Intro (korte inleiding)

Zelfverwonding, ook wel automutilatie genoemd, kan vele vormen aannemen. Dit kan krassen, ergens tegen slaan en zelfs zichzelf snijden of branden inhouden. De redenen of aanleidingen hiertoe kunnen zeer verschillend zijn. Ze kunnen verband houden met recente gebeurtenissen of met ervaringen uit het verleden. Gewoonlijk heeft iemand die tot zelfverwonding overgaat niet de bedoeling om zelfmoord te plegen. Het blijkt soms juist een manier te zijn om zelfdoding te voorkomen, er niet langer aan te denken of om het leven 'draaglijker' te maken in het algemeen. Het gebeurt echter wel dat iemand die zichzelf verwondt zo ontredderd raakt dat zelfdoding overwogen wordt. Het gebeurt echter evenzeer dat iemand zichzelf pijn doet zonder goed te weten van waaruit dit komt. Er is dan enkel een gevoel van radeloosheid en het idee dat men 'iets' met zichzelf moet doen.

Het komt vooral voor bij mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis, maar ook bij andere persoonlijkheidsstoornissen en verstandelijk gehandicapten. Zelfverwonding heeft op korte termijn nogal eens positieve gevolgen. (ontspanning, gevoel van controle, weer voelen dat je leeft, afname van negatieve gevoelens) Maar op de lange termijn zijn de gevolgen negatief: blijvende schade in de vorm van littekens, zelfhaat, maar tevens gevoelens van schuld, zwakte of waardeloosheid. Ook bestaat het gevaar van een vicieuze cirkel waarbij de zelfverwondingen elkaar opvolgen. Het is dan ook zeer belangrijk om het stoppen met zelfverwondend gedrag een belangrijke plaats te geven bij een behandeling.