|
Natuurwerkgroep De Gavers vzwcontact: Kortrijksesteenweg 101, 8530 Harelbeke (België) |
|---|
Vlinders en beheer
Gezien insecten en meer bepaald vlinders afhankelijk zijn van de aanwezigheid van bepaalde planten en van de structuur van de vegetatie, moet bij een vlindervriendelijk beheer rekening gehouden worden met beide factoren.
De volwassen vlinders hebben vooral nood aan voldoende bloeiende nectarplanten. Nectar is immers dé voedselbron bij uitstek. Uiteraard moeten ze zich ook kunnen voortplanten binnen de biotoop. Wie vlinders wil zien, moet de rupsen gedogen! De voedselplanten voor de rupsen zijn vaak niet dezelfde als deze voor de imago’s, zodat het beheer ook rekening moet houden met de levenswijze van de larven!
Maar er moet voor de meeste soorten ook voldoende structuur in de vegetatie zitten: grote planten b.v. dienen dikwijls als oriëntatiepunt voor de rondzwervende vlindermannetjes, op zoek naar een geschikte partner. De vegetatiestructuur bepaalt ook in ruime mate het microklimaat, dat voor veel ongewervelden van essentieel belang is. Bovendien vertonen de meeste soorten in hun gedrag een voorkeur voor een zekere mate van openheid van het landschap! Zo zijn er b.v. zeer weinig soorten die houden van gesloten bosbestand. Zoom- en overgangsvegetaties, open plekken in het bos en kruidenrijk grasland verdienen hun voorkeur.
’s Winters overstaande planten met b.v. holle stengels bieden overigens een ideale schuilplaats voor allerlei overwinterende insecten.
Toestand aan de Gavers
Tot op heden werd nog geen echt systematisch onderzoek uitgevoerd aan de vlinderfauna van het provinciaal domein, zodat de volgende vaststellingen terug te voeren zijn tot eerder sporadische waarnemingen, ingestuurd door diverse waarnemers.
Wie in de Gavers komt en ook wel zin heeft om vlinderwaarnemingen te noteren, kan voor bijkomende info terecht bij Gerrit Glabeke.
In totaal werden er al 33 dagvlindersoorten aangetroffen.
Onderstaande lijst geeft een overzicht van de betrokken soorten en de normale biotoop:
|
FAMILIE |
BIOTOOP |
NAAM |
||||
|
Dikkopjes (Hesperiidae) |
Gvà d |
Aardbeivlinder (*) |
Pyrgus malvae |
|||
|
Gd / R |
Zwartsprietdikkopje |
Thymelicus lineola |
||||
|
Gd / R |
Geelsprietdikkopje |
Thymelicus sylvestris |
||||
|
G |
Groot dikkopje |
Ochlodes venatus |
||||
|
Grote pages (Papilionidae) |
Gb |
Koninginnepage (Z) |
Papilio machaon |
|||
|
Witjes (Pieridae) |
Gv / B |
Oranjetipje |
Anthocharis cardamines |
|||
|
Groot koolwitje |
Pieris brassicae |
|||||
|
Klein koolwitje |
Pieris rapae |
|||||
|
Klein geaderd witje |
Pieris napi |
|||||
|
Gele luzernevlinder (T) |
Colias hyale |
|||||
|
Oranje luzernevlinder (T) |
Colias crocea |
|||||
|
B |
Citroenvlinder |
Gonepteryx rhamni |
||||
|
Blauwtjes (Lycaenidae) |
Gd |
Kleine vuurvlinder |
Lycaena phlaeas |
|||
|
B |
Boomblauwtje |
Celastrina argiolus |
||||
|
Gd |
Heideblauwtje |
Plebejus argus |
||||
|
Vals heideblauwtje (*) |
Lycaeides idas |
|||||
|
Gd |
Bruin blauwtje (*) |
Aricia agestis |
||||
|
G |
Icarusblauwtje |
Polyommatus icarus |
||||
|
Schoenlappers |
B |
Rouwmantel (*) |
Nymphalis antiopa |
|||
|
(Nymphalidae) |
Dagpauwoog |
Inachis io |
||||
|
Distelvlinder (T) |
Vanessa cardui |
|||||
|
Atalanta (T) |
Vanessa atalanta |
|||||
|
Kleine vos |
Aglais urticae |
|||||
|
B |
Gehakkelde aurelia |
Polygonia c-album |
||||
|
B |
Landkaartje |
Araschnia levana |
||||
|
Parelmoervlinders |
Keizersmantel (*) |
Argynnis paphia |
||||
|
Zandoogjes (Satyridae) |
Gb |
Dambordje (*) |
Melanargia galathea |
|||
|
G |
Bruin zandoogje |
Maniola jurtina |
||||
|
G / B |
Koevinkje (*) |
Aphantopus hyperantus |
||||
|
G / B |
Oranje zandoogje |
Pyronia tithonus |
||||
|
G |
Hooibeestje |
Coenonympha pamphilus |
||||
|
B |
Bont zandoogje |
Pararge aegeria |
||||
|
G |
Argusvlinder |
Lasiommata megera |
||||
|
Verklaring gebruikte symbolen: |
G |
Grasland |
B |
Bosranden |
||
|
Gb |
Bloemenrijk grasland |
R |
Ruigten |
|||
|
Gd |
Droog grasland |
|||||
|
Gv |
Vochtig grasland |
|||||
|
(Z) |
Zwervende soort |
(*) |
Slechts 1 waarneming bekend |
|||
|
(T) |
Trekkende soort |
|||||
Het is duidelijk dat aan de Gavers vooral soorten van graslanden en bosranden voorkomen.
Bijgevolg moet het beheer afgestemd worden op het zo goed mogelijk ontwikkelen van kruidenrijke vegetaties op zowel de grazige stroken als langs de vele bosranden. Ook het creëren en/of openhouden van een aantal open plekken in de bosaanplantingen verdient aanbeveling …
Maaibeheer
Maaien heeft afhankelijk van tijdstip, maaifrequentie én gebruikte methode verschillende effecten op de vlinderpopulaties.
Te rigoureus maaien heeft op de meeste soorten een (sterke) negatieve invloed, doordat de vegetatiestructuur genivelleerd wordt. Voor zowel de ontwikkeling van een bloemenrijke vegetatie, als voor het behoud van een gezonde vlinderstand mag er maximaal 1 (à 2) maal per jaar gemaaid worden, met afvoeren van het maaisel. Dit regime wordt b.v. in onze reservaten toegepast.
Op geschikte plaatsen, afhankelijk van de productie van de biomassa, zou er maar één maal om de 2 tot 5 jaar gemaaid moeten worden! Zodoende kunnen ruige zoomvegetaties in overgangszones ontstaan, die een goede schuilplaats bieden voor b.v. de rupsen na het maaien van de andere delen. Vlinders, zoals b.v. diverse soorten zandoogjes en het boomblauwtje, zullen hierin ook een uitbreiding van hun potentieel vlieg- en leefgebied vinden.
Vlinderrijke hoekjes aan de Gavers
Op het bijgevoegde kaartje zijn de plaatsen aangeduid de meeste (grasland)vlinders kunnen worden gezien.
Met vlinderwaarnemingen of voor vragen over vlinders kan je terecht bij Gerrit Glabeke: gerrit