Zelfverwonding

Het verhaal van Lies

Ik ben 18 jaar geleden geboren in een klein plaatsje. Op foto,s uit mijn eerste jaren zie ik een meisje dat soms lacht, maar meestal verbaasd om zich heen kijkt. Je ziet me ook altijd alleen, zelden ben ik bij iemand in de buurt. Toen ik naar de kleuterschool ging, bleek al snel dat ik geen gewone kleuter was. Het liefst zat ik uren voor me uit te staren en ik heb een lange gewenningsperiode gehad. In die tijd deed ik helemaal niets. Althans zo leek het. In werkelijkheid sloeg ik alles wat er in de klas aan opdrachten werd gegeven in mijn hoofd op om vervolgens thuis, als ik aan mijn eigen tafeltje zat, die te gaan maken. Pas na een half jaar begon ik ook werkjes in de klas te maken. Ik heb nog een tekening waarop de juf geschreven heeft, 'hoera! Dit is haar eerste tekening in de klas!'. Echt vriendinnetjes had ik niet, ik was gewoon liever alleen.

Aan het einde van de 2e kleuterklas leerde ik lezen en al voor ik naar groep 3 ging las ik op het niveau van iemand in groep 4. dat maakte me een buitenstaander, met het gevolg dat ik nog steeds geen vrienden had. Ondertussen waren we verhuisd en ik kwam in een nog kleiner plaatsje terecht. Maar ik voelde me er al snel thuis. Vooral omdat we aan de buitenrand woonden en er een veel natuur in de buurt was. Daar ging ik graag heen, als klein meisje al. Er woonden geen kinderen in de buurt, maar dat vond ik niet erg. Ik zat toch liever op mijn kamer te lezen. Bij mij thuis is het altijd moeilijk geweest. Mijn moeder heeft zelf problemen al wil ze dat niet toegeven. Naar de buitenwereld toe waren wij het perfecte gezinnetje met een dochter en een zoon, een moeder die thuis was en een vader die werkte. Maar mijn moeder heeft altijd buien gehad. Dan werd ze boos om niets en dat bleef ze voor weken. Ze negeerde dan iedereen, liet het eten aanbranden, deed soms zelfs de was niet meer. Ik trok het me aan, ook omdat mijn vader en broer me lieten merken dat ik degene was die de bui veroorzaakt had. En dat is nooit makkelijk geweest voor me. Ik werd me er alleen maar stiller van. Praten deden we ook nooit, problemen mochten er gewoon niet zijn. Nee, ons gezin moest perfect zijn, en dus kon ik altijd alleen maar praten over de goede dingen. Mijn moeder had ook regelmatig erge schoonmaakdrift. Wij, mijn broer en ik, moesten onze kleren altijd netjes houden en we kregen een preek als we met grasvlekken of iets thuiskwamen. Maar ja, we waren ook jong en wilden toch buiten spelen. En dat kon dus niet omdat we dan vies zouden worden en dat mocht niet. Onze kamers waren ook altijd perfect opgeruimd. Niets mocht rondslingeren, alles moest opgeborgen en schoon zijn. Ik heb me nooit thuis gevoeld in mijn kamertje, vooral daardoor. Ik heb nog steeds het gevoel dat ik er op bezoek ben, niet dat ik er echt leef.

De basisschool is voor mij geen leuke tijd geweest. Ik was slim, was sneller dan de anderen. De juffen namen mij vaak als voorbeeld, gaven me ook ander werk. En dat maakte mijn medeleerlingen jaloers. Ik ben dus altijd gepest. Ik was ook een makkelijk doelwit, ik was stil, had geen vrienden, wist niet hoe ik me moest verdedigen en kon nergens heen met wat er gebeurde. Daarnaast was ik vrij stevig en kon ik niet meekomen in de gymles. Juist daar was mijn leven een hel. De gymleraar zelf deed namelijk ook mee met het pesten. Hij liet me steeds voelen dat ik minder dan niets was. Als er teams moesten worden gekozen, werd ik altijd een speelbal. Er werd altijd over gediscussieerd wie met mij opgescheept zou worden. De leraar hoorde het, maar deed niets, als het hem te lang ging duren, wees hij gewoon naar een team, zo van, ga daar maar heen. Ik ben altijd genegeerd. Ik was altijd ballen aan het tellen, wat moest ik anders? Al kwam ik nooit verder dan de 0, maar goed. De leraar zag natuurlijk dat ik geen bal kreeg, maar weet dat aan luiheid van mijn kant en dus legde hij regelmatig het spel stil en gaf mij een uitbrander voor de hele klas. Ja, dat was natuurlijk olie op het vuur. Zo ben ik mijn hele basisschooltijd doorgegaan. En eigenlijk vind ik het een wonder dat ik het heb volgehouden. Maar ja, ik wist natuurlijk ook van thuis, dat praten over problemen niet mocht. Vooral niet als je een kind was. Mij is altijd ingeprent dat je niets tegen volwassenen mag zeggen, tenzij ze jou iets vragen. Je hoort je op de achtergrond te houden als volwassenen praten en ja, dan kan ik toch niet zomaar naar de juf stappen en zeggen dat ik me niet fijn voel?

Mijn beide opa,s werden kort na elkaar ziek. Tegen mij werd gezegd dat ze griep hadden, maar doordat ik nog wel eens telefoongesprekken opving wist ik dat het veel erger was. Ze hadden kanker, allebei. Toen gebeurde er in een jaar tijd veel. Eigenlijk te veel, maar toch heb ik nog weten door te gaan.

Het was aan het begin van groep 7, mijn tante trouwde. Die dag moest ik eigenlijk afscheid nemen van mijn opa, maar ja, ik durfde niet. Hij was kaal, zat in een rolstoel, was helemaal niet de opa die ik kende. Ik had al niet echt een band met hem, natuurlijk, hij was mijn opa, maar hij woonde niet bij ons in de buurt. En ik was altijd een beetje bang van hem, zoals ik bang was voor elke volwassene. Twee dagen na de bruiloft overleed hij. Ik heb er pas jaren later om kunnen huilen. En nu heb ik ook spijt, dat ik hem niet wat beter had gekend. Want echt, hij was een held. Hij heeft ooit mensen uit een brandend schip gered. Dat vertelde mijn oma, ongeveer een jaar geleden. Dat jaar werd het pesten erger, ook in de gymles. De leraar werd erger. Hij eiste dat we onze hemden uittrokken in de lessen. Voor het begin van de les moesten we in een rij staan en dan keek hij altijd dwars door je shirt heen om te kijken of je zijn bevel had opgevolgd. Hij schold ook veel, vooral op mij. Andere leerlingen trok hij voor, die waren zijn lievelingetjes. En ik las steeds meer, om maar om te kunnen gaan met alles om me heen. En ik had een stem in mijn hoofd. Meester, zo noemde hij zichzelf, hij zat er al een tijdje, maar was vooral dit jaar erg aanwezig. Ik moest steeds opdrachten uitvoeren. Zoveel tijd om naar school te gaan, niet rechtstreeks naar school mogen, pal voor een auto oversteken, dat soort dingen. En als ik iets niet goed deed, altijd eigenlijk, begon hij te schelden en te dreigen. Soms werd de herrie zo erg dat ik mijn handen voor mijn oren hield om het maar te doen stoppen.

Aan het eind van groep 7 overleed mijn andere opa, totaal onverwacht. Ja, hij was ziek, maar je zag niets aan hem. Mijn moeder heeft zich toen weken afzijdig gehouden, het was haar vader. Kort daarna was het zomervakantie en wij verhuisden opnieuw. Ik had het heel moeilijk met het afscheid. Ja, de mensen daar miste ik niet, maar wel de omgeving. Het huis waar we in kwamen was heel gehorig, er waren veel kinderen in deze buurt. Ik woon er nu nog en het is nog niet beter geworden. Er wordt veel gescholden, zelfs kleuters doen er aan mee. Dat laatste jaar, groep 8, werd een hel. Een nieuwe klas, een meester dit keer en geen juf. In het begin ging het goed. De andere leerlingen waren nog nieuwsgierig. Maar al snel begonnen de problemen. Ik kon niet meekomen in de gymles, dat was 1 ding.

En als ze me nu maar met rust hadden gelaten, was het misschien nog goed gekomen, maar dat deden ze niet. Ook de meester niet. Ik moest en zou meedoen, ook al zei ik dat ik niet wilde of niet kon ook. Ik was zo gewoon geraakt aan mijn rol aan de zijlijn en ook zo bang geworden voor alle mogelijke toestellen en ballen dat ik niet meer wilde. Maar ik werd gedwongen, ik moest en zou meedoen. En ja, daar begonnen de eerste irritaties. Ook in de kleedkamer had ik het zwaar omdat zowel de jongens als de meisjes in 1 ruimte zaten. En ik was steeds doodsbang.

In de klas zelf ging het niet veel beter. Ik lag meters voor op de rest en ineens mocht ik niet meer gaan lezen als ik het af had, geen extra opdrachten maken, geen opdrachten overslaan. Ik moest me aanpassen aan de langzaamste. Ik heb dus heel wat uren met mijn armen over elkaar gezeten. En nog kan ik de meester dat verwijten. Dat hij niet doorhad hoe ongelukkig ik daarvan werd en dat ik echt wel wilde leren als ik de kans maar kreeg. Rond maart kreeg ik ruzie met een populair meisje. Zij begon roddels over me te verspreiden. Al gauw had ze de hele klas tegen me opgezet en op een dag werd ik zelfs ingesloten en wilden ze me in elkaar slaan. Ik heb nog weten te ontsnappen. Maar de rest van het schooljaar had ik helemaal geen vrienden of enige aanspraak meer. En ja, toen kwam de musical. Een rol had ik niet, het enige wat ik moest doen was met een bord over het toneel lopen. Omdat we in een ander lokaal oefenden, kon ik steeds een leesboek meesmokkelen. Dan trok ik me terug in een hoekje en las uur na uur. Wat moest ik anders? En de meester? Die zei niets. Die had het druk genoeg met de voorbereidingen.

Eindelijk, eindelijk was het jaar om en dus was de periode basisschool voor mij afgesloten. Na de vakantie zou ik naar het voortgezet onderwijs gaan. Gelukkig had ik een school gekozen waar bijna niemand van mijn oude klas heenging. Alleen degenen die vbo advies hadden gingen daarheen.

Ik had zulke grote verwachtingen, maar ze zijn geen van alle uitgekomen. Ik had 1 vriendin in de brugklas, maar na een half jaar had die aansluiting gevonden bij een ander groepje en ik zag haar nauwelijks nog. Ik werd gepest, vanaf dag 1. Ik had een rotklas, daar waren alle leraren het over eens. Veel herrieschoppers en veel mode-meiden. Ik voelde me er niet thuis, ik had er geen ruimte om te kunnen genieten van het leren. Ik werd weer veel gepest in de gymles. Gelukkig had ik dit keer een lerares. Ze riep het wel geen halt toe, maar ze liet me wel lekker gaan. Dus geen dwang meer en vooral, geen straffen. En in de klas werd ik gepest met mijn cijfers, met het feit dat ik alleen was en niets van muziek en wat dan ook wist. De leraren zagen me niet echt, al lieten sommigen merken dat ze het fijn vonden dat ik zo hard mijn best deed. Maar niemand merkte dat het niet goed ging. Dat ik in de pauze in mijn eentje met een boek zat, dat ik, 's avonds tot 12 uur studeerde, omdat ik zo vreselijk bang was dat ik een fout zou maken, dat ik in de klas totaal geen aansluiting had en continu gepest werd. En thuis? Daar werd het niet beter. Mijn moeder was in een isolement geraakt. Ze had geen vrienden in de buurt, niemand waar ze heen kon en dus werden de buien erger en begon ze erg op ons te letten. Met het gevolg dat ik zowel thuis als op school geen leven had en langzaam begon ik er aan onderdoor te gaan.

Ik stortte pas goed in in de 2e. Weer had ik een rotklas, al had ik dit keer vakken die ik leuk vond, ik mocht namelijk gymnasium doen, iets waar ik al een hele tijd naar verlangde. Maar al snel bleek het tempo erg laag en ik leerde toch tot diep in de nacht, ik durfde geen fouten te maken. Ik begon eetproblemen te krijgen, op school at of dronk ik niets om tijd uit te sparen om te leren. ,s Avonds huilde ik mezelf in slaap, ik kon niet meer. En toen moesten we een opstel schrijven, maakte niet uit waarover. Voor het eerst kon ik het niet afkrijgen. Ik had keihard doorgeschreven, maar het was niet gelukt. Ik kwam helemaal overstuur bij de docente, een vreselijk lieve vrouw, die me later van de derde klas tot de 6e begeleid heeft. Zij voelde meteen dat het niet goed zat en stuurde me door naar de begeleider van de 2e klassen. Een half jaar ben ik bij haar geweest, toen kreeg zij door dat er veel meer speelde dan alleen maar huiswerkproblemen. En dus stuurde ze me door naar een therapeute. Maar daar was een wachtlijst en ik kon pas aan het begin van de derde klas daar terecht. Het ging heel slecht met me. Ik huilde niet alleen meer in bed, maar ook op school. Ik was op, echt op. De begeleider vond het niet meer verantwoord om me langer op school te laten rondlopen en dus stuurde ze me een maand voor de zomervakantie vervroegd op vakantie. En ik baalde, want het voelde als falen. En thuis zijn de hele tijd, nee, dat viel ook niet mee.

Maar na de vakantie ging ik met frisse moed weer naar school. En ja hoor, weer werd ik gepest. De ergste Pestkoppen waren uit mijn klas gegaan, zij wilden niet door op het gymnasium. Dus daar werd het rustiger. Maar het waren nu de andere leerlingen die er een sport van leken te maken wie me het meest kon pesten.

De ene docente die zo vriendelijk was werd dus mijn begeleider en daar heb ik heel veel steun aan gehad. Uiteindelijk kreeg ze het voor elkaar dat ik niet meer naar de gymles, naar tekenen en naar handvaardigheid hoefde. Eigenlijk mocht dat niet omdat ik namelijk met de basisvorming zat, de eerste drie jaren van het voortgezet onderwijs. En dus mocht ik eigenlijk ook niet over, omdat ik voor die vakken geen cijfer had. Maar ik kreeg toestemming omdat alle leraren erop vertrouwden dat het wel goed zou komen. Maar goed, er is veel gebeurd dat jaar. Ik begon met therapie. Ik had op zich een aardige vrouw, maar veel gepraat hebben we niet. Ik was het immers niet gewend en over wat ik echt voelde had ik nog nooit gepraat.

Ik had 1 vriendin in die tijd, we waren altijd samen. Maar zij had ook problemen en liep op een gegeven moment weg. Sorry, het wordt nu even een chaos, alles gaat door elkaar lopen, maar er is in dit schooljaar afschuwelijk veel gebeurd. Ik zal het maar even opnoemen, dat is wat makkelijker.

Mijn vriendin uit de 1e overleed in november aan een hersentumor, de enige vriendin die ik had liep weg en kwam veranderd terug. Ik werd gepest door ongeveer de helft van alle leerlingen. Ik had eetproblemen, at de ene week amper en had de volgende week vreetbuien. Ik begon te snijden, omdat alles in me zo zwart was, ik niet kon praten en wel zoveel voelde. En ik ging meer en meer snijden. Ik raakte op een gegeven moment helemaal de weg kwijt. Ik hoorde continu stemmen, wilde een eind aan mijn leven maken, was steeds overstuur. De begeleider zag het fout gaan en stuurde me in in maart naar huis om bij te komen. Daar heb ik 3 maanden gezeten. En thuis ging het slechter. Ze vonden dat het goed met me moest gaan, dit kon zo niet, zij gingen er aan onderdoor. En ik voelde de stille kreet in me, maar ik dan?? Ik heb dat jaar gehaald, wonder boven wonder. Ik had heel veel gemist, maar de leraren vonden me slim genoeg om naar de 4e te kunnen gaan.

Ik zat al een tijdje in de 4e klas van het gym, toen ik naar een cursus gestuurd werd. Dat zou goed zijn voor mijn zelfvertrouwen. Deze werd gegeven door een stichting voor hoogbegaafden. de directeur daarvan gaf zelf de cursussen. Kort gezegd ben ik daar erger beschadigd vandaan gekomen dan ik erheen ging. Want de man was geobsedeerd door alles wat met seks te maken had. Hij heeft me nooit echt wat aangedaan, maar maakte wel opmerkingen, zei tegen me hoe fijn hij het vond om er over te praten enzo, keek ook naar me. Tja, ik vertrouwde mensen al niet en deze man heeft me het laatste restje zelfrespect afgepakt.

De komende 3 schooljaren heb ik ups en downs gehad. In de 4e heb ik nog een paar zelfmoordpogingen gedaan. Ik zag het toen echt niet meer zitten. Nu ben ik blij dat het toen niet gelukt is. En altijd bleef die docente bij me, steunde me en hield me vast als het nodig was. Het pesten ging onverminderd door. Maar het leren deed ik niet meer zo hevig. Ik was meestal veel te moe van de strijd in mezelf en vooral de strijd om niet ten onder te gaan aan alle emoties. Ik spijbelde veel omdat ik het aantal lesuren niet bij kon houden. En ik kreeg vervolgens toestemming om een aantal lessen per week te missen. Ook naar de gymles hoefde ik niet meer. Dat is mijn redding geweest, want nu kreeg ik de rust om te proberen weer mezelf te vinden. En met al die lessen had ik dat nooit gekund. In therapie bleef het slecht gaan. Ik praatte amper en dat terwijl ik mezelf wel sneed en veel last had van vanalles en nog wat. In de 5e kreeg ik een nieuwe therapeute en daar ben ik nu nog steeds. Ik moet van haar praten, maar het gaat meestal gewoon niet. Heel langzaam begint het beter te gaan tussen ons, maar we zijn er nog lang niet. En soms wil ik het ook gewoon opgeven omdat ik er geen heil meer in zie.

In de 5e begon ik te vrienden te krijgen. Ze zaten niet in mijn eigen klas, maar een klas lager. En met hen gaat het nu nog steeds heel goed. Ik voel me thuis bij hen, al vind ik het wel moeilijk om ze te vertrouwen. En ik blijf bang dat ze me binnenkort niet meer moeten. En ik heb mijn examen gehaald, wat een echt wonder was. Maar ik had ook een goede band met de docenten en zij sleepten me er gewoon door.

En nu ben ik aan het nadenken over wat ik nu met mijn leven moet. Ik ben er een jaartje tussenuit gegaan om alles op een rijtje te zetten. Ik heb nu de diagnose borderline meegekregen. E eigenlijk ben ik daar blij mee. Dan is het tenminste niet allemaal zo vaag meer, nu weet ik dat al die problemen onder een ding vallen. En dat ook het snijden erbij hoort. Ik kan dat nog steeds niet loslaten. Ik snijd nog steeds regelmatig. Ik moet voor mezelf, omdat ik geen thuis heb waar ik kan praten, daar moet ik steeds doen alsof alles zo goed gaat. En in therapie kan ik af en toe praten, maar wel met het gevolg dat het snijden verergert, want tja, hoe moet ik anders die rust weer in mijn hoofd krijgen? Hoe moet ik anders alles weer in dat zwarte doosje krijgen?

Wat ik nu wel weet ik dat ik anderen wil helpen. Vooral omdat ik zelf weet hoe moeilijk het kan zijn om te leven. En hoe fijn het is om dan iemand te hebben waar je naar toe kunt.