Zelfverwonding

Het verhaal van Marieke

Ik begon met mezelf te beschadigen toen ik een jaar of zeven, acht was. Misschien was ik iets jonger of ouder. Ik realiseerde me uiteraard niet wat ik nou precies deed, maar had wel haarfijn in de gaten dat het iets was dat je verborgen moest houden. Als je dat niet deed zouden mensen namelijk vragen gaan stellen.

In het begin sloeg ik "alleen" met m'n hoofd tegen de muur. Dat deed ik in de kelder want anders kon m'n moeder het horen en zou ze me een aansteller en aandachttrekker noemen. Wat later vond ik in die kelder een hamer en kwam op het idee daarmee om m'n knieën en dijbenen te slaan. Destijds leek dat een goed idee want de blauwe plekken deden meer pijn en bleven langer. Daarbij kon ik onopvallend op die plekken duwen om mezelf te straffen als ik bijvoorbeeld iets stom zei in de klas. Die hamer is een hele tijd m'n maatje geweest en ik sloeg steeds harder, tot ik op de middelbare school zo hard sloeg dat ik regelmatig op krukken naar school strompelde. Ik gebruikte hem inmiddels ook op m'n handen en polsen maar ik kwam er al snel achter dat ik benen en armen af moest wisselen want anders kon ik m'n krukken niet vasthouden.

Toen ik 14 was waren blauwe plekken niet meer genoeg, ik wilde bloed zien want dat was pas een straf. Ik gebruikte een zaag op mijn pols en werd op school weken gepest omdat ik volgens mijn klasgenoten aandacht had willen trekken. Dat klopte op dat moment ook. Ik wilde aandacht, ik wilde getroost worden, opgevangen worden, ik wilde praten en ik wilde dat iedereen me zou vertellen dat ik niet fout was en geen rotmens was en dat ik het niet verdiende allemaal. Maar ik wist zelf niet eens dat ik dat wilde, dus hoe konden anderen het weten? De leraar die me het nagelschaartje waarmee ik in m'n pols peuterde afpakte kon niet weten wat er gebeurde thuis, de gymlerares kon niet weten waar die blauwe plekken op m'n dijen vandaan kwamen, enzovoort.

Hierna volgt een verwarrende periode, waarin ik in een groep die zich hoofdzakelijk met SM bezighield meestal anderen aan me onderwierp en soms mezelf afstrafte door me aan hun te onderwerpen. In deze groep bestond een zekere hiërarchie waarin ik in de loop van de jaren op wist te klimmen. Ik draaide de situatie om, pijnigde niet meer mezelf, maar voorkwam de noodzaak daartoe door me op anderen af te reageren, tot dat mijn macht me in één klap werd afgepakt. Op mezelf teruggeworpen trok ik me terug in mijn geest en de keren dat ik me "buiten" waagde kwam ik verbijsterd tot de conclusie dat ik niks anders kon dan mezelf zoveel mogelijk snijden en krassen. Ik MOEST eenvoudig iets doen want ik had het gevoel dat ik anders zou ontploffen. Vaak was het zo dat mijn snij-plekken nog rauw waren van de laatste keer, of dat ze nog bloedden omdat ik blijkbaar al eerder op de dag had gesneden.

Wanneer zich dit laatste afspeelt ben ik al in therapie, heb de diagnose DIS al lang en breed te horen gekregen en min of meer geaccepteerd (lees: ik ontken ze niet meer) en langzaam maar zeker begin ik me te realiseren dat de situatie gigantisch uit de hand loopt. Ik snij steeds vaker, harder en meer en op steeds meer plekken. Ik merk dat ik de neiging krijg op plekken te snijden die moeilijk te verbergen zijn zoals m'n hals, maar ook dat ik snij op plekken die niemand, behalve ikzelf, ziet. Het duurt nog ruim een half jaar voordat ik ook in staat ben aktie te ondernemen, voordat ik echt na durf te gaan denken en toe durf te geven dat ik verslaafd ben aan het zien van mijn eigen bloed en aan mezelf pijn doen.

Dat alles is nu zo'n tien maanden geleden. Ik ben gestopt met mezelf te beschadigen omdat ik denk dat ik al beschadigd genoeg ben, dat anderen me al genoeg schade hebben toegebracht en ik niet nog meer verdien. Omdat ik niet langer vind dat ik schuldig ben aan wat er vroeger met me gedaan werd. Omdat ik niet langer geloof dat ik het uitgelokt heb of er om gevraagd heb. De drang om te snijden heb ik soms nog wel, maar ik probeer me op zo'n moment te realiseren dat het een automatische reactie is om het op mezelf uit te kuren en denk dan heel bewust aan degene op wie ik eigenlijk kwaad ben. Soms helpt dat, soms ook niet. Wanneer het niet helpt wacht ik eenvoudig tot het weer over is, want het gaat altijd weer over.