Powered by WebPubli

Poëzie

We kunnen het niet horen
Maar wie weet welke kreet
Een blad onwillig loslaat
En neerdwarrelt
Ik huiver bij de gedachte
En dank mijn doofheid

Hafid Bouazza
(voorgelezen door Hilde Baert tijdens de poëzieavond 2007 )

Als je met je handen praat
hebben de woorden geen lippen nodig
Ze bewegen op de tafel
proberen uit te drukken
wat je met je lippen niet kunt zeggen.

Rodhan Al Galidi
(laatste strofe uit het gedicht ‘Deze nacht’)

 

de handen van Kader Abdolah tijdens de literaire avond in Passa Porta
(foto :Theo Soetemans)


Tijdens de poëzieavonden van Zoniënclub werden gedichten voorgedragen in het Nederlands of in gebarentaal. Poëzie van de Nederlandse dichters zoals Toon Hermans, Annie M.G.Schmidt en Toon Tellegen was populair. Toch waagden sommigen onder ons zich ook aan het voordragen van hun zelfgeschreven gedichten. Lees hier de gedichten van Sophie Renson en Christel Van den Maegdenbergh



Ver weg

op « het dak van de wereld »,
een wereld ervaren waarvan
geur, kleur, gewoonte, muziek
en het geloof anders zijn
zelfs zien, voelen en ruiken
anders is,
de glimmende kaalgeschoren hoofden
van monniken,
de goudkleurige, gracieuze
Boeddha’s met hun alziende ogen,
omringd door ontelbare brandende boterlichtjes

De schoonheid van het land,
de lange, mooie tochten
door groene rijstvelden, gele mosterdvelden,
de aardappelvelden waarin vrouwen
en meisjes met grof geweven jute zakken
op hun rug werken,
in de zinderende hitte
vroeg in de ochtend, zie ik een loslopende geit
met een vrouw, die haar glanzende zwarte haren kamt
terwijl gebedsvlaggen met mantra’s waaien en wapperen in
de wind en nemen zo de gebeden mee naar de hemel

Ik voel een rust en lééf :

laat de rivieren, bergen en mensen zijn zoals ze zijn
het leven komt me plotseling zo simpel voor,
wat een luxe is het om dat te ervaren !
urenlang stap ik door de stilte,
een immense ruimte gevuld met bergen en natuur.
de schoonheid en de vredigheid zijn zo sterk,
dat de bergen bijna volmaakt zijn voor het menselijk oog
zo graag wil ik ze vasthouden.

Sophie


Een merel en papa

Elke dag vliegt de merel over het groene grasveld,
in papa zijn stille tuin
door de kijker zijn slimme snavel
neemt hij contact met papa,
iedere morgen en iedere avond
samen stappen ze
op de fluwelen grassprei, als een bed in ’t groen
waar papa zo van houdt,
hij wandelt langs de bomen
en spreekt met de merel ,
de wolken en de bomen
de merel die zachtjes zingt
terwijl papa luistert,
iedere morgen en iedere avond,
wandelen , mekaar groeten , spreken en zingen,
samen zachtjes wandelen, voelen en leven…
er waren in ’t leven fijne momenten
in hun geheimen !
toen kwam papa er niet meer !
zou de merel het begrepen hebben
waarom hij niet meer kwam?

Sophie


Wat ik al zo lang zoek

naar groeiend leven
naar waardig leven

rennend heen en weer
had ik het maar geweten

dat het leven mooi kan zijn
zelfs met simpel zijn
zelfs met een schouderklopje
zelfs met een zacht glimlach
zelfs met een strelend hand

rennend heen en weer
had ik het maar geweten

eens liggen op het gras
eens lopen in het bos
eens luid schreeuwen in de zee
eens ruiken naar de wilde rozen
op het laatste stukje van de tuin

zelfs is het gras daar gewoon

Sophie


Water

Ik hou van ’t water,de waterklanken

mijn huid tintelt
helder, stil, glad, rustig in de vijver

mijn huid strijkt
wild, bruisend, golvend in de zee

mijn huid piekert niet
houdt niet vast in het meer

mijn huid vloeit en vindt zijn weg
met de stroom mee in de rivier

mijn huid slentert , blinkend
in de zwemvijver door de krachtige zon

mijn huid glijdt door me heen tot ruimte,
gedachten vervagen, weten brengt
van grenzeloos zijn.

Sophie
  De motorrijder

Straffe Hendrik
Met een guitige blik,

Rondtoerend op zijn stalen ros
Maakt hij de Antwerpse straten onveilig.

Grappend en grollend
Bezorgt hij elke deerne een blos.

Straffe Hendrik
Met een guitige blik,

Het meisje met rode schoentjes
Houdt hij in de gaten

Verkoopt hij achter de biervaten
Ook nog zoentjes?

Christel


Nieuwjaar in Parijs

klokslag 12 uur
een mensenzee op het plein
politieagenten in gevechtstenue
de lichtjes op de Eiffeltoren flitsen
champagnekurken knallen
Er wordt gekust en gelukgewenst

vuurpijlen vliegen in de lucht
Boem paukenslag
iemands haar rookt
maar het grote vuurwerk blijft uit
de mensen druipen ontgoocheld af
lege champagneflessen op het plein.

's middags op het kerkhof Père Lachaise
de zon schijnt gloedvol
een vogeltje begroet ons
(met stront op mijn schouder)
hier en daar een bloem
een roos voor eeuwig
tussen de grafstenen

Oscar Wilde, verbannen van Engeland,
eenzaam gestorven in een hotelkamer
zijn graf bezaaid met rode lippen
Victor Noir verloor zijn leven in een duel
nu aanbeden en gestreeld door menige vrouw
dat zijn edele delen in de zon blinken!

Modigliani verborgen achter een boom
Edith Piaf, bedolven onder de bloemen
Molière, Honoré Balzac, Fréderic Chopin,
Jim Morrison, Montand en Signoret
Ze liggen hier allemaal onder de groene zoden
Hier voel ik een immense vrede en sereniteit.

Een wandeling in het avondrood
Onder de gigantische Eiffeltoren
Met zijn duizend zeshonderd treden
En honderden mensen in de rij
Die uren staan te wachten
Om de hemel te bereiken.

Christel

In de buik van mijn moeder

Hoorde ik mijn vader zingen,
de koeien loeien,de vogels fluiten

Ik wilde het licht zien ,
Gleed veel te vroeg naar buiten.

De wereld bleek iets te koud
Ik kroop weer in winterslaap

Sindsdien ontwaakten mijn oren
niet meer

Woorden geraakten gevangen
in het web van mijn gehoor.

Ik krijste als een meeuw
Bewoog de lippen als een aap

Een zuster leerde me
De kleur van de klanken zien

I A E O U
Ik kan brullen als een leeuw
Balken als een ezel

Doof maar niet stom
Alleen kan ik niet vliegen

Christel nieuw layout