Op 8 oktober trekt de Vlaming met z'n allen naar de stembus, ook wij als circusvrienden. En omdat politiek gaat over het leven en mijn leven circus is had ik volgend idee:

Wij stuurden alle grote Vlaamse partijen volgende vraag: "Dieren in het circus leidt steeds vaker tot discussie, wat is hierin het standpunt van uw partij?". Noch uit onze vraag noch uit ons emailadres konden de medewerkers van de partijen afleiden hoe wij over deze kwestie denken om hun antwoord zo min mogelijk te beïnvloeden. U leest hieronder de antwoorden die wij ontvingen.



Vld
CDenV
SPa
Vlaams Belang
Groen!
Vivant









Vld

Geachte,

Met dit schrijven wil ik u danken voor uw e-mail die ik op 28 augustus laatstleden in goede orde mocht ontvangen en die mijn volle aandacht genoot. U vroeg ons naar het standpunt inzake het gebruik van wilde dieren in het circus.

Als liberale partij streven wij altijd naar pragmatische oplossingen. Dit houdt in dat een regeling dient getroffen te worden ter bescherming van circusdieren zonder daarom te vervallen in stringente wetten die een ‘totaal-verbod’ inhouden. Het uitwerken van een pragmatische regeling biedt circussen de mogelijkheid om serener te werken en het behoud ervan te garanderen. Het werken met wilde dieren in een circus en dierenwelzijn kan hand in hand gaan, mits een goed uitgewerkt wettelijk kader.

Het totaal verbod waar bepaalde dierenrechtenorganisaties voor ijveren, onder meer ook naar andere sectoren toe, lijkt mogelijks de genadeslag in te houden voor de inkrimpende wereld van circussen en rondreizende tentoonstellingen. Hun bedoeling lijkt ons niet tot doel te hebben het welzijn van de dieren te verbeteren maar de teloorgang van het folkloristisch circusgebeuren te bewerkstelligen. Daarvoor grijpen ze terug naar voorbeelden van circussen waar het welzijn van de dieren vaak te wensen overlaat en hebben ze de neiging dit te veralgemenen. Het totaalverbod zou echter ook de circussen treffen die goed zorg dragen voor de dieren, die zelfs vragende partij zijn naar duidelijk wettelijk kader, en hen op die manier van hun broodwinning beroven.

Bepaalde dieren horen omwille van hun intrinsieke kenmerken niet thuis in het circus en dienen dan ook binnen afzienbare tijd uit het circusleven te verdwijnen. Hiervoor kan geopteerd worden voor een uitdoofscenario waarbij een gestorven dier niet wordt vervangen of door geen nieuwe dieren uit het wild of uit gevangenschap in te zetten in de acts. Erkende dierenartsen en circusdirecteuren zouden dan een databank kunnen aanmaken waarin bepaald wordt welke diersoorten nog kunnen en welke onder het uitdoofscenario vallen.

De diersoorten, die in het circus vertoeven, dienen in comfortabele omstandigheden te worden gehuisvest. Die huisvesting zal specifieke maatregelen vereisen voor de kooien op basis van ras, grootte, gewicht, etc. Voor wat de buitenruimtes en het transportgebeuren betreft dient eveneens voldaan te worden aan eisen inzake hygiëne, luchtverversing, bescherming tegen slechte weersomstandigheden,….

Een pragmatische oplossing houdt ook steeds een repressief gedeelte in waardoor het onverantwoord omgaan met de wettelijke bepalingen gesanctioneerd wordt.

Een aantal maanden terug was een hetze aan de gang tussen de minster bevoegd voor het dierenwelzijn, dierenrechtenorganisaties en circusdirecteuren waarbij eerst wel en dan weer niet een uitvoeringsbesluit gepubliceerd werd omtrent een verbod op wilde dieren in het circus. Thans geeft de minister aan dat de realiteit voor ogen moet worden gehouden en een evenwichtige en duurzame oplossing uit de bus moet komen, zij het wel niet via K.B. maar via een gewone wet door het Parlement goedgekeurd. Momenteel is er een dialoog tussen de minister en de circusmensen wat reeds leidde tot een principeakkoord waardoor de lijst met toegestane dieren is ingekort (olifanten en katachtigen komen er niet meer in voor). De afmetingen van de buitenkooien worden vergroot en het aantal verplaatsingen dat per jaar mag gebeuren wordt beperkt. Zonder een totaal verbod in te stellen wordt er dus voor gezorgd dat het welzijn van de dieren gerespecteerd wordt.

Mocht u nog vragen hebben, aarzel dan zeker niet om ons te contacteren.

Hopend u hiermee van dienst te zijn en met vriendelijke groeten,

Fiene Biesbrouck
VLD-studiedienst

Top




CDenV:

Geachte heer De Winter,


Kamerlid dhr. Verhaegen houdt zich bezig met de materies die het dierenwelzijn aanbelangen. Met betrekking tot het CD&V -standpunt over circusdieren bezorg ik u een persnota en een vraag in de commissie aan Minister Demotte.


1) persnota 4 oktober 2004

Olifanten, leeuwen en tijgers weldra terug in de piste?

Volksvertegenwoordiger Mark Verhaegen stelde de vraag aan de minister voor Dierenwelzijn Rudy Demotte.. Met het totaal verbod op wilde dieren in het circus dat de minister in de zomer afkondigde, waren deze bijna terug naar verre landen …

De CD&V is tegen het algemeen verbod op wilde dieren omdat circussen tot onze culturele eigenheid behoren. Voor een groep mensen is het circus een broodwinning. Bovendien, zo zegde de burgemeester van Hulshout, hebben onze kinderen het recht wilde dieren in levende lijve te bekijken. Hij herinnerde de minister aan zijn tussenkomsten in de Commissie Volksgezondheid, waarin hij altijd heeft gepleit voor een goede reglementering die het dierenwelzijn in circussen verzekert.

Volgens Mark Verhaegen moeten er leefbare normen komen die gericht zijn op de mogelijkheid om het lijden van de dieren te minimaliseren en moet de administratieve en veterinaire controle verbeterd worden. De circusmensen mogen niet van de ene dag op de andere voor een voldongen feit worden gezet.

De minister moest het antwoord schuldig blijven op de vragen van Mark Verhaegen naar het waarom de circusmensen slechts 24 transportbewegingen per jaar met de dieren mogen verrichten of waarom de minister onder meer apen en reptielen verbiedt.

De volksvertegenwoordiger zegde deze interpellatie met enige schroom te houden omdat de minister met het departement voor Sociale Zaken en Volksgezondheid voor de gigantische opdracht staat de naderende orkaan van de vergrijzing, die alsmaar luider aan de luiken van de Belgische welvaartsstaat rammelt, af te wenden …



2) Samengevoegde vragen van de heer Mark Verhaegen aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over "het KB inzake circusdieren" (nr. 323) Dinsdag 21-10-2003

Marc Verhaegen (CD&V):

Mevrouw de voorzitter, wij zouden kunnen doen zoals de Chinezen: omdat onze agenda vandaag zo volgeboekt is, een punt zetten achter onze werkzaamheden en vertrekken om dan morgen opnieuw samen te komen. Dat zijn we zeker niet van plan, omdat wij nog een aantal belangrijke zaken te doen hebben. Wij pleiten er dan ook voor om in de toekomst sneller en meer samen te komen, zodanig dat we niet weer met meer dan vijftig vragen opgescheept zitten, terwijl er een belangrijk debat was over de gezondheidsdialogen. Ik hoop dat zo'n situatie volgende keer wordt vermeden, zodanig dat wij ons werk naar behoren kunnen doen. Mijn vraag aan de minister sluit aan bij die van de heer Tommelein.

Wij ijveren voor een kader voor het dierenwelzijn in de circussen. Ik denk dat het belangrijk is dat er een goede reglementering komt, omdat op het terrein de toestand vrij verwarrend is. Er moet een
degelijk kader uitgebouwd worden, zodanig dat dieren in circussen op een dierwaardige manier gehouden kunnen worden, en dat circussen hun dieren op een correcte wijze africhten en verzorgen. Een dergelijke goede reglementering kan er ook toe bijdragen dat alle bonafide, goedmenende eigenaars van de anderen worden onderscheiden. Op die manier kunnen we de cowboys uit de branche aanpakken, hetgeen heel belangrijk is.

Omdat wij van oordeel zijn dat het warm water niet telkens opnieuw moet uitgevonden worden, wil ik verwijzen naar een koninklijk besluit met minimumnormen voor het houden van dieren in circussen dat
aangekondigd werd door uw voorganger, meneer Tavernier. Tot vandaag is dat koninklijk besluit nog niet gepubliceerd. Vandaar de volgende voor de hand liggende vragen. Is het uw intentie, mijnheer
de minister, het koninklijk besluit van uw voorganger Tavernier ongewijzigd te publiceren?

Zo ja, welke zijn dan de grote lijnen? Wanneer mogen we de publicatie verwachten? Zo niet, welke reglementering zult u dan uitwerken voor de circusdieren? Tegen wanneer voorziet u in de
inwerkingtreding van de reglementering?


Minister Rudy Demotte:

In antwoord op uw vragen wil ik eerst preciseren dat het koninklijk besluit waarnaar u allen hebt verwezen in die tijd nooit verder is geraakt dan de ontwerpfase. Dit eerste tekstontwerp had moeten leiden tot een eindredactie van een besluit dat hoofdzakelijk gericht was op de vergelijking van de verschillende wetgevingen die in de Europese Unie van kracht zijn. Ik kan u daarentegen wel meedelen dat deze materie, met name het welzijn van dieren in circussen, reizende tentoonstellingen, kermisfeesten, wedstrijden en andere omstandigheden, momenteel het voorwerp uitmaakt van een onderzoek in de werkgroep circussen die door de Raad voor Dierenwelzijn werd opgericht. De lopende werkzaamheden hebben tot doel te bepalen welke diersoorten men in circussen mag houden.

Men wil ook vaststellen welke de normen zijn waaronder men ze mag vasthouden, vervoeren en logeren. Op basis van de besluiten van deze werkgroep ben ik van plan om in uitvoering van de wet van 14 augustus 1986 maatregelen te nemen onder de vorm van een koninklijk besluit. Om dus op uw laatste vraag te antwoorden: het betekent dat het een algemene benadering zal zijn. Ik wens eveneens een klaar en duidelijk onderscheid te maken tussen de wilde soorten en de tamme soorten.

Tevens wil ik detentienormen bepalen die het welzijn van de dieren het best eerbiedigen en in acht nemen. Andere factoren, zoals bijvoorbeeld de educatieve waarde die de aanwezigheid van bepaalde dieren in de circussen met zich brengt, zullen eveneens het voorwerp van een evaluatie uitmaken. In de marge van de werkzaamheden van de Raad voor Dierenwelzijn plan ik eerstdaags eveneens een ontmoeting met de vertegenwoordigers van de verenigingen ter verdediging van de dieren, alsook met de vertegenwoordigers uit de circusmiddens en de vertegenwoordigers van de verschillende zoo’s.


Marc Verhaegen (CD&V):

Mijnheer de minister, wij appreciëren uw zienswijze om tot een consequente oplossing te komen. Wij zijn altijd bereid om op constructieve wijze onze inbreng te doen als u dat nodig acht. Ik verzoek u echter om niet te talmen. Dat is een noodoproep, ook van anderen hier aanwezig. Zolang er geen koninklijk besluit is, zal de hete aardappel naar de gemeenten doorgeschoven worden. Het zullen de gemeenten zijn die, zonder wettelijk kader, soms uit voorzorg, een verbod zullen instellen waarvan zij nadien misschien spijt zullen hebben. Het is belangrijk dat er snel een oplossing komt.

Voorts herhaal ik dat een algemeen verbod voor onze fractie niet kan. Wij zijn voorstanders van een degelijke reglementering want wij zijn van oordeel dat na circusdieren de volgende stap wel eens zou kunnen zijn dat dierentuinen afgeschaft worden. Iedereen heeft het recht om een circusvoorstelling met dieren bij te wonen.

Ik wil nog verwijzen naar het vorige betoog. U moet eens kijken naar het gelaat van een kind – die schitterende kinderogen – wanneer het voor het eerst een beer of een ander wild dier, een leeuw of zo, aanschouwt. Ik denk dat dit onbetaalbaar is. Moeten zulke zaken wijken voor al het gezanik dat wij hier vandaag horen? Ik blijf erbij dat er een degelijke reglementering moet komen. Ik ben mij volledig ervan bewust dat het circus niet de bedoeling heeft om wilde dieren of andere dieren te doen lijden, zoals hier soms gesuggereerd wordt. Integendeel, men wil eigenlijk via een soort van tamme dressuur de toeschouwers doen kennismaken met de unieke eigenschappen van die dieren wat voor mij zeer interessant is. Het is dezelfde bizarre redenering als die welke wij bij de beleidsverklaring gehoord hebben, waarbij op een bepaald moment werd gezegd dat wij niet besparen om te besparen zoals in Nederland. De vraag is of de Nederlanders in een dergelijke aangelegenheid besparen om te besparen? Zijn zij dan zo sadistisch?

We kunnen hier dezelfde redenering hanteren: een leeuwentemmer is niet zo sadistisch dat hij zijn dieren doet lijden.

Ten slotte wil ik nog even op het aspect van domesticatie ingaan. Het gaat hier dus om wilde dieren. Ik denk evenwel dat vandaag het onderscheid tussen dieren en wilde dieren in een circus moeilijk te maken is. Alle dieren die vandaag in een circus aankomen, zijn zonder uitzondering dieren die aangeleverd door fokkerijen. Dat wil dus zeggen dat de dieren vanaf hun geboorte met mensen vertrouwd zijn en dat de mens als gevolg van hun onthogenetische aanpassing tot hun eigen leefwereld behoort. Dat wil dus zeggen dat zij ook aangepast zijn aan het leven van de mensen. Ik vind het ook heel correct dat men hoge eisen stelt aan het prestatievermogen en aan accommodatie, voeding, verzorging en dergelijke van die dieren. Wij zijn er dan ook voorstander van dat een hoge mate van vakkennis van de eigenaar vereist wordt.

Hopend U hiermee van dienst te zijn,

Met vriendelijke groeten,

-------------------------------------------
Gretel Raspé
medewerker commissie Volksgezondheid

CD&V-Kamerfractie
Natieplein 2
Paleis der Natie
B-1008 BRUSSEL
Tel: 02/549 90 66
Fax: 02/549 85 46
email:graspe@kamer.cdenv.be

Top




SPa:


Dag Simon,

Eerst en vooral onze excuses voor het late antwoord op je vraag. Daar zat de vakantieperiode voor iets tussen …

Ons standpunt hierover is duidelijk: wilde dieren horen niet thuis in circussen.
Iets meer hierover in het stukje over dierenrechten in ons Vlaams verkiezingsprogramma van 2004
(http://www.s-p-a.be/nationaal/ideeen/politiekprogr/programmapunten/milieu_en_natuur_lijst.asp).

Zie ook onderstaand bestand voor meer concrete voorstellen.

Verder vind je in ons nieuwsarchief een aantal korte berichtjes over intitiatieven hieromtrent (http://www.s-p-a.be/nationaal/nieuws/archief/ - zoek bijvoorbeeld op ‘circus’, 'dieren').


Dierenrechten en dierenwelzijn: een volwaardig politiek thema

Voor sp.a zijn dierenrechten en dierenwelzijn een volwaardig politiek thema. Om dit tot uiting te brengen hebben we een aantal actiepunten en eisen opgesteld. Wij gaan voor een krachtdadig en consequent beleid, waarbij de belangen van de dieren in onze maatschappij erkend en gevrijwaard worden.

Dierenrechten en –welzijn dienen dan ook op de voorgrond geplaatst te worden, waarbij gestreefd wordt naar een aanvaarden van dieren als beschermwaardige wezens, die er niet enkel zijn om in onze voedselbehoeften te voorzien.

Wij gaan hierbij uit van de vijf vrijheden van dieren, zoals de Britse Brambell-commissie in 1965 had voorgesteld, en later verfijnd door de Animal Welfare Council.

Deze vijf vrijheden zijn:

1. Vrij zijn van dorst, honger en ondervoeding: dit betekent dat dieren o.a. voldoende vers water en geschikt voer krijgen, en alle andere voorzieningen waardoor aan hun elementaire noden van gezondheid en energiehuishouding beantwoord wordt;

2. Vrij zijn van fysiek en fysiologisch ongerief: dieren moeten in leefomstandigheden gehouden worden die deze vrijheid door middel van geschikte huisvesting, inclusief een comfortabele rust- en slaapplaats, garandeert;

3. Vrij zijn van pijn, verwondingen en ziektes: mensen moeten zich onthouden van handelingen die dieren pijn berokkenen, verwonden en ziek maken, en in geval dat toch gebeurt, moet men snel en adequaat de nodige maatregelen treffen om herhaling te voorkomen, preventief zowel als zo nodig repressief;

4. Vrij zijn om normaal, natuurlijk gedrag te kunnen uitvoeren: mensen die dieren houden moeten voorzien in de mogelijkheid tot voldoende bewegingsvrijheid in voldoende interessante leefomstandigheden waarin dieren hun natuurlijk gedragsrepertoire kunnen ontplooien;

5. Vrij zijn van psychologisch ongerief, meer bepaald van angst en chronische stress: mensen moeten dieren een zinvol, waardig en draaglijk bestaan garanderen dat geen aanleiding geeft tot de ontwikkeling van abnormaal, apathisch of alle andere varianten van gestoord gedrag dat uit verveling of frustratie vertoond wordt.

De wetgeving betreffende de bescherming en het welzijn der dieren garandeert vandaag onvoldoende deze basisvrijheden van dieren. sp.a wil de ‘wet betreffende de bescherming en het welzijn van dieren’ dringend aanpassen, zodat de vele misbruiken die nu nog mogelijk zijn, in de toekomst uitgesloten worden.

We denken hierbij onder meer aan de regelgeving aangaande dierproeven, de aanwezigheid van wilde dieren in circussen, de vaak schrijnende omstandigheden waarin dieren gehuisvest worden, de problematiek van de opvangcentra en dierenasielen, de impulsieve aankoop van dieren met alle gevolgen van dien, de rituele en thuisslachtingen, de regulering van dierenhandelszaken en fokkerijen, de omstandigheden binnen de veehouderij en bij andere voedselproducenten, het kweken van dieren voor hun vacht,

Daarnaast kan wederzijds begrip tussen mens en dier, en de vaak heilzame invloed van de aanwezigheid van dieren op mensen, gestimuleerd worden. Door onder meer het mogen houden van huisdieren in rust- of bejaardentehuizen, de organisatie van promotiecampagnes rond dierenrechten, de oprichting van een dierenpolitie op lokaal niveau, de uitvoering van een globaal hondenbeleid in de steden, het diervriendelijker oplossen van het probleem van duivenoverlast,

Het is de ambitie van sp.a om een beleid te ontwikkelen waarin ons land zich profileert als de meest diervriendelijke regio van Europa. Dat impliceert niet alleen dat wij het initiatief willen nemen in het treffen van diervriendelijke maatregelen, maar eveneens dat we bij de keuze van beleidsbeslissingen ons niet willen laten leiden door de middelmaat van Europa, maar integendeel door het ‘best practice’ principe. Vlaanderen en België moeten voor nieuwe wetgevende of decretale beslissingen minstens de best presterende lidstaat op het gebied van dierenwelzijn die in andere landen bestaat, volgen. Wat in andere landen werkt, moet ook hier kunnen.
sp.a gelooft dat dit ons land ook een economisch voordeel zal opleveren, omdat de strengste Europese regelgeving inzake dierenwelzijn, meestal diegene is waaraan de andere regelgevingen zich in de toekomst zullen aanpassen. Door snel strenge normen te hanteren bieden we onze bedrijven de mogelijkheid een voorsprong te ontwikkelen op hun Europese concurrenten. sp.a is van mening dat de overheid de consequenties moet nemen van haar wil om het ‘best practice’ systeem toe te passen. Zij moet dan ook bereid zijn om bedrijven financieel te steunen bij hun omschakeling naar diervriendelijkere productiemethoden.

Vriendelijke groeten,
Tie Vereecke
sp.a bibliotheek
www.s-p-a.be

Top




Vlaams Belang:

Beste


Hartelijk dank voor uw bericht.


Volksvertegenwoordigers van het Vlaams Belang kwamen al herhaalde malen tussen ten bate van het dierenwelzijn in de wetgevende en decreetgevende vergadering. Circussen maken ons inziens deel uit van het culturele erfgoed. Van oudsher voeren ook exotische dieren in circussen nummers op. Deze dieren worden zorgvuldig geselecteerd en met veel geduld afgericht door dierentemmers. In de regel dragen de circusuitbaters de meeste zorg voor hun dieren, niet enkel omdat het hun broodwinning is, maar zeker en in de eerste plaats vanuit een intrinsiek respect voor de dieren. Net zoals in dierentuinen moet het houden, tentoonstellen en optreden van dieren streng gereglementeerd worden vanuit aandacht voor dierenwelzijn. Het Vlaams Belang verzet zich in elk geval tégen het weren van alle exotische dieren uit circussen. Om dit erfgoed niet te laten verloren gaan, kiezen wij voor een streng gereglementeerd en gecontroleerd toegelaten optreden van dieren in circussen. Het werken met beschermde of met uitsterven bedreigde diersoorten kan desgevallend wel worden verboden.

Met vriendelijke groet,


Vlaams Belang Studiedienst

Top




Groen!:


Groen! is zeer duidelijk, in het deeltje dierenwelzijn van hun programma staat het volgende:

Het houden van wilde dieren in circussen aan banden leggen. Het houden van gedomesticeerde dieren in circussen kan enkel mits naleving van strikte voorwaarden op het vlak van goede huisvesting, vervoer en de aard van de optredens.

Top




Vivant:


Simon,

Anders dan de meeste partijen wensen wij niet over vanalles en nogwat een eenduidig standpunt in te nemen. Dit is immers nefast voor de echte democratie, waar elke vertegenwoordiger volgens zijn eigen mening stemt, en waar het volk desgevallend via een bindend referendum op volksinitiatief eventuele parlementsbeslissingen kan terugfluiten.

Dit om aan te geven, dat ik enkel mijn persoonlijke mening kan geven wat dit onderwerp betreft.

Ik ben van oordeel, dat op voorwaarde dat deze dieren op een verantwoorde manier gehouden worden (en de wetgeving is op dit vlak alvast een heel stuk in de goede richting geëvolueerd), circussen wel degelijk 'wilde' dieren mogen houden. Je ziet trouwens zeer goed dat het 'monotone gedrag' (ik denk aan dieren die doelloos rondjes heen en weer lopen in hun kooi) wegvalt indien de wetgeving wordt toegepast. Het is zeker niet bewezen dat die dieren in een circus per definitie 'ongelukkiger' zouden zijn dan in het wild of in een zoo. Wellicht is zelfs het tegendeel waar! Wel te vermijden is dieren in het wild vangen, en die dan in een circus (of zoo) plaatsen (net zoals je een met de hand opgevoed dier niet zomaar in het wild kan loslaten).

Dus, mijn persoonlijk standpunt is dat wilde dieren wel degelijk bij een circus horen, mits de wet (opgemaakt door specialisten) gerespecteerd wordt.

Met Vivante groeten,

Jan Boeykens

Top