Home


Materiaaloverzicht cursussen Jef Bertels

Deze tekst is niet bedoeld als een uitgebreide of volledige handleiding voor olieverfschilderen. Daarvan zijn er meer dan genoeg. Het is gewoon een overzicht en bespreking van enkele materialen die tijdens mijn cursussen aan bod komen, en door zijn relatieve beperktheid misschien handig voor beginners die zich tussen de massa beschikbare producten wat verloren voelen. De uitweidingen vormen een antwoord op steeds terugkerende vragen tijdens deze lessen, die daardoor vooral praktisch gericht kunnen blijven.

Ik heb overwogen de voorbeelden aan het eind te illustreren met afbeeldingen, maar zie daar van af met als voornaamste reden dat wie de cursus gevolgd heeft, of gedreven genoeg is, vanuit de tekst genoeg moet hebben om te gaan experimenteren. Mijn ervaring wijst uit dat men soms vast blijft zitten in de visuele voorbeelden die men krijgt, en dan exact hetzelfde wil creŽren. Improviseren en uitproberen zijn verweven met de techniek, en er is geen veilige weg naar een vooraf bepaald resultaat. Juist omdat de oefeningen die ik geef soms het karakter lijken te hebben van “methoden” of “procedures” wil ik hier sterk de nadruk op leggen. IdeeŽn, Schetsen en ontwerpen zijn beginpunten voor avonturen, geen dwingende voornemens.

Waar ik over regels spreek, gaat het om technisch richtlijnen in functie van de duurzaamheid van een schilderij. Niemand is verplicht zich daaraan te houden, en het negeren van die regels kan ook boeiend werk opleveren. Alleen verzet ik mij tegen het afgezaagde idee dat deze regels te beperkend zouden zijn. Ook als je duurzame schilderijen wil maken, is de vrijheid van expressie eindeloos, en de moeite ongeveer dezelfde als wanneer je zomaar wat doet.

Opmerkingen over deze tekst zijn altijd welkom.

Dragers:

Hardboard (in de volksmond: unalit) : De gladde kant is zeer geschikt voor fijn werk. Deze wordt best even geschuurd voor het prepareren. De ruwe kant kan eventueel gebruikt worden, maar vergt een grondige preparatie, wegens zeer ruw en absorberend. Voor grote formaten (vanaf +- 80 x 80) is het wat dun, zodat het kan gaan doorzakken. Naar mijn ervaring vormen voor wat groter werk twee panelen hardboard, met de ruwe zijde aan elkaar gelijmd, een stabiele drager, die toch niet te zwaar is.

MDF : panelen van 5 tot 9 mm dikte vormen een stabiele drager, die indien vrij van vetvlekken niet hoeft geschuurd te worden voor het prepareren. Ik schuur ze lichtjes met een schuurspons. Het probleem met MDF is het grote kwaliteitsverschil, van bijna kartonachtig materiaal (lichter van kleur) tot zeer hard (donkerder). Ik heb nog geen houthandelaar gevonden die altijd de harde kwaliteit kan garanderen, en probeer dus op ervaring te beoordelen. De lichtere kwaliteit MDF zwelt bij het prepareren met gesso op waterbasis soms lelijk op. Met gesso op olie/alkyd basis (zie verder) blijft het oppervlak van bijna elke kwaliteit mooi glad, maar harde kwaliteit paneel is in elk geval stabieler.

Watervaste MDF (groen) : zeer geschikt voor glad, fijn werk, en zeer stabiel. Dit soort paneel prepareer ik alleen met gesso op olie/alkyd basis (zie verder), omdat de watervastheid een goede hechting van acryl-gesso (op waterbasis) zou kunnen hinderen. Deze panelen gebruik ik dus ook alleen voor olie- of alkydverfschilderijen.

Doek : Zuiver linnen is sterk en stabiel. Katoen is ongeschikt voor grotere formaten. De grofheid van het doek is een kwestie van stijl en smaak. Ik gebruik altijd universeel geprepareerd doek, omdat je daarop de vetheid van het basisoppervlak zelf kan bepalen (zie verder: “vet op mager”). Het zelf prepareren van het naakte doek in combinatie met het opspannen, heeft mogelijke complicaties die ik aan de specialisten over laat. Tegenwoordig bestel ik voor grote formaten doeken gespannen op ramen van hout en aluminium.

Prepareren:

Gesso is de verzamelnaam voor (meestal) witte grondverven, die een drager geschikt maken voor het schilderen. Olieverf moet altijd door een dergelijke prepareringslaag van de drager gescheiden zijn omdat anders de traag drogende olie in het oppervlak dringt, en een te magere, poederachtige verflaag achterlaat. De meeste gesso’s zijn op acrylbasis, en geschikt om met alle verfsoorten te beschilderen. De meeste merken kunstschilderverf hebben hun eigen gesso. Ik heb lang Windsor&Newton-gesso gebruikt, die makkelijk mooi egaal uitstrijkt. Tegenwoordig gebruik ik graag Talens-gesso, omdat deze, hoewel moeilijker egaal aan te brengen, wat minder absorbeert, en zo wat meer mogelijkheden biedt voor mijn manier van werken.

Je kan de gesso aanbrengen met een rol of een borstel. Met de rol gaat vlugger, maar creŽert een oppervlak dat ruw aanvoelt onder het penseel. Zelf prefereer ik de borstel, die een karaktervol, niet te glad oppervlak oplevert, waar de verfborstel toch vlot overheen glijdt. Je zal altijd minstens twee lagen nodig hebben om een helder wit oppervlak te krijgen.

Ik wacht steeds een dag voor ik er met olieverf op schilder, omdat het paneel door en door droog moet zijn. Volgens het boekje moeten de achterkant en zijkanten van het paneel ook geprepareerd worden, om kromtrekken te vermijden. Ik doe dit achteraan met ťťn dikke laag acryllak, voor ik de voor en zijkanten met gesso doe.

Gesso op olie/alkydbasis, zoals Windsor&Newton die heeft, is duurder, en moet tussen twee lagen een dag drogen. Hij levert een glad oppervlak op, nog minder absorberend dan de Talens-gesso. Alleen geschikt voor olie- en alkydverf, die dan ook best niet te mager opgezet wordt (zie verder). Zeer geschikt voor fijn werk of miniaturen. Er kunnen eventueel ook andere materialen (metaal, kunststof) mee geprepareerd worden. Een groot voordeel is ook dat ook iets lichtere MDF-panelen hiermee mooi glad blijven, omdat er geen water in zit dat de vezels doet zwellen.

Houd bij alle gesso’s rekening met de aanwijzingen op de verpakking, voor een duurzaam schilderoppervlak. Soms wordt vermeld dat tussen elke laag geschuurd moet worden. Dit is vooral in functie van gladde, effen oppervlakken (zoals voor miniaturen) en niet noodzakelijk voor de meeste doeleinden.

Verfsoorten in functie van gelaagd olieverfschilderen:

De trage droging van olieverf maakt sommige mensen wat ongeduldig, wanneer ze hun schilderij in lagen willen opbouwen. In dat geval kunnen sneller drogende verfsoorten in de basislagen gebruikt worden, waarna met olieverf afgewerkt wordt. Het kan dan gaan om aquarel, gouache, acryl of alkydverf. (alkydverf is een snel drogende olieverf, en wordt bij mijn weten alleen door Winsor&Newton geproduceerd in hun “Griffin”-reeks)

-aquarel, gouache en acryl zijn verven op waterbasis, en dus alleen op universele (=acryl-)gesso te gebruiken. Alkydverf kan ook gebruikt worden op olie/alkyd-gesso.

Voor de drie eerste geldt dat ze dun, waterachtig gebruikt moeten worden, als ze als onderlaag voor olie moeten dienen. Bij aquarel en gouache omdat dikke lagen teveel olie gaan absorberen, en zo doffe plekken veroorzaken bij droging van de olielaag, bij acryl omdat een dikke laag op termijn een duurzame hechting van de olielaag zou kunnen verhinderen. Het is ook zo dat acryl langer flexibel blijft dan olie die na jaren harder wordt, zodat een te dikke laag acryl de brosse olielaag zou kunnen doen barsten.

Een voordeel van aquarel en gouache is de blijvende verwerkbaarheid en oplosbaarheid met water, ook als ze gedroogd zijn.

De watervastheid van acryl (na droging) kan dan weer een voordeel zijn voor wie zijn onderlagen licht en geleidelijk wil opbouwen, laag na laag, zonder de onderliggende laag vlekkerig te maken. Let hierbij weer op dat je niet een te dikke acryllaag krijgt, als je er olieverf overheen wil zetten. Bij een louter acrylschilderij is dit natuurlijk geen beperking.

 Alkydverf (te verwerken met mediums en verdunners voor olieverf, niet met water, verwar deze verf niet met acryl ) is ideaal als je toch dik geschilderde onderlagen wil, en geen weken wil wachten om verder te werken. De droogtijd van een dikke laag alkyd is 2 ŗ 3 dagen. Extreem dikke lagen, die je met een dun olieglacis wil bewerken, zou ik zeker een week laten drogen (bij gewone olieverf zou dit meer dan een maand vergen).

 Vergeet niet dat elke soort verf goed droog moet zijn voor je er met olie over gaat.

Olieverf:

Mijn cursussen behandelen olieverf meestal vanuit zijn rijke, diepe transparantie, en de overgang daarvan naar dekkende gedeelten. Met die benadering heb je profijt van de professionele, kwaliteitsvolle (en duurdere) reeksen van de verschillende merken. Je zal er door hun kwaliteit en kleurkracht minder van verbruiken.

Als je alleen maar dik en dekkend schildert op grote formaten kan je studieverf overwegen.

Wat kleur betreft: zelf beperk ik mijn palet zoveel mogelijk. Als je iets rood- geel- en blauwachtig hebt (basiskleuren), een donkerbruin en wit, kan je al beginnen. Je palet kan je best naar eigen smaak ontwikkelen in de loop der tijd. Voor beginners is het wel belangrijk te weten dat Titaanwit het beste wit is wat betreft licht en dekkracht.

Mediums en verdunners:

Wie het onderstaande wil negeren, kan gewoon medium kant en klaar te kopen. Alle merken verkopen olieverfmedium, van traag tot sneldrogend. De specifieke eigenschappen ervan moet je door ervaring leren kennen, en dan zelf bepalen wat voor jou de beste resultaten oplevert. Het volgende is voor wie eenvoudig zelf medium wil maken, wat interessant kan zijn om wat goedkoper te kunnen werken op grotere formaten.

Olieverfschilders moeten goed het verschil kennen tussen vet en mager. De verf is een vette substantie, meestal op basis van lijnolie, die droogt door zuurstofopname, niet door verdamping. De verf blijft dus na droging ongeveer hetzelfde qua samenstelling en uitzicht. Olie en harsen zijn vette bestanddelen, ze verdunnen de verf niet.

Verdunners (white-spirit, terpentijn, sansodor) zijn magere bestanddelen: ze doen de verf makkelijker vloeien en dun uitstrijken, maar verdampen, zodat een schrale, matte verflaag overblijft. Het zijn eigenlijk gewoon oplosmiddelen voor verf, olie en medium.

Mediums zijn samenstellingen van vette en magere bestanddelen, die de verf een bepaald karakter geven, in overeenstemming met hoe de schilder graag werkt. Lijnolie gemengd met terpentijn is dus een eenvoudig, traditioneel medium. Meestal wordt er nog een hars aan toegevoegd die de verf een mooiere glans geeft, beschermt, en de droogtijd beÔnvloedt. Mediums zijn belangrijk als je vanuit transparante olieverftechniek wil werken, omdat alleen maar verdunnen met een oplosmiddel zoals gezegd de verf “uiteen doet vallen”. Met olie of medium behoudt de verf zijn gloed en diepte na droging.

De ruwe lijnolie, die je overal in literflessen vindt, gebruiken we soms op cursussen als medium omdat die goedkoop is, aangenaam werkt en zeer traag droogt, wat een voordeel is bij veel oefeningen. Hij is dus ideaal voor het leren kennen van het olieverfkarakter, maar niet geschikt voor duurzame schilderijen, omdat hij in de loop der tijd meer zal vergelen, en onzuiverheden bevat.

Om de oefeningen thuis te herhalen gebruik je beter gezuiverde lijnolie die je in winkels voor kunstschildersmaterialen, of bij sommige drogisten haalt. Let wel, ook gezuiverde lijnolie vergeelt wat, dus hoe meer lijnolie in je schilderijen, hoe meer ze zullen verdonkeren na verloop van tijd.

Nog beter is standolie te gebruiken. Dat is ingedikte, langdurig gekookte (gepolymeriseerde) lijnolie, die minder of niet vergeelt, en technisch duurzamer is dan gewone lijnolie. Deze olie droogt traag, en is vooral geschikt voor de laatste lagen van een schilderij. Hij is taai en stroperig, moet dus verdund worden met twee of drie maal zoveel terpentijn, white-spirit, of sansodor om goed mee te kunnen werken. Zelf laat ik lagen met standolie in minstens een maand drogen voor ik er eventueel nog overheen ga.

Enkele algemene regels bij het schilderen in lagen:

- Moderne mediums vergelen niet of minder, maar best is niet te overdrijven met het gebruik. Net genoeg gebruiken om met de verf te doen wat je wil, geeft meestal ook expressief het beste resultaat, omdat je dan ook maximaal het pigment van de verf benut.

- Laat een voorgaande laag altijd goed drogen. Die droogtijd is afhankelijk van de gebruikte verfsoort, of medium.

- Klassieke regel: vet op mager. De verflaag is voor een goede hechting best iets vetter dan de daaronder liggende. In de praktijk is het ook goed als elke laag even vet (of mager) is dan de voorgaande, als je deze goed hebt laten drogen. Ga vooral niet mager op vet schilderen, dat zou de verflaag sneller doen barsten, en het werkt trouwens niet prettig.

- Traag- op sneldrogend: Het is best sneldrogende verfsoorten of mediums te gebruiken in de eerste lagen, en traag drogende in de afwerkingslagen. Zit in dezelfde logica als de vorige regels. Ook hier weer, in elke laag hetzelfde recept kan nooit kwaad.

- In theorie kan je olieverf gewoon verdunnen (met terpentijn, white-spirit of sansodor toevoegen) in een eerste laag, maar toch is het best, ook als je hier heel mager wil werken, om een beetje medium toe te voegen aan dit oplosmiddel, omdat een zuiver verdunde olieverflaag, ook na lange droging, kwetsbaar kan zijn voor de oplosmiddelen die in de volgende lagen zitten, en toch nog loskomen. Alkydverf kan je in een eerste laag wel zuiver verdunnen. Deze verf is, eens gedroogd, zeer bestand tegen oplosmiddelen. Ook de waterverven mag je in de onderlagen naar hartenlust mager (met veel water dus) gebruiken, omdat ze, na droging, niet reageren op de olieachtige lagen daarna.

- De begrippen olie-verdunner-hars  pas ikzelf toe met respectievelijk :

Standolie, (vet) vanwege zijn technisch uitstekende eigenschappen. De meeste verfmerken verkopen het.

Sansodor,(mager) (van Windsor&Newton) ipv terpentijn of white-spirit, omdat het traag verdampt en dus aangenamer werkt bij magere lagen, en ook minder geurhinder en gezondheidsrisico’s inhoudt.

Liquin,(hars, vet maar sneldrogend) (ook van Windsor&Newton) is eigenlijk een kant en klaar sneldrogend medium op basis van alkydhars, ideaal voor olie- en/of alkydverfschilderijen in meerdere lagen. Het is ook een goede vervanger voor de harsen die in klassieke mediums werden toegevoegd, maar slechts spaarzaam mochten gebruikt worden (voor allerlei redenen). Omdat liquin een medium op zich is kan het in elke verhouding toegevoegd worden. Een klein beetje ervan in een traagdrogend medium zorgt er bijvoorbeeld voor dat de verf na langere tijd toch vrij goed beschermd is tegen eventuele oplosmiddelen.

Met deze drie producten kan je zelf magere, vette, snel- of traag drogende mediums samenstellen. Ik herhaal nog eens dat er nog veel andere producten bestaan, maar met deze drie kom je al een heel eind.

Gebaseerd op al het voorgaande geef ik hieronder een aantal voorbeelden van schilderijen in meerdere lagen. De dragers zijn telkens met een universele (acryl) gesso geprepareerd. Eigenlijk illustreren deze tabellen gewoon mogelijke toepassingen van de genoemde regels, men zou men talloze andere verhoudingen en recepten kunnen vermelden.

Sommige specialisten zullen de droogtijden overdreven lang vinden, sommige (in functie van de eeuwige duurzaamheid) te kort. Hier valt inderdaad over te discussiŽren, wat we nu even niet gaan doen.



Voorbeeld A:
 
laag verfsoort verdunner/medium/mengsel droogtijd
1 aquarel of gouache water tot volledige verdamping water
2 olieverf liquin 10 dagen



 Voorbeeld B:
 
laag verfsoort verdunner/medium/mengsel droogtijd
1 acryl water enkele uren
2 alkyd 1 deel liquin/1 deel sansodor 2 dagen
3 olieverf liquin 10 dagen



 Voorbeeld C:
 
laag verfsoort verdunner/medium/mengsel droogtijd
1 alkyd 1 deel liquin/ 5 delen sansodor 3 dagen
2 olieverf 2 delen liquin/ 1 deel sansodor 10 dagen
3 olieverf liquin 10 dagen



 Voorbeeld D:

laag verfsoort verdunner/medium/mengsel droogtijd
1 aqural of gouache water tot volledige verdamping water
2 olieverf 1 deel gezuiverde lijolie/1 deel sansodor 14 dagen
3 olieverf gezuiverde lijnolie 14 dagen



 Voorbeeld E:
 
laag verfsoort verdunner/medium/mengsel droogtijd
1 alkyd sansodor 2 ŗ 3 dagen
2 alkyd 1 deel liquin/ 1 deel sansodor 2 dagen
3 alkyd of olieverf liquin 2 of 10 dagen



Voorbeeld F:

laag verfsoort verdunner/medium/mengsel droogtijd
1 alkyd 1 deel liquin/ 5 delen sansodor 3 dagen
2 olieverf 1 deel standolie/ 1 deel liquin/ 4 delen sansodor 3 weken
3 olieverf 1 deel standolie/3 delen sansodor/een spoortje liquin 1 maand

 

Voorbeeld G:

laag verfsoort verdunner/medium/mengsel droogtijd
1 olieverf 1 deel liquin/1 deel sansodor 10 dagen
2 olieverf 1 deel standolie/ 4 delen sansodor 1 maand
3 olieverf 1 deel standolie/3 delen sansodor 1 maand
Deze opbouw lijkt "mager op vet" tussen laag 1 & 2, maar de snelle droging van liquin, en het extreem vette karakter van  standolie compenseren dit.

 

 

Hierna volgen nog enkele voorbeelden uit een oudere tekst met wat meer uitleg, aansluitend op gelijkaardige oefeningen tijdens sommige van mijn cursussen. Je kan de beschreven visuele opbouw natuurlijk ook toepassen met de recepten hierboven, of andere.

Voorbeeld 1

- Laag 1: "Tekening" in acryl (vb bruin, blauwbruin of groen of iets anders), dun, aquarelachtig, niet zomaar de contouren, wel de diepste schaduwen duidelijk aangeven.

-  Laag 2: Met aquarel inkleuren naar believen. Deze kleuren kun je altijd corrigeren door ze met water weg te vegen. De eerste laag blijft mooi staan, indien ze goed gedroogd is, dus kan je van alles uitproberen.

 - Laag 3: Met olieverf (+medium of lijnolie) kun je nu rustig de onderliggende kleuren naar eigen smaak temperen of juist versterken. Je kunt wit bij je kleuren mengen, of juist heel verzadigde kleuren gebruiken. Ook hier weer kun je experimenteren, omdat de voorgaande laag niet oplost in de olie. In dit natte glacis kun je door te vegen, of/en met lichte en donkere kleuren toonwaarden gaan "boetseren".

- De echte priegelaars wachten voor de fijnste details best tot de olieverf goed droog is. Je kunt in de natte verf detailleren, en dat geeft een mooi smeuÔg resultaat, maar als je op een droge laag werkt kun je uitproberen en eventueel wegvegen.



Voorbeeld 2:

- Laag 1: idem vb.1.

- Laag 2: in acryl breng je dun, transparant een laag aan die de sfeer van het werk zal bepalen. Deze laag kan, afhankelijk van wat je beoogt, streperig of egaal zijn, fel gekleurd of juist neutraal. Technisch gezien kan je laag 1 en 2 omwisselen, maar op het witte paneel teken je waarschijnlijk gemakkelijker. Ook krijg je mooie, subtiele schakeringen wanneer deze tussenlaag over de donker vlakken van de eerste laag zit, vooral wanneer je dit met een lichte kleur doet.

- Laag 3: Met witte acryl breng je, half transparant, de grote lichtvlakken aan. Het is de bedoeling dat je de tussenlaag laat doorschemeren. Alleen in de hoogste lichten breng je het wit wat dikker aan. Een beetje geel of oker bij het wit geeft een warmer effect.

- Laag 4: Met olieverf (+ medium of lijnolie) kleur je nu gewoonweg in. Ook hier weer moet je zelf aanvoelen hoelang en gedetailleerd je in de natte verf werkt, en of je met de afwerking wilt wachten tot de verf droog is.

- Opmerking: In laag 1 en 3 kan je zowel grof als fijn werken. Je zou na de derde fase een volledig afgewerkt schilderij in toonwaarden kunnen hebben, dat je dan ook letterlijk slechts hoeft in te kleuren in transparante olieverf. Je kunt integendeel ook een grove toonschets maken, en het meeste werk voor de vierde fase bewaren. 



Voorbeeld 3:

De vorige methoden kan je ook toepassen door in de eerste lagen met alkydverf te werken, verdund met een mengsel van terpentijn en medium (liquin). Je werkt dan redelijk mager, en je hebt tijdens elke fase rustig de tijd. je moet dan wel langer wachten tussen elke laag, natuurlijk (1 of 2 dagen). Meestal werk je dan aan meerdere schilderijen tegelijk, of doe je boswandelingen.

De afwerking gebeurt weer met olieverf en medium. Wanneer je de liquin weer verdunt, zorg dan dat hij niet magerder wordt (hoe meer terpentijn, hoe magerder) dan de vorige laag.

Opmerking: Andersom werken, alkyd over olie dus, wordt afgeraden. Sneldrogende verf over traagdrogende zou zijn zoals mager over vet. Uiteraard kan je elke fase in olieverf uitvoeren, maar dan moet je nog langer wachten. Schilder je voor de eeuwigheid, dan zou je voor de duurzaamheid van de verffilm minstens twee weken moeten wachten tussen elke olieverflaag (sommige fanatici spreken van enkele maanden).

Je kan voor de eerste laag de alkydverf ook verdunnen met alleen terpentijn of white spirit, maar dan blijft de verflaag ondanks de snelle droging lang kwetsbaar. Een beetje sneldrogend medium erin mengen verhelpt dat.

 

Voorbeeld 4:

- Laag 1: In ťťn bepaalde kleur + wit werk je een schilderij min of meer af. Je kunt dus alleen met toonwaarden werken, hoewel het afwisselend dekkend en transparant werken, en de verzadigde tegenover de met wit gemengde kleur al een heel gamma van schakeringen kunnen opleveren. Je gebruikt hier akwarel, gouache, acryl of alkydverf.

- Laag 2: In olieverf werk je naar het beoogde resultaat toe; d.w.z., de kleur van de eerste laag wordt op bepaalde plaatsen gebruikt, getemperd, versterkt of afgedekt. Ze zal het werk voor een groot deel beÔnvloeden, maar dat is niet erg. Het is een steun, en geen keurslijf. Je hebt ze trouwens zelf gekozen.

 

Voorbeeld 5:

- Laag 1: In acryl of magere alkyd breng je een transparante, maar toch redelijk donkere verflaag aan. Maak hierop zonodig een voorbereidende tekening (vb.met wit kleurpotlood).

- Laag 2: met witte alkydverf, onverdund, "plamuur" je de uit te beelden vormen. Overdrijf gerust met de hoeveelheid verf. Probeer verschillende soorten penselen uit voor allerhande structuren. Je kan ook reeds wat kleur mengen in de witte verf. Het zal wel een paar dagen vergen voor deze laag echt droog is.

- Laag 3: Breng met alkyd- of olieverf transparant de gewenste kleuren en/of schaduwen aan. Wanneer je die lichtjes wegveegt, zullen de onderliggende structuren mooi geaccentueerd worden. Een beetje wit in dit glacis mengen zal het effect minder hard maken, maar dat is weer een kwestie van smaak, natuurlijk.

- Opmerking: Je kunt de structuurlaag ook in acryl uitvoeren (op een eerste laag van acryl, natuurlijk). Het schijnt wel dat olieverf op een dikke acryllaag later gemakkelijker zal barsten ,omdat de acryl soepel blijft, en de olie steeds harder doordroogt. (Dit vormt geen probleem als je de acryl dun, akwarelachtig gebruikt). Ofwel trek je je daar niets van aan, het is immers plezierig om snel verder te kunnen werken, ofwel probeer je laag 3 ook in acryl uit te voeren. Je moet dan wel als een razende doorwerken, en goed nat, om het glacis nog een beetje te kunnen bewerken.



Voorbeeld 6:

- Laag 1: Idem vb.5.

- Laag 2: Kleur je thema in met alkyd of olie op een half transparante manier. Deze kleuren zullen door de ondergrond altijd somber blijven, maar dat zorgt er wel voor dat ze harmoniŽren.

- Laag 3: Als dit "sombere" schilderij goed droog is, zul je merken dat het nu al een stuk gemakkelijker is om (met olieverf) wat verder naar het licht toe te werken. Je krijgt een mooie sfeer als je goed kiest waar je deze derde fase toepast, en waar je de sombere kleuren zo laat.

- Voor de sterkste lichten kun je eventueel wachten tot de derde laag ook weer droog is.



Voorbeeld 7:

- Verzin zelf eens iets… veel plezier! 

 

Jef Bertels

Home