Zelfverwonding

Het verhaal van Liesbeth

Liesbeth (28): "Ik wilde mezelf voelen. Ik kon niet huilen en wist me geen raad met m'n emoties. Als ik niet zou snijden, was ik allang gek geworden."

Dit ligt open, dit is niet normaal, constateerde ik broodnuchter. Ik zat op de bank, keek televisie en daar moest blijkbaar een mes bij zijn. Mijn armen had ik er tot bloedens toe mee bewerkt. 'Waarom doe ik dit?' vroeg ik mezelf af en schrok van het antwoord. Ik wilde mezelf voelen. Weten dat ik bestond. Snijden was de enige mogelijkheid daartoe. Mijn geest was murw en afgestompt. Mijn lijf een omhulsel, waar ik weinig contact mee had. Door te snijden, maakte ik de wonden op mijn ziel zichtbaar. Ik snijd uit onmacht, maar heel bewust. Ik ben niet in trance of zo. Handel altijd beheerst en weloverwogen. Voel ik een bui aankomen, dan ga ik er soms speciaal voor shoppen: pleisters, verband, jodium en natuurlijk scheermesjes. Iemand die zichzelf beschadigt, wil niet dat het ontdekt wordt. Neem mij bijvoorbeeld. Ik zit onder de littekens, maar ben nog nooit gehecht. Mensen die met levensgevaarlijke slagaderlijke bloedingen bij de eerste hulp belanden, hebben een poging tot zelfmoord gedaan. Ik wil mezelf niet doden, ik wil mezelf voelen. Snijden is juist mijn hulpmiddel om te overleven.

Adempauze

Drie jaar geleden ben ik ermee begonnen, nadat ik door een collega was aangerand. Vanaf mijn prille jeugd ben ik meermalen het slachtoffer geweest van aanranding, verkrachting en mishandeling. Het was beslist geen incest, dit wil ik er expliciet bij vermelden. Na het laatste 'voorval' draaide ik door. Al die jaren was ik erin geslaagd mijn gevoel het zwijgen op te leggen, maar nu liet het zich niet langer verdringen. Al mijn trauma's kwamen boven. Ik kon niet huilen en wist me totaal geen raad met al mijn emoties. Ik had eetproblemen, last van slaapstoornissen en leed aan paniekaanvallen. Vluchten, wilde ik. Vluchten! Vluchten! Ik werkte twaalf uur per dag, sportte ziekelijk veel en mijn huis was spic & span. Het hielp allemaal niets. In mijn wanhoop begon ik te snijden. Wat een opluchting was dat. Het gaf rust, een adempauze. Ja, als ik niet zou snijden, was ik allang gek geworden.

Iedereen kon me aanraken

Het was natuurlijk een onhoudbare situatie. Tijdens een snijsessie had ik niet alleen mijn armen en benen, maar ook mijn borst en buik bewerkt. Ik schrok me wezenloos. Mijn halve huis zat onder de bloedsporen. Ik liet me opnemen op de Psychiatrische Afdeling van het Academisch Ziekenhuis. Van therapie was nauwelijks sprake. Ik kreeg er batterijen kalmeringsmiddelen voorgezet. Elke dat was ik zo stoned als een garnaal. Geestelijk werd ik er niet beter van en lichamelijk alleen maar zwakker en kwetsbaarder. Terwijl ik juist behoefte had aan weerbaarheid, kon iedereen me zomaar aanraken. Ik wist me geen raad. Snijden bleef de enige uitweg. Ik pakte een haarspeld en verwondde me daarmee. Met bloedende armen kwam ik bij de verplegingsdienst. Ik werd verbonden en kreeg vervolgens op mijn donder. Mijn roep om hulp werd volkomen genegeerd. Het enige resultaat was dat ik naast kalmeringsmiddelen voortaan ook antidepressiva kreeg. Achteraf hoorde ik dat medicijnen tegen depressies zelfbeschadiging juist kunnen stimuleren.

Lipje van een colablikje

Ik voelde dat ik de grip op mezelf verloor en ik wilde me daartegen in bescherming nemen. In mijn kamer zocht ik alle potentiële snijmaterialen bij elkaar - een schaar, een vijl, een glas, haarspelden en pennen - om aan de verpleging in bewaring te geven. Het is trouwens bizar wat je allemaal in huis en ook op straat kunt vinden om jezelf mee te verwonden. Het pinnetje van een deurklink bijvoorbeeld, of het lipje van een colablikje. De oogst van mijn ziekenhuiskamer kreeg ik mooi weer terug. De verpleegster zei dat het mijn eigen verantwoordelijkheid was. 'Als je weer de drang voelt om jezelf te verwonden, ga dan lekker een stukje fietsen op de hometrainer. Daar kun je je spanningen ook prima mee afreageren.' adviseerde ze. Totaal onbegrip dus. Met al mijn wilskracht heb ik op het bezoekuur gewacht en de spullen aan mijn ouders meegegeven. Zonder tekst en uitleg, want ik schaamde me dood. Gelukkig liet mijn moeder me met rust. Ze nam alles mee zonder verder te vragen. Nu zijn mijn ouders en broer wel op de hoogte van mijn zelfbeschadiging. Ze accepteren me, steunen me, wijzen mij niet af.

Elastiekjes

Toen ik mezelf in het ziekenhuis bleef verwonden, kreeg ik een handvol elastiekjes. Elastiekjes?! Die kon ik om mijn pols doen en ze tegen mijn vel laten klippen. 'Dat zorgt toch ook voor een pijnprikkel.' veronderstelde de verpleger. Later zag ik een ander meisje met elastiekjes om haar pols. 'Goh, heb jij ook zo'n leuk armbandje,' vroeg ik. Het was een opluchting dat we elkaar hadden gevonden. Aan een half woord hadden we genoeg. Zij doorzag mijn gedrag. 'Zal ik die schaar maar onder de fruitschaal vandaan halen en weer op zijn plek leggen?' zei ze dan. Van het ziekenhuis ben ik naar dagbehandeling gegaan. Voorafgaand aan de groepstherapie moest ik een contract tekenen waarin stond dat ik mezelf niet zou beschadigen. Elke dag moest ik vertellen of ik het wel of niet had gedaan. Had ik het wel gedaan, dan zei de begeleidster dat dit toch echt niet mocht. Ik kon haar wel door elkaar rammelen! Ik ben verdorie geen klein kind dat je een standje kunt geven. Haar berispingen hadden dan ook een averechts effect. Ik ben tijdens een bijeenkomst wel eens naar de wc gegaan om een jaap te zetten. De therapiegroep zelf bestond uit een stuk of vijftien jonge mensen met uiteenlopende trauma's. Mijn snijden was te confronterend voor ze. In mijn wanhoop heb ik ook wel een bloederig scenario afgedraaid, denk ik. De behandeling zette geen zoden aan de dijk, omdat ik meer met mijn groepsgenoten bezig was dan met mezelf. Nu besef ik dat ik het snijden heb gebruikt om me daar weg te laten sturen. Tjonge, wat was ik blij dat ik geen spelletjes meer hoefde te spelen.

Geen spiegels

Iemand die snijdt, krast of brandt, kronkelt continue om haar gedrag voor anderen te verdoezelen. Enerzijds schaam je jezelf, anderzijds is snijden het enige dat echt van jou is. Zelfrespect en zelfvertrouwen ontbreken volledig. Door dat gekronkel raak je in een isolement. Ik kende genoeg mensen, maar hield vaak afstand. Omdat ik bang was voor ontdekking, durfde ik niet uit logeren en wilde ik zelf ook geen log?ontvangen. Stel je voor dat ze ontdekken dat je geen messen hebt en dat je alleen maar kant-en-klaar gesneden groente of fruit koopt. Of dat ze die overvolle medicijnkast opentrekken. Of merken dat er nergens spiegels hangen. Personeelsuitjes wimpelde ik af en na het sporten ging ik altijd thuis douchen. Ik ging ook nooit met vrienden zwemmen of naar het strand. Hoe warm het ook was. Gespannen luisterde ik naar de weerberichten en bad dat het maar zestien graden werd. Dan was ik tenminste niet zo verdacht met mijn lange mouwen.

Afgewezen

Er rust een enorm taboe op zelfbeschadiging. Kijk naar wat mij overkwam. Ik liet me van mijn meest kwetsbare kant zien en werd afgewezen. In het ziekenhuis wisten ze niet wat ze met me aan moesten, net zomin als de professionele begeleidster van de groepstherapie. Toch wel triest, want ook de verstandelijk gehandicapten, autisten, borderliners en manisch-depressieve patiënten beschadigen zichzelf. Kun je nagaan hoe 'gewone' mensen reageren. Heb je een gebroken been, dan staan ze met bloemen aan je bed. Heb je psychische pijn, dan laten ze het afweten. Ik dacht dat ik veel vrienden had, maar in de tijd dat ik opgenomen was, ben ik er een hoop kwijtgeraakt. Je bent goed om te schilderen en te behangen, om te fuiven en te feesten. Het moet altijd leuk zijn en je mag vooral niet janken. Zelfbeschadiging wordt niet getolereerd, terwijl diezelfde maatschappij het de normaalste zaak van de wereld vindt als iemand zichzelf dood drinkt, uithongert of een hartinfarct werkt. Alsof dat geen vluchtgedrag is. In jezelf snijden of jezelf brandwonden toebrengen is misschien enger, maar toch ook menselijk? Meisjes en vrouwen die zichzelf beschadigen hebben al genoeg geleden en lijden ook nog eens onder hun eigen gedrag. Het is een vicieuze cirkel van geestelijke pijn en lichamelijke pijniging.

Herkenning

Via via hoorde ik dat er een zelfhulpgroep gestart werd voor meisjes en vrouwen die zichzelf beschadigen. Ja, het komt voornamelijk bij meisjes en vrouwen voor. Ik was inmiddels met individuele therapie begonnen, maar de zelfhulpgroep leek me een goede aanvulling daarop. Er was zo'n herkenning. Iedereen was in mijn verhaal geïnteresseerd, iedereen accepteerde me. Er is geen taboe. Dat we onszelf beschadigen, is juist onze band. Naar buiten hebben we het over zelfbeschadiging, nooit over zelfverminking of automutilatie. Maar onderling noemen we het beestje gewoon bij de naam: snijden, krassen of branden.

Solidariteit

Met zijn allen proberen we patronen te ontdekken. Het kan ook voorkomen dat iemand tijdens de sessie de behoefte voelt zichzelf te beschadigen. Dat bespreken we dan. Natuurlijk probeer je elkaar ervan te weerhouden, maar als je op dat moment echt niet anders kunt, dan ga je naar huis. De afspraak is: contact houden. Altijd bellen om te vertellen hoe het met je gaat. Ben je oké? Of moet je misschien toch naar de dokter? Wil je in dat geval dat er iemand met je meegaat? Maar we zitten heus niet elke bijeenkomst te huilen. Wij hebben een eigen soort humor die voor buitenstaanders misschien cru is. Eén van ons tekent strips. Ze heeft het beeldmerk van de steungroep ontworpen: een kat met de afbeelding van een scheermes. Belangrijk is dat er geen dwang achter de steungroep zit, je hoeft het snijden niet rigoureus op te geven. Je moet het leren controleren. De laatste bijeenkomst voor de zomerstop spraken we af allemaal een T-shirt te zullen dragen als de zon scheen. De eerste keer na de vakantie bleek dat iedereen zich eraan had gehouden! Die onderlinge solidariteit is zó tof. Het doorbreekt ons isolement.

Het verdriet ebt weg

Het snijden heeft me doen inzien dat er wel degelijk iets aan de hand was met mij. Daardoor ben ik in therapie gegaan en daar heb ik veel mee gewonnen. Ik ben mezelf serieuzer gaan nemen. Krijg weer zelfvertrouwen en begrijp dat ik alle reden heb om boos en verdrietig te zijn. Ik kan voor het eerst huilen. Huilen! Dat had ik nooit durven dromen. Ik durf mijn verdriet te voelen en ontdek dat de wereld dan niet vergaat. Het verdriet ebt weg. Langzaam, maar toch... Ik weet nu dat ik het recht heb grenzen te trekken en mensen op afstand te houden. Of dichterbij te laten komen, als ik dat wil. Vrienden mogen me nu kussen ter begroeting, alhoewel ik graag heb dat ze het even aankondigen. Zo van: 'Niet schrikken, ik ga je zoenen.' Ik wil mezelf niet tarten door het uit te spreken, maar ik heb al vier maanden niet hoeven snijden!

Ik woon samen

Dan zijn er nog andere ontwikkelingen waar ik helemaal ondersteboven van ben. Ik heb een eigen huis! Ik, die nooit ergens wortel schoot, altijd maar weer verhuisde. Nooit voelde ik me ergens safe en nu geniet ik intens van mijn stek. En woon ik nota bene samen. Ik vond alle mannen klootzakken. Ze mochten voor mijn part allemaal doodvallen. Tot ik twee jaar geleden een jongen ontmoette die ik heel aardig vond. We werden vrienden. Op een gegeven moment merkte ik dat ik klamme handen had als hij in de buurt was, behoorlijk irritant. En als we een afspraak hadden, dan zag ik daar als een berg tegenop. Terwijl als ik hem zag, ik er niet aan moest denken weer afscheid te nemen. Weet jij wat er met mij aan de hand is, vroeg ik een vriendin. Toen ze antwoordde dat ik verliefd was, viel ik zowat van mijn stoel van verbazing. Sinds kort wonen we samen en weet je, hij is nog een geweldige EHBO'er ook!