update: 2001 dec 02

D'r Koeënwòòf nr 21 (2000/2)

  naar Koeënwòòf 22

 terug naar / back to
D'r Koeënwòòf


INHOUD

Pagina's in de originele versie:

Elza Vandenabeele: Voeren op de Belgische landbouwkaart 2

Willy Machiels: Het Moelings dialect. Moet de Panningerlijn worden gerelativeerd? 4

Mariette Roemans, Jaak Nijssen: Interview: een Canadees vlieger op De Plank, 28 april 1944 10

José Lemmens - Nyssen: Het gebruik van de klokken van Sint- Martensvoeren 12 Dag- en weekritme, Bijzondere gelegenheden, Techniek, Oorlog, Uurwerk

Martin Cailliau: Een witte paardenkastanje in Sint- Martens- Voeren op de eerste oorlogsdag 1940 14

Armand Oprey: Bomen, de linde, schutterijen 16

Jaak Nijssen: Theo Broers en Jean- Pierre Lensen: Mémoire en images - Les Fourons 18

Mieke Nyssen: Tekening 215 18

Elza Vandenabeele: Ontginning en wegenbouw in de Middeleeuwen, Thema-avond gebracht door Joep Leerssen, op vrijdagavond 12 januari 2001 in café Quanten in Mheer 19

Jaak Nijssen: De negende foto van de Stuka van Ottegroven (Oettegroven) 20

Jaak Nijssen: WO2: twee (?) crashplaatsen, twee(?) neergestorte vliegtuigen 22

GEZÄÖMERS: gebikde, kamaow, kabaenes, kastaar, lepsje, hensjes, hennekes, toponiemen, Òndert, Noërber(i)g, Dieppelder Hagelster, bèjje, ramaent , roofdieren, spelling, douanehuisje, monumenten Rodebos, Martin en Irene, tram, Franck WO 1

REAKSIES: Altenbroek, bouwresten ; dogkar, sjees, crash Moelingen Schans, crash Mesch, crash Oost, crash Moolt SGV, werkwinkel

VRAOGE 32


hiermee sluiten we jaargang 2000 af

meteen onze beste wensen voor 2001,

dat het eerste is van een eeuw en een millennium

nummers 1 tot en met 9 werden ge-layout door bep mergelsberg

zij legde ook de basis voor onze titelbladzijde

van 10 tot en met 2o stak ik het blad in elkaar

en nu neemt hans maurer de fakkel over

aan onze titelbladzijde merkt u de vernieuwing al

blijf ons lezen

ga of blijf schrijven ( artikels, berichten, gedichten, tekeningen, foto's)

en als u alles nog eens snel wilt consulteren of iets afschrijven, ga dan naar:

http://www.ping.be/~ping4929/kwoof.html

(maar als u de afbeeldingen wil,

ja dan moet u lid worden of oude nummers kopen)

dit nummer komt wat laat, maar daarvoor is het extra dik

jaak nijssen, redacteur


p. 03

Voeren op de Belgische landbouwkaart

Aanleiding tot dit artikel is de opmerking: "Voor de landbouwdiensten horen wij nog altijd onder Luik". En dan doelt men op de officiële landbouwkaart. Ik dook dan maar in de boeken en sprak met een paar bevoegde mensen. (Zie "bronnen", onderaan dit berichtje.)

Natuurlijk zijn de Vlaamse diensten (Tongeren) voor ons verantwoordelijk. Wat de mensen in verwarring brengt is de officiële indeling in landbouwstreken zoals die door het ministerie is vastgelegd. We treffen er twee keer "Weidestreek" op aan: ten noordwesten van de Ardennen "Weidestreek (Fagne)" en ten noordoosten "Weidestreek (Luik)". Die Luikse Weidestreek omvat verschillende aardrijkskundige streken: het Land van Herve, de terrassen van Dalhem, een deel van de noordoostelijke Ardennen en een deel van de centrale Condroz. Een streek dus met gelijkende landbouwkenmerken.

Voeren op de kaart: het midden en het oosten van onze gemeente horen bij het Land van Herve, het westen bij de (leem)terrassen van Dalhem die zich in een strook evenwijdig met de Maas van de Nederlandse grens tot tegen Luik uitstrekken. Mijns inziens een correcte indeling. Je kan je wel afvragen wat die rijke leemakkers in de weidestreek komen doen?

Die landbouwkaart werd in 1975 eens en voor altijd (?) bij Koninklijk Besluit vastgelegd, toen de bodemkaart was opgemaakt. Ze steunt op de bodem en op de toenmalige gemeentegrenzen. Ook met de praktijk werd rekening gehouden, vandaar de Maas als grote grens.

Maakt het voor een landbouwer iets uit in welke landbouwstreek zijn bedrijf ligt? De graanpremies en de berekening van de belastingen zijn verschillend volgens de officiële landbouwstreek. Waarschijnlijk zouden de boeren van de westelijke terrassen voordeel hebben wanneer ze bij Haspengouw waren ingedeeld.

Recent denkt men erover om het landbouwbeleid van de federale regering naar de gewesten over te hevelen. Wat dan met onze Voerense weidestreek? Een streek op zichzelf of aansluiten bij de Kempen (heel andere bodem) of bij de polders (heel ver weg)? Voor de Henegouwse Kempen stelt zich eenzelfde probleem.

Bronnen

- Publicaties

AGRINFO, Landbouw Info 2000

AGRINFO, Reis langs de velden, zonder jaartal (1993?)

Nationaal Instituut voor de statistiek, Landbouwstatistieken, 1989

Ministerie van Landbouw, Grensbepaling van de landbouwstreken van België, 1992

Ministerie van Landbouw, kaart van de Landbouwstreken van België, zonder jaartal

- Gesprekken met

J. Geelen, landbouwer, Sint- Pieters- Voeren

A. Maesmans, landbouwingenieur, Tongeren

Elza Vandenabeele

------------------

p. 04

Het Moelings dialect. Moet de Panningerlijn worden gerelativeerd?

Wanneer je een Moelingenaar en een 's-Gravenvoerenaar in het Limburgs dialect hoort converseren merk je sowieso een verschil in klank, woordvorming en woordgebruik. Dialectgeleerden gaan zelfs zover dat ze een heuse iso-glossenlijn menen te moeten trekken tussen het Moelings en het 's-Gravenvoerens, waarbij het Moelings als Centraal-Limburgs en het 's-Gravenvoerens als Oost-Limburgs worden bestempeld. Die scheiding wordt de Panningerlijn genoemd (1).

Volgens die afbakening zou in Moelingen de letter 's' voor medeklinkers ook als 's' worden uitgesproken, terwijl deze letter ten oosten van de Panningerlijn, in dit geval 's-Gravenvoeren, als 'sj' wordt uitgesproken. Als geboren en getogen Moelingenaar, nog steeds wonend in Moelingen, wil ik die stellingname sterk relativeren. Ik heb immers altijd al de indruk gehad dat de meeste echte, oudere Moelingenaars slechts sporadisch een 's' voor een medeklinker ook als 's' uitspreken, maar, in tegendeel, deze 's' heel dikwijls als 'sj' uitspreken.

Om dit te staven heb ik aan tien Moelingse dialectsprekers gevraagd een aantal Nederlandse zinnen, waarin de letter 's' voor medeklinkers veelvuldig voorkomt, in het Moelings hardop te verwoorden.

Tezelfdertijd wil ik ook twee andere m.i. onjuiste inschattingen van het Moelings bestrijden. In tegenstelling tot wat soms beweerd wordt, kent ook Moelingen, zoals 's-Gravenvoeren (2), een tussenklank 'j' in woorden als 'pjèrd' (paard), 'kjeuke' (keuken), 'Bjen' (Bern(eau)), 'sjpjeule' (spelen), 'gjan' (graag), enz. Deze half-medeklinker 'j' kom je ook tegen aan het begin van sommige woorden als, bijvoorbeeld, 'jerpel' (aardappel), 'jène' (hersenen). De meeste ondervraagden herkennen die overgangshalfmedeklinker niet als een 'i', die, gevolgd door en klinker, een stijgende diftong zou moeten voorstellen, zoals Boileau het meent te horen (3)

Ook het gebruik van het bepaald lidwoord voor voornamen, evenwel niet in de verkleinvormen ervan, komt algemeen voor in het Moelings dialect. Bijvoorbeeld: 'Ich heb met der Gus en de Bebbe gekald'. Deze dialectkenmerken komen in de voorgestelde zinnen voorgestelde zinnen   ruimschoots aan bod (4)

En ik heb vanzelfsprekend ook enkele 'typische' Moelingse woordvormen in de zinnen ingelast, zoals, bijvoorbeeld, het bekende 'kapjeze' (perziken).

Bij alle tien ondervragingen ben ik vergezeld geweest van de heer Rob Brouwers, dialectgeïnteresseerde uit 's-Gravenvoeren.

Wat de spelling van het Moelings betreft, heb ik in eerste instantie gekozen voor het fonetisch schrift zoals voorgesteld door de International Phonetic Association, gevolgd door een persoonlijke analogische spelling, in analogie met het Nederlands en het Frans. Het voordeel van deze analogische spelling is dat het traditioneel visueel beeld van een woord behouden blijft en dat de tekst bijgevolg gemakkelijk leesbaar blijft.

De ondervraagde personen zijn in alfabetische orde:

1. De heer Leon AUSSEMS, 70 jaar, van wie beide ouders Moelingenaars zijn. (Aussems-Lucassen)

2. De heer Gerard BRENNENRAEDTS, 79 jaar, van wie de vader Moelingenaar is. (Moeder Grosjean uit 's-Gravenvoeren).

3. De heer Theo BROERS, 67 jaar, gewezen landbouwer, van wie de vader Moelingenaar is. (Moeder Janssen uit Oost, Eijsden).

4. Mevrouw Bebbe FRANCOIS, 57 jaar, gewezen landbouwster, van wie beide ouders Moelingenaars zijn. (François-Vanaubel)

5. De heer Jean GUILLAUME, 86 jaar, gewezen leraar, van wie beide ouders Moelingenaars zijn. (Guillaume-Habets)

6. De heer Jean MACHIELS, 61 jaar, gewezen landbouwer, van wie de vader Moelingenaar is. (Moeder Pinckaers uit Withuis, Eijsden).

7. De heer Gus PAGGEN, 63 jaar, gewezen landbouwer, van wie beide ouders Moelingenaars zijn. (Paggen-Walpot)

8. De heer Jean ROGISTER, 60 jaar, gewezen groentehandelaar, van wie beide ouders Moelingenaars zijn. (Rogister-Weerts)

9. De heer Toine TIMMERS, 86 jaar, gewezen landbouwer, van wie de vader Moelingenaar is. (Moeder Duijsens uit Sint- Geertruid).

10. De heer Jacques WALPOT, 73 jaar, gewezen landbouwer, van wie beide ouders Moelingenaars zijn. (Walpot-Waterval)

De resultaten van het onderzoek brengen we hierna.

Wat de drie bestudeerde dialectproblemen, te weten de 's' of 'sj' uitspraak voor de medeklinker 's' voor een andere medeklinker, de half-medeklinker 'j' als tussenklank en het bepaald lidwoord voor voornamen betreft, komen we tot de volgende besluittrekkingen.

1. In 86% van de gevallen wordt de 's' voor een medeklinker wel degelijk als 'sj' uitgesproken. Moet het tracé van de Panningerlijn gerelativeerd of zelfs herbekeken worden?

Per ondervraagde persoon volgt nu het aantal keren dat een 's' voor een medeklinker als 'sj', als 's' of als een onduidelijke tussenvorm wordt uitgesproken zoals ik het in eer en geweten heb menen te horen. Het probleem komt in totaal 37 keren voor.

'sj' 's' ondui-

delijk

1. Aussems 32 3 2

2. Brennenraedts 35 2 0

3. Broers 37 0 0

4. François 37 0 0

5. Guillaume 15 21 1

6. Machiels 35 2 0

7. Paggen 26 10 1

8. Rogister 37 0 0

9. Timmers 30 6 1

10. Walpot 35 2 0

TOTAAL 319 46 5

86,2% 12,4% 1,4%

2. De 'j' half-medeklinker in woorden als 'pjèrd' (paard), 'kjeus' (kers) en 'jerpel' (aardappel) is even typisch voor Moelingen als voor 's-Gravenvoeren. Door alle ondervraagden werd deze klank niet herkend als een 'i' bij een stijgende diftong, zoals voorgesteld door Boileau, maar wel degelijk als een 'j'.

3. Het bepaald lidwoord wordt gebezigd in 70% van de opgegeven voornamen. Hier heb ik wel de indruk dat er een verschil van intimiteit is, wanneer een voornaam wel dan niet door een bepaald lidwoord wordt voorafgegaan.

Bij het omzetten van de Nederlandse zinnen in het Moelings dialect werden door de ondervraagden ook enkele interessante opmerkingen gemaakt i.v.m. sommige woorden in hun morfologisch of semantisch aspect.

Zin 2.'Wezent' (Wezet-Visé ) maar 'Wezenderwjèg'.

Zin 3. 'sjtupke' lijkt verouderd.

Zin 5. 'plavej' (JR) niet te verwarren met 'pavej', belangrijke straat met stenen.

Zin 8. 'gelèje' anders uitgesproken dan 'geljeje' (pijn geleden). Ook 'lèje' als voltooid deelwoord. Zie ook nr.13.

Zin 9. 'roazeg'(JR) in plaats van 'sjtrang'.

Zin 12. 'Der sjtart vaan e pjèrd en der sjtuts vaan en koo', volgens Jacques Walpot.

Zin. 13. Een enkele keer 'krjège in plaats van 'gekrjège', als voltooid deelwoord. Soms ook zonder 'j' als tussenklank.

Zin 17. 'sjwaap' klinkt volkser dan 'kas' en wordt vooral gebruikt in de betekenis van keukenkast.

Zin 19. 'gjèrd' wordt ook gebruikt in samenstellingen als 'vesjgjèrd' (JR).

Zin 22. 'tjèngekwoame' en ook 'tjèngegekwoame'.

Zin 23. De meeste ondervraagden zegden wel degelijk 'gesjlacht', terwijl dit in 's-Gravenvoeren, volgens Rob. Brouwers, 'gesjlach' is.

Zin 24. 'kaw'. 'sjnoep' werd slechts door één persoon (TT) gebruikt en door de anderen niet als Moelings bestempeld.

Zin 25. 'njère' is verouderd ten voordele van 'gaank'.

Willy Machiels

Moelingen, januari 2001.

VERWIJZINGEN

(1) zie bijgevoegde kaart.

(2) Brouwers, R., Nijssen, J., Het Voerens Pjaard in: D'r Koeënwòòf, nr. 9, 1993.

(3) Boileau, A., Enquête dialectale sur la toponymie germanique du nord-est de la province de Liège, I, Luik, 1954.

(4) Hermans, H., Taalgrenzen in Voeren in: D'r Koeënwòòf, nr. 18, 1999

 

-----------

 

Nu volgen de vijfentwintig Nederlandse zinnen, telkens gevolgd door de weergave in het Moelings dialect zoals ik dit in het merendeel van de antwoorden heb gehoord. [in de online- versie niet van toepassing: Eerst geef ik de fonetische en ] daarna een approximatieve, eenvoudig leesbare, analogische spelling.

 

In de fonetische spelling wordt rekening gehouden met de progressieve assimilatie behalve bij het begin van bijwoordelijke bepaling;. Met de regressieve assimilatie wordt geen rekening gehouden. De onderlijnde woorden hebben betrekking op de drie bovenvermelde aspecten van het Moelings dialect.

 

1. Guillaume speelt muziek voor kachel.

(Der) Giljom sjpeult meziek vjeur de sjtaof.

 

2. Waar is Octavieke? Ze staat onder de perzikboom naast de Wezeterweg.

Oe es Kavike? Et sjtèt oonder der kapjezeboam njève der Wezenderwjèg

 

3. Jozef speelt in het stalletje. Hij heeft sprietjes stro op zijn jasje.

(Der) Jef sjpeult een et sjtelke. E hèt sjpirkes sjtru op ze jeske (sjtupke).

 

4. De laatste tijd slaapt August slecht.

Der letste tied sjliept (der) Gus sjlèch.

 

5. Fien staat altijd op de stoep langs te straat.

(De) Fien sjtèt altied op ter sjtoep (deurpel) (plavej) langs de sjtraot.

 

6. Jefke heeft de pit van de kers niet uitgespuwd. Hij heeft ze afgeslikt.

Jefke hèt der kjèn vaan de kjeus neet oetgesjpeujd. E hèt em aafgesjlikt.

 

7. Het paard van Pierre ligt te slapen in zijn stal op vers stro.

Et pjèrd vaan (der) Pierre likt te sjlaope een zene sjtaal op vjeus sjtru.

 

8. Gerard is ziek en Maai is er niet. Ze stond een uur geleden nog in de keuken.

(Der) Gera es kraank en (de) Maj es neet dao.

Ze sjtong en oor gelèje (lèje) nog een de kjeuke.

 

9. Hij is streng vermagerd en hij slaapt heel slecht.

E es sjtrang (raozeg) vermwagerd en e sjliept hil sjlèch.

 

10. Henri eet graag spek met prei en aardapelen.

(Der) Haj it gan (gjan) sjpek met sjpwoar en jerpele.

 

11. De smid van Berneau beslaat paarden nog als vroeger.

Der sjmjèd va Bjen besjlèt de pjèrd nog wie vreuger.

 

12. Ben je bang voor de staart van dat paard ?

Bis-te bang vjeur der sjtart (sjtuts) vaan dat pjèrd?

 

13. Die koe heeft juist in de stal gekalfd. Ze heeft een vaarsje gekregen.

Die (dej) koo hèt jus een der sjtaal gekafd. Ze hèt e vjeske gekrège (ge)kr(j)ège.

 

14. Maai gaat een kaars laten branden voor de zieke Gerard.

(De) Maj gèt en kjeuts laote branne vjeur (ver) der kraanke Gera.

 

15. Eet jij graag hersenen van het varken?

Its-te gan (gjan) de (h)jène vaan et verke?

 

16. Die merel fluit al vroeg 's morgens.

Die mjèli (mjèlej) fleut al vreug 'sj meurges.

 

17. De lepel ligt op de kast in de keuken.

Der ljèpel likt op et sjwaap (de kas) een de kjeuke.

 

18. Jean, dat is een kerel als een boom.

(Der) Jean (Jeng) dat es ene kjèl (kèrel) wie ene boam.

 

19. Met een lange (smalle) stok kom je aan die kersen.

Met en lang gjèrd keums-te aan die kjeuse.

 

20. Heb je een stop in je oren? Versta je me niet?

Hebs-te ene sjtop een den oere? Versjtès-te mich neet?

 

21. Kinderen spelen dikwijls in de sneeuw.

Keender sjpjeule dek een der sjni.

 

22. Ik ben Marie op de Berneauweg tegengekomen.

Ich been (de) Mari (Maj) (Maja) op der Bjenderwjèg tjènge(ge)kwoame.

 

23. Anna heeft haar kalkoenen allemaal geslacht.

(De) An (Anna) hèt heur sjroete allemaol gesjlach(t).

 

24. Geef mij eens een siroopje tegen de verkoudheid.

Gjèf (lang) mech (mich) es e sjrupke tjènge et kaw.

 

25. De kinderen spelen in de gang.

De keender sjpjeule een der gaank (njère).

Interview: een Canadees vlieger op De Plank, 28 april 1944

JN: Ik heb vernomen dat u hier in WO 2 met afgeschoten vliegtuigen te maken heeft gehad. Ik zou daar graag alles van weten, ik zeg u straks waarom.

MR: Mijn moeder ging in de vroege morgen, rond vijf uur, halfzes, de koe halen in de huiswei. Mijn vader was de onderwijzer in de school van De Plank.

Er kwam een man naar haar toe. Ze had direct in de gaten dat het een geallieerde militair was. De man had een zakwoordenboekje bij zich, en met behulp daarvan vroeg hij om binnen te komen. Moeder zei hem dat ze het eerst aan haar man zou vragen. Tenslotte was het onder de Duitsers (de Pruusje) gewaagd om een geallieerde onder zijn hoede te nemen.

De man, die geen verwondingen had, werd ondergebracht op de mansarde. Pas als ik naar school ging kwam hij naar beneden.

De man kreeg burgerkleren en mocht voortaan op de slaapkamers verblijven.. Als ik terug thuis kwam verhuisde hij naar de mansarde. Bij het eten was er ineens altijd wat over. Na een tijdje viel het mij op, dat van het middagmaal steeds overschot bleef.

Natuurlijk stelde ik de vraag: waarom?

Tenslotte zei vader mij, op een vermanende wijze en onder voorwaarde van absolute geheimhouding, de ware toedracht en gevolgen van deze zaak.

De vliegenier - want dat wisten we onderhand dus, werd na zo'n 14 dagen, naar Luik gebracht. Fiorella, van het kasteel van Sint- Pietersvoeren en Jacques Dortu van De Knap, Sint- Martensvoeren, hadden met de vluchtroute te maken. Hij nam ook het uniform mee, dat moeder netjes schoongemaakt had.

We hadden hem gevraagd om, als hij in Engeland kwam, naar mijn zuster Yvonne op zoek te gaan, die bij het begin van de oorlog bij de vlucht vanuit haar school in St- Katelijne- Waver aldaar was terecht gekomen, en haar te vertellen dat we het goed stelden. We hadden wel al, nog tijdens de oorlog, langs het Rode Kruis om, met haar mogen corresponderen - maximum 25 woorden per brief.

JN: En na de oorlog?

MR: De man is Gordon Stacey

We weten nu dat op 28 april 1944 zijn toestel aan het bombardement op Montzen had deelgenomen. Het was zijn tweede oorlogsvlucht. De eerste was naar Denemarken geweest.

Hij zag bij zijn valscherm-tocht hoe zijn vliegtuig ontplofte.

Hij is vier keer bij ons op bezoek gekomen. Hij neemt deel aan een herdenking op de plaats waar zijn toestel neerstortte, Cartiels tussen Wittem en Wylre. Hij vraagt om naar het kasteel Sart (Weerst) te worden gebracht, naar Fiorella..

Elk jaar met Kerst stuurt hij een attentie.

Wij zijn een keer bij hem op bezoek geweest. Die keer hebben we ook Jef Van de Bennet opgezocht, van Ulvend afkomstig, en die vier staten verder in Canada woonde, in de staat Alberta. Hij is trouwens bij een bezoek op Ulvend gestorven..

Het uniform heeft Gordon nog altijd. Alléén staan de knopen nu wat te ver van de knoopsgaten af.

Hij woont nu in Guelph,Ontario, Canada.

JN: En ziehier waarom ik dit vraag. In oktober 2000 heeft Luc Cox, noeste opzoeker, in het archief van Londen de verklaring teruggevonden van Arthur Gordon Stac(e)y, van de Royal Canadian Air Force, 434 Squadron, afgegeven op 23 september 1944 aan "I.S.9 (W)", Bomber Command, R.A.F.:

"Ik kwam in het veld bij FOURON- SAINT- MARTIN terecht bij een vrouw die aan het melken was. Ze bracht me naar een huis waar ik tot 7 mei bleef. Op 7 mei werd ik per fiets naar Luik gebracht. Ik verbleef er tot de Amerikaanse troepen er op 21 september aankwamen."

Zo zien we de feiten ook van de andere kant.

 

 

Gordon Stacey neergestort bij Wittem- Cartiels met de LL243 van het 434e sqn., verklaart op 21 september 1944

 

"While staying near FOURON-STMARTINIwas told that Belgians had found the wreckage of another Halffax which had crashed at about the same time and in the same vicinity as my own. There were several bodies in this aircraft, but, due to their mangled condition and the arrival of German troops almost immediately after the crash, it was not possible to make any identification, nor was it possible to determine how many bodies were in the aircraft. An unopened chest parachute, No. 130, was found near the wreckage. About a quarter of a mile away an open parachute No.133 and a navigators log folder were found. The folder had the name ofF/OA.E. YOUNG written on the cover. F/O YOUNG was the navigator of another crew in my squadron, which took part in the operation. I believe this pilot's name is VIGOR (rank unknown). Ido not know the names of the remainder of his crew. German troops arrived shortly after the crash, mounted a guard around the wreckage, and removed the bodies. (Public Record Office Ref; WO ao8 I 3323)

Mariette Roemans, Jaak Nijssen


Het gebruik van de klokken van Sint- Martensvoeren

Op aanvraag van de Heemkring wil ik graag vertellen wat ik Nonk Harry Beckers, koster van St.- Marten, wist te doen gedurende ruim 50 jaar.

Dag- en weekritme

De dag begint om 6 uur met het luiden van het "Angelus". Drie maal drie slagen kleppen om te beginnen ( wij zeggen: "kleppe"). Dit gebeurt met een hamertje dat op zij tegen de klok slaat. Een draad met handvat hangt vanaf de klok tot in het gelijkvloers van de toren. Verder wordt dan de kleine klok "Maria" gedurende enkele minuten getrokken om te luiden. Luiden gebeurt met zware touwen die, bij elk van de drie klokken, over een gedeelte van een grote katrol draaien en, van daar af, tot het gelijkvloers hangen.

Kwart voor 7 wordt "geteempt" voor de vroegmis in de week en kwart vóór acht voor de 2de mis. Teempe gebeurt lijk kleppe, zie hoger.

's Middags opnieuw het "Angelus" zoals 's morgens en ook 's avonds voor het sluiten van de kerk.

Drie kwartier vóór het begin van de Zondagsmis luidt het met twee klokken. Op feestdagen met 3 klokken. Een kwartier vóór "teempt 't".

Alle uren, ook de nacht door, wordt door het torenuurwerk "geklept".

Bijzondere gelegenheden

Zodra het nieuws van overlijden van een parochiaan bij de koster bekend is wordt "vör doeëd gelud" met drie klokken. Evenzeer bij de begrafenis, drie kwartier vóór de dienst begint en bij het binnen dragen van de overledene in de kerk.

Later, evenzeer bij blijde gebeurtenissen zoals het H. Doopsel van 'n kindje.

Bij het Gloria in de mis op Witte donderdag wordt, langdurig, met alle klokken geluid. zolang het Gloria duurt. Van dan af zwijgen de klokken ten teken van rouw om de dood van Jezus, tot aan het Gloria van de Verrijzenis op Paaszaterdag. Tussen beide Gloria's wordt, bij de officies, de "klabatter" gebruikt.

De klokken luiden alle drie bij het binnenkomen van de "Bronk".

Ook bij brand worden de drie klokken geluid.

Techniek

Eerst gebeurt alles met de hand. Om te luiden grijpt men van het ene naar 't andere touw en trekt. Zwaar werk! Bij sommige gelegenheden wordt hulp gevraagd en ging ik wel eens met het "zèèl" de hoogte in!

Tijdens het pastoraat van Mijnheer Pastoor Veltmans komt de eerste elektrificatie: zeer primitief doch vergt veel minder inspanning. Vier koolstaven, die twee aan twee tegen elkaar slaan veroorzaken contact en doen weer uit elkaar gaan. dat doet de motors even trekken en dan weer niet. Bij 't tegen elkaar slaan van de koolstaven is het soms 'n echt vuurwerk in de toren en slaan de vonken rondom doch de handel hoeft slecht omhooggeduwd en een, twee of drie klokken luiden.

Nu werken klokken en uurwerk volledig automatisch. Zullen ze het straks nog per computer doen?...

Oorlog

Een klok wordt door de Duitsers opgeëist tijdens de oorlog 40-45. ­ De Angelusklok.

Zij keert ongedeerd terug naar St.- Marten na de oorlog. Ze wordt triomfantelijk ingehaald op het Gouden Priesterfeest van Mijnheer Pastoor Veltmans, 50 jaar priester en 25 jaar Pastoor in St.- Marten.

Uurwerk

De steen die het torenuurwerk in beweging moet brengen en de steen voor het "kleppe" van het uur, beide, zeer zwaar, hangen eveneens aan een "zèèl". Dit wordt iedere dag op een katrol gewonden op de tweede verdieping van de toren.

José Lemmens ­ Nyssen

-------------

Een witte paardenkastanje in Sint- Martens- Voeren op de eerste oorlogsdag 1940

Uit het artikel "Kastanjebomen" (D'r Koeënwòòf nr. 20, 2000/1) van Elza Vandenabeele pikken we één boom uit, die van Bovenhout in Sint- Martens- Voeren. Hij werd mij door Jaak Nijssen aangewezen als zijnde de boom die in mei 1940 wat te maken zou gehad hebben met de oorlog en het fort van Elbele (Aubin- Neufchâteau).

Het fort had, behalve observatieposten op het fort zelf, nog zeven "ogen" daarbuiten: vier betonnen bunkers, respectievelijk te Saint- Jean- Sart (± 2500 m van het fort), Gorhez (± 4800 m), Warsage (± 1000 m) en Bombaye (± 2300 m) en drie in open lucht - eigenlijk niet meer dan een gat in de grond, zonder enige bescherming - respectievelijk te Mauhin (± 2500 m van het fort), La Heydt (± 1500 m) en Sint- Martens- Voeren (± 4200 m).

De laatstgenoemde zou zowat de belangrijkste rol gaan spelen. Hij bevond zich in het bos gelegen ten zuiden van de Heerbaan, in de volksmond "neutrale weg" genaamd, de Belgisch- Nederlandse grens vormend tussen Kattenrot en Ulvend. De grensweg loopt ongeveer op de kam van een helling; langs weerszijden van de kam glooit de helling naar beneden, naar België en Nederland. De militairen hadden enkel een goed zicht op het oosten, richting De Plank; zonder evenwel dit gehucht zelf, gelegen achter een hoogte, te kunnen zien. Naar Nederland hadden ze geen zicht, want ze bevonden zich ten zuiden van de kam. Naar het westen evenmin zicht : het bos belette dat. Nabij hun observatiepost stond een oude paardenkastanje waaraan een telefoontoestel hing, verbonden met het dichtstbijzijnde huis, waar de niet van dienst zijnde militairen ingekwartierd waren. Van dat huis liep een bovengrondse telefoonlijn naar de bunker van Warsage, die via een ondergrondse lijn met het fort was verbonden. Telefoongesprekken liepen dus van de paardenkastanje naar het fort en vice versa. En dat zijn er heel wat geweest.

Nabij hun put en paardenkastanje hadden de militairen met eigen middelen een schuilhut gebouwd, waar ze ook maaltijdden.

Op 10 mei 1940, omstreeks 1 uur, kregen ze van het fort een onheilspellend telefoontje : "werkelijk alarm". Waren in de put aanwezig toen bij het ochtendgloren de eerste oorlogsgeluiden werden gehoord : maréchal de logis (wachtmeester) Gosset, brigadier Lescrenier, soldaten Bastin (van 's- Gravenvoeren afkomstig), Halleux en Beckers. Afwezig met verlof was soldaat Longton.

Het oorlogsdagboek van het fort vermeldt vele telefonische mededelingen van de post Sint- Martens- Voeren aan het fort; hieronder een keus.

4 u. 10 : vele vliegtuigen boven Nederland; we horen kanonschoten (MC : waarschijnlijk van de Nederlandse luchtafweer).

4 u. 18 : vliegtuigen boven Ulvend.

Vermoedelijk waren het Ju-52's die de zeilvliegtuigen trokken naar Eben- Emael en de bruggen van Kanne, Vroenhoven en Veldwezelt. Zoals bekend was 4 u. 35 het uur waarop het Duitse landleger massaal de grenzen van Nederland, België het Groothertogdom en Frankrijk overschreed. Maar... 42 Duitse vliegtuigen Ju-52 met bemande zeilvliegtuigen erachter vertrokken al om 3 u.30 van twee vliegpleinen nabij Keulen om ze naar het fort van Eben- Emael en de drie bruggen te brengen. En kort daarna vetrokken tientallen en tientallen vliegtuigen om munitie en parachutisten te brengen, te bombarderen enz.

De post SMV geeft herhaaldelijk telefonische meldingen aan het fort betreffende verscheidene groepen van tientallen Duitse vliegtuigen die overvliegen. En als ze laag vliegen, melden ze dat ze erop schieten. (Met hun geweren ?)

5 u. 23 : de brug van Krindaal is opgeblazen.

5 u. 29 : de voorziene destructie in Ulvend is uitgevoerd. Daarna, tot ongeveer 10 u., zwijgt de observatiepost. Om 10 u. antwoordt hij niet meer.

Het waren de Duitse 269ste en 253ste infanteriedivisies, vertrokken uit Aken en omgeving, die op 10 mei 1940 onze dorpen doorkruisten. De theoretische scheidingslijn tussen de twee divisies was de spoorweg Moresnet- Wezet. Om 8 u. 37 bereikten de eerste Duitsers van de 269ste ID de Maas in Eijsden. Het zijn waarschijnlijk militairen van het IIde bataljon, 489ste infanterieregiment, 269ste ID, die omstreeks 10 uur van uit Nederland de post Sint- Martens- Voeren aanvallen. Albert Beckers herkent met zijn verrekijker twee mannen die een kaart bestuderen, als Duitse militairen. Zienderogen begint het te krioelen van Duitsers in de lager gelegen Nederlandse weiden en velden. Het oorlogsdagboek van het fort vermeldt om 10 u. 42 (meegedeeld door La Heydt) dat de post SMV verloren is en bezet door drie groepen Duitsers met mitrailleurs,

Wat is er gebeurd ? Wachtmeester Gosset en zijn mannen worden nabij hun schuilhut aangevallen met automatische wapens. Brigadier Lescrenier sneuvelt, getroffen door zes kogels in het hoofd. Bastin, en iets later, Halleux worden krijgsgevangen genomen en overgebracht naar een hoofdkwartier in Noorbeek waar ze worden ondervraagd. Gosset kan ontsnappen en komt om 10 u. 40 aan in La Heydt van waar hij zich naar het fort begeeft. Beckers weet ook te ontsnappen en samen met Longton, ondertussen uit verlof nabij de post toegekomen, bereikt hij om 12 u. de bunker van Bombaye; de commandant van het fort beveelt hen "d'essayer de rejoindre l' armée de campagne".

Het oorlogsdagboek van het fort vermeldt nog, gesignaleerd door La Heydt, dat om 12 u. 25 de observatiepost SMV bezet is door Duitse soldaten met mitrailleurs. Het fort vuurt 25 schoten uit de 75 mm- kanonnen op de bezette post, die om 12 u. 37 verlaten maar om 13 u, 35 weer bezet wordt. Tien minuten later weer 10 kanonschoten, gevolgd door ontruiming

door de Duitsers, die echter om 16 u. 35 terugkomen

De observatiepost (beter : de observatieput), de schuilhut en de telefoon van Bovenhout zijn natuurlijk al lang verdwenen, maar de witte paardenkastanje staat er nog steeds...

Martin Cailliau

Geraadpleegd :

A. Bikar. 12 mai 1940 : un détachement de la 269e division d' infanterie allemande arrive à la Citadelle de Liège. (1979).

A. Bikar. Mai 1940 dans la Position Fortifiée de Liège. 10 mei 1940 : La 253e division d'infanterie allemande, venant d'Aix- la- Chapelle entre dans le secteur du 1er régiment cycliste frontière belge et s' arrête devant les forts d' Aubin- Neufchâteau et de Battice. (197 7-1978).

A. Bikar. Mai 1940 dans La Position Fortifîée de Liège. Le Commandant Oscar d' Ardenne et ses braves ou l' héroïque défense du fort d' Aubin- Neufchâteau (10 au 21 mai 1940). (1978-1979).

W. Melzer, Albert- Kanal und Eben- Emael. (1957).


Bomen, de linde, schutterijen

Wat me vooral interesseert (in de KW 20, nvdr) zijn de bouwresten van het gebouw bij de kastanjebomen.

De boomcultus is zeer zeker de moeite van het bestuderen waard.

Een paar weken geleden kreeg ik een archiefstuk, een processtuk, m.b.t. het vogelschieten in Mheer in 1735. Een van de schutters is onvoorzichtig en legt zijn 'snaphaen' op de grond. Toen is hij afgegaan en heeft de kogel de twee benen van een aanwezige doorboord. De schutter moet zich verantwoorden bij de schepenbank, en daar kunnen we lezen dat 'het slachtoffer' onder de lindeboom staat. Verder staat er dat de vogel op de linde stond!! Verder lezen we dat de linde op of in de buurt van het kerkhof stond.

De schutterij van Mheer heeft nog in het begin van deze eeuw geschoten op deze plek, op 'de lang wey'.Van de schutterij van Gronsveld is bekend dat de vogel werd bevestigd aan een mast op de kerktoren. Zowel in Mheer als in Gronsveld vond het vogelschieten bij de kerk plaats. Opmerkelijk.

De openbare schepenbank-vergaderingen werden vaak rond de linde gehouden, zogenaamde vierschaar (uit literatuur). Het vogelschieten dat bij de linde in Mheer plaatsvond, zou wel eens de nadruk op de importantie van de linde kunnen leggen. De linde als verzamelplaats voor de dorpsgebeurtenissen (symbool voor dorpsgemeenschap?). Verder is de linde tussen Mheer en Banholt berucht (heb ik op de lezing aangehaald). Is het toevallig dat deze oude linde op de grens tussen Mheer en Banholt stond? (rechtspraak?).

Als we kunnen achterhalen welke boom speciaal werd vereerd, kunnen we waarschijnlijk een uitspraak doen over de Germaanse/Keltische stammen die in deze streek leefden. De moeite waard dus.

Het is bekend in Cadier en Keer dat de voogdgedingen (de openbare schepenbankvergaderingen) van de schepenbank onder de linde plaatsvonden. Dit gebeurde daar nog tot aan de Franse tijd. Dit is niet verwonderlijk, want in die tijd waren er geen gebouwen die groot genoeg waren om de hele gemeenschap te ontvangen.

Armand Oprey


Theo Broers en Jean- Pierre Lensen: Mémoire en images - Les Fourons

Ons medelid Theo Broers, in samenwerking met de ijverige stadsarchivaris Jean- Pierre Lensen, secretaris van de Wezeter vereniging met de lange naam, gaven samen een werk uit dat een greep brengt uit de rijke verzameling zichtkaarten en foto's van Theo, aangevuld met waardevolle foto's uit de verzameling Barlet. Uitgave Alan Sutton Brussel, gedrukt in Groot- Britannië. 2000.

Het boek is onderverdeeld in hoofdstukken, die achtereenvolgens gewijd zijn aan: het verschijnsel "grens", aan de wereldoorlogen, aan de afzonderlijke dorpen, aan het kerkelijk leven, aan de kastelen, aan waterlopen en spoorwegen, aan het landelijk leven, aan ambacht en handel, aan het onderwijs, aan de feestelijkheden, aan enkele families.

Ik raad jonge vorsers aan altijd te beginnen met eens in "Broers en Lensen" te kijken vooraleer iets over Voeren te schrijven. Voorbeeld in dit nummer: mijn artikel over de Stuka van Ottegroven. En dat zal niet de laatste keer zijn. Wat niet wil zeggen dat de auteurs steeds kritiekloos te accepteren zijn.

Men kan in het boek een zeker overwicht van het westen van de streek - Moelingen, uiteraard, en 's- Gravenvoeren - vaststellen.

Een werk vol nostalgie, dat voornamelijk slaat op de periode dat wij nog bij Luik waren en enigszins uitweidt betreffende de eerste decennia van onze Vlaamse tijd. De lijst van de verkiezingen eindigt in 1988... Toch roept het werk in de streek enige weerstand op, omdat het past in een bepaald irredentisme.

Jaak Nijssen


Mieke Nyssen.Tekening 215, natuurlijke grootte


Ontginning en wegenbouw in de Middeleeuwen, Thema-avond gebracht door Joep Leerssen, op vrijdagavond 12 januari 2001 in café Quanten in Mheer

De Stichting Heemkunde Mheer is van deze avonden een traditie aan 't maken. De eminente spreker heeft zijn talrijk publiek niet ontgoocheld.

Verschillende leden van onze heemkring waren aanwezig. Voor Voerenaars was het onderwerp heel belangrijk gezien de vele banden met Mheer, nu in het familie- en verenigingsleven, vroeger ook in kerkelijk en bestuurlijk opzicht. Mheer ligt trouwens, zoals Eysden, Mesch, Noorbeek en een deel van Sint-Geertruid en Banholt in het bekken van de Voer (zoals ook de drie Voerens, Warsage en een flink deel van Bombaye). Wat nu volgt is geen verslag, wel een opsomming van wat er op deze avond i.v.m. "onze" Voerdorpen vermeld is.

Om de ouderdom van een nederzetting te kennen gaat men voort op de plaatsnamen. De oudste namen hebben met water te maken: Voeren, Gulpen. De naam Vitsjen komt mogelijk voort uit (terra) fiscalis en zou dan Romeins/vroeg-Frankisch zijn; vgl. met Vetschau bij Aken. Voeren en Gulpen zouden na de Romeinse tijd continu bewoond zijn gebleven.

Na het jaar 1000 zijn Mheer en Noorbeek vanuit het Voerdal gesticht. (Plateau-ontginning vanuit het dal). Hierop wijst de oude kerkelijke indeling waarbij Noorbeek en Mheer geen zelfstandige parochies waren maar van 's-Graven-voeren afhingen (zoals trouwens Slenaken van Sint-Martens-Voeren). Op Ulvend zouden de ontginningen vanuit Noorbeek en vanuit Sint-Marten mekaar geraakt hebben.

Heerbaan en Heerstraat wijzen op "wegen van de heer" en niet op Romeinse wegen.

Vroeger hebben onderwijzers in onze dorpen die namen verkeerd geïnterpreteerd. Zeker konden ze goed vertellen en de kinderen boeien want hun verhalen leven nog altijd onder ons! Een Romeinse heerbaan was een echt bouwwerk en daarvan zijn bij ons nergens sporen gevonden. Er waren vanzelfsprekend wel gewone Romeinse wegen. Rond Voeren komen veel oude wegen samen. De weg Voeren-Gulpen is op zijn minst Frankisch, denkelijk Gallo-Romeins. Was Op den Saele misschien een wachtpost langs deze weg? De weg Terlinden-De Plank-Hagelstein-Kapel was een stuk van de Via Mansuerisca (Maastricht-Trier) waarvan de Romeinse herkomst de laatste tijd betwijfeld wordt. Ook de weg Valkenburg-Dalhem liep door Voeren.

Een bemerking: van het oudste Voeren kennen we met zekerheid de ligging van de Romeinse villa van Steenbos en van Op den Saele; we weten dat het verdrag van Meerssen in Voeren in 878 opnieuw ondertekend werd. Maar waar lag de bewoningskern, in het dorp 's-Gravenvoeren, in het dorp Sint-Martens-Voeren (denk aan het kanunnikenkapittel) of ergens anders in het Groot-Voeren van toen?

Elza Vandenabeele


De negende foto van de Stuka van Ottegroven (Oettegroven)

Deze foto werd ons ter beschikking gesteld door Guillaume Duysens, Moelingen.

Andere gepubliceerde foto's, allemaal verschillend (LV = van links vòòr; LA = van links achter, LM = van links, midden, enz...): Nijssen 1988 (LA), Brouwers 1990 (LV), Galére 1990 (LA), Droeven 1993 (LA), Nijssen 2000 (RV), Broers / Lensen 2000 (LV).

Dat op bijgevoegd beeld een Stuka (Ju- 87) staat, valt al te vermoeden uit de hoek tussen de twee vleugels. Bovendien ligt de afgerukte schroef er precies zoals b.v. op de foto's Nijssen 1988 evenals Broers 2000. En het vliegtuig ligt met de neus in de afrastering, vergelijk met Brouwers, Galère, Droeven, Broers. Ook verdere details kloppen.

Deze 9e foto is getrokken in WZW- richting.

We zouden nu zo graag weten wie er op staat. Op de foto en op het wrak.

Ondertussen vernamen we nog dat de foto's Brouwers en Droeven genomen zijn door ene Schmeck van Grenzwacht- Regiment 46, vermoedelijk op 12 - 13 mei 1940, beslist niet vroeger. - Vraag: hoe kwam die foto dan in privé-bezit in Voeren?

Betreffende deze crash deelt Ron Pütz ons mede: "9./StG 2: 10.05.1940; Ju-87B Stuka Getroffen door afweergeschut van het fort Aubin-Neufchateau en neergestort tussen Schophem en St.- Maartensvoeren. Uffz. Erich (+IJsselstein NL)". Waarvoor onze beste dank. Zijn verdere opmerkingen bij ons artikel in KW 20 zullen we geleidelijk aan verwerken. ­ het toestel zou dus tot de 9e Gruppe behoord hebben, en niet tot de staf, zoals wij hier (hoger) aannemen.

Van J. Dodemont, Ottegroven, vernamen we dat de inzittenden van het toestel op het terrein van het kasteel van Ottegroven zouden begraven zijn geweest. Gaat het hier om een verwisseling?

Robert Brouwers schrijft ons: "Rond diezelfde tijd (10 mei 1940) werd een Stuka in Ottegroeven of Oetegroven afgeschoten. Daar mochten jongetjes van 13 à 14 jaar (de eerste twee dagen althans) ongestraft in kruipen, "piloot spelen" en zelfs "van allerlei dingen eruit draaien" (mij verteld door Marcel Wouters, de facteur en Lambert "Kie" André, allebei inmiddels overleden).

Crashplaats: UTM 31U 697575 5625875 = 5,80074 E 50,74995 N (graad) (GPS voortgaande op persoonlijke herinnering en foto's; fout een paar meter).

Hierbij ook een detail uit de foto Nijssen 1988: De twee tekens vòòr het Luftwaffe- kruis zijn niet in tegenspraak met 'T6", de code van het Sturzkampfgeschwader 2 (St.G 2). Na het kruis lezen we: "LD" of "LR" of "LB" of"LP". Dit kan helpen bij de identificatie van het toestel.

Jaak Nijssen

Verwijzingen:http://village.vossnet.co.uk/t/toles/emblems3.htm" vermeldt het zwart kruis op wit veld bij de cockpit (zie afb. Droeven) als embleem van Stab/St.G 2, maar dan met verwisselde kleuren)

"http://emblems.cjb.net/" (voor "T6")

foto's:

01 Nijssen J., 1988: Vliegtuigen in de oorlog ; in: Voeren Aktueel jg. 06/3, p. 15

02 Brouwers Robert, 1990 : De eerste oorlogsdagen van mei 1940 - 's-Gravenvoeren ; in: Voeren Aktueel, jg. 08, nr. 2, p. 15-19

03 Galère Pierre, 1990 : Lorsque le ciel nous tombait sur la tête - 1940 - 1945 ; in: Coll. 1990 : 1940 - 1945 - La Basse - Meuse dans la guerre p. 95

04 Droeven Nico, 1993 : Un américain à Fourons; in: Foron, Le - , nr. 5, p. 05

05 Nijssen Jaak, 2000 : Afgevallen vliegtuigen in WO2 ; in: Koeënwòòf, D'r- nr. 20, p. 17; 06-07: uit dezelfde reeks.

08 Broers Theo + Lensen Jean-Pierre, 2000: Les Fourons; p. 32


WO2: twee (?) crashplaatsen, twee(?) neergestorte vliegtuigen

Een paar crashes van SMV lijken voldoende geïdentificeerd: de Wellington R1524 van De Plank, 5.8.1941 en de Lancaster W4123 van het Veursbos 20/21.12.1943.

Nog niet vastgesteld is welke vliegtuigen neerstortten in het Plankerveld (SMV) en bij De Waterval - Heiligehuiske (SPV).

1. Plankerveld (SMV)

Galère p. 99 "Le 14 octobre 1943 (?), à La Planck (Ulvend), un Lancaster de la RAF, en mission vers l'Allemagne s'écrase dans un pré à droite à environ 500 m du carrefour. Gérard Dodémont de Ulvend vit l'avion en feu survoler sa maison (kadaster 1916, B 632 h; nvds), lâcher 2 bombes dans une prairie et s'écraser dans la suivante. (Source Gérard Dodémont et Pierre Galère)." - Het vraagteken is van Galère.

Guillaume Nijssen (° 1931) evenals Jef Beuken (° 1928) specificeren me de locatie Plankerveld ("M2") als volgt: iets ten ZW van het "waterreservoir", op een paar tientallen meter ten W van de Rijksweg. Guillaume spreekt eveneens van een paar bommen die daar nog in de grond zitten. Over een datum eveneens geen idee.

Zélf (°1926) heb ik geen herinnering aan deze crashplaats.

UTM 31U 700900 - 5626775 = 5,84830 E - 50,75690 N (graad) (uit lokale getuigenissen volgens topografische kaart B 1/25 000), mogelijke fout van zo'n 10 m in elke richting.

2. Waterval - Heiligehuiske (SPV)

Galère p. 97: "Une nuit de 1943, à Fouron-Saint-Martin, au lieu-dit Waterval, à environ 200 m à gauche de la route, à l'époque dans un verger de pommiers, un Lancaster s' écrasa avec son chargement de bombes, parmi lesquelles une à retardement explosa (Source: Gérard Dodémont et Pierre Galère)."

Mijn broer Guillaume Nijssen bevestigt mij dat hij zich wrakstukken van een geallieerd vliegtuig herinnert iets ten Z van de weg Krutsberg- Heiligehuiske.

Ook Marcel Geelen (° 1920) situeert een crash bij deze weg. Over een datum hebben de zegslieden geen idee.

Zèlf herinner ik me dat er vlak ten Z van genoemde weg een dode in de grond was ingedrukt. Ook dat er een ontploffing is geweest, maar van het wrak herinner ik me niets.

De noordelijke crashplaats, daar waar de ontploffing heeft plaats gehad, heeft in KW 20 de code "L". We geven het de coördinaten UTM 31U 699125 - 5625125 = 5,82228 E - 50,74269 N (graad) (uit lokale getuigenissen volgens topografische kaart B 1/25 000), mogelijke foutmarge 10 m). - De zuidelijke crashplaats krijgt bij deze de code "L1", UTM 31U 699375 - 5625000 = 5,82575 E ­ 50,74148 N (graad) (zelfde bron en foutgrootte).

3. De Halifax LL258

Gordon Stacey, neergestort bij Wittem- Cartiels met de LL243, komt in de vroege morgen van 29 april 1944 aan op De Plank en verklaart op 21 september 1944 (zie kader): "Bij mijn verblijf in SMV vernam ik dat Belgen het wrak gevonden hadden van een andere Halifax die neergestort was op ongeveer hetzelfde tijd en in de buurt van de mijne. Er bevonden zich meerdere lijken in dit vliegtuig, maar door hun gehavende toestand en omdat de Duitse troepen zowat onmiddellijk na de crash aankwamen, was het niet mogelijk om enige identificatie te ondernemen, en evenmin was het mogelijk om vast te stellen hoeveel lijken er in het vliegtuig waren. Een ongeopende parachute, nr. 130, werd naast het wrak gevonden; een kwart mile (400 m) verder werden een geopende parachute en een navigators- logboek gevonden. Op de map stond de naam van vluchtofficier A. E. Young. F/O Young was de navigator van een andere bemanning uit mijn squadron dat deelnam aan het manoeuvre. Ik meen dat deze piloot Vigor heet (rang onbekend). Ik weet niets over de rest van deze crew. Duitse troepen kwamen kort na de crash toe, trokken de wacht op, en verwijderden de lichamen."(Zie originele tekst bij artikel Roemans)

Uit Chorley, p. 201, weten we dat Vigor de piloot was van de Halifax Mk V, LL258, WL-W van het 434 Squadron, opgestegen van Croft om 23u 15, (Engelse tijd), met bestemming Montzen. Deze auteur laat het toestel neerkomen bij de Nederlands- Belgische grens, "possibly in the vicinity of Nurop and Teuven (Liege) some 8 km N of Aubel.

Hij geeft als bemanning:

WO2 E. A. Vigor RCAF

Sgt A. B. Randall

F/O A. E. Young RCAF

F/O W. R. Ellwood RCAF

Sgt H. A. A. Breeze RCAF

Sgt D. A. Pastorius RCAF

Sgt C. H. Havill RCAF

(RCAF: Royal Canadian Air Force)

Ze liggen begraven in Heverlee

Deze specificatie van de crashplaats hoeft niet als onafhankelijke bron te worden gezien: de auteur kan de verklaring van Stacey gekend hebben, maar dan in een uitvoeriger versie, die eventueel "Nurop / Teuven" en /of de nabijheid van de grens vermeldde.

Hinchcliffe: "It seems certain that Schnauffer's two victims were in fact both Halifaxes, LL258 of No. 434 Squadron, which crashed north of Aubel, and MZ588 of No. 432 Squadron, which came down at Verviers", 434 Squadron behoorde tot de 6 (Canadian) Group.

Cox: "Dit was de zestigste overwinning van de Duitse nachtjacht-aas Heinz Wolfgang Schnaufer. Deze beëindigde de oorlog als Nachtjagd-topscorer met 121 overwinningen.

Pütz www laat de LL258 neerkomen bij De Plank- Veurs

4. De Lancaster ND328

Govaerts: Op 24-25 April 1944 stort de ND328 van het No. 100 Sqn, met P/O Armon, neer te St.- Martens- Voeren

Pütz www: 101 Lancaster Mk III van 100 Sqn, ND328, 's- Gravenvoeren - Schoppem

Chorley: Deze Lancaster was opgestegen van op Grimsby om 22 u 16 voor een bombardement op Karlsruhe.

Ook hier sneuvelde de volledige bemanning, bestaande uit vier Britten, twee Canadezen en een Australiër.

P/O A. J. T. Armon

Sgt D. B. Cox

F/O R. F. Weedon

Sgt G. R. Boxall RCAF

Sgt D. Jones

Sgt L. D. Bowden RCAF

F/S J. M. Robertson RAAF

Zij werden door de Luftwaffe begraven in St.- Truiden op 27 april en later overgebracht naar Heverlee.

Cox: "neergeschoten door Oberleutnant Baake (3./NJG1) die zijn overwinning claimde bij Sint-Martens-Voeren".

Later vindt Erik Linder in het Vrouwebos een stuk met kenteken ND328. (KW 20: "L2" en foto).

5. Discussie rond "Plankerveld = Halifax LL258"

Pitti p. 2-122 : 28 April 1944 Het was 1,15 uur (Nederl. / Duitse tijd, nvds) toen de eerste vliegtuigen uit het westen kwamen om naar Duitsch gebied te vliegen en spoedig ontwikkelden zich een aantal luchtgevechten om ons heen of er een luchtslag aan den gang was In het oosten rechts van Aken hangen vele licht kogels die daar de hele omgeving als bij dag verlichten; nader vernemen wij nog dat " aan De Plank ook nog een vliegtuig is gevallen ". Vanuit Nederland gezien kan men dat "aan De Plank" verstaan, als "net vòòr- ten N van De Plank".

Deze passage verbindt Plankerveld met de datum 28 april 1944.

Stacey 's getuigenis specificeert de crashplaats absoluut niet, maar het zal toch wel niet te ver af geweest zijn van "Plankerheim" (woonplaats van de familie Roemans). Men heeft kennelijk aan Stacey die map getoond: wie zou het hem anders zo precies hebben kunnen beschrijven?

o' Kelly p. 180: "1944 - dimanche 30 avril En ces jours d'aviation, 5 bombardiers tombèrent dans le pays: ...A Fouron, un des avions en feu passa au- dessus du couvent (van SGV, waar o' Kelly veel verbleef) , inspirant grande crainte, et est tombé à Veurst (sic) (Saint- Martin)?" (vraagteken van o' Kelly). - Van SGV uit gezien liggen Veurs en De Plank niet zòver uit elkaar...

Als we de crashplaats Plankerveld verbinden met de Halifax LL258 vallen veel stukken van een puzzel op hun plaats... En dan hoort deze crash bij het grote bombardement op Montzen in de eerste uren van 28 april 1944, dat Galère uitvoerig bespreekt. Aan deze raid namen 136 bommenwerpers deel, 15 Halifaxen gingen verloren (= 11 %), met samen 74 doden. (Hinchcliffe, Chorley).

Tenzij we ons ergens vergissen.

6. Discussie rond "Waterval = Lancaster ND328"

Pitti p. 2 121 "Maandag op Dinsdag 24 op 25 april 1944 In zuidoostelijke richting doet zich plotseling een luchtgevecht voor en een vliegtuig valt brandend neer bij Fouron St.- Martin"

Meer details over de plaats geeft de auteur niet. Het ontploffen van een bom nà de crash klopt met de herinneringen die de lokale getuigen hebben omtrent de crashplaats Waterval. Deze bron geeft zelfs het juiste uur daarvan.

Deze uitspraak van Pitti spreekt ervoor, dat de crash van De Waterval op 25 april 1944 plaatsvond.

Maar Ik was toen intern in het College van Tongeren. Op dinsdag 25 april 1944 behoorde ik dus op school te zijn;het was géén paasvakantie ­ Pasen was op 9 april geweest. Hoe kan ik dan het dode lichaam hebben zien liggen?

7. Besluit

We zijn dus geneigd de crashplaats van het Plankerveld te koppelen aan de Halifax LL258, 28 april 1944 en die van de Waterval - Heiligehuiske aan de Lancaster ND328, 25 april 1944.

Als we ons vergissen, wie is dan wanneer op die plaatsen gevallen, en anderzijds waar zijn dan de twee bedoelde toestellen wèl neergekomen? In het ergste geval krijgen we dan vier crashplaatsen en vier verloren vliegtuigen...

Zowel voor De Waterval als voor het Plankerveld verschillen de datums van Pitti met die van Galère.

Er liggen maar vier dagen tussen de gebeurtenissen van de Lancaster en van de Halifax. Roept dat misschien bij iemand herinneringen op.

Ook collega "Le Foron" nr. 1 van 2001, p. 30, vraagt naar inlichtingen omtrent deze crashes.

Het probleem eens scherp stellen zal misschien bijdragen tot het oplossen erven.

We moeten uiterst voorzichtig zijn: de nabestaanden van de gesneuvelden hechten meestal groot emotioneel belang aan de plaats van het gebeuren, en het zou spijtig zijn als tenslotte mocht blijken dat de plaats van hun piëteit onjuist opgegeven was.

Jaak Nijssen

Cox: Cox, Luc: persoonlijke correspondentie. Ik dank Luc Cox tevens voor de aansporing en de vele hulp bij dit werk.

Hinchcliffe: Hinchcliffe, Peter 1999: Schnaufer, ace of diamonds, uitgeverij Tempus, ISBN 0 7524 1690 1, p. 173.

Chorley: Chorley 1994 Royal Air Force Bomber Command Losses of the Second World War Vol 5: 1944.

Galère: Galère Pierre, 1990 : Lorsque le ciel nous tombait sur la tête - 1940 - 1945; in: Coll. 1990 : 1940 - 1945 - La Basse - Meuse dans la guerre

Govaerts: http://gallery.uunet.be/wim.govaerts/index.html "Avro Lancaster Losses 1944"

Pütz duel: Pütz, Ron 1994: "Duel in de wolken - de luchtoorlog in de gevarendriehoek Roermond- Luik- Aken"

Pütz www: http://fly.to/yankee44 "Folded Wings", stand 2001-01-23

Pitti: uitvoerige uittreksels komen in ons volgend nummer


 

GEZÄÖMERS

Afkortingen RB = Robert Brouwers; JB = Jos Buysen; MC = Martin Cailliau; EL = Emiel Lemmens; HM = Hans Maurer; JN = Jaak Nijssen; AO = Armand Oprey; RP = Rik Palmans; EV = Elza Vandenabeele. - WED: Weynen Etymologisch Dialectwoordenboek. Mra = Maastricht, Rijksarchief, LVO = Land van Overmaas (eventueel oude nummering)

WÄÖED

(de zegsman, kl 1 = klemtoon op de eerste lettergreep, enz. - SL = sleeptoon, ST = stoottoon)

gebikde

(JN, kl 1, SL). - WED: niet onder "gebi-", "gebe-". Ik heb in mijn jonge jaren horen spreken van "de gebikde". Ik meen dat dit was: het geheel van wat in een keer gebakken werd, een baksel. Vgl. Verzamelbegrippen: ge-sprek, oon-ge-siefers (Ungeziefer = ongedierte), ge-loop, ge-zanik.


kamaow

(JN, kl 2, SL) - WED niet onder "ka- " = fut. "E haat gènge kamaow ee"

kabaenes

(JN, kl 2, ST) - WED niet onder "ka- " = groot exemplaar, misschien eerder van levende wezens, b.v. een extra zware stier.

kastaar

(JN, kl 2, ST) - WED niet onder "ka- " = groot exemplaar, levend of niet: en stier, een tractor ...

vgl"kapjezze" (kl 2), in artikel Machiels.

lepsje

(JN, SL) - WED niet onder "lep-, lip-" = al likkend drinken. Doet de kat.

hensjes, hennekes, hensjere, hennekere

(JN, ST), dimin. van "haand", de laatste drie eerder kindertaal. Hetzelfde voor sjeunsjes, neskes,enz?

toponiemen

Óndert

(Noorbeek, bij Schilberg) = "oenrot" 1532 Mra LVO 3464 fo 030 - Gids Veldnamen Noorbeek 1996: 111 - "I g'n Oonder".

Noërber(i)g

(JN, kl 1,korte klank, SL) In mijn jonge tijd gehoord voor: Noorbeek vergelijk: Hòkkelber(i)g = Hokkelbach (Hendrik- Kapelle)(JN, kl 1, SL). Ook uit mijn jonge tijd.

Dieppelder, Welkete, Rimmelste, Melgeraote, Vòsselder, Hagelster

Metathesis (zie hoger) van "r" en "d": Dieppelder (bij Beusdaal, uitspraak gehoord in Teuven) = Diependal.Wel(le)kete(r) (kl 1)= Welkenraad,

Rimmelste(r) = Remersdaal.

Aansluitend, maar ten onrechte: Mel(le)geraote = Margraten.

Zo zouden ook kunnen ontstaan zijn:

Rizzelder (Veurs) = *rezerdèl, vgl. Resenberch onder St.- Geertruid / Gronsveld (MRA, ach. Geloes nr. 423, uit 1591) en Risjbr'g (Remersdaal)

Vòsselder (bij Katteròt) zou dan *vosserdèl, zijn, uit een persoonsnaam "Vos", Hagelster =*hagersdèl met de woonkern op de hoogte genoemd naar een der aldaar beginnende droge dalen. - Vergelijk Boileau

JN

Bèjje

Rik Palmans signaleert ons een bericht dat hij kreeg van Denis Dujardin:

Een klein linguïstisch detail. Ik ben namelijk al jaren geïnteresseerd in dat deel van Vlaanderen dat door de Franse staat al jaren linguïstisch tot verplichte uitdoving is genoopt, met name Frans- Vlaanderen. Als West- Vlaming hoor ik het dialect van aldaar vaak spreken ( - en heb er de laatste jaren ook erg veel over gelezen-). Nu, wat mij opviel is, dat in Voeren "bijen" ook als "wachten" wordt gebruikt. Ik hoorde onlangs iemand uit Herzele (Fr- Vl) zeggen: "k' goan a lietje bijen" wat betekent: "ik ga een beetje wachten". Zoals vaker in het Nederlands taalgebied raken de extremen elkaar, daar waar de archaïsmen blijkbaar bovenkomen.

RP

Zie ook verder: spelling.

reaksie: ramaent

Rament mag je zien als het zelfstandig naamwoord bij het werkwoord ramenten (van Dale), dat lawaai maken betekent en een nevenvorm is van rementen. Rementen komt uit de verbinding 'het of een re(gi)ment stellen' dat opspelen, lawaai maken, een schrobbering geven betekent.

Middelnl. regiment, regement, reyment.

Prof. dr. G. Geerts (et al.), Groot woordenboek der Nederlandse taal,

dertiende uitgave, 1999,

Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

Dr. P. van Veen (et al.), Etymologisch woordenboek, 1994,

Van Dale, Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

JB

ramaent is gebruikt in een gedicht van Charlotte Noteboom, KW 3 p. 42.

roofdieren

Steenmarter (witte vlek onderkant) = (noemen wij in 't Voerendersj) fwing (Fr. fouine); bunzing (donkerder en iets groter ook) = "veurder"; wezel = wessel of wieëzel.

RB

Spelling

Eijsden

In Eijsdens Verleden nr. 11 (1980) wordt een spelling van het Eijsdens voorgesteld.

Ze komt bijna geheel overeen met wat wij meestal gebruiken, en met de Veldeke-spelling.

Wèl wordt er geen onderscheid gemaakt tussen gesloten en half open eu, wat wèl gedaan wordt voor o en e: loor / bòòm; reem/Joenkhèèt . Maar zou men in Eijsden werkelijk "kot, dom, bom" zeggen, waar wij kòt; dòm, bòm" zegge.

Wij zeggen "gùt, pùt, brùk", waar zij schrijven "bruk, put, bruk", wat met de korte klank van "reube, sjteul" overeenkomt.

JN

's- Gravenvoeren

Het verschil tussen:

baiye = bidden

bejye = wachten

beye = bieden

bieye = in sodawater weken

biejye = bijen

RB

Is het bidden van de torenvalk soms wachten op een prooi?

HM

douanehuisje

Margriet Frijns toont op een foto in MilieuGroep Voeren Aktueel nr. 42 van april 2001 p. 264 de resten van een mogelijk wachthuisje van de Belgische douane in het bos tussen Gieveld en Zinnich. In ons volgend nummer publiceren we een uitgebreider verslag van haar hand.

(Red)

monumenten in het Rodebos

MilieuGroep Voeren Aktueel nr. 42 van april 2001 herinnert - met vier foto's - aan de verkenning die we samen met de milieugroep op 14 oktober 2000 maakten doorheen het Rodebos. We herhalen deze verkenning van natuur en monumenten in het bos op zondag 22 april 2001. Bijeenkomst om 14 u aan het gehucht Konenbos.

(Red)

gelukwensen Martin en Irène

Onze medewerker en productieve auteur Martin Cailliau en zijn echtgenote Irène Levaux vierden op vrijdag 29 september 2000 de 40 jaar van hun huwelijk. Daarbij hernamen ze een aloude Voerense traditie: er werd bij het uitgaan van de kerkdienst op de Plei stro verbrand. Dit gebruik bij een huwelijk werd voor het laatst gesignaleerd in 's- Gravenvoeren in 1959. Vgl. KW 11 p. 9. Op hun uitnodiging stond - in kleur- een afbeelding van de die zijn naam draagt: Ophrys x cailliauana. Ze werd voor het eerst ontdekt in 1989 op Cyprus door de orchideoloog Pierre Delforge, die ze officieel beschreef (o.a. in het Latijn) in het tijdschrift Les Naturalistes Belges. Als verklaring voor de naamgeving schreef hij: plante dédiée à M. Martin Cailliau, qui m' a fréquemment fait bénéficier des ressources de sa riche documentation.

Martin is de oprichter (in 1988) van de S.E.M.O.- Studiegroep Europese en Mediterrane Orchideeën Vlaanderen, die geregeld bijeenkomt in de Nationale Plantentuin in Meise.

(Red)

tram

F. H. M. Roebroeks stuurt ons een kopie "Een stoomtramweg door Sint- Geertruid" uit het boek "1913- 1988 75 jaar RABO- bank St Geertruid", p. 88-92

"In 1912 ontstond het plan een stoomtramweg van Cadier en Keer naar de Belgische grens in de richting van 's- Gravenvoeren aan te leggen. ... Bij 's- Gravenvoeren zou de lijn ... worden gekoppeld aan de bestaande stoomtramlijn naar Luik."

We geven hier een uittreksel uit de daarbij gevoegde kaart. De zwarte lijn rechts op de kaart, rechts van "Geelkens Grub" is het tracé. Het houdt op bij de grens.

Hoe men van Libeek door het grebbengebied heen naar de St.- Annakapel in Voeren moest komen, roept vraagtekens op.

Franck WO1

The monument of Moelingen was discussed in detail at our workshop of March. We hope to publish some further results soon.

In ons nummer 20 publiceerden we p. 25 een overdruk van een prentje betreffende het kruis in Moelingen. Op de andere kant daarvan staat, naast een paar godsvruchtige teksten: "Imprimatur, TILLIEUX Vic. Gen. Leodii 7-5-46". Vollledigheidshalve.

Günter Schalich schijft ons

"Zu den Nummern 18 und 20 Ihrer Heimatzeitung hätte ich betreffs des Schicksals der Familie Franck im August 1914 noch einige Anmerkungen zu machen.

1. Mir fiel auf, daß das Buch von Lyr "Nos Héros" auch in flämisch erschienen ist und bei einigen Dingen einen anderen Text hat. Ferner gibt es mehrere Auflagen dieser Bücher. Meine Fassung in französisch ist recht früh (1920), aber ich habe auch die Totenlisten einer später erschienenen flämischen Ausgebe, und da gibt zumindest bei den gefallenen Soldaten mehr Namen, auch bei den Offizieren.

2. Außerdem fiel mir bei vielen Quellen betreffs der getöteten Zivilisten in der Provinz Lüttich auf, daß nicht wenige Namen in bis zu vierfach unterschiedlicher Orthographie erschienen (z,B . Kerff, Kerft aus Teuven).

3. Ebenso erscheinen einzelne Tote manchmal auf zwei Gemeindelisten. Grund ist u.a. daß sie Einwohner einer gewissen Gemeinde waren, aber auf dem Gebiet einer anderen erschossen oder gehenkt wurden.

4. Zudem sind einzelne Verschwundene zu nennen, deren Körper nie oder erst nach 1918 gefunden wurde (sic).

All diese Fehlerquellen könnten auch die Ursache dafür sein, daß sich bei der Familie Franck Fragen über den Verbleib der einen oder anderen Person ergeben."

Onze correspondent wijst er op dat er verschillen bestaan tussen de verschillende uitgaven van eenzelfde lijst van doden, en dat dat mede oorzaak kan zijn van het probleem Franck.

Op het monument van Warsage staan drie namen FRANCK.

(Red)


REAKSIES

Altenbroek, bouwresten

Dirk Pauwels, archeoloog van het Instituut voor het Archeologisch Patrimonium, buitendienst Tongeren van het ProvinciaaI Gallo- Romeins Museum Tongeren stuurde ons opmerkingen op onze artikels over Altenbroek. Deze is op 12 mei de gevonden bouwresten komen bekijken.

Pauwels wijst er op dat de afmetingen (4 x 4,5 ) van het fundament ook als vierkant kan beschouwd worden, waarbij een gerichtheid wegvalt, en derhalve een "gerichtheid op het oosten" en een eventueel argument pro religieuze functie.

Onze argumentatie "bij kapel hoort kruis" was niet onderbouwd (andere kapellen met kruis in de buurt). Bovendien opperen we enkel de veronderstelling dat de sokkel een kruis droeg. we voeren inderdaad geen bewijs aan. Ook alweer geen duidelijk argument pro religieuze functie.

Ons argument dat het gebouwtje van vòòr 1750 is, is zwak : het steunt op ons summier onderzoek van de bakstenen en op (soms niet zeer duidelijk) kaartmateriaal.

JN

dogkar, sjees, tonneau, tilbury...

Als reactie op Uw verzoek in de "Koeënwòòf" nr. 20 om gegevens stuur 1k U gegevens en kopieën betreffende het voertuig genoemd dogcart.

1. In de Zoek-licht encyclopedie staat de volgende omschrijving "Dogcart, rijtuig op twee wielen, aldus genaamd, omdat de jachthonden er gemakkelijk in meegenomen worden". De afbeelding die hierbij wordt gegeven is dezelfde als bij H.B. Vos op bladzijde 70.

2. H. W. A. Lemmerling schrijft op bladzijde 38 in deel 4 van zijn tiendelige werk "Oet vreuger jaore": "Met de melkwagen en met de dogkar werd de melk naar de stad vervoerd". Op bladzijde 40 staat een foto ervan afgedrukt.

3. Uit Drs. H. B. Vos: "Rijtuigen" uit 1961 zijn kopieën bijgevoegd.

Zoals U ziet verschillende beschrijvingen. Misschien zijn het plaatselijke varianten. Best een studie waard

Hub Lipsch

In verband met het stukje Wat is een "dokkaar" ? in D'r Koeënwòòf 20 (2000/1) : wie meer wil weten over tweewielige, door één paard getrokken rijtuigjes, vroeger in onze streken gebruikt, raadplege aflevering I.13 (1999) van het Woordenboek van de Limburgse Dialecten. Men kan er veel bijzonderheden leren over de dogkar, sjees, tonneau, tilbury en dokterskar. En ook over de iets grotere vierwielige rijtuigen : landauer, janplezier, brik barouche, victoria enz. Van elk van die voertuigen is ook een duidelijke tekening afgebeeld.

MC

Bij de reacties van Hub Lipsch en Martin Cailliau zijn meerdere afbeeldingen gevoegd. We houden die in reserve, en vissen eerst naar lokale ervaringen die niet door de literatuur beïnvloed zijn

(Red)

Jef Beuken en Mariette Roemans herinneren zich dat Moonen op De Plank (nu "het Boerenhof") een sjees had. die was sjieker dan een dokkaar, met meer afgeronde vormgeving.

JN

crash Moelingen Schans

Er worden vragen gesteld over een eventuele vliegtuig-crash aan De Schans, in WO2 ( KW 20 p. 17, "A2"). We komen er in volgend nummer uitvoeriger op terug.

(Red)

crash Mesch

(d'r Koeënwòòf nr. 20) zie "1940-1945 La Basse Meuse", blz. 104.: Op 8 mei 1945, een B26: "un B 26 "Maraudeur" de l' U.S.A.A.F. s' écrase à Mesch et l' équipage est carbonisé. Il y eut des victimes parmi les habitants."

RB

crash Oost

In de loop van de eerste oorlogsdagen stonden twee jongetjes van 13 jaar (Bair Schuyren en Pierre Nelissen uit Mesch) te kijken naar een neergehaald jachtvliegtuig.

Terwijl verschillende Duitse soldaten zich over de dode piloot ontfermden, wrikten de knapen er de zwaar gehavende mitrailleuse uit en fietsten (samen op zo'n Hollandse damesfiets) ermee naar huis.

Nog voor hun aankomst in Mesch had Bairke al 'n flinke oorveeg van een oom gekregen. Daar bovenop kreeg hij thuis nog een rammeling van z'n vader. Mij verteld door Jean Nelissen, 'n broer van Pierre en door Bair Schuyren zelf die nu in Eijsden woont (Schuyren- Geurten).

RB

B. Schuyren preciseert dat het om een Engels vliegtuig ging. Ron Pütz (www); op 12 mei 1944 valt bij Oost- Maarland de Hurricane Mk I, L-1964, van het No. 87 squadron. Het betreft onze crashplaats "A" in KW 20 p. 16, maar wij gaven die bij een crashsplaats "A4", die wegvalt. Wat wij daar geven onder "A" vervalt.

Merken we meteen op dat onze crashplaats "A3" op de kaart verplaatst moet worden naar de weg Herkenrade- Mheer, bij de wegkruising vlak onder de "r" van Herkenrade. (Aanwijzing van Jef Wetsels). Pütz nr. 114

Bij de crashplaats "B" (Mesch): onze datum "kort na 12 sept. 1944" was ingegeven door het einde van de oorlog bij ons. De juiste datum is echter 8 mei 1945, het einde van de oorlog in zijn geheel( Pütz nr. 210).

We moeten ook een crashplaats "C2" invoeren, vlak ten ZW van Mheer (Pütz nr. 211).

(Red)

de crash in de Moolt SGV

Jef Geelen: Het Duitse vliegtuig dat in de Tweede wereldoorlog I gen Moold neerkwam, had twee motoren; de twee Duitsers die erin zaten, waren maar licht gekwetst; Een ervan had zijn gezicht vol aarde; het moet lente of zomer geweest zijn, vermoedelijk 1943.

Laurent Lhomme: Ik ben met een jongen (mijn speelkameraad) gaan zien naar dat Duitse vliegtuig. Het is tijdens een soort noodlanding neergekomen want er waren verscheidene weide-afsluitngen ("baje") kapot en sporen van het schuiven van het vliegtuig op de grond. Het vliegtuig heeft er maar enkele dagen gelegen want het werd rap weggehaald. Ik denk ook dat het een tweemotorig vliegtuig was. Ik geloof ook dat het 1943 was.

MC

Galère geeft een crash op deze plaats in 1941 - met een vraagteken (zie KW 20 p. 18, crashplaats "C"); Pütz www geeft voor 's- Gravenvoeren op 10 augustus 1943 een Dornier Do 217N van het 4/Nachtjägergeschwader 1.

JN

Werkwinkel

Op 11 september 2000 bezochten we tijdens onze maandagavond- bijeenkomst een sfeervolle uitstalling rond het nieuwe schooljaar, dit in de inkomsthal van het Rusthuis in Voeren. Hier worden de seizoenen en feesten voor de bewoners tastbaar gemaakt. In de afdelingen zijn er dan kleine hernemingen.

Veel van het tentoongestelde was de ouderen onder ons welbekend: een oude lessenaar, oude schriften (De Zaaier- Le Semeur), een groot telbord. Er lag veel oude muziek, ook muzikale opvoeringen (in het Frans vooral, enkele in het Engels en in het Duits). En "gekalligrafeerde" schriften over geschiedenis, beroemdheden... Het meeste schoolmateriaal was afkomstig uit de school van Ans, ook een Ursulinenschool. Maar een paar keer vonden we de vermelding "Fouron". Er lagen ook enkele meer persoonlijke geschriften over het klooster van 's- Gravenvoeren.

EV

VRAOGE

Wie weet wat voor een voorwerp dit is