Zelfverwonding

Artikel 6: Persoonlijkheid "wat is abnormaal?"

Onze persoonlijkheid bepaalt in belangrijke mate wie we zijn, hoe we ons gedragen, hoe we ons voelen en hoe anderen ons ervaren. Iemands persoonlijkheid is uniek en kan niet door anderen worden beïnvloed. Een persoonlijkheid kan heel dienend zijn, bijvoorbeeld wanneer je flexibel handelt en goed bent voor de anderen. Daarnaast kan een persoonlijkheid heel veel beperkingen opleveren. Want iemand die continu de belangen van zichzelf aan de kant zet ten dienste van de anderen, heeft nauwelijks tijd voor zichzelf. We spieken over persoonlijkheidsstoornissen als specifieke persoonlijkheidstrekken een individu in de weg staan in plaats van het te dienen.

Persoonlijkheid kan worden omschreven als een vast patroon van emoties, denkprocessen, gewaarwordingen en het hieruit voortvloeiend gedrag van een individu als reactie op zichzelf en op zijn omgeving. Je persoonlijkheid bepaalt dus hoe je jezelf waardeert, hoe je reacties of opmerkingen van anderen kunt plaatsen en hoe je vervolgens hierop reageert. Kortom, wie je bent wordt bepaald door je persoonlijkheidstrekken.

Iedereen is uniek

De verzameling van persoonlijkheidstrekken maakt je als individu uniek. Persoonlijkheidstrekken zijn stabiel en consistent. 'Stabiel' wil zeggen dat dezelfde trekken continu aanwezig zijn, als jongvolwassene en ook op middelbare leeftijd. Met 'consistent' wordt bedoeld dat dezelfde trekken in verschillende omstandigheden voorkomen. Zo kan bijvoorbeeld iemand zich onzeker voelen tijdens het afleggen van een examen, maar ook als hij op stap gaat.
Tijdens de kinderjaren komen persoonlijkheidstrekken tot ontplooiing. Een deel van deze trekken is individueel bepaald, namelijk de aangeboren trekken. Genetisch onderzoek bij tweelingen heeft uitgewezen dat persoonlijkheidskenmerken in het erfelijk materiaal kunnen zijn opgeslagen. Verder spelen omgevingsfactoren een rol in de ontwikkeling van de persoonlijkheid. Het blijkt dat latere persoonlijkheidsstoornissen al vroeg in de kindertijd vrij betrouwbaar kunnen worden voorspeld. Cultuur, opvoeding en sociale omstandigheden vallen in deze categorie. Stressvolle gebeurtenissen tijdens de jeugd, het verlies van een ouder, seksueel misbruik,... hebben een enorme impact op de verdere ontwikkeling van de persoon. Andere belangrijke factoren die een persoonlijkheidsstoornis in de hand kunnen werken zijn: een zwak gestructureerde begeleiding in de eerste levensjaren en een laag intelligent milieu.

Kenmerken van gestoorde persoonlijkheid

Persoonlijkheidstrekken worden als abnormaal beschouwd indien ze het aanpassingsvermogen van het individu niet meer dienen, maar juist beperken. Het gevolg is dat het individu kampt met een gestoord gevoelsleven en zich veelal sociaal niet kan handhaven. Een persoonlijkheidsstoornis heeft een aantal kenmerkende eigenschappen. Ten eerste wordt een stoornis beschouwd als een overdreven of een abnormaal dominerende persoonlijkheidstrek. Ten tweede is een persoonlijkheidsstoornis rigide. De reacties van iemand met een dergelijke stoornis zijn weinig flexibel en dus op voorhand goed te voorspellen. Ten derde zijn persoonlijkheidsstoornissen consistent, ze drukken zich uit in een groot aantal verschillende omstandigheden.

Deze overdreven en rigide gedragingen zijn het gevolg van de ontwikkeling van een persoon tijdens de jeugdjaren. Omdat die persoon nooit anders heeft gehandeld, wordt een persoonlijkheidsstoornis door hem of haar niet als storend ervaren. Voor de patiënt is dit gedrag de basis van zijn identiteit. De persoonlijkheidskenmerken worden ervaren als 'behorend bij hemzelf'. Je zou als het ware kunnen zeggen dat de patiënt geen stoornis heeft, maar juist zelf de stoornis is. Het zijn de omstanders van de patiënt die met de nadelen van een persoonlijkheidsstoornis te kampen hebben. Zij moeten leren omgaan met overdreven trekken zoals impulsiviteit, agressiviteit en egocentrisme.

Diagnose stellen

Er wordt wel eens gesuggereerd dat persoonlijkheidsstoornissen geen lijden of persoonlijke ellende bij de patiënt teweegbrengen, omdat hij zijn karakter als zijn eigen 'ik' beschouwt. Maar iemand met een persoonlijkheidsstoornis ervaart wel degelijk de ellende die hij veroorzaakt. Hij moet de gevolgen van zijn gedrag dragen, maar mist het inzicht om deze problemen aan zichzelf te wijten. Meestal zal hij dan ook de oorzaak van de problemen aan omstandigheden buiten zichzelf toeschrijven. Zelfkritiek is uit den boze. Bij mensen met persoonlijkheidsstoornissen werkt het hele gedragsrepertoire het aanpassingsvermogen tegen. Bijvoorbeeld in geval van moeilijkheden is hun reactie meestal probleemvormend in plaats van probleemoplossend. Ze missen het vermogen om op een goede manier met problemen om te gaan, maken van een mug een olifant en denken niet in oplossingen.
De diagnose persoonlijkheidsstoornis is in extreme gevallen makkelijk te stellen, maar in andere gevallen bijzonder moeilijk. De beoordeling van de persoonlijkheid wordt beïnvloed door andere psychische problemen zoals een depressie. Precies omdat een patiënt wel met een depressie en niet met zijn persoonlijkheid naar de dokter stapt, zal de psychiater moeten wachten met het stellen van de diagnose tot het psychisch toestandsbeeld zich enigszins heeft gestabiliseerd. De diagnose persoonlijkheidsstoornis berust uiteindelijk op de beoordeling van opvattingen en uitdrukkingsvormen van emoties. Cultuurgebonden aspecten van gedrag, maar ook de eigen normen en waarden van diegene die de diagnose moet stellen, spelen hierbij zeker een rol.

Drie typen stoornissen

De psychiatrie deelt de persoonlijkheidsstoornissen in in drie grote groepen. De eerste groepeert de individuen die algemeen de indruk wekken vreemd, apart of raar te zijn. De paranoïde persoonlijkheidsstoornis valt hieronder. Patiënten met deze stoornis hebben de neiging om alles wat anderen doen, te zien als een bedreiging. Ze zijn vaak ziekelijk jaloers en wantrouwig. De schizotype persoonlijkheid betreft individuen met bizar gedrag dat meestal volgt uit vreemde opvattingen. Ze houden zich vaak druk bezig met paranormale fenomenen en verkondigen vreemde, niet te volgen filosofische theorieën.
De tweede groep omvat persoonlijkheidsstoornissen die extravert zijn, het gedrag is meestal erg overdreven. Patiënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis zijn meestal instabiel. Ze hebben een stoornis in de eigen identiteitservaring en zijn daardoor niet in staat om langdurige relaties aan te gaan of fundamentele levenskeuzes te maken. De narcistische persoonlijkheid leidt tot een gebrek aan inlevingsvermogen ten aanzien van anderen. Aan de andere kant zijn deze patiënten enorm gevoelig voor de kritiek van anderen.
De derde groep rekent de vermijdende, afhankelijke en passieve persoonlijkheidsstoornissen tot zich. Patiënten met een stoornis uit deze groep zijn introvert, onzeker en angstig. Iemand met een afhankelijke persoonlijkheid heeft een overmatige behoefte aan aanmoedigingen en adviezen van anderen. Deze persoon kan zelf moeilijk beslissingen nemen. Een obsessief-compulsieve stoornis - wil zeggen dat iemand bijzonder perfectionistisch is. Hij legt de lat altijd te hoog en bereikt daardoor juist heel weinig.

Iedereen herkent wel enkele puntjes uit de bovenstaande typen van persoonlijkheidsstoornissen. Maar daarom zijn deze kenmerken nog niet rigide en niet overdreven aanwezig. Samen met andere kenmerken vormen ze wel onze identiteit. De behandeling van een persoonlijkheidsstoornis is erg moeilijk, vooral omdat de patiënt zelf geen hinder van zichzelf ondervindt. Hij ziet het probleem niet en kan er dus ook niet aan werken. Pas als de patiënt zelf inzicht krijgt in de storende karaktereigenschappen, kan psychotherapie de persoonlijkheid bijwerken maar geenszins veranderen. Iemand is zoals hij is.

Sjacko Sobczak

bron: S Magazine (december 2004)