WIEGELIED VAN BRAHMS

 

 

Eerste strofe:

Goedenavond, goede nacht

Slaap rustig en zacht

Van spelen zo moe

Sluit d’oogjes nu toe

*Morgen vroeg, wil de Heer

Wekt je moeder je weer*

 

Tweede strofe:

Goedenavond, goede nacht

Je engel houdt wacht

Hij staat aan je zij

Je droom maakt hij blij

*En je rust maakt hij zoet

Slaap met vrolijk gemoed*

 

Info:

Toen de jonge Brahms nog in Hamburg woonde, leidde hij er een vrouwenkoor en met een van de zangeressen kon hij het wel erg goed vinden: Bertha Porubszky. Uiteindelijk werd het niets met Bertha; ze trouwde met de Weense industrieel Arthur Faber. Toen hun tweede zoon, Hans, werd geboren in 1868, gaf Brahms het echtpaar een pas geschreven lied cadeau: het Wiegelied, op. 49 nr. 4. De Duitse tekst – althans de eerste strofe – komt uit de fameuze bundel volksliedteksten “Des Knaben Wunderhorn”, waaruit later ook Gustav Mahler zou putten. De tweede strofe is van Georg Scherer.

 

Johannes Brahms (1833/1897) schreef veel liederen, waarvan er 125 werden gepubliceerd. Met de melodie van het Wiegelied verwees de componist stiekem naar een liedje dat Bertha in hun Hamburgse tijd nog had gezongen. Een herinnering aan hun oude vriendschap …

Beluisteren: Guten Abend, gut' Nacht