FUNDACIÓN PATAGONISTA

Fundación Patagonista 2020                          fundapata@yahoo.fr

Agenda 1

Agenda 2

Buenos Aires

Terschelling-Ukkel

Sjoemelage

PatagoniArt

Ukulogisch Museum

Het Patagonisch Liedboek

Boeken

De Gazet van Patagonië 1

De Gazet van Patagonië 2

De Gazet Van Patagonië 1
De Gazet Van Patagonië 2
Agenda 1
Buenos Aires
Terschelling-Ukkel
PatagoniArt
Ukulogisch Museum
Inhoudstafel/ Hymne
Boeken

Schijndel

Schijndel
Sjoemelage

Home 2

Home

Die Opera

Die Opera

De droevige ballade van de Vuurlandindiaan

Tekst: Dree Peremans

Muziek: Guido Van Hellemont

 

De yahgan, de ona en d’alakaloef

ze woonden op Vuurland al eeuwen,

totdat de beschaving de laatste begroef

onder ijzig gekrijs van de meeuwen.

Het was er een hard maar een eerlijk bestaan.

Gejaagd door de stormen en winden

zijn zij elke dag naar hun jachtveld gegaan

om eten en drinken te vinden.

 

Want daar op hun eiland was alles ok

ze kenden de kusten en stranden

ze namen hun vrouwen en kinderen mee

en pakten de vis met hun handen.

 

Waar kwamen de blanken met schepen vandaan,

geen mens die het hen kon vertellen.

Wat wisten zij van de Europeaan?

Zijn ‘t goden of duivels uit d’helle?

Uit snorren en baarden klonk een vreemde taal

die geen van hen ooit zou begrijpen.

Ze waren getooid met luister en praal

en speelden muziek op hun pijpen.

 

Want daar in Europa, in ‘t oud vaderland

waar zij niet meer wilden vertoeven,

daar vonden ze ‘t minder en minder plezant.

Avonturen, dat wilden ze proeven.

 

De Vuurlanders roeiden hun kano’s tot bij

de grote driemasters van boten.

Matrozen met buksen en kruit aan hun zij

kwamen op het dek en ze schoten.

De inlanders spanden hun bogen en pijl

de strijd was al gauw afgelopen.

En zo kwam een eind aan hun lange verhaal,

ze zijn met zijn allen verzopen.

 

Want daar in de zeeën, in die oceaan

waar eeuwen na eeuwen vervlogen

zijn zij met zijn allen ten onder gegaan,

en door de beschaving bedrogen.

 

 

 

 

Leve de koning!

Tekst: Dree Peremans

Muziek: Guido Van Hellemont

 

 

Hij kwam uit de dorpen van Frankrijk vandaan

en kende de rare gewoontes

van hen die daar leefden in daaglijkse waan

van zuchten en ijdele dromen.

Hij las in de boeken dat ergens ver weg

zijn lot op hem lag te wachten.

Hij zou koning worden, dat was zijn besef,

ook als de anderen lachten.

 

Zingt: “Leve Patagonië!’

ter ere van de vorst.

Het is een schone droom die je

al jaren draagt en torst.

Zijn koninkrijk is eindeloos,

het stoort zich niet aan grenzen.

‘t Was ‘t volk dat hem tot vorst verkoos.

Wat kan men beter wensen.

 

Hij trok naar de stad en bedacht er zijn plan,

een koninkrijk in zijn gedachten.

Hij droomde de droom van de eenzame man,

deed niet wat men van hem verwachtte.

De dag was nabij dat hij afreizen zou,

zijn land voorgoed zou verlaten.

Al moest hij daarvoor door de bittere kou,

hij zou het dromen niet laten.

 

De zeilen gehesen op weg naar zijn volk

belandde hij eerst nog in Chili.

Hij leefde in dromen en in een wolk

ver weg van zijn land en familie

maar één ding was zeker, dat wist hij zeer goed

de kroon was een kwestie van wachten

straks staat z’op zijn hoofd als een goudgele hoed

hij bleef er naar trachten en smachten.

 

Met vlag en met wimpel zo ging hij op weg.

De vlakte van de Araucanen

lag open bloot en zonder veel pech

zou hij er gaan bij d’indianen.

Ze juichten hem toe en verkozen hem tot

vorst van hun stammen en streken.

Zo was er zijn toekomst bepaald en zijn lot,

waar velen nog altijd van spreken.

 

De jaren verstreken, de wind die er blaast

verdreef al zijn zwarte gedachten.

Maar dan kwam het onheil dat niemand verbaast:

gedekt door de duistere nachten

kwamen de soldaten van ‘t noorden vandaan

hem van zijn vrijheid beroven.

Weg met de koning, uit en gedaan,

bedriegers moet men niet geloven.

 

Na jaren verzuchten in kerker en cel

werd hij uit zijn landen verbannen.

Moest hij terug naar Frankrijk, zijn donkere hel,

woestijn voor zijn ijdele plannen.

Hij zou er dagen in droefheid verdoen

en dwalen langs paden en wegen

met in zijn hoofd dat ene visioen

dat hij in zijn jeugd had gekregen.

 

 

 

 

 

 

 

Viano
Jan van Mirlo / Afscheid de Gerlache