Natuurwerkgroep De Gavers logoheader  
 
   

Vlinders en beheer

Gezien insecten en meer bepaald vlinders afhankelijk zijn van de aanwezigheid van bepaalde planten en van de structuur van de vegetatie, moet bij een vlindervriendelijk beheer rekening gehouden worden met beide factoren.
De volwassen vlinders hebben vooral nood aan voldoende bloeiende nectarplanten. Nectar is immers dé voedselbron bij uitstek. Uiteraard moeten ze zich ook kunnen voortplanten binnen de biotoop. Wie vlinders wil zien, moet de rupsen gedogen! De voedselplanten voor de rupsen zijn vaak niet dezelfde als deze voor de imago’s, zodat het beheer ook rekening moet houden met de levenswijze van de larven!
Maar er moet voor de meeste soorten ook voldoende structuur in de vegetatie zitten: grote planten b.v. dienen dikwijls als oriëntatiepunt voor de rondzwervende vlindermannetjes, op zoek naar een geschikte partner. De vegetatiestructuur bepaalt ook in ruime mate het microklimaat, dat voor veel ongewervelden van essentieel belang is. Bovendien vertonen de meeste soorten in hun gedrag een voorkeur voor een zekere mate van openheid van het landschap! Zo zijn er b.v. zeer weinig soorten die houden van gesloten bosbestand. Zoom- en overgangsvegetaties, open plekken in het bos en kruidenrijk grasland verdienen hun voorkeur.
’s Winters overstaande planten met b.v. holle stengels bieden overigens een ideale schuilplaats voor allerlei overwinterende insecten.
Toestand aan de Gavers
Tot op heden werd nog geen echt systematisch onderzoek uitgevoerd aan de vlinderfauna van het provinciaal domein, zodat de volgende vaststellingen terug te voeren zijn tot eerder sporadische waarnemingen, ingestuurd door diverse waarnemers.

In totaal werden er al 33 dagvlindersoorten aangetroffen.
Onderstaande lijst geeft een overzicht van de betrokken soorten en de normale biotoop:


FAMILIE

BIOTOOP

NAAM

Dikkopjes (Hesperiidae)

Gvà d

Aardbeivlinder (*)

Pyrgus malvae

Gd / R

Zwartsprietdikkopje

Thymelicus lineola

Gd / R

Geelsprietdikkopje

Thymelicus sylvestris

G

Groot dikkopje

Ochlodes venatus

Grote pages (Papilionidae)

Gb

Koninginnepage (Z)

Papilio machaon

Witjes (Pieridae)

Gv / B

Oranjetipje

Anthocharis cardamines

Groot koolwitje

Pieris brassicae

Klein koolwitje

Pieris rapae

Klein geaderd witje

Pieris napi

Gele luzernevlinder (T)

Colias hyale

Oranje luzernevlinder (T)

Colias crocea

B

Citroenvlinder

Gonepteryx rhamni

Blauwtjes (Lycaenidae)

Gd

Kleine vuurvlinder

Lycaena phlaeas

B

Boomblauwtje

Celastrina argiolus

Gd

Heideblauwtje

Plebejus argus

Vals heideblauwtje (*)

Lycaeides idas

Gd

Bruin blauwtje (*)

Aricia agestis

  Eikenpage Favonius quercus

G

Icarusblauwtje

Polyommatus icarus

Schoenlappers

B

Rouwmantel (*)

Nymphalis antiopa

(Nymphalidae)

Dagpauwoog

Inachis io

Distelvlinder (T)

Vanessa cardui

Atalanta (T)

Vanessa atalanta

Kleine ijsvogelvlinder Limenitis camilla

Kleine vos

Aglais urticae

B

Gehakkelde aurelia

Polygonia c-album

B

Landkaartje

Araschnia levana

Parelmoervlinders

Keizersmantel (*)

Argynnis paphia

Zandoogjes (Satyridae)

Gb

Dambordje (*)

Melanargia galathea

G

Bruin zandoogje

Maniola jurtina

G / B

Koevinkje (*)

Aphantopus hyperantus

G / B

Oranje zandoogje

Pyronia tithonus

G

Hooibeestje

Coenonympha pamphilus

B

Bont zandoogje

Pararge aegeria

G

Argusvlinder

Lasiommata megera

Verklaring gebruikte symbolen:

G

Grasland

B

Bosranden

Gb

Bloemenrijk grasland

R

Ruigten

Gd

Droog grasland

Gv

Vochtig grasland

(Z)

Zwervende soort

(*)

Slechts 1 waarneming bekend

(T)

Trekkende soort


Het is duidelijk dat aan de Gavers vooral soorten van graslanden en bosranden voorkomen.
Bijgevolg moet het beheer afgestemd worden op het zo goed mogelijk ontwikkelen van kruidenrijke vegetaties op zowel de grazige stroken als langs de vele bosranden. Ook het creëren en/of openhouden van een aantal open plekken in de bosaanplantingen verdient aanbeveling …
Maaibeheer
Maaien heeft afhankelijk van tijdstip, maaifrequentie én gebruikte methode verschillende effecten op de vlinderpopulaties.
Te rigoureus maaien heeft op de meeste soorten een (sterke) negatieve invloed, doordat de vegetatiestructuur genivelleerd wordt. Voor zowel de ontwikkeling van een bloemenrijke vegetatie, als voor het behoud van een gezonde vlinderstand mag er maximaal 1 (à 2) maal per jaar gemaaid worden, met afvoeren van het maaisel. Dit regime wordt b.v. in onze reservaten toegepast.
Op geschikte plaatsen, afhankelijk van de productie van de biomassa, zou er maar één maal om de 2 tot 5 jaar gemaaid moeten worden! Zodoende kunnen ruige zoomvegetaties in overgangszones ontstaan, die een goede schuilplaats bieden voor b.v. de rupsen na het maaien van de andere delen. Vlinders, zoals b.v. diverse soorten zandoogjes en het boomblauwtje, zullen hierin ook een uitbreiding van hun potentieel vlieg- en leefgebied vinden.

Vlinderrijke hoekjes aan de Gavers

Op het bijgevoegde kaartje zijn de plaatsen aangeduid de meeste (grasland)vlinders kunnen worden gezien.

 

kaart vlinders gavers

De volledige noordoever, met aansluitende grazige zones, is goed op weg om een zeer mooi en rijk vlinderbiotoop te worden. Met het juiste beheer van het grasland én de (spontaan) opgeschoten struiken en bomen zullen hier veel grasland- en bosrandsoorten een leefplaats vinden. Aansluitend hierbij ook de natuurontwikkelingszone van het reservaat "De Reigerweiden". Meer geïsoleerde plekjes: arboretum en omgeving amfibieënpoel, omgeving "Koutermolen" (met vooral veel blauwtjes op o.a. de molenterp), hooiland reservaat "Landtong 1".

 

 

 

 
  © NWG De Gavers vzw - webmaster Marc Tailly