Zelfverwonding

Artikel 2: Zelfverminking bij jongeren mag niet onderschat worden

" 's Avonds nam ik het breekmes en kerfde mijn arm vol. Tot het bloedde, dan werd ik rustig." Lies (18) verwondde zichzelf zes maanden aan een stuk. Ook Kaat (19) sneed in haar lichaam: "Jarenlang, met alles wat scherp was". In een klas van twintig zitten gemiddeld twee leerlingen die zichzelf opzettelijk verminken, leert Brits onderzoek. Maar ook bij ons zijn Lies en Kaat geen uitzondering.

Kaat was dertien toen ze de eerste keer een mes in haar arm zette. Ze had ruzie met haar ouders en kon 's nachts niet slapen. "In een vlaag van waanzin nam ik een breekmes en sneed mezelf in de arm. Zes kerven van zes centimeter," glimlacht Kaat. Ook Lies deed het 's avonds, het werd een avondritueel: vlak voor het slapen gaan nam ze haar breekmes en kraste ze minimum tien keer in haar arm. De eerste keer op haar veertiende.

Lies had een manisch-depressieve vader: "Leven met zo'n pa was niet gemakkelijk. Ik sneed mezelf een paar keer per jaar. Pas na de dood van mijn opa, zo'n acht maanden geleden, deed ik het elke dag. De problemen met mijn vader en dat er nog eens bovenop werden me te veel. Als je aan het kerven bent, denk je aan niets. Dat was het enige echt rustige moment van de dag. Dan viel alle druk van mijn schouders en vergat ik alles. Pas daarna kon ik goed slapen, anders niet. De volgende morgen was ik er niet meer mee bezig. Maar als het dan weer avond werd, kwam de drang weer op. Het is een verslaving, net als drugs of alcohol. Ik kon er niet mee stoppen."

Kaat werd geslagen en had heel vaak hevige ruzies thuis. "Door te kerven werd ik gevoelloos, ik leefde als een robot. Ik deed het ook af en toe overdag, in de schooltoiletten, in de tuin of op mijn kamer. Alle spanningen verdwenen dan uit mijn lichaam. Soms wilde ik mijn polsen oversnijden, maar dat durfde ik niet."

Alles wat scherp is

Lies kerfde met een breekmes of een schaar. "Soms prikte ik met speldenkopjes in mijn wonden", zegt ze. "Ik had altijd iets bij om te krassen, er zat zelfs een stukje van mijn breekmes tussen mijn gsm." Kaat sloeg dan weer toe met alles wat ze vond: "Een passerpunt is heel handig, daarmee kon je je hele bovenhuid kapot maken. Maar een mes of een glasscherf waren ook goed." Ze had altijd een zakmes bij zich, maar vreemd genoeg gebruikte ze dat niet: "Nee, ik gebruikte mijn zakmes om een takje scherp te maken en me daarmee te verwonden, maar het zakmes zelf was me veel te dierbaar om daarmee in mijn lichaam te kerven." Haar lichaam was minder belangrijk dan haar zakmes.

De meisjes hebben nu een hoge pijndrempel gekregen. Tenzij ze zich per ongeluk verwonden, door in een stukje glas te trappen bijvoorbeeld. Kaat: "Dat doet wél pijn, maar als je het zelf doet niet. Gek hé".

Viel dat dan niet op? Had niemand dat dan door? En wat met die littekens?

Kaat: "Ik droeg altijd lange mouwen, in de turnles was dat gemakkelijk: de sportzaal werd niet genoeg verwarmd en ik was dus niet de enige met lange mouwen. Als het te veel begon op te vallen, sneed ik in mijn bekken, dat kon niemand zien. Ik was ook redelijk stil in de klas, men vond mij maar een 'rare'. Echte vriendinnen had ik niet. Uiteindelijk zag een lerares Frans dat er iets scheelde. Ik heb het haar langzaamaan opgebiecht."

Je bent een freak

Ook Lies zorgde ervoor dat haar wonden niet opvielen: "Als het te erg werd in mijn arm deed ik het op mijn bovenbeen, dat valt minder op. Ik had vaak een uitvlucht klaar: de kat heeft me meerdere malen gekrabd... (glimlacht) Je vertelt dit ook niet zomaar aan een vriendin hoor, het is en blijft een groot taboe. Je bent een freak hé. Uiteindelijk ben ik zelf naar een leerlingenbegeleider gestapt en zo zijn mijn ouders ook op de hoogte gebracht."

Kaat is nu een jaar gestopt: "Ik ben in therapie geweest, heb drieënhalve maand in de psychiatrie gezeten en nog twee jaar in een jongereninstelling gewoond. Ik voel me goed nu. Ik heb geen contact meer met mijn ouders, de ruzies zijn weg. Ik ben weer gelukkig."

Lies is pas twee maanden gestopt: "Na die helse periode van zes maanden wilde ik helemaal opnieuw beginnen. Ik ben van school af en heb nu een interimjob. Alles gaat goed. Voorlopig toch. Maar wat als ik weer een tegenslag heb? Weet je, ik ben nog altijd bang voor mezelf. Heel bang. Ik wil dit nooit meer."

Lotte DEBROUWERE

bron: Het Nieuwsblad