De eerste 2 watervliegtuigen(Friedrichshafen FF29) kwamen aan te Zeebrugge op 4 december 1914. Ze kregen hun basis op de havenmuur nabij het reizigersstation. Begin1915 waren er reed 4 watervliegtuigen aanwezig, waarvoor de nodige loodsen op de havenmuur werden opgericht. Het Seeflugstation Seebrügge was geboren en stond onder bevel van Oberleutnant zur See Friedrich Arnauld de la Perrière. Er werden verkenningen uitgevoerd langs de Belgische kust, en op 24/12/1914 werden zelfs de eerste bommen geworpen op het Britse vasteland, te Dover. Andere taken waren de bewaking van de scheepvaart op de Noordzee. Het operatiegebied omvatte de Noordzee van Pas-de-Calais tot Yarmouth en Hoek van Holland.
Voor de luchtverkenningen ten dienste van de marinedivisies kwam de I.Marine Landflieger-Abteilung met haar Albatros B.I tweedekkers naar Mariakerke (Oostende). In maart 1915 kwam daarbij nog de II.MLFA die enige tijd gevestigd was op het vliegveld te Moorseele waar het vloog voor het 27ste Reserve Korps. Met bewapende Albatros C-toestellen gaf 1.MLFA dekking aan de watervliegtuigen van Zeebrugge, later werd zij ook belast met het regelen van het vuur van de zware kustbatterijen. Een nieuwe eenheid, III.MFLA werd in juli 1915 gevestigd te Nieuwmunster, en was uitgerust met de snellere AGO-toestellen.
I.MFLA en II.MFLA werden in oktober 1915 verenigd onder de nieuwe benaming 1. Marine-Feldflieger Abteilung, gevestigd te Gistel.
In 1916 ontving Seeflugstation Seebrügge beter en snellere toestellen, zoals de Rumpler 6B1 jachtwatervliegtuig, waarmee verschillende overwinningen behaald werden. Hde basis te Zeebrugge kreeg een nieuwe naam, Seeflugstation Flandern I, terwijl te Oostende nabij de spuikom, Seeflugstation Flandern II werd opgericht begin 1917. Andere toestellen in gebruik waren ondermeer de Friedrichshafen FF 33, Hansa Brandenburg W.12
Met een LVG C.II bombardeerde I.MFLA London op 28/11/1916. Seeflugstation Flandern voerde in 1917 met een twingtal watervliegtuigen ondermeer bombardementen uit op de Britse oostkust.
In maart 1917 kwam een eenheid torpedovliegtuigen, de II. Torpedo-Staffel, naar Zeebrugge, gevolgd in september door I. T-Staffel.Zij beschikten over Gotha WD 14 en Hansa Brandenburg toestellen, waarmee verschillende schepen tot zinken werden gebracht. De kersvers opgerichtte Seefrontstaffel (Nieuwmunster)uitgerust met Pfalz D.III, kreeg de opdracht om de watervliegtuigen te beschermen tegen geallieerde jachttoestellen. Einde 1917 waren de Seefrosta I en Seefrosta II. operationeel.
Verder beschikte het Marinekorps over een Küstenflieger-Abteilung ter begeleiding van het vuur van de kustbatterijen, alsook Schutzstaffeln. Kusta en Schusta zijn gevestigd op het vliegveld te Uitkerke en werden in 1918 samengebracht in de Küstenflieger Abteilung Flandern. 1917 is verder het jaar van oprichting van de I.Marinefeldjagdstaffel (Koolkerke) en II. Marinefeldjagdstaffel. In 1918 is er een Marinejagdgeschwader ondet leiding van Leutnant zur See Sachsenberg, bestaande uit 5 Marinefeldjasta.Verder zijn de Marine Feldflieger Abteilungen I en II nog steeds actief.
Alle acties van de Marine luchtstrijdkrachten werden gepland en gecoördineerd door het Kommando des Luftfahrwesens des Marinekorps te Brugge.




