Woordenboek

Afkortingen A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
O


o afk. overlijdensregister
ö afk. geboren en gedoopt
o afk. obiit, is gestorven
Oa afk. huw. akte, oude akte
oath of purgation zuiveringseed
ob afk. obiit, is gestorven
ob defectum rationis et loquelae vanwege het verlies van verstand en spraak
ob periculum mortis vanwege het stervensgevaar
ob.s.p. afk obiit sine prole, stierf zonder nageslacht
obdormivit is ontslapen
obedieeren gehoorzamen
obedient onderdanig
obedientie onderdanigheid, gehoorzaamheid
obentürer edelsteenhandelaar
obeo sterven
oberichteit overheid
obierunt zijn overleden
obii zie obire
obiit in afkorting o, is gestorven
obiit sine prole stierf zonder nageslacht
obiit subito plotseling overleden
obire sterven
obita dood, overleden (vrouw)
obiter ter loop, in het voorbij gaan
obitorium dodenboek
obitum sterven
obitus dood, overleden (man)
object voorwerp, grond
objecteren voorwerpen, tegenspreken
objiciëren zie objecteren
oblatie offer, aanbieding, opdracht, offerande
oblatio Mariae ad temlum het offer van Maria in de tempel, 21 november
oblectatie verlustiging, vermaak, verheuging
oblecteren verlustig
obliebakker ijzerkoekjes bakker
obligatie verband, verbinding, ook schuldbekentenis, schuldbrief, verbintenis, handschrift, bondschrift (bindend), verplichtschrift
obligatiebrief zie obligatie
obligatiekoopman handelaar in waardepapieren, effectenhandel
obligatio verplichting, verbinden,
oblige(e)ren zie obligatio
oblique scheef
obool medicinaal gewicht,
1 obool =1/576 med. pond, 2 scrupel,
10 grein,
betaalmiddel, z.g. halve denier
obreptie insluiping
obreptijf ter sluip, insluiping, onderkropen ?
obruta begraven (vrouw)
obrutus begraven (man)
obs afk. obsèques, teraardebestelling, begrafenis
obsceen slordig, onkuis, ongeschikt
obscuir duister, donker
obscureren verdonkeren
obsecr(e)ereren smeken, bidden
obsecratie smeking
obsequa meid, dienstmeid
obseques plechtige uitvaartdienst
observandis met inachtneming van de voorschriften
observant Monnik, lid van de orde der Franciscanen
observantie waarneming, gebruik, gewoonte, gadeslaan, opmerking, eerbiedigheid
observatis zie observandis
observe(e)ren waarnemen, gadeslaan, aanmerken
obstacule verhindering, hinderpaal, hinder
obstantie halsstarrigheid, hardnekkigheid, kriegeligheid
obste(e)eren in de weg staan, verhinderen, tegenstaan
obsteren zie obste(e)eren
obstetricator vroedmeester
obstetrix vroedvrouw
obstinaat hardnekkig, halsstarrig
obstinatie halsstarrigheid
obtenda prius super proclamatio nobus dispensatione S.Matrimonii Sacramentum contraxerunt- na verkregen eerder dispensatie van afkondiging, is voltrokken het sacrament van het huwelijk van.....
obtenta dispensatione na het verkrijgen van dispensatie
obtentus verkregen
obtine(e)ren verwerven, behouden, verkrijgen
obtinere vonnis verkrijgen, verwerven, bekomen
obtinueert gekregen
obtrectatie lastring
obtrudeeren opwerpen, opdringen
obveniëren te gemoed komen, verhoeden
occasie gelegenheid, voorval
occident west, ondergang
occidentaal westwaarts, westers
occisus gedood, vermoord
occon afk. occasion, (gunstige) gelegenheid kans, mogelijkheid
occubuit hij rust (in het graf)
occulte verborgen
occulteren verbergen
occupatie inneming, voorkoming, ontledigen, bezigheid, bekommering, bevrijden, in bezit neming, bezetting
occuperen innemen, ontledigen, bezig zijn
occurentie ontmoeting
ochten ochtend
octavus achtste
octel het achste deel van iets, meestal een maat,volume etc.
octennis acht jaar oud
octigenti achthonderd
octigenties achthonderdmaal
octingentesimus 800e
octo acht
october 10e maand, ook 8ber, 8bri, 8bre geschreven, wijnmaand
octobre, zie october
octobris, zie october
octogenarius tachtigjarige
octogesimus 80e
octogies tachtigmaal
octoginta tachtig
octrooi vergunning van de landsregering m.n. van de Staten van Holland
octroy verlening, vergunning, gunst, verlof, gunstbrief= een brief waarin vermeld een gunst
octroye(e)ren verlenen, vergunnen
oculair ogenschijnlijk, schijnbaar, zichtbaar
oculaire inspectie met eigen ogen, onderzoek ter plaatse
oculi (mei semper ad deum) 4e zondag voor Pasen
oder of
odertrouwe onderlinge trouwbelofte
odieux hatelijk
oeconomie huishouding, huishoudkunde
oelebord uilenbord
oen hem
oenopola wijnschenker
oer hun, haar, ook uur
oercondelijc door bewijzen gestaafd
oerconden een verklaring afleggen, getuigen
oerdel oordeel
oerdt betaalmiddel, zilveren munt
1 oert= 3 stuiver
oere zie oer
oeren zie oer
oeren mundighen jaren (tot) (tot) hun meerderjarigheid
oervede zie; oorvede
oes. afk. omnes, allen
oestal hoefstal, noodstal
oesten oogsten
of indien
of iet rechten. executie doen wegens een zaak.
ofdeylen kwijtschelden, ook gerechtelijk iets afnemen
ofentürer edelsteenhandelaar
offenceren beledigen, leeddoen, kwetsen, beschadigen, verongelijken
offensie leed, belediging, kwetsing
offensif beschadigde
offer aanbieding
offerbert offerschaal
offereren aanbieden, toedienen
offerkiste offerblok
offerman koster
offert zie offer
officael kerkelijk functionaris
official beambte
officialis bisschoppelijk rechter, kerkelijk rechter
officie officie, ambtman, ambtenaar, ambt, plicht
officiënt dienstdoende ambtenaar
officinator muntenmaker in muntenmakerij
officine werkplaats, ook de kelders in een klooster
offies afk. Offices, diensten
OFM afk. Ordre des freres Mineures, Orde van de Fransiscanen
ofman hoofdman
ofropen afroepen, afkondig, bekendmaken
oft zie ofte
ofte of
ogemeester oogarts
ogester oogsten
ogijf ogief, een zandstenen of gemetselde spitsboog, duidelijk geprofileerd
ohm vroeger
oir erfgenaam
oirboirhout zie oorboorhout
oirconden een verklaring uitgeven, vaak van een zegel voorzien als extra bewijskracht
oirdelen vonnissen
oirgat, landweg, weg uitsluitend bestemd voor toegang tot het bouwland
oirsaecke reden, waarom
okerij, okery boomkwekerij
okshoofd vat, inhoudsmaat wijn,
1 okshoofd = 1/2 vat of voeder = ca 230-240 ltr
old oud
oldbuter schoenlapper
olderlieden wijze (in leeftijd ) oude mannen
oldts totten zoals gewoonlijk
olearius olieslager
olen laatste oliesel aan een stervende toedienen
oliebedde sterfbed, bed waarin een stervende zieke
oliebrander oliestoker, (meestal van walvisvlees )
olieslager molenaar op de olie(slag of plet)molen
olietorf met olie doordrenkte turf
olim voorheen, overleden, vroeger
olipodrigo mengelmoes
olly zie oly
olm vermolmd
olm vermolmd hout
olt oud
oly olie
olye zie oly
olyeslare zie olieslager
om afk. oncle maternel, oom van moeders zijde
ombieden mededelen, aanzeggen, gebieden, ontbieden
ombrage schaduw, achterdenken (bedenkingen hebben), argwaan
ombrageren beschaduwen, overschaduwen
ombrageux schaduwen, achterdochtig
ombre zie ombrage
ombreken ontbreken.
omdoeck, ommedouc boezemdoek, nonnen-borstsluier.
omel neef
omenträger lastdrager
omgekeerd heraldiekteken, als teken omgekeerd wordt weergegeven
omgewend heraldiekteken, als afbeelding in andere richting wordt weergegeven
omgeworgd omgeslagen
omhalven om wille van
omhout schors, bast
omineus rampzalig
omißie overslaan, nalaten
omissus weggelaten, vergeten
omitte(e)ren zie omißie
omklinker stads- dorpsomroeper
omloop galerij in een klooster
omlooper kadastraalboek, erfregister register van het kadaster
omloopster venter van levensmiddelen
ommebegraven Omgracht = gegraven gracht om een gebouw
ommeburen omwoners
ommecomen verschijnen
ommeganger loswerkman die ingehuurd werd voor werkzaamheden
ommelant omliggende landerijen
ommeloper bode, gerechtsdienaar, ook zwerver, landloper
ommeslaan naar een bepaalde maatstaf het aandeel bepalen in een belasting, omslaan
ommestellingen omslaan, gelijkmatig over belastingschuldigen verdelen
ommevragen hoofdelijk stemmen
omnes allen
omnes gentes 6e zondag na Drievuldigheid
Omnes Sancti Allerheiligen, 1 november
omnia qaue fecisti 19e zondag na Drievuldigheid
omnibus allen
omnibus ecclesiae Romanae sacramentis met alle sacramenten van de Roomse Kerk
omnibus exeuntium sacramentis met alle sacramenten der stervenden
omnibus extremis sacramentis met alle laatste sacramenten
omnibus hoc precens scriptum visuris ..... aan allen die dit schrift zullen zien .....
omnibus sacrae romanae ecclesiae sacramentis (prae-) munitus voorzien van alle sacramenten van de H. Roomse kerk
omnibus sacramentis met alle sacramenten
omnibus sensibus destitutus beroofd van zijn zinnen
omnipotent almogende
omnipotentie almogendheid, almachtigheid
omnis terra (adoret) 2e zondag na Driekoningen
omniscientie alwetendheid
omnium animarum aller zielen, 2 november
omnium sanctorum aller heiligen, 1 november
omrijder controleur van de nachtwakers, ook boodschapper te paard
omroden ontginnen, omspitten van de heide
on zonder
On. afk. huw. akte, oude naam
onaft onwettig, onrechtmatig
onbeclaget zonder dat men in iets in rechte kan worden aangeklaagd
onbedacht onbezonnen, dom
onbedeelt zijn deel niet ontvangen
onbedegen kinderloos
onbederve nadeel, schade
onbedreven niet bebouwd land
onbeërvet zonder erven
onbegeven nog niet uitgeboedeld (erfenis verdeeld)
onbegeven kint
een kind, waaraan zijn hem van een van zijn ouders toekomende erf -portie nog niet uitgekeerd is, dat dus met zijne ouders of een van hen in een meen- boedel (onverdeelde boedel) zit
onbegraven niet door een gracht of sloot ingesloten
onbejaert minderjarig
onbelastet zonder schuld, of met andere geldelijke lasten bezwaard
onbeloken niet omheind
onbeluut
niet bij het klokluiden afgelezen. (bepaaldelijk van gerechtelijke eigendomsoverdrachten, die jaar en dag na zulk een aflezing onherroepelijk werden
onbemannet ongehuwd
onbeschat niet door geldelijke lasten bezwaard
onbesegelt zonder zegel
onbesocht niet geëxamineerd, niet onderzocht.
onbestaet ongehuwd
onbesticht onbebouwd
onbestorven de ouders zijn nog in leven
onbevrievet zonder schriftelijk bewijs
onbezet leen leen waar de leenman nog niet de eed van getrouwheid heeft afgelegd
onc afk. onces, ons
ook afk. ; oncle, oom
oncer zie unster
onclerkelijc in strijd met de kerkelijke verplichtingen
oncondig onkundig, onbekend met....
oncroos nadeel, schade
ondaft. onbetamelijkheid, straatschenderij
onder de geboden overlijden In de periode van de huwelijks afkondiging overlijden
onder de geboden staan In ondertrouw zijn, de tijd gelegen tussen de 3 huwelijks afkondigen
onder iemants inductie zonder dwang
Onder......... onder vóór een functiebeschrijving is meestal de plaatsvervanger
onderbaljuw plaatsvervanger van de hoofdbaljuw
onderbasen onderkousen
onderbehouden (iet) onder zich houden, bewaren
ondercleet onderkleed
onderdinaar bode
onderdrossaard plaatsvervanger van de drassaard
ondergaand heraldiekteken, zon op schild in linkerbenedenhoek
ondergeszeyt ondergetekende
onderhoosen lange onderbroek
onderjarig minderjarig (meestal onder de 25 jaar)
onderlaet schuur, stal klein gebouw
onderleenman iemand die land te leen kreeg van een leenman, die dat van een leenheer in bezit (ter leen, niet in eigendom) had gekregen
ondermeester meester die de dagelijkse leiding had op de bouwplaats (nu uitvoerder)
onderpaap kapelaan
onderpanden door een onderpand verzekerd
onderroeren onderzoeken zodat de onderste steen boven komt
onderschreven ondergetekende
onderscot. afscheiding, tussenschot
onderseggen aanzeggen
ondersoeken de waarheid van een zaak trachten te vinden door het opsporen van bewijzen
ondersprec overeenkomst
onderstonden beurtelings, na elkaar ondertekend
ondertrout aangifte bij de burgerlijke stand van het voornemen om te trouwen, bevestiging ten overstaan van de parochiepriester van voorgenomen huwelijk (België)
ondertrouwen voornemen om te trouwen
ondervallich die een rechtsgeding verliest
ondervloeyen onderlopen
ondervoet de dijkvoet aan de buitenzijde van de dijk
onderwet lager recht
onderwilen beurtelings, na elkaar ondertekend
onderwisen terechtwijzen
onderzanger tenor
ondiep zeer diep, peilloze diepte
onduechdelycke hantieringe onbehoorlijk gedrag
onechtelijke buiten het huwelijk
onegt kint buitenechtelijk kind
onereren belasten, laden, overlasten, overladen, pak op leggen
onergeschreven ondergetekende
onewelijc onwettig
ongansheit ziekte aan het vee
ongeavijst zonder beraad
ongebernt niet door brand aangetast
ongeboort niet gebeurd, niet geïnd
ongebootelijckc in een lagere stand geboren
ongebrant niet van een merkteken of ijk voorzien
ongebruuc het niet in vrije terbeschikking hebben
ongecalangeert zonder door iemand aangeklaagd te kunnen worden, onaangevochten, onbestreden
ongecanceleert zonder uitschrappingen, uitkrassen of insnijdingen, een akte niet door insnijdingen enz. ongeldig gemaakt
ongecancelleert niet door insnijdingen als ongeldig gewaarmerkt
ongecanseliert zie: ongecancelleert.
ongecommert zonder beslag, geen beslag opgelegd
ongecorrigeert niet gestraft
ongeheert zonder heer of aanvoerder
ongeheten eigenmachtig
ongehilict ongehuwd
ongejaert minderjarig
ongekloven uit een stuk
ongekondigt niet bekend gemaakt
ongeladet niet uitgenodigd
ongelden lasten, belasting
ongelder ontvanger van het ongelt (belasting)
ongeleestet nog niet afgedaan
ongelooft niet goedgekeurd
ongelt assisia, belasting vooral op levensmiddelen, vertering - en gebruiksbelasting, onkosten te betalen bij openbare verkopingen
ongemiddelt rechtstreeks, onmiddellijk
ongepijnt zonder straf
ongepuniert ongestraft
ongeraetsiert zie: ongeraseert
ongeraseert niet door doorhalingen als ongeldig gewaarmerkt
ongerec ongelukkige toestand
ongeschift onverdeeld
ongeschoeid zonder schoenen lopen, zoals bij de karmelieten
ongeschoffeert zonder blaam, zonder schande
ongesegelt zonder van zegel voorzien
ongesekert niet in rechte bewezen
ongesinnet krankzinnig, geestesziek
ongesoent niet door een soen beëindig, soen is een overeenstemming in rechtszaak
ongesondelijc ongeneselijk
ongespannen niet in boeien, vrij
ongestorven niet gedood
ongetwiët ongescheiden
ongeveerlick ongeveer
ongevriët niet opgenomen in het gilde
ongevrijt niet omheind of afgesloten
ongeweer, onweer
ongeweerte zie ongeweer
ongeweselijc levenloos
ongewesen niet door een vonnis beslist
ongewiset niet door een vonnis uitgewezen
ongewivet ongetrouwde man
ongewonnen niet door den eigenaar zelf verdiend, niet op andere wijze dan door erfrecht verkregen
ongewroecht niet beschuldigd
onghewedde nog niet aanhangig zijnde, buiten de wet
ongoed slecht
onhoesch zie; onbehovesch
onhovesch onfatsoenlijk, onbehoorlijk
onjarich minderjarig
onkerstenlic onchristelijk
onkerstijn heiden, onkerkelijk
onklaar heraldiekteken, anker op schild met touw om de stang gewonden
onlandich drassig of moerassig land
onledigheid drukte, druk bezig zijn
onlichamelijk leen leen zonder leenman, bestond uitsluitend uit rechten op cijns, renten en andere rechten
onmegaen het rondgaan van de vinders om overtredingen van de keuren te constateren.
ook : het rondgaan van de schout om te panden (beslaglegging op een goed)
onmondig zie onmondige
onmondige, minderjarige, dit was vroeger tot 25 jaar
onmondigheid onbevoegd tot het verrichten van rechtshandelingen, b.v. gehuwde vrouwen, onder curatele gestelde, ongehuwde kinderen onder de 25 jaar
onmundige kinderen minderjarige kinderen
onneselijc ongeneeslijk
onnosel onschuldig van geest, onnozel
onnoyael ontrouw, niet loyaal
onnut nadeel
onnuttichheit schandelijk gedrag, zedeloosheid
ononbindelijc onlosmakelijk
onpartiïch onpartijdig, onbevooroordeeld
onplichtich onschuldig
onpriselijc afkeurenswaardig
onraet moeite, arbeid, ook accijns
onraetspenninc onkosten
onrechte bevallen (in den) in een proces veroordeeld worden.
onredelijc onbillijk
onreynnicheit vuil, (huis)vuil
onschamel schaamteloos
onschout onschuldig, erkenning van niet schuldig zijn, ook gezien als zware beschuldiging, zwaar vergrijp
onscout bieden (voer iet) aanbieden van de zuiveringseed te doen, ten bewijze van zijn onschuld
onsculdich siin van iet iets niet gedaan hebben, niet bij iets betrokken zijn
onscult op iet nemen (zijn) zich verontschuldigen
onsege nederlaag
onseker(e) onzeker (e)
onselfmondich meestal minderjarige, mogelijk ook niet zelfstandige, onder curatele staand
onsen onze
onsin krankzinnig, geestesziek
onslakinge ontslag van rechtsvervolging
ontbieden laten komen, ook aan iemand laten weten, gelasten
ontblader pachter, vruchtgebruiker
ontblooten in gebruik nemen van bv land, in cultuur brengen
ontbonden bandeloos
ontbondich vrij van
ontborgeren (enen) iemand zijn burgerrecht ontnemen
ontbruden vreemdgaan met andere vrouw
ontcrachten met geweld ontsnappen, ontvluchten
ontdreven verloren gegaan
onterven iemand van zijn erfdeel beroven
onterven (enen bij testamentaire beschikking een beschikking ten nadeel zijner natuurlijke erfgenamen maken
ontfaen ontvangen
ontfaen (iet) de overdracht van iets
ontfange geaccepteerde
ontferren (enen iet). bedrieglijk ontnemen. ook iemand benadelen
ontganc ontsnapping
ontgeven (enen
een beslissing nemen, waarbij iemand het eigendom van een onroerend goed ontnomen wordt
ontgichten op wettelijke wijze afstand doen van zijn rechten
onthalmen op wettelijke wijze afstand doen van iets
onthalsen onthoofden
onthelen bederven
onthengen (iet) gedogen, toelaten
ontheten bevelen
onthiet zie ontheten
onthoefden zie onthoveden
onthoveden, onthoofden
onthuwet ongehuwd
ontjaghen wegjagen
ontliven doden, ombrengen, vermoorden
ontlorst ontstolen
ontmannen castreren
ontmensen sterven
ontpoerteren ontnemen van zijn poorterschap, ontnemen van zijn burgerrechten
ontramponeert beschadigen
ontrechtelijc onrechtmatig
ontrumen in ballingschap gaan, vluchten
ontruymt verlaat
ontscaet schadeloos, straffeloos
ontschadelijck vrijwaren?
ontschaden vrijwaren voor schade
ontschieten uit de hand lopen
ontscriven (enen iet door een schriftelijke akte iemand zijn recht ontnemen.
ontsegelen (iet iets van het zegel ontdoen
ontsegginge oorlogsverklaring
ontslapen overleden
ontsliten (iet een vonnis vernietigen
ontterden ontsnappen
onttugen (ontughen) (enen van iet door het afleggen van getuigenis iemand zijn recht doen verliezen
ontwaringe. het ontnemen der "were," het bezit van een vastgoed, aan iemand
ontwijsen, ontwisen bij vonnis ontnemen
onus last
onverboden geoorloofd
onverbolgen in kalme gemoedstoestand
onvercoft onvervreemd, niet in vreemde handen overgegaan
onverderft in een goede staat zijnd
onverdoemd niet veroordeeld
onverdruct vrij in zijn bewegen, vrij om te gaan en staan
onverervet niet in het bezit van een erfenis
onverhoedet onvoorzien
onverjaert minderjarig
onverlaet restanten
onvernoecht niet voldaan, onbetaald
onvernuecht zie onvernoecht
onversien aan zijn lot overgelaten, ook onverwachts
onversijst waar over nog geen belasting is betaald
onversleten niet door een vonnis beslist.
onwedderroeplicken niet te herroepen
onwettich onwettig van geboorte, niet verwerkt binnen een voor de kerk of gemeentelijk bestuur gesloten huwelijk
onwillig decreet een verkoping van de goederen van schuldenaars, nadat een vonnis daartoe bekomen is
oocke ook
ooclant klein stuk land door een weg gescheiden van een groot stuk land
ooftboomgaert hoogstamboomgaard
oomskint neef
oomssonne zie oomskint
oorbaar nut, voordeel
oorboorhout goed timmerhout
oorconde getuige
oorconscap
de emolumenten der schepenen, hun bij het passeren van een akte in het gerecht betaald als loon voor hun later af te leggen getuigenis daarover
oorcussen oorkussen, hoofdkussen?
oorcusteect kussensloop
oord inhoudsmaat voor natte waren,
1 oord = 2 kan, = 2 mengel = 0,6 ltr
oordaeghen herdagen
oorfluwijn kussensloop
oorijzer sieraad aan de muts bij vrouwen
oorkonde in plechtige vorm opgestelde akte
oorlinc erfgenamen, nakomelingen
oorname geslachtsnaam
oorschult erfschuld
oortje munt17e-18e eeuw , gelijk aan 4 penningen
oortken betaalmiddel, zilveren munt, 1 oortken = 18 mijten Brabants
oorvede belofte, afgelegd aan het gerecht, dat men wegens een of ander feit geen wraak zal nemen.
oospot waterketel
oost augustus
oostal katapult, ook een martelwerktuig
oosterlingen vaak Duitse handelaren
oostganger militair voor O.I. Leger, soms ook bestuursambtenaar
ooverseyde (van de) transport van getallen bij een optelling over meer bladzijden
ooy weiland grenzend aan een rivier
OP afk. Ordo Predicatorum, Orde van de les frères Prêcheurs, de Predikheren, de Dominicanen
op afk. oncle paternel, oom van vaderszijde
op poene op straffe van
op te gaderen in te zamelen
opantworden uitleveren, afgeven
opbacken waarmerk er op bakken
opbannen op een plechtige wijze sluiten
opbeurder ontvanger
opbliven niet willen ontruimen
opboeren zie; opboren
opboren in ontvangst nemen
opbrandinge verbranden (van b.v. de heide begroeiing)
opbueren zie; opboren
opcomste inkomsten uit iets verkrijgen
opcomsten inkomsten, opbrengst
opdagen voor het gerecht dagen
opdingen een vonnis opleggen aan iemand
opdracht overdracht van een vast goed
opdrager sjouwerman in pakhuis, schip, of bedrijf, ook de persoon die een goed in zijn eigendom overdraagt aan een ander
opdrucken (iet). iets met zijn zegel voorzien
opeischende opeisen
open rechtdach de openbare terechtzitting in de schepenbank
openbaerlike in het openbaar, niet in het geheim
openbair openbaar
openebrief een akte met uithangende zegel, in tegenoverstelling van een door een zegel gesloten brief
openen breve verklaring aan alle die dit lezen
operarius loonwerker, werkman, handwerker
operateur werkmeester
operatie werking
operatio caesarea keizersnede
operatius caesarea zie operatio caesarea
operatius scriniarius schrijnwerker
operator zie operarius
operen opperwerk voor een metselaar verrichten
operer opperen voor de metselaar
opereren werken
opereux(s) arbeidzaam, werkelijk, groot, zwaar
operven in eigendom door een erfenis
opgaarder ontvanger
opgebieden dagvaarden
opgedrukt zegel papierstrookje met was door een warm gemaakt stempel er aan bevestigd
opgenoomen in het (huwelijks)register ingeschreven
opgeregt heeft opgemaakt (testament)
opgetugen getuigenis afleggen tegen iemand
opgevaeren opgestaan
opgevinge overdragen van een iets, afstand doen
opgezworen, lid van het gildebestuur die de eed had afgelegd
ophoper belasting ophaler
ophoudingen gevangennemen, beslaglegging
ophuus bovenwoning
opidani burgers, inwoners
opidanus poorter, burger
opidum stad, plaats
opifex handwerksman, arbeider
opificie handbacht?, ambacht, handwerk
opificis van de arbeider, van de handwerksman
opificium beroep
opilio schaapherder
opinatie waning, hopen op een goede afloop, hopen op iets goeds
opiniatre stijfzinnig, kriegel
opiniatre(e)ren onverzettelijk, brieven
opinie waan, mening, drift
opiniëren wanen, menen
opinieux verwaand
opleiden gevangen zetten
oploopen aanranden, aantasten
oplooper zie oploopen
oplopinge overstroming
oportuin gelegen, bekwaam
opper...... opper- voor een functie is meestal de hoogste in rang
opperclager hoofdaanklager
oppergrootvader overgrootvader
oppidanus burger van de stad
oppidum stad
oppignoratie verpanding
oppignoreeren verpanden
opponent zie opposant
opponeren zie oppose(e)ren
opposant opponent, verweerder, tegenstrever
oppose(e)ren tegenstellend, tegenzetten, weerstaan
oppositie tegenstelling, weerstand, tegenweer, tegenstelling
oppress(e)eren verdrukken, onderdrukken
oppreßie verdrukking
opprimeeren verdrukken, onderdrukken
oppugneren bevechten, bestrijden
oprel naar de kruin van de dijk toelopende weg
oproepinghe geboden
oproepingscedel biljet. dagvaarding
oprorisschen persoon die oproerteksten verkondigd
opruimer soevereinboor, kegelvormige boor
oprukking bij boedelscheiding het voorkeursrecht van de oudste zoon, het hoger plaatsen op de voorkeurslijst van de oudste zoon
opseggen (enen iet) iemand aanzeggen, dat men iets wil doen eindigen (meenboedel = gemeenschappelijke onverdeelde boedel, huurcontract)
opsetene noemde men de bedrijver die zijn land op de parochie bewerkte gevestigde, inwoner
opsetten (iet) te koop aanbieden
opsicht te hebben toezicht te houden
opslaende venxteren vensters, die niet als de tegenwoordige vensterluiken zijwaarts naar buiten geopend werden, doch van boven naar beneden opengeslagen werden
opsteecker steekwapen, lang mes, bajonet
opstellige gedaan (is) is openlijk aangekondigd
opstriken (iet) opduwen, naar boven stuwen (bv. in Utrecht: de goederen van de "werven" onder aan de gracht, waar ze aangevoerd worden, langs de opgaande "wedden" tot boven op de straat brengen.)
opswere onder ede verklaren
opte aengevinge volgens aangeven van
optie keur, kiezen
optoch hijskraan
opulent rijk
opulentie rijkheid, rijkdom, overvloed
opvertiën geheel en al afstand doen
opwater water dat van de bergen afstroomt
opwroegen ten laste leggen
opzicht toezicht
opzittende inwoner
or goud
ora et labora bid en werk
ora pro nobis bid voor ons
oracul hemelspraak, hoedspraak, godsspraak, vraagbaak
orateur redenaar
oratie vertoog, redenering, reden, gebed
orator aanvrager
oratore bedehuis
oratrix aanvraagster
orba weeskind (meisje)
orbatum beroofd
orbatus beroofd van
orbitas kinderloosheid
orbus wees, ouderloos
orconde getuigenis, getuigenverklaring
orconde getuigenbewijs, getuigenis, bewijs, getuige
orcondelijc door bewijzen gestaafd
orconder getuige
orconscap zie; heuge
ordce afk. ordonnance, regeling, bepaling, voorschrift, verordening
ordeel oordeel
ordeelboec boek waarin alle uitspraken van de rechtbank zijn opgeschreven
ordeelgelt onkosten voor een uitspraak of vonnis
ordeelstede gerechtsplaats
ordelaer het vonnis uitsprekende rechter
ordelinge uitspraak, oordeel, beslissing in een rechtszaak
ordinaire het gewone
ordinantie geschiktheid, schikking
ordinariis ecclesiae sacramentis met de gebruikelijke sacramenten van de kerk
ordinariis morturientium sacramentis met de gebruikelijke sacramenten van de stervenden
ordinaris gewoonlijk
ordinarius gewone..... , meestal de lagere uitvoerder van een functie
ordinarus gewoon
ordineren beschikken
ordo orde
ordonnantie inzetting, keur, schikking, bevel, ontwerp, kerkorde, reglement
ordonnantie (ter) in opdracht van, op last van
ordonneren schikken, instellen, willekeur, tot priester wijden,
ook bevelen
ordonneren ('t) te verordenen, te beschikken
ordonneren (ende willekeuren) verordenen, een verordening of keur uitgeven
ordonnieren uitvaardigen, verordenen
ordre afk. ordinaire, gewoon(lijk), normaal, gebruikelijk, in de regel
ook schikking, orde, stel, bestel, dagorder
oreillet oorbel, oorhanger, oorversiersel
oreillettes oor kompressen, oorkleppen, oorijzers
orendrager lasteraar
orenveger de pink
oreren redevoeren
orfèvre goudsmid
orfroys goudborduursel
organista organist
orgelhuisje gebouw boven de poort waarin het valhek (orgel) is opgehangen
orgelhuus orgelkast
orgelist organist
orgelsteller meestal de orgelmaker die het in onderhoud heeft
oriential van oosten, oostwaarts, oprecht van 't beste
originali afschrift stemt, nadat het is gecollationeerd woordelijk overeen met het origineel
origineel oorspronkelijk, het principale en eerste schrift
origo oorsprong, afkomst
oriljet zie oreillet
oriundus komend van, afstammend van, kind van
ornament versiering, gesmede
orneren versieren, optooien
orphanus wees, weeskind
orphelin zie orphanus
orseille rode- of paarse verfstof uit korstmossen gemaakt
ortelijk in het kort
orthodox rechtgelovig, rechtzinnig
ortus geboorte, afstamming, afkomstig ,
ook tuin
os rund, gecastreerde stier, trekdier, ook voor de slacht gefokt
OSB afk. ordre de Saint Benoit, Orde van de Benedictijnen
osepot waterketel
osiedrop ruimte naast een huis tussen de lijn waar de afdruipende regen neervalt en de muur
osseweyer oppasser bij het grazen van ossen
ostage pand, gijzeling
ostagier gijzelaar
ostenderen brallen, pochen, beroemen, stoffen
ook vertonen
ostentatie beroemd vinden, pochen, snorken (snoeven), pralerij, grootspraak
ostiarius torenwachter, poortwachter
osyendroppe zie osiedrop
Ot afk. ondertrouw
otfenijn wees, ouderloos
otieux ijdel, ledig
otium verdiende rust na eervolle ambtsvervulling
otium et pax rust in vrede
oubliant vergeetachtig
oud bewind de periode die met de Franse revolutie eindigde in België (omstreeks1796)
oude heircomen ende hoevenaersrecht gewoonterecht
oudegrotevrouwe overgrootmoeder
oudemanhuismeester bestuurder van het oude mannen tehuis
oudemoeder grootmoeder
oudemoeye oudtante
ouderdach verjaardag
ouderdoem eerst-geboorterecht
ouderman bestuurder van een gilde. ook vaak deken genoemd
oudermanne kiste een meubel als "de stat kiste," die in de vergaderkamer der oudermannen stond, ook een gewone, gesloten kist
oudevader grootvader, voorvader?
oudnederlands de “Nederlandse” taal tot 1150
oudraad college van (oud) bestuurders die de nieuwe bestuurder moet kiezen
ouest oost (richting)
ourtum tuin
outaertafel altaartafel
outeigen een perceel grond, waarvan men het onbezwaard eigendom heeft, dat dus niet met een rente belast is, ook waarvan iemand het onbezwaarde eigendom heeft.
outerve een onroerend goed, dat iemand krachtens zijn recht als naaste erfgenaam heeft verkregen (en dat daarom niet zonder toestemming van de bloedverwanten vervreemd mocht worden, en bij kinderloos overlijden terugviel aan de zijde, van waar het gekomen was:
(gewonnen goed en roerend goed is dus geen outerve)
outichsasy autorisatie
outmoeder grootmoeder
outoom oom
outrage spijt, leed. overlast
outrageeren leed veroorzaken, overlast veroorzaken
outvader grootvader
ouvrier arbeider
ouwe ooi
Ov afk. overzicht
Ov. afk. huw. akte, overleden
ovaal eitrek, eirond
ovaal schild heraldiek, vorm van schild door gehuwde vrouwen en geestelijken gevoerd
ovenbuur bakhuis
ovencrucke ovenhaak
over den bloede sitten een doodvonnis vellen
overalde voorvader
overbreken buiten zijn oever treden van de rivier
overbuur overbuurman
overcleet overkleed
overcomen overeenkomen
overcomen (ende verdragen) overeenkomen
overcomen te wesen overeengekomen te zijn
overcopen verkopen
overcost rente, interest
overdenckende over na nadenken
overdragen overgaan, toevallen, versterven op, devolveren
overgangsrecht devolutierecht, overdracht van goederen van een familie die in de rechte lijn is uitgestorven toewijzing van goederen uit het tweede huwelijk aan kinderen uit het eerste
overgesondene voorgelezen
overgeven. (enen iet). gerechtelijk overdragen
overgichten (enen iet) een gerechtelijke verklaring ten iemands laste afleggen
overgifte. gerechtelijke opdracht van een onroerend goed
overhebben (iet) door overgifte = overdragen, in zijne macht krijgen
overhoer overspel
overjaar vorig jaar
overjaard oud
overlant ver weg gelegen land
overleefd gestorven, overleden
overleyt overlegd
overman zie; ouderman
overmeester, bovenmeester, hoofd van de school
overmeister zie overmeester
overmits door middel van
overmoeye oudtante
overoom oudoom
overoudemoeder overgrootmoeder
overouders voorouders
overoudevader overgrootvader
overoutheid hoge ouderdom
overposen klok luiden voor een dode
overrechters de Hooge rechters in Friesland
overseggen (enen iet) een arbitrale uitspraak doen ten laste van iemand
oversilveren verzilveren
oversliten een vonnis vellen in iemands nadeel
oversliten (enen iet) een vonnis ten laste van iemand vellen
overspeelsterse overspelige vrouw
overste ouderman hoofdbestuurder van een gilde
overtoom plaats waar een schuit over land werd getrokken
oves schapen
oxhoofden wijnvaten