BARITON BAS BUGEL DWARSFLUIT HOORN KLARINET SAXOFOON SLAGWERK TROMPET TROMBONE TUBA

 

DE DWARSFLUIT

 

Geschiedenis

De dwarsfluit was reeds bekend in China rond 900 voor Christus. Rond ongeveer 1100 leerde ook Europa de dwarsfluit kennen. Deze dwarsfluit werd gebruikt voor militaire doeleinden in Duitssprekende gebieden, vandaar z'n oude naam: Duitse Fluit. In de 16e tot de 17e eeuw werden bas - tot sopraanfluiten gebruikt in de kamermuziek. Deze fluiten bestonden uit één stuk, waren cilindrisch geboord en hadden zes vingergaten. De fluit werd herontworpen in de late 17e eeuw door de familie Hotteterre, een befaamd geslacht bestaande uit Franse muziekinstrumentenbouwers. De fluit bestond nu uit drie delen met één sleutel en had een cilindrische boring weggehouden van de speler. Oorspronkelijk bestond de fluit uit hout (deze fluiten werden 'Transverso' genoemd), maar dan werden metaallegeringen gebruikt.

Bouw en kenmerken

De dwarsfluit bestaat uit een cilindrische buis die aan één zijde open is en voorzien is van kleppen. De luchtzuil wordt aan het trillen gebracht door het blazen tegen de scherpe rand van het mondgat. De dwarsfluit is opgebouwd uit drie delen en heeft een omvang van ongeveer 3 octaven. Ze wordt gebouwd in drie delen. Door de kleppenmechaniek worden in het laagste octaaf alle tonen verkregen, daarboven kan men tonen produceren door het overblazen, dwz een veranderde mondstand en krachtiger blazen. Een dwarsfluit is tegenwoordig meestal vervaardigd uit zilver of uit een metaal dat verzilverd wordt. De stemming is C en de lengte 66cm.

Gebruik

Een dwarsfluit wordt alleen gebruikt in een harmonieorkest. Ze is reeds geliefd vanaf de Barok (de Traverso althans).

Zie ook de fabrikantenlinkspagina voor links naar bekende en gerenommeerde fabrikanten van dwarsfluiten