PANNEK, EEN PROTEUS, MAAR MET EEN EENDUIDIGE IDENTITEIT

(Marc Pannek °1937 - + 2002)

 

1 Niet één, maar wel véél kunstenaars tegelijk

 

Bij een bezoek aan een Pannek tentoonstelling wordt men overweldigd door het aantal genres door de kunstenaar beoefend : naast schilderijen verschijnen ook collages en assemblages ; heel wat schilderijen bevatten collage- of (en) assemblage- elementen ; wandassemblages worden afgewisseld met assemblages in de vrije ruimte, een soort sculpturen, meestal tweedimensionaal, maar ook wel eens met drie dimensies.  Sommige schilderijen en sculpturen benaderen eerder architectuurmaquettes.

 

Niet alleen het aantal genres desoriënteert, evenzeer gaat een caleidoscopisch effect uit van de op het eerste zicht uiteenlopende stijlen, al dan niet soms onderling vermengd.  Streng geometrische vormen verschijnen zeldzamer, geometriserende des te meer.  Maar ook organische vormgeving is present.

 

Nu eens treedt ordening op  en haalt het rationele de bovenhand, dan weer verhindert een Dionysische roes het ontdekken van een structuur.  Meestal gaat de kunstenaar intuïtief spontaan te werk, maar er zijn werken waar planning duidelijk zichtbaar is.  Nu eens vervaardigt de kunstenaar zelf zijn extra schilderkundige addenda, een andere keer neemt hij zijn toevlucht tot “objets trouvés”.  Meestal beschildert Pannek zijn addenda en “objets trouvés” maar ook dit lijkt geen wet van Meden en Perzen.

 

Betekent deze overvloed aan verschijningsvormen dat het werk van de kunstenaar eenheid van identiteit mist en hijzelf als een kameleon moet geduid worden ?

Geenszins ! ! !

 

2 Een zoon van het avant-gardistische modernisme uit het interbellum

 

In eenklank met het modernisme heeft Pannek de schilderkundige traditie de rug toegekeerd en absolute voorrang gegeven aan het telkens opnieuw uitvinden ; hij is gedreven zoals het modernisme door de originaliteitbetrachting, in elk kunstwerk weer opnieuw tot doelstelling nummer één gemaakt.  Zijn werk ademt dan ook experiment en verkenning en is een illustratie van zoveel pogingen om telkens weer creatief te zijn. 

 

Uitdiepen van techniek gaat aan hem voorbij, veeleer gaat hij op zoek naar niet uitgeprobeerde expressiemiddelen ; vandaar zijn vele werken waarin verf slechts een medium  is naast vele andere ; vandaar zijn werk met geometriserende vormen zoals de modernistische constructivisten hem hadden voorgedaan, maar ook met organische vormen in het kielzog van de surrealisten.  Zoals hen neigde hij ook naar intuïtieve bij het creëren (écriture automatique) en maakte hij gebruik van de vervreemding, het toekennen van een nieuwe identiteit aan materialen en objecten, om aldus de beeldtaal zoveel mogelijk uit te breiden. 

Onmiskenbaar is er ook een belangrijke stimulans op hem uitgegaan van het Duitse Bauhaus, waar in tegenstelling tot de academies de uitbouw van de creativiteit het belangrijkste objectief was.

 

De keuze voor deze artistieke koers verklaart dan ook de hommages waarmee hij zijn leermeesters lauwert : Malevch, Tatlin, Arp, Schwitters, Klee, Kadinsky, Miro, Picasso……

 

Wellicht wekt het verwondering dat Pannek weinig geometrisch-abstract werk heeft gecreëerd, terwijl dit toch het paradepaardje was van de modernistische constructivisten.  Pannek vreesde verstarring en herhaling en vond de weg te eng die deze richting uitging. Ook oordeelde hij dat bij ontstentenis van betekenis dergelijk werk snel tot louter decoratie zou gedoemd zijn.  Een van zijn abstracte werken, waarop een leeglopende driehoek is voorgesteld heeft hij betiteld als “vermoeide driehoek” ; in een ander laat hij deconstructie zijn constructie bedreigen ; andere werken blijven tonen hoe abstractie fataal tot het ontstaan van vaste patronen moet leiden.

Lyrische abstractie treffen wij vooral aan in zijn collages waar een Dionysische roes het werk doorzindert.

 

3 Een kunstenaar in de rij van zijn tijdgenoten uit het postmodernisme

 

Toen Pannek zijn kunstenaarsloopbaan startte in de zestigerjaren waren neorealisme, pop art en matierisme toonaangevend.  Het aanwenden van niet traditioneel artistiek materiaal, eerder behorend tot utilitaire bestemmingen, heeft zijn zoektocht naar andere expressiemiddelen dan verf ongetwijfeld gestimuleerd.  Maar bij de kunstenaar speelt veel meer de integratie en het optillen tot een kunstniveau.  Het was aan hem niet besteed kunst en dagelijks leven, het vergeestelijkte en het materialistische consumentisme te laten samenvloeien.

Evenmin speelden bij hem rebelse maatschappelijke bedoelingen bij het inschakelen van alledaagse materialen en voorwerpen, zoals bij de neondadaïsten.  De enige rebelse neigingen bij de kunstenaar aanwezig situeren zich niet op het maatschappelijke maar op het artistieke vlak.

Ook de existentiële bedoelingen waarmee de materie door tijdgenoten werd aangewend was hem vreemd ; het betrof voor hem louter een nieuwe uitingsmogelijkheid, hoewel hij bij het inschakelen van zand en cement ongetwijfeld ook een hommage aan het modernistische bouwmateriaal bij uitstek, het beton, liet meespelen.

 

4 Het aparte in de artistieke productie van Pannek

 

Het werk van Pannek, gekenmerkt door speelsheid en onbevangenheid straalt een sfeer uit van naïviteit en blijheid.

 

Het brengt emotie en indrukken tot uitdrukking zoals deze in een droom verschijnen na een tijdlang in diepere lagen van het bewustzijn zich te hebben teruggetrokken.  Deze werken verdienen dan ook terecht met het epitheton “onirisch” te worden getypeerd.

 

Een andere keer gaat zijn werk fantaseren over de kosmos en het leven op andere planeten dan de aarde (“De kleine aarde” waar wij mensen verblijven).  Bewoners aldaar worden immers jeugdig en zorgeloos voorgesteld, ontsnapt aan de zwaartekracht  van de aarde.  Dieren leven er in harmonie met de mythologische bewoners en brengen hen geluk.  Deze werken kunnen als “fabulerend” worden betiteld.

 

Zijn werk waar hij tot een synthese komt tussen geometriserende constructies en een betoverende inhoud verdient een bijzondere vermelding omdat ratio en fantasie samensmelten tot een eenheid, een diep menselijk verlangen, helaas  vaak moeilijk door de mens te realiseren.

 

Het werk tenslotte waar hij een identiteitswissel doorvoert bij “objets trouvés” leert de toeschouwer dat onze dagdagelijkse wereld met alles wat de mens heeft vervaardigd zoveel meer bevat dan wat de ook rede leert en dat de kunstenaar alleen dat meer kan bieden.

 

Is dit ook wat Hamlet aan zijn vriend Horatio bijbrengt dat er meer is tussen hemel en aarde, dan wat wij met ons verstand kunnen vermoeden ?

 

Johan Lanssens , vriend van de kunstenaar en kunstkenner

Oostende, zondag 24 februari 2013 , Andromeda Hotel

 

Tekst opgenomen in de fotoalbum-catalogus

PANNEK I retrospectieve (2012-2013) in het Andromeda Hotel