DE BETONNEN BRUGGEN

(terug naar inhoudstabel)

Drie bruggen moeten dalen overspannen van middelmatige wijdte en waarin geen grote waterweg loopt: dat van de Berwijn (Berne), dat van de Voer (Sint- Martens-Voeren) en dat van de Gulp (Remersdaal).

 

Betonnen spoorwegbruggen hebben in 1916 nog geen lange geschiedenis: rond 1900 bouwt Holzmann de eerste bruggen in stampbeton (d.i. nog zonder wapening) te Nürnberg. Gewapend beton zal bij de Duitse Spoorwegen eerst na W.0. I algemeen toegelaten worden voor bruggen. Beton is in W.0.I een van de produkten die Duitsland zelf kan produceren, wat wegens de onderbreking van buitenlandse handel zijn belang heeft.

 

We konden bij deze bruggen niet, zoals dat het geval was voor de ijzeren bruggen, het ontstaan achterhalen: van geen één van de drie bouwers resp. Hüser, Wayss & Freytag, Dyckerhoff & Widmann, beschikken we over gedetailleerde dokumentatie, terwijl ook de vakpers weinig aandacht besteedt aan deze tenslotte eenvoudige bruggen. We stellen volgende zienswijze voor. De Bauleitung geeft algemene richtlijnen wat tot gevolg heeft dat het drie bouwwerken van eenzelfde type geworden zijn; dan geeft elk der drie firma's in haar routinebewerking van de opgave aan elke brug haar eigen cachet.

 

De brug van Berne (afb. 19) is 230 m lang en gemiddeld 18 m hoog. Ze omvat 9 bogen van 15,30 m spanwijdte en twee drie-scharnierenbogen van elk 27 m spanwijdte. De brug is van gestampt beton (12 000 m3 ; de bedoelde scharnieren zijn verwezenlijkt door het tussenvoegen van (geteerd) karton.

 

De brug van Sint-Martens-Voeren (afb. 20 ) is 250 m lang bij een gemiddelde hoogte van 18 m. Ze bestaat uit 11 bogen~van 15 m span wijdte en een drie-scharnierenboog van 30,80 m overspanning. De brug is in gewapend beton uitgevoerd (20 000 m3); de scharnieren zijn uit staal.

 

De brug van Remersdaal(afb. 21 ) is 390 m lang, gemiddeld 22 m hoog. Ze bestaat uit 14 bogen met elk 20 m overspanning. Ze is in gestampt beton uitgevoerd (40 000 m3) met enige bewapening. De drie bedoelde bruggen zijn voor twee sporen uitgevoerd; de landhoofden zijn echter op de verdubbeling van de bruggen voor zien.

 

Bij betonnen bruggen vormt het formeel, de stelling waarop het werk zal gegoten worden, een kunstwerk op zichzelf, dit vanwege speciale eisen die er aan gesteld worden. Deze houten constructies staan vóór het gieten van het beton vrij in het landschap: ze moeten op inwerking van zijwind berekend zijn; bij het gieten van de betonmassa's moet hun vervorming gering blijven. De bogen worden in radiale lamellen gegoten en dat in een uitgekiende volgorde. Op onze lijn worden twee fundamenteel verschillende bouwwijzen van betonnen bruggen toegepast. De bruggen van Berne en Sint-Martens-Voeren worden gebouwd op formelen die op de begane grond rusten. Bij die van Remersdaal rusten de formelen enkel op de vooraf gebouwde betonpijlers. Na het afbreken van de formelen blijven de daartoe in de pijlers aangebrachte ijzeren aanzetten over. Deze zijn nog in 1983 te zien. Laatstgenoemde werkwijze wordt toegepast als bij de bouw van de betrokken brug het verkeer op eender water- of landwegen niet mag onderbroken worden of als de bodem te week is om stellingen te dragen. Deze laatste reden komt voor de Gulpbrug in aanmerking, gezien de spoorlijn het Gulpdal onder een zeer schuine hoek kruist.

 

De kleinere bruggen vormen geen speciale loten. Ze worden uitgevoerd door de aannemers van het aangrenzende grondwerk (afb. 22).

 

Vermelden we speciaal de brug van Boschhausen waar de twee takken van de lijn, die naar Gemmenich en die naar Ronheide, uit elkaar gaan en waar tevens een landweg gekruist wordt (afb. 23 ).

 

En verder de bouwwerken waar onze lijn de bestaande spoorwegen kruist: Homburg, Glons en vooral Wezet, welk laatste bouwwerk tevens als station wordt ingericht. Fr wordt zelfs daar een lift voorzien voor bagage, doch ze wordt niet uitgevoerd. Het bruggedeelte van dit bouwwerk wordt gebouwd op formelen van een type dat de ontwerper, Gaber, reeds in 1910 gebruikte voor de brug over de Tennetschlucht in het Zwarte Woud.