DE SLAG VAN LONDERZEEL

 

Francis Hallemans – Louis De Boeck – Louis De Bondt

 

Eerder in brochurevorm uitgegeven ter gelegenheid van de herdenking van de slag van Londerzeel op 29 september 2004

 

 

29 SEPTEMBER 1914

 

 

 

 

 


Boven links: een artistieke impressie van het soldatenkerkhof te Londerzeel Sint-Jozef.

Boven rechts: het monument te Neeravert (beide tekeningen van Louis De Boeck)

 

 

Research: Francis Hallemans

Tekst en Lay-out: Louis De Bondt

Illustraties: Louis De Boeck

29 september 2004

 

Met dank aan:

- Gemeentebestuur Londerzeel

- De Vriendenkring van het 12de Linieregiment, Spa

- Ministerie van Defensie, dienst Oorlogsgraven

- Ministerie van Defensie, notariaat van het Stamboek

- Nationale Oudstrijdersbond Groot-Londerzeel

- Robert De Roeck, Turnhout

- De families van de gesneuvelden en gekwetsten van het 12de Linie

 

 

Deze brochure werd uitgegeven ter gelegenheid van de herdenking van de 90ste verjaardag van de slag van Londerzeel.

De hierna beschreven gebeurtenissen zijn een zeer summiere samenvatting van de informatie uit het boek "De Grote Oorlog in de Regio Londerzeel" van dezelfde auteurs, uitgegeven in 1999.

 

De slag van Londerzeel was slechts een van de vele veldslagen die op dinsdag 29 september 1914 het begin inluidden van de Duitse aanval op de vesting Antwerpen.

 

Bij het gloren van de ochtend komt mijn kameraad,

estafette Laruelle, ons helemaal buiten adem,

smeken om onze kompanen ter hulp te snellen.

Te laat helaas. Al mijn vrienden waren op het slagveld gebleven.

Beide pelotons waren gedecimeerd.

Wat een verschrikkelijke slachting!

De volgende dag werd er appel gehouden

voor wat er nog overschoot van mijn compagnie.

Het was een complete ramp. Ik durf het getal

van hen die achtergebleven zijn haast niet te noemen.

Allemaal kameraden. Al mijn vrienden van de klas van 1913...

Dat was in Londerzeel Sint-Jozef.

Michel Monteyne, korporaal-klaroen

12de Linie 1ste bataljon, 2e compagnie.

 

 

Nooit, zelfs niet tijdens de slag aan de IJzer,

hoorden we nog zoveel kogels om onze oren fluiten.

Kapitein-commandant Labeau

12de Linie, 1ste Bataljon, 3de compagnie

 

_________________________________________

 

4 augustus 1914 - DE DUITSE INVAL

 

Omdat het neutrale België de troepen van keizer Wilhelm de gevraagde doorgang naar Frankrijk niet wilde verlenen, staken deze in de morgen van 4 augustus 1914, na een ultimatum maar zonder eigenlijke oorlogsverklaring, de Belgische grens over bij het plaatsje Gemmenich.

Nog tijdens de nacht van 4 augustus werd de fortengordel rond Luik aangevallen. Vooral op 5 augustus werd er daar zwaar gevochten. Bij de vele doden van die dag waren ook 3 soldaten uit Londerzeel en 1 uit Steenhuffel.

 

In de loop van de avond van 6 augustus gaf het Belgische veldleger de strijd rond Luik op en vervoegde het de hoofdlegermacht in de vierhoek Tienen-Leuven-Perwez-Waver. Het vestingsleger bleef in de forten [1]..

 

HET BELGISCHE VELDLEGER NAAR ANTWERPEN

 

Gedurende de tweede oorlogsweek kwam het geregeld tot een treffen tussen het Belgische veldleger dat zich terugtrok naar de fortengordel rond Antwerpen en de Duitsers die het achterna zaten. Op 12 augustus werd er gevochten in Halen bij Diest, op 18 augustus opnieuw te Halen en bij Sint-Margareta-Houtem, op 19 augustus te Aarschot

 

Die terugtrekking naar Antwerpen was reeds lang voor het uitbreken van de oorlog voorzien. In die stad was alles in gereedheid gebracht om leger en administratie te herbergen. Er bevond zich voor 2 jaar mondvoorraad. Bovendien werd ze verdedigd door 19 grote en 15 kleine forten. De buitenste fortengordel bestond onder meer, wat onze regio betreft uit de forten van Bornem, Liezele en Breendonk.

 

De bedoeling was simpel. Terwijl het Belgische leger de zone verdedigde tussen de grens van (het neutrale) Nederland en de Schelde konden de Franse troepen zich opstellen aan de noordwestgrens van hun land (Straatsburg, Marne). Gehoopt werd dat de Britten de tussenliggende zone (West- en Oost-Vlaanderen) zouden afschermen zodat het oprukkende Duitse leger Parijs niet zou kunnen bereiken.

 

20 augustus 1914 - LONDERZEEL IN NIEMANDSLAND

 

Op 20 augustus werd het niet verdedigde Brussel door de Duitsers bezet en nog dezelfde dag werden er door Ulanen verkenningen uitgevoerd. Onder meer in Nieuwenrode en Londerzeel werd daarbij op Belgische troepen gestoten.

Verder naar Antwerpen trekken werd als niet opportuun en zelfs overbodig beschouwd. Als gevolg hiervan ontstond een frontlijn (en aanvoercorridor voor de Duitse troepen die verder naar Frankrijk oprukten) van Aarschot, over Leuven (Pellenberg), Vilvoorde, Wolvertem en zo verder naar het zuiden, richting Bergen.

 

Vanaf 20 augustus lag Londerzeel in het niemandsland. Een klein aantal kilometers naar het zuiden (Grimbergen, Meise, Wolvertem, Asse) lag bezet gebied. Weinige kilometers naar het noorden, in en voorbij de forten van Liezele en Breendonk bevond zich het voltallige Belgische leger.

Telkens wanneer eenheden van deze legers zich te ver in dat niemandsland waagden werd er slag geleverd.

Zo leden de Belgen zware verliezen tijdens de slag van Imde (tussen Londerzeel en Wolvertem) (24 augustus) en werden de Duitsers bloedig verrast toen een grote verkenning tussen Londerzeel en Breendonk hen op 4 september in het schutsveld van de forten bracht.

 

De situatie vanaf 20 augustus. Tot 28 september zou die weinig veranderen

 

DE 1ste en 2de UITVAL VAN HET BELGISCHE LEGER

 

Terwijl het Belgische leger (vruchteloos) wachtte op de Engelsen om de bres tussen Antwerpen en Noord-Frankrijk op te vullen moest het zijn ambities beperken tot het ontregelen van de bevoorradingslijnen van de Duitse troepen die richting Marne trokken.

Een eerste keer gebeurde dat door een massale uitval op 24, 25 en 26 augustus. Daarbij kwam het tot (hoofdzakelijk voor de Belgen) bloedige gevechten in onder meer Imde (24 augustus), Zemst, Weerde, Elewijt, Vilvoorde, Wespelaar (25 augustus) en Beigem (26 augustus).

 

Een tweede massale uitval uit de fortengordel gebeurde tussen 9 en 12 september. Er waren kleinere schermutselingen in onze streek maar de belangrijkste gevechten vonden opnieuw plaats ten oosten van het kanaal van Willebroek: Beigem, Hofstade, Haacht, Elewijt, Eppegem...

 

Tussen 6 en 9 september werd er aan de Marne hevig gevochten en werd de Duitse opmars door de geallieerden tot staan gebracht. Nog tijdens deze veldslag besloot het Duitse opperbevel om de fout die het gemaakt had - het Belgische leger in Antwerpen ongemoeid laten - te herstellen door Antwerpen uit te schakelen. Op 9 september kreeg generaal von Beseler het bevel om de stad te veroveren.

Vanaf 22 september tot 25 september werd te noorden van Brussel (tussen Schelde en kanaal van Willebroek) de 4de Ersatz divisie versterkt en uitgebouwd met troepen die uit Lotharingen teruggetrokken werden.

 

DE MISLUKTE DERDE UITVAL VAN HET BELGISCHE LEGER

 

Op 26 september wilde het Belgische leger een 3de grote uitval uit Antwerpen (ditmaal richting Dendermonde en Aalst) ondernemen. Het was een misrekening want men werd met een intussen aanzienlijk versterkte Duitse legermacht geconfronteerd.

De gevechten die op 26 en 27 september plaats hadden in Lebbeke, Opwijk, Buggenhout en Buggenhout-Opstal eindigden met de terugtrekking van de Belgische eenheden die hierop stellingen achter de verhoogde berm van de spoorlijn Mechelen-Dendermonde in gingen nemen

 

DE DUITSE AANVAL OP ANTWERPEN

 

Op 27 september "veroverden" de Duitsers het niemandsland ten zuiden van de spoorlijn, inclusief het intussen quasi lege Steenhuffel. Aanvallen op de spoorlijn zelf konden voorlopig worden afgeslagen.

Op 28 sept. werd de berm door volgende legerafdelingen verdedigd:

-         Sectie Kapelle-op-den-Bos - Londerzeel Station: cyclisten en speciale compagnies van de 3de legerafdeling (vooral het 2de Reg. Lansiers). Deze vervingen het 4de en 3de Regiment Jagers te Voet die opschoven richting Dendermonde. Achter deze 'lichte' troepen, tussen de spoorlijn en de forten van Breendonk en Liezele, was die dag ook het 12de Linieregiment aangekomen.

-         Sectie Londerzeel Station - Malderen Lemmeken: het 2de Regiment Carabiniers (al op 26 september ter plaatse gekomen).

-         Sectie Malderen Lemmeken - Malderen Station (Boeksheide): het 1ste Regiment Carabiniers (ter plaatse gekomen op 26 september).

-         Sectie Malderen Station - Buggenhout Station: het 3de Regiment Jagers te Voet (dezelfde dag vanuit Londerzeel aangekomen).

-         Sectie Buggenhout Station - Baasrode: de Grenadiers.

 

In de loop van de avond van de 28ste september werd de bewaking en verdediging van de spoorlijn - zowel ten westen als ten oosten van het station van Londerzeel - op last van de Generale Staf - zonder slag of stoot opgegeven. De commandanten van de troepen in kwestie, die wellicht onterecht van oordeel waren dat de berm een verdedigbare positie was, begrepen dat niet en waren niet op de hoogte van het feit dat het opperbevel ondertussen besloten had om Antwerpen niet te verdedigen maar om het veldleger naar de IJzer te laten ontsnappen en daar bij de geallieerden in Noord-Frankrijk aansluiting te zoeken. De forten werden in staat geacht om lang genoeg stand te kunnen houden  om dit plan te laten lukken.

 

In de nacht van 28 op 29 september werd de eerste Belgische verdedigingslinie nu gevormd door de "Grote Wachten" die bemand werden door de pelotons van de Carabiniers en van het 12de Linieregiment die zich ten noorden van de spoorlijn in het veld hadden ingegraven...

 

6de Legerafdeling

3de Legerafdeling

Grenad.

Carabiniers

12de Linieregiment

11e L

13e Ersatz Infanterie Brigade

33e Ersatz Infanterie Brigade

1e Matroz. Artil. Reg.

4e Ersatz Divisie

Marine Divisie

Sneppelaar - W1/1C Grote Wacht 1 van het 1ste Reg. Carabiniers.

Blauwenhoek - W4/II/12L - Grote Wacht 4 van het 12de Linie (2e Bataljon, 4e Compagnie)

Neeravert - 2p/I/12L - 2 pelotons van het 12de Linie (1e Bataljon , 2e Compagnie)

Molenhoek - W1/I/12L - Grote Wacht 1 van het 12de Linie (1e Bataljon, 1e Compagnie)

Vinneken - W2/I/12L - Grote Wacht 2 van het 12de Linie (1e Bataljon, 4e Compagnie)

Tisselt - W3/I/12L - Grote Wacht 3 van het 12de Linie (1e Bataljon, 3e  Compagnie)

 

De Duitsers hielden zich vooralsnog schuil ten zuiden van de spoorlijn: de 13de Ersatz Infanterie Brigade lag voor Buggenhout-bos en maakte zich klaar voor een aanval richting Opdorp via de spoorwegoverwegen aan de stations van Buggenhout en Malderen-Boeksheide.

De 33ste Ersatz Infanterie Brigade bevond zich onder meer bij kasteel Drietoren, (aan de spoorwegovergang van Ursene) en ter hoogte van het park van het kasteel van Ramsdonk.

Bij Kapelle-op-den-Bos, langs het kanaal Brussel-Willebroek bevond zich het 1ste Matrozen Artillerie Regiment. Al deze troepen waren voorzien van zwaar geschut.

 

DE SLAG VAN LONDERZEEL

 

De volgende ochtend vielen de Duitsers de Grote Wachten ten noorden van de spoorlijn in alle hevigheid aan. Rond 7 uur kwam de artillerie in actie. En om 8 uur begon de aanval van de infanterie over 4 verschillende fronten [2]

 

Deel 1 - Malderen Boeksheide, Holstraat en Opdorp.

 

Rond 8 uur viel een deel van de 13de Ersatz Infanterie Brigade (de Pionier compagnie) aan over Malderen-Boeksheide, richting Holstraat en Opdorp en kwam aanvankelijk onder vuur te liggen van de Grote Wacht nr. 3 van het 1ste bataljon van het 1ste Regiment Grenadiers.

Daarbij kwamen tussen Malderen en Opdorp minstens 18 Duitsers om het leven.

Ook de zich terugtrekkende Belgen leden verliezen. In en net buiten Opdorp sneuvelden die voormiddag minstens 8 Grenadiers: Arthur De Meester uit Dendermonde, Emiel Kesseler uit Elsene, Jan Baptist Wouters, Stawitzki, Reucksomme, Augustin Vonèche, Etienne Terlinden (Adolphe Vandermeulen overleed 1 dag later).

 

Deel 2 - Malderen Hof ten Broek en Sneppelaar.

 

Rond 8 uur werden ook de Grote Wachten van de Carabiniers in de Broekstraat en op Sneppelaar via Ursene aangevallen door het 15de Ersatz Infanterie Bataljon Dessau (een deel van de 13de Ersatz Infanterie Brigade). Het begon met een fusillade, de obussen volgden.

Terwijl ze zich al schietend terugtrokken sneuvelden hier volgende Belgische Carabiniers:

 

 

-         Eduard Josqui, hulponderluitenant, 1e Regiment Carabiniers, ° Gent 19-11-1877

-         Liévin Gustave Marie Vermeulen, 1e Regiment Carabiniers.

-         F.B. Lambert, 1e Regiment Carabiniers, ° Cuesmes

-         Demer Liévin, 1e Regiment Carabiniers, ° Oostakker.

-         Eduardus Hermanus Verhoeven, 3e Regiment Carabiniers, ° Nederokkerzeel 27-2-1887.

 

 

Ofschoon de Duitsers alle tijd hadden om hun doden en gewonden af te voeren werden eind december 1914 op Sneppelaar (Londerzeelse kant) toch ook nog 4 graven van gesneuvelde Duitsers aangetroffen. In het lazaret van Merchtem stierven tussen 30 september en 5 oktober 2 andere Duitsers die op Sneppelaar waren gekwetst.

 

Deel 3 - Londerzeel - Blauwenhoek.

 

Via het Drietorendomein, Ursene en het station trok een deel van de Duitse 33de Ersatz Brigade richting Blauwenhoek. Daar kwam de loopgracht van de Grote Wacht 4 van het 12de Linieregiment onder vuur te liggen. De boerderij waarop een deel van de 4de compagnie van het 2de bataljon zich had verschanst werd eveneens door obussen getroffen en schoot in brand.

Kort na 9 uur gaf commandant Grossmann zijn mannen het bevel om zich via de Provinciale Baan in kleine groepjes naar Sint-Jozef terug te trekken. Onderweg werden ze tot hun verbazing geconfronteerd met de mariniers van het 1ste Matrozen Artillerie Regiment die in het veld tussen Neeravert en de Pikstraat (op een afstand van 400 m., in 3 rangen en gevolgd door hun officieren te paard) in hun richting oprukten. Er volgde een uitwisseling van schoten...

Langs de Provinciale Baan, waar slechts een ondiepe gracht de vluchtende soldaten enige beschutting bood, werd 1ste sergeant Dassonville door een kogel getroffen en met een opgeëiste kruiwagen afgevoerd. Hij zou op 14 oktober in Antwerpen aan zijn verwondingen bezwijken.

Marcel Dussart uit Lorcé overleed in Antwerpen op 30 september. Armand Coelembier uit Antwerpen, Emile Brasseur uit Landen, Jozef Bemelmans uit Mechelen aan de Maas, Charles Willems uit Antwerpen, Adolphe Gustin uit Borlon en commandant Bernard Grossmann uit Etterbeek, die de aftocht vanaf het midden van de baan coördineerde, werden eveneens geraakt en stierven ter plaatse. Hun lijken werden achtergelaten. (Voor meer informatie over de gesneuvelden van het 12de Linieregiment verwijzen we naar de lijst die volgt).

 

Deel 4 - sector Neeravert - Kanaal.

 

Terwijl de Duitsers van de 13de Ersatz Infanterie Brigade de Grote Wachten van de Carabiniers op Sneppelaar voor hun rekening namen en de Grote Wacht van het 12de Linieregiment op de Blauwenhoek bedreigden, bestookten die van de 33ste Ersatz Infanteriebrigade vanuit het park van het kasteel van Ramsdonk de Grote Wachten aan het Vinneken, de Molenhoek en Neeravert. Omdat die daarom hun aandacht hoofdzakelijk naar het zuiden (de spoorlijn) richtten werden ze totaal verrast door de snelle opmars van de mariniers van 1ste Matrozen Artillerie Regiment die langs de oever van het kanaal van Willebroek de linkerflank van het 12de Linie aanvielen [3].

Vanaf 7u40 lag de grote wacht in Tisselt onder vuur en om 8u10 trok deze zich terug. Even later werd de grote wacht op het Vinneken door een voltreffer van bevriende artillerie tot de aftocht gedwongen. Om 8u30 moest ook de grote wacht van de Molenhoek zich terugtrekken (Duitse bronnen schijnen echter te suggereren dat deze zich in zijn geheel aan de Duitsers zou hebben overgegeven).

Aldus waren de 2 pelotons op Neeravert in de linkerflank niet meer gedekt. Vele getuigenissen tonen aan dat ze, niet wetend wat er op de Molenhoek was gebeurd, kort na 9 uur volledig werden overrompeld.

Toen de mariniers om 9u45 de compagnie van commandant Gross-mann op de Provinciale Baan onder vuur namen hadden ze, alleen op Neeravert, al 47 gesneuvelde of dodelijk gekwetste Belgische soldaten achtergelaten.

 

ïSchematische voorstelling van het snelle oprukken van het 1ste Matrozen Artillerie Regiment  (benaderend).

çSchematische voorstelling van de de aanval van de 33de Ersatz Infant. Brig.

 X  Positie van de Duitse artillerie (benaderend)     

 

DE AFTOCHT NAAR BREENDONK

 

's Middags rustten de Duitse mariniers uit in het dorp van Sint-Jozef. "In Londerzeel," aldus hun geschiedschrijver, "werd halt gehouden. De inwoners hadden het dorp ontruimd; het middageten stond op de stoof; en aangezien wij nog geen keukenwagen bezaten, deed iedereen zich te goed aan wat hij te eten vond. ‘s Avonds werd de opmars voortgezet…”

 

De Duitse infanterie besloot - om niet te dicht onder het geschut van de forten te komen - de verslagen en zich terugtrekkende Belgen niet verder te achtervolgen. Maar hun artillerie zweeg niet. In Breendonk, voor de draadversperring die het fort van de ervoor liggende zone afschermde, en waarin slechts een smalle doorgang was gemaakt, kwamen nog vele Belgen door obus-scherven om het leven.

 

NA DE GEVECHTEN

 

De Belgen trokken zich terug binnen de buitenste fortengordel. Antwerpen viel uiteindelijk op 10 oktober. Intussen was het ons veldleger wel gelukt om de Schelde over te steken en de IJzer te bereiken.

 

Op 29 september werd Londerzeel bezet gebied. Het slagveld van Neeravert werd bewaakt door Duitsers die eerst hun eigen doden en gekwetsten (want die waren er dus ook) afvoerden. De volgende dag werden ook François Devivier, Jules Folie, Jules Harseux, Jean Sweeck en wellicht nog andere Belgische zwaargewonden opgepakt en naar het hospitaal in Brussel gevoerd. In 1915 eb 1916 werden ze na verzorging vrijgelaten, maar ze zouden hun leven lang invalide blijven. Drie andere Belgische gekwetsten, waarbij Jozef Van den Houte, slaagden er in om zich op de nabijgelegen boerderij Verhoeven te verschuilen [4]. Een andere gewonde, korporaal Jacques Masson uit Luik, werd door achtergebleven bewoners van Sint-Jozef gevonden en verzorgd [5].

 

De Belgische doden bleven een paar dagen op het slagveld liggen. Op 1 oktober begroef Jozef Nijs, opgepakt door en onder bewaking van de Duitsers, 5 lijken langs de Provinciale Baan. De volgende dag bedekten Jef Verhoeven en zijn knecht Jef Hermans de lijken in de ondiepe kuilen die Duitse soldaten op het slagveld van Neeravert hadden gegraven.

 

JUFFER ORIANNE VAN LONDERZEEL

 

Het volk van Londerzeel en Londerzeel Sint-Jozef, dat tijdens de aanval van 29 september grotendeels zijn toevlucht binnen de fortengordel had gezocht, keerde na de val van de forten geleidelijk terug naar huis. Zo ook Jeanne Caroline Charlotte ORIANNE [6], de ongetrouwde dochter van een rijkswachtofficier die na de dood van haar ouders in Londerzeel op het buitengoed "Villa Cara" was blijven wonen. Toen ze midden oktober het slagveld passeerde besloot ze om al die slecht begraven en anonieme doden een naam en een waardig soldatengraf te geven.

Met de hulp van haar buurvrouw Marie Moens en de broers Hendrik Jozef, August en Jean Broothaers (allen schrijnwerkers) en onder toezicht van de Duitse autoriteiten werd vanaf 5 november het slagveld van Neeravert systematisch onderzocht, werden de lichamen opgegraven, gewassen, indien mogelijk geïdentificeerd, in een houten kist gelegd en overgebracht naar de tuin van de pastorij van Londerzeel Sint-Jozef, naast het kerkhof, waar ze door onderpastoor Jan Hammenecker herbegraven werden.

 

Daarna werd dit werk op vele andere slagvelden verder gezet. In januari 1915 hadden al 384 gesneuvelden een nieuw graf en meestal ook een naam gekregen. In Breendonk, Willebroek, Tisselt, Kapelle-op-den-Bos, Zemst, Zemst-Laar, Wolvertem, Westrode, Imde, Campelare, Schiplaken, Puurs, Heffen, Peisegem, Merchtem, Eppegem... In februari 1915 volgde Weerde... Op 18 maanden tijd werden door de ploeg van Orianne bijna 3000 Belgische soldaten herbegraven; meer dan de helft ervan werd ook geïdentificeerd.

 

Op 6 maart 1916 werd Orianne door de Duitsers gearresteerd. De reden is onduidelijk. Kwam ze te veel in betrekking met het Belgische Leger? Smokkelde ze brieven uit Frankrijk naar bezet gebied? Of had ze Belgen 'die door de draad gekropen waren' geholpen. Ze verbleef een jaar in Brusselse gevangenissen en werd dan naar Duitsland gestuurd. Begin 1918 werd ze vrijgelaten en keerde ze naar Londerzeel weer.

 

Ontgraving in Eppegem - Op de foto: (gebukt) vrouw Moens; (staand van links naar rechts) Duits onderofficier, broers Broothaers, Orianne.

 

Nog voor 1914 ten einde was had Orianne al voor een monument in Neeravert gezorgd. Tijdens haar gevangenschap regelde ze per briefwisseling en met de hulp van haar buren Marie Moens en steenkapper Praille de oprichting van monumenten in Imde, Breendonk, Tisselt, Mariekerke, Sint-Amands, Puurs, Eppegem en Elewijt

Na haar vrijlating verzamelde ze - onder meer door de verkoop van postkaarten en met bedelbrieven in kranten - verdere fondsen voor kleine en grote monumenten in Londerzeel (Blauwenhoek), Beigem, Ruisbroek (1919), Imde, Leest, Oppuurs, Kapelle-op-den-Bos, Wolvertem, Peisegem (1920), Steenhuffel, Puurs, Mariekerke (1921), Tisselt, Zemst (1922), Beringen, Paal, Koersel, Houtem (1923), Weerde (1924), Liezele (1928), Eppegem (1934). Deze lijst is niet volledig.

 

Het monument op de Blauwenhoek te Londerzeel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

HET LEGER HERBEGRAAFT ZIJN DODEN

 

Na de oorlog, wellicht tot mei 1922, kregen de families van de vele gesneuvelde Belgische soldaten de kans om de lijken - als ze wisten waar die begraven waren en als ze dat wilden - naar de eigen gemeente over te brengen. Zo werden in Londerzeel Sint-Jozef de lichamen van de gesneuvelden van Verviers ontgraven op 1 april 1922 en overgebracht naar de crypte aldaar.

De lichamen die niet waren opgeëist werden - meestal in tegenwoordigheid van familieleden om bij de identificatie te helpen - door de diensten van het leger ontgraven en overgebracht naar een militair erepark.

-         Tisselt -  op 10 mei 1922 - transport naar Lier.

-         Kapelle-op-den-Bos -  op 9-8-1922 - transport naar Willebroek,

-         Sint-Jozef - op 18-8-1922 - transport naar Willebroek,

-         Breendonk - op 14-8-1922 - transport naar Willebroek.

We vermoeden dat, zowel op het erepark van Lier als dat van Willebroek in april 1924 nog een 'hergroepering' gebeurde.

 

Het soldatenkerkhof van Sint-Jozef (1916)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ieder jaar, op 29 september, kwam de heer Michel Monteyne, klaroenblazer die de slag van Neeravert overleefde, hulde brengen aan zijn gesneuvelde makkers.

 

 

DE DODEN VAN HET 12DE LINIEREGIMENT OP 29-9-1914

 

Te Londerzeel Sint-Jozef (Provinciale Baan)

Allen 2de bataljon, 4de compagnie

 

Naam en voornamen

Geboren te, op

Woonpl.

Stamb.

Graad

Begraven te

Bemelmans Gerard Joseph

 

 

 

 

 

Deze gegevens

worden op aanvraag meegedeeld

Brasseur Emile Alex Jos.

Coulembier Armand Dés. Hyp.

Dassonville (1) François Maurice

Dussard (2) Marcel Joseph E.M.

Grossmann Herman Bernard

Gustin Adolphe Jh. Gilles

Willems Henri Charles

(1) Commandant van het 1ste peloton. Overleden in Antwerpen , 14 okt. 1914.

(2) Overleden in Antwerpen op 30 september 1914

 

Te Londerzeel Sint-Jozef (Neeravert)

Allen 1ste bataljon, 2de compagnie, tenzij anders vermeld.

 

Naam en voornamen

Geboren te, op

Woonpl.

Stamb.

Graad

Begraven te

Bourguet August Jos. Fr.

 

 

 

 

 

Deze gegevens

worden op aanvraag meegedeeld

Bruffaerts Jean François

Buffin Edmond Emile Gh.

De Groot François Henri

De Keyser Evrard Armand

De Meulder Joannes

Depouhon Raymond Auguste

Derenne Armand Franç. Jos.

Dethier Florentin Math. D.

Dewalque (1) Alphonse Michel

Dubois Louis

Engels Augustijn

Fauville Leon Franç. Joseph

Fransolet Maurice Joseph

Gaillard Emile Charles René

George (1) Jos. Pierre Jean L.

Godet François Hubert Jos.

Goethals Henri Lud. Maria

Goffin Jules Martin Math.

Jacobs Louis Corneel

Jacobs Mathieu

Jacques Camille Henri Jos.

Jennen Louis

Joris Guillaume François

Kaiser (2) François Charles M.

Lambregs Georges Henri Em.

Ledent Jules Nicolas Tous.

Louis Theodore Jean Jos.

Luyckx Antoine Jean

Magnies Alfred

Mathieu Jules Joseph

Mottet Alfred Jules Hubert

Niebes Jean

Norga Arnold Jean Joseph

Piron Fernand Theodore

Pirotte Leonard Jean Jacob

Raymaekers Jean Emile

Thonnon Julien Henri Marcel

Tilleman Oscar

Uytterhaegen Victor Martin Jos.

Van Calck  Louis Georges

Van Hees Henri Leonard

Van Helsland Joseph Theophile

Van Muylders Petrus Joannes

Van Reusel Louis

Veraghenne François Jean Fern

Vinche Emile Charles (3)

(1) Volgens militaire fiche: 1ste Bataljon, 1ste compagnie (kan vergissing zijn)

(2) Overleden in Antwerpen (Sint-Elisabeth) op 5 oktober 1914.

(3) De lijst Orianne heeft het over Emile Vinck uit Orroir, stamboeknr. 53402.

 

Tussen Kapelle-op-den-Bos en Tisselt.

Allen 1ste Bataljon, 3de compagnie, tenzij anders vermeld.

 

Naam en voornamen

Geboren te, op

Woonpl.

Stamb.

Graad

Begraven te

Bos Jan Frans

 

 

 

 

 

Deze gegevens

worden op aanvraag meegedeeld

Claessens Pierre Jean

Courbet (6) Pierre

Cremers Herman Hubert P.

De Breucker (6) Jean Constantin

De Lang (6) Pierre

De Tobel  (2) Michel Henri

De Vos (6) Jean Joseph

De Wint (6) Charles Edmond

De Winter (6) Achille

Decat (2) Edouard Charles L.

Delhavee (7) Hubert

Dossogne (3) Henri Joseph René

Duchateau Louis Marie

Dumont Marcel Auguste

Fayen (7) Jean Joseph

Genot (3) Leon Hubert Alex.

Goldstein (6) Fernand Isidore

Guyaux (3) Emile Joseph

Hainaut (1) Fernand Joseph

Hanus (6) Albert Henri

Hody (5) Louis Maurice Vict.

Hulstaert (3) Cyrille Pierre

Jansen (3) Joannes Carolus

Kalbush (4) Jean Henri Joseph

Langrée Henri Joseph

Mommaerts (6) François

Müller Charles

Nolet (6) Joseph Ghislain

Palmans (6) Theodore

Steurs (1) (7) Remi

Van de Maele (7) Gustaaf

Verleye (6) Nicolas August L.

Widart (6) Paul Joseph

Wilket (6) Henry Joseph

Wollens (3) Leonard

(1) Volgens militaire fiche: 3de Bataljon 1ste compagnie

(2) Volgens militaire fiche: 3de Bataljon 2de compagnie

(3) Volgens militaire fiche: 3de Bataljon 3de compagnie

(4) Volgens militaire fiche: 3de Bataljon 4de compagnie

(5) Volgens militaire fiche: 1ste Bataljon 4de compagnie

(6) Bataljon en compagnie onbekend.

(7) Gesneuveld tijdens een verkenning te Kapelle-op-den-Bos

 

Te Breendonk

 

De doden van het 3de Bat. 2de Cie waren verkenners die onder commando van Olt. Clerckx op weg waren naar Sint-Jozef en onder een salvo schrapnells uit het park van Ramsdonk bedolven werden. De anderen waren mogelijk geëvacueerde gewonden van Neeravert (1e Bat 2e Cie) of werden bij het terugtrekken door Duits geschut getroffen.

 

Naam en voornamen

Geboren te, op

Eenheid

Stamb.

Graad

Begraven te

Bauwens Joseph Louis

 

 

 

 

 

Deze gegevens

worden op aanvraag meegedeeld

Bessems Alphonse

Boschmans Philip Joseph

Clerckx Armand Jean Is.

Dargé Jules Octave

De Brucker Franç. Victor Felix

De Marneffe Gaston Michel Eug.

De Samblanc Jean Baptiste

De Vos Hendrik Jean Joseph

Derijcke Jerome Joseph Corn.

Devers François Gaspard

Duriau Felix Leon

Goossenaerts Victor

Goovaerts Emile Jean

Heynderickx Frans Jozef

Libert Edmond Désiré

Medaerts Petrus Frans

Mievis Guillaume

Mosbeux Maurice Mart. Noël

Smeers Jean Henri

Sohier Cyrille Camille

Thiry Alphonse François

Thys Victor Alice C. F.

Van Cauwenbergh Pierre

Van Ouytsel (1) Gustave

Vandermeeren Arnold Joseph

Wergifosse Fernand Joseph

Wilderyans Jean François

Wintgens Nicolas Joseph

(1) Overleden in Antwerpen (Sint-Elisabeth) op 29 september 1914.

 

Exacte plaats onbekend

 

Mermuys Guillaume

 

 

 

Deze gegevens

worden op aanvraag meegedeeld

Trippaers (1) Leonard Joseph

Turmes Gaston Theod. H.

Van de Weyer Arnold

Van Dessel Alphonse Leon.

Verbraeken Alfred Joseph

1)      3de Bataljon, 3de Compagnie. Zou op 30-9-1914 gewond zijn in Willebroek.

 

 

 

 

de ruïnes van Londerzeel na de Duitse invval

 

een soldaat van het

12de Linieregiment.

 

 

 

 

 

Terug naar het begin van de website van de oud-strijders van groot-Londerzeel

 

Naar het begin van de website Londerzeel vroeger

 

 

 



[1] Het laatste fort viel op 17 augustus. Vestingsleger trok zich terug naar Namen (dat viel op 23 augustus) want de Duitsers waren intussen al, het veldleger volgend, naar het noorden opgerukt

[2] Belangrijke opmerking: we beperken ons hier tot een zeer korte samenvatting van wat er op het huidige grondgebied van Londerzeel gebeurde. Veel meer details zijn te vinden in "De Grote Oorlog in de Regio Londerzeel" van Louis De Bondt en Francis Hallemans. Op deze dag werden overigens alle voorposten van de gehele buitenste fortengordel aangevallen. Het beleg van Antwerpen was begonnen.

[3] Dit was een door de Duitsers in het begin van de oorlog veel toegepaste tactiek. Eerst werden de buitenste Grote Wachten opgerold; daarna werd alles wat er tussen lag "schoongeveegd".

[4] Op 2 oktober werden ze ontdekt en via het Duitse Lazaret van Merchtem naar Duitsland gevoerd. Begin 1916 kwamen ze vrij.

[5] Tot november werd hij achtereenvolgens door de families April, Broothaers en Moortgat verstopt en verzorgd. Dan werd hij naar het (ondergronds werkende) Sint Antonius hospitaal te Brussel gebracht. Pas in juli 1918 viel hij in Duitse handen.

[6] Geboren in Brussel op 28-4-1869, dochter van Charles François Orianne en Maria Anna Leocadie Hannot.