BARITON BAS BUGEL DWARSFLUIT HOORN KLARINET SAXOFOON SLAGWERK TROMPET TROMBONE TUBA

 

DE TROMBONE

 

Meest opvallend aan de trombone blijft natuurlijk de colies (schuif). Waar andere instrumenten gebruik maken van ventielen, daar schuift de trombone naar een volgende toon. De klank van de trombone is daarbij helder. Het instrument behoort dan ook tot het scherp koper. Waar je met ventielen sprongsgewijs van toon naar toon springt, daar kan met de schuif vloeiend van hoog naar laag en omgekeerd gespeeld worden. Dit noemen we een glissando.

Bouw en kenmerken

Een trombone is eigenlijk een vergrote vorm van trompet met beker, hoofdbuis en ketelvormig mondstuk. De hoofdbuis kan verlengd worden door een soepel schuivende schuif (coulisse). Door het uitschuiven ervan kunnen de natuurtonen 6 maal verlaagd worden. Het meest voorkomende type is de tenortrombone, gevolgd door de bastrombone. De stemming van de tenortrombone is C, het toonbereik 2 1/2 oktaaf. De buislengte is 2,7m. De trombone verscheen in de 15e eeuw op het toneel. De bastrombone heeft F of G als grondtoon.

Gebruik

De trombone, evenals de bastrombone wordt binnen het volledige hafabra gebruikt.

Opmerkelijk: alhoewel de bastrombone in alle orkesten bijna nodig is, is de bastrombone geen officiŽl erkend instrument en wordt aan vele muziekscholen niet gegeven.

Zie ook de fabrikantenlinkspagina voor links naar bekende en gerenommeerde fabrikanten van trombones.