies verminderen? Wanneer men alle alle gebruikte energie meerekent, wordt weinig winst gemaakt. De verdere implementatie van de Ecodesignrichtlijn leidt tot een verhoging van de efficiency van kantoorapparatuur. De efficiencywinst zit het voor een belangrijk deel in minder productie van ‘restwarmte’ (printers die warmte afgeven e.d.). Deze afname van "restwarmte productie" in kantoren, leidt tot enige toename van de warmtevraag in die zelfde kantoren en dus tot meer gasvraag. Dit leidt hierboven genoemde ECN gegevens tot een toename van de emissies in 2020 van 0,05 Mton. (Brief van het Planbureau voor de Leefomgeving aan het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (31 mei 2011) ( ECN: Energieonderzoek Centrum Nederland (Energy research Centre Netherlands)). Indien de politici zo begaan zijn met het verminderen van de CO2-uitstoot, moeten ze maar geen kolencentrales toelaten om elektriciteit op te wekken.
  • Keuzevrijheid. Ik geloof sterk dat de beperkingen die worden opgelegd op gloeilampen een significant negatief effect zullen hebben op haast elke woning in mijn land. Ik ben van mening dat de wijze waarop men zijn huis inricht behoort tot de beslissingsbevoegdheid van de bewoner en dit behoort niet tot het bereik van de regering. Ik denk dat dit de ware principes schaadt waarop deze natie gebouwd zijn en als toegewijde burger ben ik het meest trots op onze keuzevrijheid in ons persoonlijk leven. (Howard M. Brandston)
  • Ethische bezwaren. Het getuigt van een geschonden normenbesef wanneer staten of producenten een bepaald type van lamp aanbevelen dat enkel efficiënt is, betreffende de milieu-impact, in een situatie met een hoge kwikemissie door elektriciteitsproducerende steenkoolcentrales. Wij kunnen ons niet terugvinden in deze redenering. Wij wensen een wereld zonder kwik, meer speciaal wat betreft de verlichting in onze huishoudens. Dit is een duidelijk ethisch bezwaar tegen het gebruik van spaarlampen.
  • Cradle to cradle. In hun boek Cradle to Cradle: Remaking the Way We Make Things, suggereren de architect William McDonough en de scheikundige Michael Braungart dat elk product (en de verpakking) een complete gesloten kringloop zou moeten aantonen voor elk component - nl. de wijze waarop elk bestanddeel ofwel zal terugkeren tot het natuurlijk ecosysteem door biodegradatie of door een oneindige recyclage. (http://en.wikipedia.org/wiki/Recycling) Kwik wordt echter verkwist gedurende de verschillende productiefasen, het gebruik en de deponering van spaarlampen. Dit is in tegenstrijd met de Cradle to Cradle principes.

Vraag: Waarom stel je enkel een verbod voor op spaarlampen en niet op alle kwikbevattende fluorescentielampen?

Antwoord: Omdat aan twee voorwaarden moet worden voldaan om een verbod uit te spreken:

  1. De lamp bevat kwik;
  2. Er moeten alternatieven bestaan voor de lamp.
Kwik bevattende lampen Kwikvrije alternatieven Verbod
HID lampen Geen betaalbare alternatieven zijn beschikbaar. Geen verbod
Tl-lampen Lineaire LED-lampen, maar deze zijn heel duur. Geen verbod
Spaarlampen 1. Gloeilampen, 2. Nieuwe halogeenlampen, 3. LED lampen, 4. LED "Downlight" lampen Een verbod is noodzakelijk voor mens en milieu.

Het is zeker dat andere argumenten kunnen toegevoegd worden. Maar één zaak is duidelijk: de risico's tijdens de productie, het gebruik en de deponering van gloeilampen zijn duidelijk groter dan de voordelen. In 2005 was 18 tot 20 ton kwik nodig om spaarlampen te maken. Het grootste deel van die kwik zal uiteindelijk terechtkomen in het milieu. Gemakkelijke winsten kunnen worden verkregen door een verbod op spaarlampen. Hoelang zullen de regeringen nog de schadelijke kwikvervuiling dulden?

Interessante links

Referenties

  • (UNEP_cost_benefit2008): Report presenting the costs and benefits for each of the strategic objectives. Addendum. 14 July 2008.

Laatst gewijzigd op 18 december 2013