HONGAARSE KINDERTREINEN

HONGARIJE

De Hongaren komen uit het Oeralgebied. Ze hebben een unieke taal in Europa, ontstaan tijdens hun vele omzwervingen: zie deze link.

Het vredesverdrag van Trianon na de eerste Wereldoorlog was rampzalig voor Hongarije: het verloor twee derden van zijn grondgebied. Hierdoor verzeilde de Hongaarse economie in een diepe crisis. Bovendien bevonden vele Hongaren zich plots in een vijandig buitenland: met name in de nieuw ontstane landen Tsjechoslovakije, Joegoslavië en vooral in Roemenië. Het grootste aantal van die Hongaren vluchtte naar Boedapest waar het in bittere armoede verzeild geraakte. De rest bleef in de genoemde onringende landen wonen waar ze tot op vandaag een etnische minderheid vormt.

Hongarije is sinds de heilig verklaarde koning Stefanus (elfde eeuw) een katholiek land en het verdedigde zijn grenzen en eigenlijk vooral die van West-Europa tegen de Mongolen en de Turken. De Hongaren zijn hierdoor steeds veel meer naar het westen gericht geweest dan naar de Slavische Volkeren, ook al omdat hun taal en cultuur totaal vreemd is aan die van hun buurlanden.

VLAANDEREN

In Vlaanderen was er in de tweede helft van de negentiende eeuw een katholiek reveil ontstaan. Als belangrijkste getuige hiervan zien we tot op vandaag de dag de Neogotische bouwstijl (het nabootsen van de katholieke Middeleeuwen) in vele van onze kerken, kloosters, kastelen, stationsgebouwen en gevangenissen. De katholieke godsdienst bepaalde het dagelijkse leven van geboorte tot graf en dat bleef duren tot halfweg de vorige eeuw. De Vlaamse katholieke Kerk met zijn talrijke geestelijken (wellicht de hoogste concentratie wereldwijd!) was onmisbaar in de strijd tegen de armoede en ziekte in een rurale samenleving waar, in tegenstelling met het geïndustrialiseerde Wallonië, het socialisme nog geen voet aan wal gekregen had. Pas na de tweede wereldoorlog zal de sociale wetgeving de maatschappij zo veranderen dat de burgers geen financiële hulp meer moesten zoeken bij de priesters en in de kloosters.

Nederland dat niet in de eerste wereldoorlog betrokken was geweest, was al in 1920 begonnen met de opvang van Hongaarse kinderen. Dit werkte blijkbaar aanstekelijk want via Nederland kwamen de eerste Hongaarse kinderen naar de streek van Turnhout tegen de Nederlandse grens. Ook Zweden, Engeland en Zwitserland namen Hongaarse kinderen op. Het onrustige politieke klimaat in Hongarije met de dreigende opkomst van het communisme stond een Hongaarse oplossing van kinderarmoede in de weg. Het Belgische episcopaat raakte op de hoogte van de armoede en de ongunstige politieke evolutie in Hongarije en via een bisschoppelijke brief die in de missen werd voorgelezen, werd een warme oproep gedaan om Hongaarse kinderen voor enkele maanden op te nemen. Uiteraard werd ook in de Franssprekende delen (Brussel, Wallonië) van België deze oproep gedaan maar met veel minder succes. Het opkomend socialisme begon er een scherpe ideologische strijd met de geestelijkheid in een maatschappij die bovendien door de Vlaamse kwestie al sterk gepolariseerd was.

De Hongaarse kinderen kwamen met speciale treinen van het Rode Kruis vanuit het Oost-Station van Budapest. Door het feit dat de Hongaarse kinderen naar Vlaanderen kwamen met de bedoeling een aantal maanden op vakantie te komen, was er geen registratie in de gemeenten waar ze aankwamen. Toch was vooraf een zekere administratie gebeurd en beschikte men over naamlijsten van de kinderen per trein. Ook was er vooraf een medisch onderzoek in Hongarije gebeurd zodat de kinderen geen besmettelijke ziektes (vooral TBC, de ziekte van de armen) konden overbrengen. Met de middelen van toen kon dit echter niet helemaal vermeden worden en er zijn ongetwijfeld met tbc besmette Hongaarse kinderen hier aangekomen en er zijn er ook hier gestorven. Paradoxaal genoeg sloot dat medisch onderzoek de mogelijkheid uit dat de meest uitgehongerde kinderen naar Vlaanderen konden komen!
Meestal was het pas bij een tweede of derde vakantie in Vlaanderen dat sommige Hongaarse kinderen definitief in Vlaanderen bleven, we schatten hun aantal op 10% van alle Hongaarse kinderen die naar hier kwamen of op 2500. Over het lot van de kinderen die na 1 of meerdere vakanties in Vlaanderen definitief naar Hongarije teruggingen is practisch niets bekend. De grote meerderheid van de Hongaarse kinderen waren meisjes. Meisjes gingen in die tijd niet naar de middelbare school. De lagere school duurde toen tot de leeftijd van 14 jaar en dat was genoeg voor de meisjes, zowel de Vlaamse als de Hongaarse, want een meisje moest toch maar huishoudelijk werk kunnen doen. Dit werd sterk gepromoot door de katholieke kerk die niet graag had dat meisjes in een fabriek gingen werken.
De Hongaarse meisjes kwamen terecht bij de beter gestelde katholieke en vlaamsgezinde families, priesters of kloosterlingen. Ze bleven in het huishouden van hun gastgezin of een zeldzame keer bij een ander gezin werken tot aan hun huwelijk! Ook de Vlaamse meisjes was hetzelfde lot beschoren: zij werkten als dienstmeisje bij de upper-class ttz. de franstalige kasteelheren of de bourgeoisie in de stad. De kans om te studeren was enkel voor hen die binnen traden in een klooster en zo zijn nogal wat van die katholieke Hongaartjes kloosterzuster geworden. De derde mogelijkheid, fabrieksarbeidser worden, had zo'n slechte faam in het katholieke Vlaanderen dat dit geen optie was.

In Vlaanderen was het vrij (=katholiek) onderwijs vanaf 12 jaar in het Frans tot de wet van 14 juli 1932 in voege trad terwijl in het officieel onderwijs het Nederlands al verplicht was sinds de taalwet van 15 juni 1883. De officiële documenten die de Hongaarse kinderen uit Hongarije meehadden waren in het Frans en het Hongaars opgesteld en niet in het Vlaams!

In de Hongaren die zovele keren verdrukt waren geweest (150 jaar verdrukking door de Turken en 120 jaar door de Oostenrijkers en na de eerste wereldoorlog twee derden van hun grondgebied afgenomen) herkenden de Vlamingen maar al te goed de verhalen van hun eigen situatie van onderdrukt volk in een dominant Franstalig land zoals België toen was. Dit nam niet weg dat vele Hongaarse kinderen die hier bleven heel hun leven lang verteerd werden van heimwee naar hun land en dit gevoel doorgaven aan hun kinderen. Hier vindt u een heel mooi gedicht dat dit gevoelen goed uitdrukt.

Recent zijn de lijsten van Hongaarse kinderen in België ontdekt.

Van de weinige Hongaarse jongens die naar Vlaanderen kwamen is Stefaan Regöczi de meest opmerkelijke.

Eind 1928 was het gedaan met de typische kinderactie maar eind van de jaren dertig kwam een tweede golf Hongaren naar België: De Bond van Kroostrijke Gezinnen (later Kind en Gezin en nu Gezinsbond genaamd) zocht voor kroostrijke gezinnen Hongaarse meisjes om voor een paar jaar te helpen in het gezin als meid. Zo kwamen enkele kinderen van de kinderactie nog eens als jong meisje naar België. Deze jonge Hongaarse meisjes kwamen vooral in de steden terecht en hun aantal was niet zo massaal als bij de kinderactie.Een laatste golf Hongaarse kinderen kwam in 1947 naar Vlaanderen.

vorige pagina

startpagina