Tijdschrift


Okegem
 


Perkament


Familiekunde
MENU

Startpagina
Inleiding A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

visitors stats checking
Bezoekers


 

TIP : Gebruik de zoekmachine met de toetsen : CTRL en F



FAMILIES EN PERSONEN TE OKEGEM (NINOVE) (12e eeuw - 1909)
EN
IMPEGEM (LIEDEKERKE) (17e eeuw - 1804)





Familiekunde Okegem Titel : Families en personen te Okegem (12de eeuw - 1909) - Impegem (17de eeuw - 1804)
Auteur : Van Isterdael Herman

Beschrijving: Dit boek geeft familienaam na familienaam alle teruggevonden informatie. De vermelding in een of andere akte is reeds voldoende om opgenomen te zijn in dit kolossale werk. Honderden bladzijden lang worden gegevens verstrekt over personen en families die ooit in Okegem leefden en/of werkten. Zo goed als alle informatie van en over Okegem is in dit boek verwerkt: parochieregisters, contracten en akten, burgelijke stand, aangiften van nalatenshap, processen, namen uit de charters van de Ninoofse abdij, bidprentjes, poorterlijsten, tellingen van de 16de eeuw tot de 19de eeuw. Duizenden en duizenden namen worden hier aan de vergetelheid ontrukt.
De auteur Herman Van Isterdael staat borg voor de accuraatheid van de gegeven informatie. Dit werk laat toe om de geschiedenis van de eigen familie zonder veel moeite zelf te reconstrueren.



INLEIDING


1. De registratie

Sinds het Concilie van Trente (geindigd 1563) was de geestelijkheid verplicht de dopen en huwelijken van de gelovigen te registreren. Deze verplichting werd niet overal onmiddellijk nageleefd en vaak was de nauwgezetheid van de registratie ronduit bedroevend. De kerkelijke overheid wees de pastoors meermaals op deze verplichting. De deken controleerde en signeerde bij zijn jaarlijks bezoek de registers. Onzorgvuldige pastoors kregen een vermaning.

De wereldlijke overheid vaardigde eveneens wetten uit op dit vlak en verplichtte bij herhaling de pastoors tot het opmaken van dubbels of afschriften van deze registers. Al te dikwijls bleef dit dode letter. Ondanks al deze voorschriften zijn veel van de waardevolle registers verloren gegaan door onachtzaamheid, oorlogsgeweld en rampen.

De eerste gegevens over het bijhouden van dergelijke registers voor de parochie Okegem vinden we in het decanaal verslag van het jaar 1592. De deken noteerde toen dat pastoor Jacobus Goossens een doopregister bijhield. Zijn opvolger Adrianus Mordack startte in 1602 met een nieuw registertje waarin hij dopen en huwelijken inschreef. Vanaf 1621 werden te Okegem ook de overlijdens opgetekend. Door de band besteedden de pastoors trouwens weinig aandacht aan het optekenen van overlijdens. De gegevens van deze akten zijn dikwijls beperkt tot het absolute minimum: de datum van overlijden of begraving en de naam van de overledene.

De verloren gegane registers beperken zich voor de parochie Okegem tot het doopregister van pastoor Goossens waarvan hoger sprake en tot het doopregister van 1616 tot 1654. De verdwijning werd reeds in de 17e eeuw vastgesteld. Misschien ging het register verloren in de brand van de pastorie van 1658. Voor Okegem bleven volgende 6 registers bewaard:

Dopen - huwelijken - overlijdens

1. 1601-1616 , 1602-1614
2. 1616-1668 , 1621-1668
3. 1654-1698 , 1654-1697 , 1654-1698
4. 1698-1718 , 1698-1717 , 1698-1716
5. 1718-1789 , 1718-1790 , 1718-1790
6. 1779-1804 , 1779-1804 , 1779-1801

Vr 1718 waren, op een paar uitzonderingen na, de pastoors van Okegem niet erg bekommerd over de volledigheid van hun parochieregisters. Koster Michiel Ruys kon het in 1712 waarschijnlijk niet langer aanzien en begon zelf de parochieregisters aan te vullen . Hij deed het in het Nederlands waar de gebruikelijke taal van de pastoors het Latijn was. Bij het aantreden van pastoor Herman Jozef Berghs in 1718 schrok deze zo van het bedenkelijk niveau van de parochieregisters die hem overhandigd werden dat hij de schepenen van Okegem vroeg om samen met hem de resterende registers te foliren . Vanaf deze datum zijn de parochieregisters behoorlijk bijgehouden.

De parochieregisters van Okegem tellen verscheidene lacunes. De toevallige weglatingen zijn tijdsgebonden en houden verband met nalatigheid, ziekte of overlijden van de pastoor. De oorlogsomstandigheden en epidemien zijn in de registers duidelijk aanwijsbaar. In de registers zijn volgende onderbrekingen in de registratie vastgesteld :

mei-oktober 1615,
januari 1623-juni 1623,
november 1623-oktober 1624,
maart 1630-augustus 1630,
maart 1633-augustus 1633,
november 1634-juni 1635,
juni 1644-december 1644,
maart 1653-september 1653,
juni 1676-januari 1677.

Zoals reeds op meerdere plaatsen werd vastgesteld zijn ook te Okegem in het doopregister de doodgeboren kinderen niet altijd ingeschreven. In het beste geval werden ze ingeschreven in het overlijdensregister. Bij vergelijking van beide registers konden heel wat dopen teruggevonden worden. Zoals alle mensenwerk bevatten de registers ook fouten en vergetelheden. Twee voorbeelden kunnen dit illustreren. Volgens de aangifte van nalatenschap van Maria De Weghe overleed ze op 31 augustus 1677. Hoewel het overlijdensregister voor 1677 verscheidene overlijdens vermeldt is deze van Maria niet ingeschreven. In het overlijdensregister van 1766 en 1768 werd tweemaal het overlijden van dezelfde persoon met enkele dagen verschil ingeschreven.

In de parochieregisters noteerde men alleen degenen die in de parochie verbleven. Tijdelijke uitwijking kan de registratie benvloeden. We bezitten daarvan een getuigenis voor het jaar 1667, toen de pastoor noteerde dat de bevolking van Okegem verscheidene malen op de vlucht was gegaan voor de oprukkende legers en dat daardoor de registratie niet nauwkeurig was gebeurd.

2. De grenzen van de parochie Okegem

De grenzen van de huidige gemeente Okegem komen niet overeen met de vroegere omschrijving van de parochie Okegem. In de parochieregisters van de parochie Okegem staan ook de dopen, huwelijken en begrafenissen genoteerd van inwoners van het gehucht Impegem dat behoorde tot de wereldlijke jurisdictie van de schepenbank van Liedekerke. De parochie Okegem strekte zich soms de facto eveneens uit over een gedeelte van de heerlijkheid Pamel namelijk dat deel aan de Okegemse zijde van de Dender dat men "den hust" noemde. Dit perceeltje Pamelse grond lag achter de huidige pastorie. Oorspronkelijk was het een eiland in de Dender dat behoorde tot de bezittingen van de heren van Pamel. In de loop der eeuwen slibde de Dender dicht langs de Okegemse oever. Op den Hust stond slechts n woning zodat het aantal inwoners van dit huis niet zo'n grote invloed heeft uitgeoefend op het bevolkingsaantal van Okegem. In de 18e eeuw werden de bewoners van de enclave gerekend tot de parochie Okegem. Dit is niet altijd zo geweest. In de 17e eeuw bijvoorbeeld gingen de bewoners van de hust naar de kerk van Pamel mis vieren en werden de dopen, huwelijken en overlijdens er ook geregistreerd .

Het aandeel van de Impegemse bevolking in het totaal aantal inwoners van de parochie kan berekend worden door de nauwkeurigheid van pastoor Berghs. Vanaf 1718 noteerde deze pastoor immers in de parochieregisters steeds de geboorteplaats van de dopeling (Impegem, den Hust, Okegem), zodat dit ons toelaat om vanaf dat jaar de parochianen uit te splitsen tussen Okegem en Impegem. Zijn opvolgers zetten dit gebruik verder hoewel niet allen even nauwgezet.

De inwoners van Impegem gingen na de invoering van het Concordaat in 1802 kerkelijk tot de parochie Liedekerke behoren. De parochie Okegem verloor ongeveer n derde van haar gelovigen. Vanaf die datum verdwijnen de Impegemse gezinnen uit deze lijst van gezinnen.

3. De verwerking van de gegevens

Voor de bewerking van de parochieregisters werden alle akten overgezet op fiches. Hetzelfde gebeurde met de registers van de burgerlijke stand tot en met het jaar 1909. Gezinnen waarvan de geboorten het jaar 1909 overschrijden zijn uiteraard niet volledig. Gelieve hiermee rekening te houden. Aan het overschrijven van de registers (1806-1870) van de burgerlijke stand werkten Albert Neukermans en Eugeen Neukermans mee. Hun werk werd nadien door mij volledig opnieuw gelezen en gecontroleerd zodat de verantwoordelijkheid voor eventuele fouten en vergissingen volledig bij mij ligt.

Het werk bevat ook gegevens van na het jaar 1909. Deze gegevens zijn niet systematisch verwerkt, wanneer we data en persoonsgegevens aantroffen van de 20e eeuw, bijvoorbeeld van de bidprentjes, werden die ingevoerd zonder aanspraak te maken op volledigheid en correctheid.

We maakten gebruik van de dubbels van de registers van de burgerlijke stand die in bewaring werden gegeven bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Oudenaarde. Het gebouw van de Rechtbank ging in 1918 in de vlammen op. Daarop schreef men in de twintiger jaren van deze eeuw de registers opnieuw over. De kwaliteit van dit afschrift is niet uitstekend. Fouten werden vastgesteld. Verscheidene datums van geboorten in de geboorteakten en huwelijksakten kwamen niet overeen. Waar lag de fout? Fiches opmaken op basis van de originelen in het Stadsarchief te Ninove was praktisch niet doenbaar.

Bij geboorten, huwelijken en overlijdens gesloten voor de burgerlijke stand worden de getuigen niet opgesomd. De gegevens uit de parochieregisters en burgerlijke stand zijn geordend op hoofdwoord van de familienaam en daarna chronologisch per gezin. Huwelijksakten en overlijdensakten zijn verdubbeld op naam van de echtgenoot-echtgenote en ingevoegd bij het gezin. Bij iedere familienaam staan de oudste gegevens vooraan. Akten van naamdragers die niet konden geplaatst worden in gezinnen zijn achteraan bij de naam gegroepeerd. Gegevens tussen [.] zijn door mij toegevoegd op basis van andere informatie. De voornamen uit de parochieregisters en burgerlijke stand werden in hun Latijnse vorm behouden. De namen uit de akten en contracten van de Okegemse Schepenbank zijn in het Nederlands. Bij vergelijking zal men bijvoorbeeld zien dat Josina = Judoca, Carolus = Karel, Egidius = Gillis, Judocus = Joos, Guilielmus, Guilliam = Willem en andere meer. Een datum uit de republikeinse kalender werd omgezet naar de huidige tijdrekening.

De gezinsreconstructie was bijzonder moeilijk voor de periode 1616-1653 waarvan het doopregister niet meer voorhanden is. Het archief van de Schepenbank van deze periode is eveneens grotendeels verloren gegaan. Dikwijls werd een gezinslid slechts toegewezen op basis van n aanwijzing. Als houvast is dit zeer weinig. Het blijft vermoedelijk mogelijk om verbeteringen en aanvullingen aan te brengen op basis van gegevens uit parochieregisters van andere parochies.

4. Aanvullende gegevens

De akten van de parochieregisters zijn vergeleken en aangevuld met gegevens van tellingen van de inwoners. Een voorzichtig gebruik van tellingen is meer dan nodig. Als voorbeeld van de kritische benadering nemen we twee tellingen van de bevolking uit de 17e eeuw.

In de 17e eeuw hebben twee pastoors een "bevolkingstelling" gehouden van de inwoners van hun parochie. Na zijn aanstelling als pastoor op 24 januari 1654 begon Godefridus van Elshout in een nieuw register de dopen, huwelijken en overlijdens te registreren. Achteraan in dat register maakte hij een lijst van alle gezinnen van zijn parochie met de gezinssamenstelling. De eerste indruk is dat de telling zeer zorgvuldig is uitgevoerd. Deze lijst is nochtans onbruikbaar voor enige statistische bewerking omdat zij gedurende enkele jaren bijgewerkt werd, namelijk tot 1666, jaar van overlijden van de pastoor. De oorspronkelijke delen van de lijst zijn niet te scheiden van de toevoegingen. Schrappingen komen veelvuldig voor en namen van dienstpersoneel werden overgeschreven naar hun nieuwe dienstbetrekking. Maar waarom hield Van Elshout deze lijst bij? Achter de namen van de inwoners staan nummers van 1 tot 12. Vanaf 1654 had ieder jaar dus een nummer. Uiteindelijk stelden we vast dat de gezinnen niet volledig waren en dit had zijn reden. De pastoor noteerde alleen de namen van gezinsleden die paasplichtig waren, met andere woorden de communicanten. De kinderen jonger dan 14-15 jaar komen in de lijst niet voor, de namen werden bijgeschreven op het ogenblik dat ze hun plechtige communie gedaan hadden. Ieder jaar noteerde hij dan met een cijfer degenen die met Pasen gebiecht en gecommuniceerd hadden. Het cijfer 1 staat voor het jaar 1654. Het is dus helemaal geen volledige lijst van de inwoners van Okegem en zeker geen bevolkingstelling.

Een andere lijst van inwoners, volgens de titel opgemaakt in 1671, ook "status incolarum" genoemd, ontstond niet lang na de grootste demografische crisis van de 17e eeuw. Pastoor Joannes Mehauden maakte een lijst van de inwoners van Okegem gegroepeerd per gezin. Ieder gezin werd onder een nieuwe hoofding opgenomen en de onderlinge verhoudingen van de gezinsleden werden aangetekend. Soms werd de leeftijd van de kinderen aangegeven. De lijst is opnieuw niet volledig: de inwoners van Impegem werden niet opgenomen en de pastoor schreef bijvoorbeeld zichzelf en zijn huishouden niet in. Bovendien bleek na zorgvuldige controle dat de lijst niet in 1671 maar gedurende drie jaar bijeengeschreven werd. Zo staat het gezin van Antoon Beecman en Berlindis Bosschaerts vermeld maar het paar huwde slechts in oktober 1672. Een ander voorbeeld: Jan Boschman kwam op 1 maart 1673 op de wereld, zijn naam staat op de lijst ingeschreven. Omwille van het grote belang van deze tellingen voor de gezinsreconstructie werden ze opgenomen in de tweede uitgave van de gezinsreconstructie.

De gezinsrecontructie van de parochie Okegem nam als basis de gegevens van de parochieregisters. Verder werd gebruik gemaakt van de archieven van de voormalige Schepenbank (1604-1797) en van de parochie (1624-1798) Okegem. Alle mogelijke gegevens zoals aangiften van nalatenschappen, akten en contracten, processtukken, legger van onroerende goederen, e.a. werden ingepast en gegroepeerd per gezin waarop ze betrekking hadden. Een enorme massa Okegemse archiefbescheiden zijn in dit boek verwerkt. De verwerking van persoonsgegevens die in de rekeningen van het dorp en van de kerkfabriek voorkomen gebeurde niet systematisch. De mogelijkheden van deze rekeningen illustreren we met een voorbeeld uit de dorpsrekeningen van de jaren 1686-1696.

DE COCK Pieter (ook COCQ)

- 1686-1687: zijn huis werd door het Franse leger in brand gestoken voor de betaling van de contributie door de prochie (rekening dienstjaar 1686).

- 16 oktober 1694: beschrijving Land van Aalst voor de levering van keurlingen om te werken aan de versterkingen van de stad Ninove: 16 st. aan Pieter De Cock voor 2 dagen werk (rekening dienstjaar 1694).

- 08.06.1696 - 17.06.1696: 6 g. 10 st. aan Pieter De Cocq voor 10 dagen werk als keurling (rekening dienstjaar 1694).

Verder gebruikten we de buitenpoorterslijsten van de steden Gent, Geraardsbergen en Aalst, het archief van de Ninoofse St.-Cornelius- en Cyprianusabdij, de baljuwsrekeningen (rolrekeningen en andere) van het Land van Aalst en de baljuwsrekeningen van Ninove.

De Impegemse gezinnen hadden een losse band met de parochie Okegem. De Okegemse pastoor kende zijn parochianen van over de Dender minder goed en had er in ieder geval minder greep op. In Impegem strandden regelmatig landlopers en zwervers zoals de pastoor soms noteerde. Ze kwamen er zich nestelen. De deken noteerde in zijn decanaal verslag van 1732 dat de inwoners van Impegem in de grootste onwetendheid over het christelijk geloof leefden. Om deze gezinnen beter te kennen nam ik ook het archief van Liedekerke door en noteerde de gegevens uit de aangiften van nalatenschappen van de inwoners van Impegem. In mindere mate werd gebruik gemaakt van de akten en contracten. De parochieregisters van Iddergem werden volledig doorgenomen.

De gegevens over de personen van andere dorpen werden uit diverse bronnen gehaald nl. de uitgebreide indexen op de parochieregisters (uitzonderlijk werd teruggegaan naar de lezing van de akten), de uitgegeven werken en studies over families en personen en toevallige gegevens die van het internet werden gehaald. Ik raad aan om in elk geval deze gegevens nader te controleren. Persoonsgegevens uit het tijdschrift van de Heemkring van Okegem "Mededelingen Heemkring Okegem" en van bidprentjes werden overgenomen en ingevoegd. Daardoor overschrijdt de gezinsreconstructie regelmatig de drempel van het jaar 1909. De gegevens van de bevolkingsregisters uit de 19e eeuw werden niet verwerkt.

5. Aanwijzingen voor de gebruiker

Alle gegevens staan zo dicht mogelijk bij de persoon waarop ze betrekking hebben. Een lezing van een tekst gaat als volgt:

Asselmans Franciscus, werkman, Rattenberg, Beekstraat, = Ok. 24.09.1769 Ok. 30.04.1865 zn Petrus en van Maria Francisca De Schepper x Okegem 07.09.1794 Maria Anna Geeroms Imp. = Ok. 08.11.1768 Ok. 15.01.1843 dr Andreas en van Joanna Maria Van den Hauwe van Impegem. Getuigen bij het huwelijk: Joannes Asselman en Judocus Geeroms.

Franciscus Asselmans was van beroep werkman en woonde achtereenvolgens op de Rattenberg en aan de Beekstraat. Hij is gedoopt te Okegem op 24 september 1769 en overleed te Okegem op 30 april 1865. Zijn ouders waren Petrus Asselman en Maria Francisca De Schepper. Hij huwde op 7 september 1794 met Maria Anna Geeroms geboren te Impegem en gedoopt te Okegem op 8 november 1768. Zij overleed op 15 januari 1843. Maria Anna was dochter van Andreas Geeroms en van Joanna Maria Van den Hauwe die te Impegem leefden. Bij het huwelijk van Franciscus Asselmans en Maria Anna Geeroms waren Joannes Asselman en Judocus Geeroms getuige. Hun kinderen volgen met naam, doopdatum en/of geboortedatum, peter en meter (voor de parochieregisters), overlijdensdatum (voor vrouwen en ongehuwden) en naam van echtgenoten. Mannelijke kinderen die een eigen gezin te Okegem stichtten worden afzonderlijk als gezin opgenomen.

Wil men hogerop terugkeren in de tijd, naar de ouders, dan keert men terug naar Petrus Asselman en zijn tweede vrouw Maria Francisca De Schepper.

Bij de tweede uitgave:

De gezinsreconstructie is verder aangevuld tot 1909. Voor de latere periode tot 2009 werden bidprentjes gebruikt. Op bidprentjes vindt men van de overledene: geboortedatum, overlijdensdatum, naam van de echtgenoot/echtgenote en soms de namen van de nabije verwanten die een dankwoord formuleren. Meermaals werden echter afwijkingen vastgesteld tussen de gegevens op de bidprentjes en die van de Burgerlijke Stand.

De gezinsreconstructie is eveneens verder aangevuld met gegevens die aangetroffen werden in de gezinsreconstructies van de omliggende dorpen. In het bijzonder de akten en contracten van de heerlijkheid Liedekerke-Denderleeuw met inbegrip van de wijk Impegem leverde heel wat aanvullingen op.

De gegevens van de paashouders 1654-1666 en van de inwoners van Okegem in 1671-1673 zijn bij het betrokken gezin geplaatst. Het zal ieder toelaten om de basis van de reconstructie te controleren en begrijpen. Wil er echter rekening mee houden dat kinderen jonger dan 13-15 jaar niet in de lijsten zijn opgenomen.

De akten uit de parochieregisters van de 17e eeuw werden opnieuw bekeken en gecontroleerd.

Afkortingen en symbolen:

=  gedoopt
  geboren
x   huwelijk xx   tweede huwelijk xxx   derde huwelijk
  overleden
()   begraven
b.   bunder
B.S.   Burgerlijke Stand
ca.   circa
dj.   dienstjaar
dr   dochter van
erfg.   erfgenamen
ev.   eventueel
f   folio
g.   gulden
gr.   groot
i.n.v.   in naam van
j.   jaar
K.   kind, kinderen
lb.   pond
LvA   Land van Aalst
m.   maand, maanden
M.   meter
nl.   namelijk
nr.   nummer
o.a.   onder andere
G.O.A.   oud gemeentelijk archief
Ok.   Okegem
P.   peter
r.   roeden
R.Bn.   Rijksarchief Beveren
rek.   rekening
S.A.   stadsarchief
st.   stuiver
VM   voogd van de moederszijde
VP   voogd van de vaderszijde
v   verso
wed.   weduwe
zn   zoon van

oppervlaktematen:
1 vierkante roede = 30, 7456 m
1 dagwand (100 vierkante roeden) = 30 are 74 ca 56 dm
1 bunder (400 vierkante roeden of 4 dagwand) = 1 ha 22 are 98 ca 25 dm (1,2298 ha)
1 oud bunder = 90 vierkante roeden

geldwaarden:
1 pond groot = 20 schellingen groot = 240 penningen groot
1 schelling groot = 12 penningen groot
1 pond parisis = 20 schellingen parisis
1 schelling parisis = 12 deniers parisis
1 gulden = 20 stuivers
1 pond groot = 12 pond parisis = 6 gulden



=================