Tijdschrift


Okegem
 


MENU

Startpagina
MENU Publicaties
Vorig onderwerp
-<-------

Volgend onderwerp
------->


 

ARTIKELEN - PUBLICATIES


3 ) Op zoek naar de inwoners van Okegem in het verleden


Sinds het Concilie van Trente (geŽindigd 1563) was de geestelijkheid verplicht de dopen en huwelijken van de gelovigen te registreren. Deze verplichting werd niet overal onmiddellijk nageleefd en vaak was de nauwgezetheid van de registratie ronduit bedroevend. De kerkelijke overheid wees de pastoors meermaals op deze verplichting. De deken controleerde en signeerde bij zijn jaarlijks bezoek de registers. Onzorgvuldige pastoors kregen een vermaning.

De wereldlijke overheid vaardigde eveneens wetten uit op dit vlak en verplichtte bij herhaling de pastoors tot het opmaken van dubbels of afschriften van deze registers. Al te dikwijls bleef dit dode letter. Ondanks al deze voorschriften zijn veel van de waardevolle registers verloren gegaan door onachtzaamheid, oorlogsgeweld en rampen.

De eerste gegevens over het bijhouden van dergelijke registers voor de parochie Okegem vinden we in het decanaal verslag van het jaar 1592. De deken noteerde toen dat pastoor Jacobus Goossens een doopregister bijhield. Zijn opvolger Adrianus Mordack startte in 1602 met een nieuw registertje waarin hij dopen en huwelijken inschreef. Vanaf 1621 werden te Okegem ook de overlijdens opgetekend. Door de band besteedden de pastoors trouwens weinig aandacht aan het optekenen van overlijdens. De gegevens van deze akten zijn dikwijls beperkt tot het absolute minimum: de datum van overlijden of begraving en de naam van de overledene.

De verloren gegane registers beperken zich voor de parochie Okegem tot het doopregister van pastoor Goossens waarvan hoger sprake en tot het doopregister van 1616 tot 1654. De verdwijning werd reeds in de 17e eeuw vastgesteld. Mogelijks ging het register verloren in de brand van de pastorie van 1658.

Voor Okegem bleven volgende 6 registers bewaard:

Dopen Huwelijken Overlijdens
1.   1601-1616 1602-1614 --------
2.  ---------- 1616-1668 1621-1668
3.   1654-1698 (1) 1654-1697 (2) 1654-1698 (3)
4.   1698-1718 1698-1717 1698-1716
5.   1718-1789 1718-1790 1718-1790
6.   1779-1804 (4) 1779-1804 1779-1801


1. ( Noot: Met akten uit de jaren 1706, 1713 en 1715).
2. ( Noot: Met akten uit de jaren 1715-1716).
3. ( Noot: Met akten uit de jaren 1712-1715).
4. ( Noot: Het jaar 1792 ontbreekt voor de dopen, huwelijken en overlijdens).

Vůůr 1718 waren, op een paar uitzonderingen na, de pastoors van Okegem niet erg bekommerd over de volledigheid van hun parochieregisters. Koster Michiel Ruys kon het in 1712 waarschijnlijk niet langer aanzien en begon zelf de parochieregisters aan te vullen ( Noot 5: Register 3: Doodtboeck die is beginnende van den jaere 1712 door michiel Ruijs coster deser prochi van okegem). . Hij deed het in het Nederlands waar de gebruikelijke taal van de pastoors het Latijn was. Bij het aantreden van pastoor Herman Jozef Berghs in 1718 schrok deze zo van het bedenkelijk niveau van de parochieregisters die hem overhandigd werden dat hij de schepenen van Okegem vroeg om samen met hem de resterende registers te foliŽren (6). Vanaf deze datum zijn de parochieregisters behoorlijk bijgehouden.

( Noot 6: Register 3: Den onderschreven pastoir van okeghem verclaert op desen 31 december 1718 ontfangen te hebben een kerst-, trauw ende doodtboek van heer jacobus van damme gewesenen pastoir van tvoorseide okeghem beginnende van den jaere 1654 tot den jaere 1698 welcken hij nochtans niet heeft aengeraeckt oft geopent (gelijck hij bereijdt is altijdt te verklaeren bij eede voor alle jugen ende rechters sulcks noodigh sijnde) voor aleer daer bij geroepen te hebben de onderschreven jacobus van den Perre, Ballieu, Adriaen schoonjans ende Adriaen van den Berghe schepenen vant voorschreven okeghem in wiens presentie hij onderschreven pastor den voorschreven boek van bladt tot bladt heeft gefolieert...).

De parochieregisters van Okegem tellen verscheidene lacunes. De toevallige weglatingen zijn tijdsgebonden en houden verband met nalatigheid, ziekte of overlijden van de pastoor. De oorlogsomstandigheden en epidemieŽn zijn in de registers duidelijk aanwijsbaar. In de registers zijn volgende onderbrekingen in de registratie vastgesteld (7): mei-oktober 1615, januari 1623-juni 1623, november 1623-oktober 1624, maart 1630-augustus 1630, maart 1633-augustus 1633, november 1634-juni 1635, juni 1644-december 1644, maart 1653-september 1653, juni 1676-januari 1677.

( Noot 7: Slechts onderbrekingen in de dopen, huwelijken en overlijdens van minimum een half jaar zijn hier opgesomd).

Zoals reeds op meerdere plaatsen werd vastgesteld zijn ook te Okegem in het doopregister de doodgeboren kinderen niet altijd ingeschreven. In het beste geval werden ze ingeschreven in het overlijdensregister. Bij vergelijking van beide registers konden heel wat dopen teruggevonden worden. Zoals alle mensenwerk bevatten de registers ook fouten en vergetelheden. Twee voorbeelden kunnen dit illustreren. Volgens de aangifte van nalatenschap van Maria De Weghe overleed ze op 31 augustus 1677. Hoewel het overlijdensregister voor 1677 verscheidene overlijdens vermeldt is deze van Maria niet ingeschreven. In het overlijdensregister van 1766 en 1768 werd tweemaal het overlijden van dezelfde persoon met enkele dagen verschil ingeschreven (8).

( Noot 8: Parochieregister 5 f 412: Van der Speeten Cornelius; parochieregister 5 f 341 en 413: De Schepper Petrus Joannes).

In de parochieregisters noteerde men alleen degenen die in de parochie verbleven. Tijdelijke uitwijking kan de registratie beÔnvloeden. We bezitten daarvan een getuigenis voor het jaar 1667, toen de pastoor noteerde dat de bevolking van Okegem verscheidene malen op de vlucht was gegaan voor de oprukkende legers en dat daardoor de registratie niet nauwkeurig was gebeurd.

De grenzen van de huidige gemeente Okegem komen niet overeen met de vroegere omschrijving van de parochie Okegem. In de parochieregisters van de parochie Okegem staan ook de dopen, huwelijken en begrafenissen genoteerd van inwoners van het gehucht Impegem dat behoorde tot de wereldlijke jurisdictie van de schepenbank van Liedekerke. De parochie Okegem strekte zich soms de facto eveneens uit over een gedeelte van de heerlijkheid Pamel namelijk dat deel aan de Okegemse zijde van de Dender dat men "den hust" noemde. Dit perceeltje Pamelse grond lag achter de huidige pastorie. Oorspronkelijk was het een eiland in de Dender dat behoorde tot de bezittingen van de heren van Pamel. In de loop der eeuwen slibde de Dender dicht langs de Okegemse oever. Op den Hust stond slechts ťťn woning zodat het aantal inwoners van dit huis niet zo'n grote invloed heeft uitgeoefend op het bevolkingsaantal van Okegem. In de 18e eeuw werden de bewoners van de enclave gerekend tot de parochie Okegem. Dit is niet altijd zo geweest. In de 17e eeuw bijvoorbeeld gingen de bewoners van de hust naar de kerk van Pamel mis vieren en werden de dopen, huwelijken en overlijdens er ook geregistreerd (9).

( Noot 9: VAN HERREWEGHEN G., Een Okegemse toenaam uit een Pamelse plaatsnaam, in: Mededelingen Heemkring Okegem, 1984, p. 16).

Het aandeel van de Impegemse bevolking in het totaal aantal inwoners van de parochie kan berekend worden door de nauwkeurigheid van pastoor Berghs. Vanaf 1718 noteerde deze pastoor immers in de parochieregisters steeds de geboorteplaats van de dopeling (Impegem, den Hust, Okegem), zodat dit ons toelaat om vanaf dat jaar de parochianen uit te splitsen tussen Okegem en Impegem. Zijn opvolgers zetten dit gebruik verder hoewel niet allen even nauwgezet.

De Impegemse gezinnen hadden een losse band met de parochie Okegem. De Okegemse pastoor kende zijn parochianen van over de Dender minder goed en had er in ieder geval minder greep op. In Impegem strandden regelmatig landlopers en zwervers zoals de pastoor soms noteerde. Ze kwamen er zich nestelen. De deken noteerde in zijn decanaal verslag van 1732 dat de inwoners van Impegem in de grootste onwetendheid over het christelijk geloof leefden.

De inwoners van Impegem gingen na de invoering van het Concordaat in 1802 kerkelijk tot de parochie Liedekerke behoren. De parochie Okegem verloor ongeveer ťťn derde van haar gelovigen.

De parochieregisters bevatten ook twee tellingen van de parochianen. In de 17e eeuw hebben twee pastoors een "bevolkingstelling" gehouden van de inwoners van hun parochie.

Na zijn aanstelling als pastoor op 24 januari 1654 begon Godefridus van Elshout in een nieuw register de dopen, huwelijken en overlijdens te registreren. Achteraan in dat register maakte hij een lijst van alle gezinnen van zijn parochie met de gezinssamenstelling. De eerste indruk is dat de telling zeer zorgvuldig is uitgevoerd. Deze lijst is gedurende enkele jaren bijgewerkt namelijk tot 1666, jaar van overlijden van de pastoor. De oorspronkelijke delen van de lijst zijn niet te scheiden van de toevoegingen. Schrappingen komen veelvuldig voor en namen van dienstpersoneel werden overgeschreven naar hun nieuwe dienstbetrekking. Maar waarom hield Van Elshout deze lijst bij? Achter de namen van de inwoners staan nummers van 1 tot 12. Vanaf 1654 had ieder jaar dus een nummer. Uiteindelijk stelden we vast dat de gezinnen niet volledig waren en dit had zijn reden. De pastoor noteerde alleen de namen van gezinsleden die paasplichtig waren, met andere woorden de communicanten. De kinderen jonger dan 14-15 jaar komen in de lijst niet voor, de namen werden bijgeschreven op het ogenblik dat ze hun plechtige communie deden. Ieder jaar noteerde hij dan met een cijfer degenen die met Pasen gebiecht hadden en ter communie waren gegaan. Het cijfer 1 staat voor het jaar 1654. Het is dus helemaal geen volledige lijst van de inwoners van Okegem en zeker geen bevolkingstelling.

Een andere lijst van inwoners, volgens de titel opgemaakt in 1671, ook "status incolarum" genoemd, ontstond niet lang na de grootste demografische crisis van de 17e eeuw. Pastoor Joannes Mehauden maakte een lijst van de inwoners van Okegem gegroepeerd per gezin. Ieder gezin werd onder een nieuwe hoofding opgenomen en de onderlinge verhoudingen van de gezinsleden werden aangetekend. Soms werd de leeftijd van de kinderen opgegeven. De lijst is opnieuw niet volledig: de inwoners van Impegem werden niet opgenomen en de pastoor schreef bijvoorbeeld zichzelf en zijn huishouden niet in. Bovendien bleek na zorgvuldige controle dat de lijst niet in 1671 maar gedurende drie jaar bijeengeschreven werd. Zo staat het gezin van Antoon Beecman en Berlindis Bosschaerts vermeld maar het paar huwde slechts in oktober 1672. Een ander voorbeeld: Jan Boschman kwam op 1 maart 1673 op de wereld, zijn naam staat op de lijst ingeschreven.

In 1796 startte de wereldlijke overheid met een eigen registratie van geboorten, huwelijken en overlijdens, de 'burgerlijke stand' genoemd. De pastoors werden verplicht hun parochieregisters over te dragen aan de gemeentebesturen en deze parochieregisters werden beschouwd als voorlopers van de burgerlijke stand. De registers van dopen, huwelijken en overlijdens die de pastoors na 1796 nog bijhielden verloren vanaf die datum hun wettelijke bewijskracht.

De gegevens van de Okegemse parochieregisters ťn van de burgerlijke stand werden door Herman Van Isterdael verwerkt in een gezinsreconstructie van de gemeente Okegem tot het jaar 1909. Het boek, in twee delen, werd in 2009 uitgegeven door de Okegemse heemkring.