update: 2000 okt 05

D'r Koeënwòòf nr 20 (2000/1)

 naar Koeënwòòf 21

 terug naar / back to
D'r Koeënwòòf


Inhoud

(Red) - Onze jaarvergadering 2

(Red) - Tentoonstelling Grootmoeders Keukengerei 2

Jaak Nijssen - Fred de Warrimont, voorzitter 1997 - 2000 3

Günter Schalich - Beschuß der Übergangsbrücke bei Elven, August 1914 4

(Fridy Maurer - Excursie Hopplantage van Reijmerstok 5

Jaak Nijssen - Bezoek aan de oude tramlijn bij Gulpen 5

(Red) - Bouwresten gevonden bij Altenbroek 6

Jaak Nijssen - Bakstenen op Broek ('s-Gravenvoeren) 6

Fred de Warrimont Archeologische onzekerheden en kadastrale zekerheden 7

Altenbroek Afb. 2. Situatie-kaarten. Schaal: 1 / 10 000.

Altenbroek - Afb. 3 Detail-kaarten.

Jean-Marie Ernon - Kerkgang / Offergang 12

Martin Cailliau - Wat is een "dokkaar" ? 13

Jaak Nijssen - Grenzen in het bos 14

Jaak Nijssen - Afgevallen vliegtuigen in WO2 - 16

 

De volgende woorden kan men opvragen bij middel van "find"

 

GEZÄÖMERS 22:

wäöed: makej, zèùp, klipkòw, kliettsjè, bagere, tapessere, apraense, ramaent, woppe, allegasje, tapere, virgel, sjow

millenniumconcert , open tuinenroute, dag van de kers, regiolekten, workshop en andere activiteiten 23: werkwinkel, stichting Heemkunde Mheer, prehistorische vuursteenmijn, bezoek aan veehouderij Jean Geelen, Rulen, SPV, monumentendag, Voerendag, stichting Heemkunde Mheer - Uitnodiging

REAKSIES 25: storende fout, oorlogsgedenkteken Moelingen (Franck), vlaai, de P.F.5 in Vitsjen in 1939/1940, Nederlandse tijd, zomer- en wintertijd, en nòg de kermis van 's-Gravenvoeren, rikke bakke

AANTWÄÖED 27: grenswacht-huisje

VRAOGE 27: kastanjebomen, WO 2, dialecticiteit en culturele identiteit , dokkaar, vliegtuigen WO 2

 

======

Onze jaarvergadering

 

We hielden onze Statutaire Algemene Ledenvergadering in het Cultureel Centrum van Moelingen op vrijdag 24 maart 2000.

 

Na de gewone goedkeuring van de bestuursstukken werden de nodige verkiezingen voor de functies gehouden. Het resultaat hiervan vindt u in ons impressum op de 2e omslagzijde.

 

Aansluitend ontving Theo Broers ons. Hij gaf uitvoerige uitleg bij het gedeelte van zijn verzamelingen, waar we binnen het korte tijdsbestek mee konden kennis maken. De nadruk lag op het landbouwgerief, groot en klein.

 

(Red)

=======

Tentoonstelling Grootmoeders Keukengerei

 

Vrijdag 1 september 2000 opende deze "glimlach van herkenning naar de keuken van 1900 - 2000".

 

Gebruiksvoorwerpen uit de collectie van Fridy Maurer. Bij het binnenkomen treft de sfeer waarin deze biezonder rijke collectie gepresenteerd wordt.

 

We herkennen onszelf in de tentoonstelling: Veel van het tentoongestelde hebben we gekend, of gebruiken we nu nog.

 

Bij de opening sprak directeur Jef Elsen het welkomswoord. Jaak Collen, vakman gastonomie, bracht een historiek van de keuken - ruimte en functie - in de betreffende periode. Fridy Maurer schetste ontstaan en ontwikkeling van haar collectie. De voorzitter van onze Kring, ondergetekende, mocht dan het lint doorknippen, wat meteen ingevuld werd door een demonstratie feestelijk "vlaam sjniejje"

 

Op te merken: onze secretaris Fridy is de initiatiefneemster van een prachtige video die door Mediastudio - VCCV onder de leiding van Jef Elsen speciaal voor deze tentoonstelling gerealiseerd werd. Drie andere medeleden geven uitleg bij de onderdelen: Tiny Dodemont-Peerboom bij het wafeltjes bakken, Theo Broers bij het boter maken en Jaak Nijssen bij de kaasbereiding. Fridy toont de meeste van deze activiteiten zelf, evenals "inmaken". Er gaat blijkbaar iets uit van onze Kring! Marc van Reusel toont "brood bakken"..

 

Waar? Cultureel Centrum Moelingen, Kerkplein - lokaal: ' Klim-Opke

Wanneer? van 2 september tot en met 1 oktober 2000, weekend van 10 - 18 uur, maandag tot/met vrijdag op afspraak

Toegang: gratis

Inlichtingen: VCC-Voeren, Tel. (0032) (O) 43 81 08 80, Fax (0032) (0) 43 81 11 78. e-mail: vcc.voeren@skynet.be

 

(Red)

======

 

Fred de Warrimont, voorzitter 1997 - 2000

 

Bij de jaarvergadering van 24 april 2000 liep het voorzitterschap van Fred de Warrimont af. Fred is iets langer dan de gewone 2 jaar in dienst gebleven door de structuurwissel in onze Kring: in 1999 namen we statuten aan.

 

Fred heeft de schade moeten opvangen die we geleden hebben omdat we veel energie gestoken hebben in het opstellen van onze statuten. Zoiets werkt altijd nadelig. En werpt pas later vruchten af. Trouwens, Fred was een van de getrouwen die de statuten uitgewerkt hebben. Samen met zijn voorganger, Luu Lieben, met ondergetekende en de secretaris, Fridy Maurer-Bellink. In dat verband hebben we de zakelijke aanpak van Fred leren kennen.

 

Hij is het voorzitterschap van onze Kring ook blijven uitoefenen toen hij conservator van het natuurgebied Altenbroek is geworden. Wat onze Kring meteen tot eer strekt.

 

We hebben Fred vooral leren waarderen om zijn breed zicht op de literatuur en op onze contacten naar buiten uit. Hij wees er ons voortdurend op dat we onze plaats moeten innemen in "hogere" organisaties, provinciale, gewestelijke, landelijke. En anderzijds hecht hij veel waarde aan de harmonische verhoudingen onder de leden zelf. En hoe dikwijls heeft hij ons gebruik van de Nederlandse taal secuur bekeken ... en verbeterd!

 

Daarom vergeven we hem dat hij soms in de knoei komt met zijn agenda.

 

Fred, uw opvolger kan nu de vruchten van uw werk plukken.

 

Dank u, mede namens de Kring en de velen, die met de inzet van onze Kring hun voordeel doen.

 

Jaak Nijssen

====

 

Beschuß der Übergangsbrücke bei Elven, August 1914

 

Von Herrn Nijssen wurde mir die Frage gestellt, wie im August 1914, Fort Pontisse die Übergangsbrücke von Elven (Navagne) beschiessen konnte, ohne das kaum einige Meter enfernte neutrale holländische Gebiet zu treffen.

 

Dies hat mich ins Schwitzen gebracht. Ich beschäftige mich nun schon 30 Jahre mit den Forts von Lüttich, und wenn ich heute etwas darüber schreibe, so habe ich einen guten Teil des Wissens in meinem Kopf, kann dann aber nicht immer die Quellen nennen, aus denen ich ein Detail entnommen habe. - Ich habe ordentlich suchen müssen, um wenigstens zwei Quellen zu finden, aber sinnigerweise war keine deutsche darunter (es ist immer am besten, wenn etwas von zwei Seiten abgesichert ist, was aber, wie Sie sicher wissen, oft nicht gegeben ist).

 

Capitaine Speesen selbst weist in einem Artikel im B.B.S.M., T.I / fasc. 1, 1933, Seite 31, darauf hin: "L' ouvrage (d.h.: das Fort) est entré en action avec succès contre les moyens de passage sur ponts de bateaux que l' ennemi essayait d' établir au pont de Visé démoli, et entre celui-ci et la frontière hollandaise, à Lixhe. (betr.: 4.8.14)

 

Laurent Lombard erwähnt einen solchen Versuch in "Face à l' Invasion" ebenfalls, spricht aber neben Lixhe von einem Versuch nördlich der Brücke Visé, und zwar in Höhe der Insel, die damals Ile Quaden genannt wurde. Ich selbst glaube aber nicht daran, weil hier offenbar einiges mit späteren Anlagen wie dem dammartigen Abschluß während des Bahnbaus verwechselt wurde. - Aber man weiß das nicht genau.

 

Ich denke, die Deutschen haben im Schutz der zerstörten Brücke einen Versuch gemacht, diesen aber wegen des Feuers von Pontisse und vor allem wegen noch nicht angekommenen eigenen und vorgefundenen, aber zerstörten Übersetzmitteln aufgegeben (letzteres wird auch immer wieder in den Regimentsgeschichten bemängelt), um später einen neuen Versuch bei Lixhe unmittelbar an der Grenze zu machen (am deutscherseits oft genannten Schlößchen Navagne, das bald in Flammen aufging).

 

Auch gegen die Furt von Lixhe lag das Feuer von Pontisse zuerst gut, obwohl die Höchstreichweite der Geschütze gefordert war. Als die geschützte Telefonleitung zwischen Fort und belg. Infanterie auf dem Westufer aber nicht mehr bestand, war dies nicht mehr der Fall.

 

Der Erbauer der Forts von Lüttich, Brialmont, hatte übrigens schon vor dem Baubeginn ein Sperrfort bei Lixhe gefordert und soll nach dessen Ablehnung durch die belg. Regierung geäußert haben, man werde noch Tränen des Blutes weinen, daß dieses Fort nie gebaut worden ist.

 

5. 3. 2000.

Günter Schalich

====

Bij de vele literatuur die over WO 2 bestaat, ook onze streek betreffend, blijven toch nog vele vragen open. Een daarvan is of er heel in het begin een noodbrug heeft bestaan ten N van Wezet (Visé), maar zuidelijker dan de bekende pontonbrug van De Schans. Er blijft ook de vraag hoe fort Pontisse Duitse doelwitten bij De Schans kon beschieten zonder het neutrale Nederlandse grondgebied te treffen. De auteur verwijst naar enkele bronnen in dit verband. Ook verwijst hij naar het voorstel van Brialmont, de ontwerper van de fortengordel rond Luik, om een fort te bouwen bij Lixhe, voorstel dat niet aangenomen werd. Zo een fort zou zeker in augustus 1914 zijn dienst hebben bewezen.

JN

=======

Excursie Hopplantage van Reijmerstok

 

Zondag 18 juni 2000 zijn een 15-tal leden van de Heemkring Voeren i.s.m. de Milieugroep Voeren naar de hopplantage te Reijmerstok geweest.

 

Dhr Wouters is enkele jaren geleden voor de Gulpener Bierbrouwerij begonnen met de aanplant van hopplanten te Reijmerstok en in 1999 is er voor het eerst geoogst.

 

Terplekke gaven hij en Denis Heitzer van de Brouwerij een boeiende uiteenzetting gegeven over o.a. de aanplant, de bestrijding, het snoeien en het oogsten van de hopbellen.

 

In 1999 zijn dan ook de eerste hopbellen naar Poperingen vervoerd voor verdere verwerking.

 

Voor een uitgebreid verslag zie MilieuGroep Voeren Actueel nummer 39, juli 2000 blz. 238.

 

Fridy Maurer

=====

 

Bezoek aan de oude tramlijn bij Gulpen

 

In MilieuGroep Voeren Actueel nummer 39, juli 2000 kwam ons bezoek aan de oude tramlijn al ter sprake.

 

De tramlijn was maar van 1925 tot 1937 in gebruik. Men kan zich afvragen of het dan de moeite waard was ze aan te leggen. Maar het is altijd gemakkelijk, na een mislukking, de onderneming te veroordelen.

 

Van Cadier en Keer tot Margraten liep de lijn langs de weg Maastricht-Aken. Tussen Heer en Cadier, evenals tussen de Veiling van Margraten en Gulpen slingerde de tram echter door de velden. Tussen Heer en Cadier en tussen De Hut (Margraten) en Gulpen zijn er immers in de weg hellingen tot 5 %. Op de topograf. kaart van 1924-25 kan men nazien dat die helling van de tram nooit boven de 3 % uitstijgt. Deze winst moest echter "gekocht" worden, én door een langere weg (1300 m méér), en door "kunstwerken". Daarvan zijn er nog enkele over. In Cadier gaat de Rijksweg over de oude tramlijn heen, de brug van de Rijksweg De Plank-De Hut is vervangen door een dijk, maar aan weerszijden daarvan is de diepe tramweg gebleven. Bij de hopkwekerij is een brug bewaard over de weg, iets verder naar Euveren toe nòg eentje - beide werken hebben we bij ons bezoek bekeken. Na Euveren liep de tram over een 12OO m. lange ijzeren constructie - al vòòr de oorlog afgebroken. Zij overspande een deel van het huidige Foreldorado. We hebben bij onze afsluiting, bij een glas Gulpener, de afbeeldingen van dit indrukwekkend werk bewonderd.

 

Wat we niet hebben kunnen bekijken is o.a. het verloop van de lijn binnen Gulpen zelf, met de huidige "Tramstraat" en de plaats van oude opslagplaats en station evenals de aansluiting van de tramlijn, bij kasteel Kartiels, naar de spoorlijn in Wylre toe.

Jaak Nijssen

=====

 

Bouwresten gevonden bij Altenbroek

 

Bij de aanleg van een dassenraster stiet de aannemer, die in opdracht van Aminal, afd. Natuur werktein het voorjaar 2000 nabij Altenbroek op bouwresten. Het betreft een gebouwtje van ca. 4 bij 4,5 m.

 

Een snelle (en te controleren!) opmeting geeft een beeld als op fig. 1 van artikel de Warrimont.

 

Het kaartmateriaal (zie artikel de Warrimont) geeft aan dat het gebouwtje na 1800 niet meer bestond.

 

De bakstenen van de bouwresten geven de indruk ouder te zijn. Van voor 1750 bij voorbeeld (zie artikel Nijssen).

 

Opvallend zijn enkele zeer dikke kastanjebomen rond de bouwresten . Hoe oud zijn die? (zie artikel Vandenabeele).

 

Voorlopig besluit: Het betrokken gebouwtje is van vóór 1750 en bestond ca. 1800 niet meer.

 

Een paar argumenten vóór de religieuze functie ervan.

 

1. Het gebouwtje is georiënteerd (op het oosten gericht). Telt dit ook voor kapellen?

 

2. bij een kapel hoort dikwijls een kruis (zie artikel de Warrimont).

 

De discussie is geopend. We hopen op bijdragen van vaklui.

 

(Red)

====

 

Bakstenen op Broek ('s-Gravenvoeren)

 

Enkele bakstenen uit de bovenste laag van de bouwresten konden gemeten worden zonder ze uit hun verband te lichten (A, B, C, D op onderstaand schetsje van de bouwresten). Hun maten en verhoudingen worden in onderstaande tabel gegeven

 

Dat is ook het geval voor twee in de buurt gevonden baksteenfragmenten. Deze laatste kwamen te voorschijn bij het graven van de sleuf voor de palen van het dassenraster aan de noordkant van het stuk weg dat de weg van het dorp naar Altenbroek verbindt met de weg door de Stashaag. Ze worden in ons patrimonium bewaard (Museum Nr. resp. 142 en 143).

 

Al deze bakstenen zijn vrij "zacht" van consistentie. De grote variatie in afmetingen wijst er op dat ze niet in mallen, maar stuk voor stuk met de hand gevormd zijn. Consistentie, variabiliteit en afmetingen geven de indruk dat ze oud zijn. Men zou denken aan de tijd vòòr 1750.

Jaak Nijssen

====

Archeologische onzekerheden en kadastrale zekerheden

 

Zoals blijkt uit vergelijking van de kadasterkaart van ca. 1840 en de kaart van Popp van 1865 is er vóór 1865 een verbindingsweg (een verkorting) gemaakt tussen de benedenbocht van de Stashaag en de laan naar kasteel Altenbroek.

 

In de zo ontstane ongelijkzijdige driehoek zien we in de oostelijke punt een rechthoekige figuur (zie Popp, 1865, perceel C 18 b) - het oudste gedeelte van de boswachterswoning, dat dus ook gebouwd is tussen 1840 en 1865. Later is het huis naar het oosten toe vergroot.

 

De huidige bewoners zijn het echtpaar Guillaume en Julia Born - Halders. Het adres is Altenbroek 359, 3798 in 's-Gravenvoeren. Guillaume Born was van 1952 tot 1995 boswachter op het ca. 210 ha grote domein van kasteel Altenbroek. Vanaf 1952 samen met Matthieu Spits, die eerst met zijn gezin de woning betrok, waar nu het echtpaar Born - Halders woont. Na diens dood was hij de enige boswachter, totdat de tegenwoordige eigenaar Wim Claessen het landgod met 50 ha grond kocht van de gebroeders de Behault.

 

Van de kaarten, die ter beschikking stonden laat alleen de Belg. Militaire kaart van 1872 boven het kruis een blokje zien - een gebouwtje? -, dat gezien afmeting en ligging een tolhuisje geweest kunnen zijn.

 

Tussen het huis Born - Halders en de restanten van het gebouwtje (fig. 1, "A"), dat een religieuze functie kan gehad hebben, was genoeg ruimte aanwezig om een weg aan te leggen voor een paard met een kar.

 

Aan de oostzijde van dit gebouwtje en de helling, waarvan ca. 3,5 meter vanaf de oostelijke fundamenten zich een sokkel bevindt, is evenwel ook nog ruimte voor een voetpad annex ruiterpad.

 

Als men de foto van de sokkel, die van arduin oftewel paleozoische gemaakt is, bekijkt (fig. 1, "B"), dan kan men konkluderen, dat er waarschijnlijk een kruis op heeft gestaan.

 

Er zijn drie gaten in de steen geboord, waarvan uit een nog een staafje ijzer steekt, gevat in lood.

 

De afmetingen boven de grond zijn: lengte en breedte ca. 30 cm, hoogte ca. 70 cm.

 

In de verre omgeving was het een traditie een kruis te plaatsen op een kruising van een weg of langs de kant van de weg bij percelen, die eigendom waren van een vaker welgestelde familie.

 

Het kwam ook voor dat een kapel gebouwd werd. Men hoeft zich er niet over te verwonderen, dat naast een kapel, zoals bij kasteel Altenbroek een kruis verrees.

 

In de kontekst van de christelijke heiligennotie was er vlug een aanleiding gevonden.

 

Of zoals een spreekwoord in het Moelings dialekt zegt: " es eng koo beist, beisen ze allemaol", wat je kunt vertalen: "als iemand iets koopt, koopt iedereen het". Beisen betekent letterlijk, dat een koe met de staart in de hoogte loopt.

 

Als het gebouwtje van 4 x 4,5 dat in het voorjaar toevallig aan het licht kwam, een kapel was, kunnen we ons de vraag stellen, of de processie van 's-Gravenvoeren ten tijde van de dagboeknotities van Arnoldus Henricus d'Affnay, pastoor van 's-Gravenvoeren van 1714 tot 1770, langs deze kapel trok.

 

Zoals blijkt uit de geannoteerde transcriptie door J.Th. Leerssen, uitgegeven te Amsterdam / Mheer , sept. 1989, op blz. 47 [originele tekst: blz. 60 v.] ging de processie van 's-Gravenvoeren over Mesch, Libeek en Mheer naar Noorbeek.

 

De letterlijke tekst luidt daarna, vertrekkend uit Noorbeek: "Van Noorbeeck gaen wij nu tot aen Broeck, alwaer wij opgaen de heyde van Schoppem".

 

Hieruit konkludeer ik, dat vanaf de Pley bij de kerk in Noorbeek de weg werd ingeslagen naar de Onderstraat aldaar, die loopt richting Altenbroek en het kruispunt boven op het plateau vanwaar je rechtdoor kunt naar Schoppem, rechtsaf richting Schoppemerheide en links richting Kattenrot.

 

Op de driesprong voor Altenbroek ging men niet naar Altenbroek [zie de geciteerde regel waarin staat "tot aen Broeck"] maar rechtdoor naar het hiervoren beschreven kruispunt.

 

Men gebruikte dus de kapel, indien het inderdaad een kapel was, niet als halteplaats van de jaarlijkse processie.

 

Of de gedane suggesties van het vermoeden van bestaan van een kapel en een tolhuis indertijd hardgemaakt kunnen worden, zal de tijd leren.

 

Dat er zeker één weg langs het opgegraven gebouwtje heeft gelopen, staat nu wel vast.

Fred de Warrimont

=====

 

Altenbroek Afb. 2. Situatie-kaarten. Schaal: 1 / 10 000.

 

a. Tranchot-kaart 1806 - geeft bijzonder indrukwekkend het reliëf met de "grebben" weer. Opvallend is het verloop van de grens tussen SGV en Noorbeek. De aanwezigheid van de weg doorheen de Stashaag is nog onzeker

 

b. Popp 1865 - Het kadaster geeft geen hoogten weer. Verbinding tussen de weg van Broek naar SGV en die van Broek naar Mheer, doorheen de Stashaag.

====

Altenbroek - Afb. 3 Detail-kaarten. Van boven naar onder:

 

a. 1840, naar kadaster, origineel: 1 / 2 500.

Onderaan rechts: vijvers van het kasteel. Links onder de weg naar de molen. De kadasternummers hebben nog geen "exponent" (lettertje achter het cijfer).

 

b. 1865, naar Popp, origineel: 1 / 5 000. Popp geeft het kadaster weer.

De verbinding tussen de weg naar SGV en die doorheen de Stashaag komt hier voor het eerst voor, samen met het boswachtershuis (nu Born). C 18 opgedeeld in C 18 a, b, c.

 

c. 1872, naar Belg. milit Kaart, origineel: 1 / 20 000.

Bij de uitmonding van de oude weg een kruis op een berm (de boogvormige lijn). De meer naar rechts gelegen boog wijst op een thans nog bestaande mergelgroeve. Op de gekleurde kaart schijnt het blokje rechts van de weg, vlak boven het kruis, een gebouwtje te zijn.

 

d. 1964, naar Belg. topogr. kaart, origineel: 1 / 10 000.

De verbindingsweg is niet meer ingetekend. Voor het eerst verschijnt hier het voetpad naar het noordoosten; op oudere kaarten verloopt dat zuidoostelijker. Heel onderaan rechts de mergelgroeven, kleiner en beter in overeenstemming met wat op het terrein te zien is. Het tracé van de weg ten N van huis Born - Halders is hier vrij afwijkend tegenover die op de oudere kaarten. Is de weg verlegd of is enkel de tekening veranderd? En welke tekening is in dat geval de juiste?

 

Legenden bij de kaarten; J. Nijssen

====

 

Kastanjebomen

 

Aanleiding tot dit korte stukje is de stormdag van 28 mei l.l., toen een kastanjeboom op Broek afkraakte.

 

Er zijn veel paardenkastanjes (Aesculus hippocastanum) in Voeren, wij noemen ze gewoonlijk wilde kastanjes. Meestal staan ze op een opvallende plaats. Zo deze vijf, achter het boswachtershuis van vader Born, één ervan is dus toen afgekraakt. Dat er midden het groepje bomen fundamenten van een oud gebouwtje gevonden werden maakt de zaak alleen maar geheimzinniger (zie elders in dit nummer).

 

Onze penningmeester, Fred de Warrimont, tevens conservator van het natuurreservaat Altenbroek, kon voor het patrimonium van onze Kring een schijf uit het afgeknakte deel van de stam van die noordelijke hippocastanum verwerven (Museum nr 144).

 

In Sint-Marten staan drie kastanjebomen: aan het Einde achter het kerkhof, langs het wegje naar Noorbeek en in het dorp aan de vroegere Vogelstang. Een driehoek! Mevrouw Anna Nijssen-Beckers heeft ons verteld dat ze geplant waren in haar kinderjaren (ze was geboren rond 1890) en dat het er drie moesten zijn, ze wist niet meer waarom, maar daar was toen over gepraat.

 

In 's-Gravenvoeren, langs de Bosstraat tegenover het einde van de Kattegraaf, een paardenkastanje met heel wat spijkers. Die worden er al jarenlang ingeklopt door mensen met tandpijn (Hervé Darras in: Oostvlaamse Zanten 1993 p. 43).

 

In een paar kasteelparken staan speciale kastanjes. In het park van Opzinnich staat een zeldzame paardenkastanje, een gele Aesculus octandra. Deze boom is geënt op een onderstam van gewone paardenkastanje. In het park van Zinnich staat dan weer een rode paardenkastanje (Ausculus carnea, een hybride). Het enige verschil met de gewone is de rode bloemkleur. In het park van de Hoof in Teuven staan ook drie dergelijke kastanjebomen.

 

Al deze bomen komen voor op de inventarisatielijst van de dienst Monumenten en Landschappen.

 

Hieronder een tabel met de maten van een aantal van deze bomen. (De omtrek van bomen wordt altijd 1,50 m boven de grond gemeten.) De enige van deze bomen waarvan we de ouderdom bij benadering kunnen vaststellen is deze van de Vogelstang. De getuigenis van Mevrouw Nijssen leert dat hij ongeveer 100 jaar geleden geplant werd. Bijgaande foto, een postkaart, is van voor 1916 want de wegwijzer leert ons dat de spoorweg nog niet bestond. Waren er postkaarten in onze dorpen voor 1900? Hoe oud is de boom op deze foto? We schatten zijn doorsnede op 25 cm (in vergelijking met de daarbij staande kinderen).

 

Is er een rechtstreeks verband tussen de dikte van de bomen en hun ouderdom? Groeien bomen op de ene plaats misschien sneller dan op de andere?

 

Graag opmerkingen en aanvullingen.

 

Elza Vandenabeele

====

"A g'n Vaogelsjtang"

= "Op- 'n Sjtaot",

St. Martensvoeren. De oude aftakking van de weg naar St. Pietersvoeren, voordat die door de spoorweg werd afgesneden.

 

De rechterplaat van de wegwijzer zal naar St. Pietersvoeren verwezen hebben en misschien naar Aubel, de linker naar Veurs en Aubel of Teuven of Remersdaal, de derde naar St. Martensvoeren en/of 's-Gravenvoeren.

 

De vogelstang is de paal voor de oefeningen van de schutterij. Onlangs verdwenen.

 

Het houten kruis tegen de muur evenals de gedenksteen daarboven (dubbelkruis en "AMA SIN ANATHEMA") zijn er vandaag nog.

 

De middelste van de drie bomen is onze kastanjeboom.

 

Zichtkaart uit privé-verzameling.

Uitgave: "Imp. Weyckmans, Fouron-le-Comte"

====

 

Kerkgang / offergang

 

Het nummer 19 bevat een erg interessante paragraaf : "Offergang". Dr. J. Nyssen en Vriend Henri Van Aubel maken er een gezellige discussie van. Uiteindelijk wil den Dr. toch aantonen dat ie gelijk heeft ! Maar, er blijft een historisch biezonder breed verschil tussen kerkgang en offergang, ofschoon beiden soms raar verbonden zijn : ter gelegenheid van de kerkgang werd ook al eens iets geofferd ! Zo eenvoudig is dat. Toch hoort hier een woordje uitleg bij.

 

Bij lezing van het derde tot het vijfde boek van de Pentateuch blijkt in hoeverre de mens begaan was met het begrip "reinheid". Zowat alles was onrein en voor alles bestonden regels, regeltjes, wetten en wetjes... soms tot grote ergernis van de homo sapiens.

 

Er waren tal van medemensen die de toepassing daarvan nauwlettend in de gaten hielden, meestal bij de anderen ! En dus voor de nodige sociale controle zorgden.

 

Christus kwam, zag die gang van zaken en riep op tot meer tolerantie, vrijheid en toonde aan dat zelfs een publieke vrouw, een hoer, Maria Magdalena, toch nog kon aanspraak maken op Gods erbarmen. Hij stichtte de kerk. " Op deze rots...", weet u nog ?

 

Maar diezelfde kerk verviel in dezelfde fout : ze wilde ten allen prijze de zielen behoeden voor het hellevuur, en wrong zich in alle bochten om macht te krijgen over de haar toevertrouwde zielen, tot in het oneindige, het absurde toe. Ik begrijp die houding ten dele : de positieve wetenschappen stonden nog in hun babyschoentjes en hadden nog geen rechten verworven; ze waren geenszins verspreid en dus leefde de mens exclusief volgens de enige informatiebron van zijn tijd : de kansel, een geducht instrument dat geen tegenspraak kende, behoefde, noch duldde.

 

Macht, monopolie, onwetendheid en afwezigheid van democratie : het kon niet anders dan een aantal problemen, zware gewetensnood, genereren. Maar laten we niet pessimistisch of nihilistisch zijn : de kerk heeft de maatschappij anno 2000 onomstotelijk vorm gegeven en een geweten geschopt, dat in de historische tijden wel degelijk zijn waarde heeft bewezen.

 

Het oude begrip reinheid, het gevoel van macht, de oudere sociale controle, de visie op voortplanting en seksualiteit en de onkunde van de fysiologie in het algemeen lagen aan de basis van die moraal met dubbele bodem :

Deed je hét als ongehuwde dan stond de duivel met zijn riek grinnikend op je te wachten;

deed je hét als gehuwde niet, dan stond Satan ook met evenveel lol op je te wachten;

deed je hét als gehuwde wel, en lag het gevolg ervan in de wieg, dan moest je lieve, teerbeminde vrouw een reinigingsritus ondergaan ! Of weer dat derde boek van de Pentateuch! Reiniging kun je hier begrijpen als " terug opgenomen worden in die gemeenschap die je eerst verstootte, ... om wat ?"

 

Het zich terug-opgenomen voelen betekende psychisch heel wat en riep dankbaarheid op die zich uitte ... in een offergave. Of hoe kerkgang en offergave al eens kunnen samensmelten.

 

Dat Pastoor D'Affnay het onderscheid in het ongewisse laat, kan ik begrijpen : als je heden ten dage de Dokter op een ongewoon uur roept mag ie ook meer aanrekenen !

Zo eenvoudig is dat en dat heeft Henri Van Aubel goed begrepen !

 

4 maart 2000

Jean-Marie Ernon

===

 

Wat is een "dokkaar" ?

 

In DA- Museumnieuws (x) las ik een verhaaltje over een voorval in 1936 waarbij twee douaniers betrokken waren in Kelmis op de weg Aken- Luik. De voerder van een door een paard getrokken rijtuig weigerde voor hen te stoppen. In hun proces-verbaal vermeldden de ambtenaren (vertaald uit het Frans) : "Hij zat op een met een paard bespannen dogcar."

 

Dat laatste woord deed mij denken aan het in onze streken vaak gehoorde dokkaar.

 

Maar wat is dat, een dokkaar ? Dan maar een paar woordenboeken geraadpleegd.

 

De dikke Van Dale (I3de uitgave, 1999) voorziet dokkaar van het predikaat `gewestelijk' en geeft als synoniem dogkar. Bij dogkar vind ik dat het is een "tweewielig licht rijtuig voor één paard, waarin men rug aan rug zit". Dog-cart staat er ook in, met erachter dogkar. Dogcar staat er niet in.

 

Voor mijn Petit Larousse 1998 is "dog-cart: (mot angl.), véhicule découvert, aménagé pour le transport des chiens menés à la chasse."

 

Dat is heel wat anders dan in "de dikke". Dus verder gezocht.

 

In Webster's Third New International Dictionary (450.000 trefwoorden) staat een illustratie voor één van de twee betekenissen die dit woordenboek geeft aan "dogcart : 1. a cart drawn by a dog or dogs 2. a light usually one-horse carriage that is commonly two-wheeled and high with two tranverse seats set back to back." Het woord dogcar staat niet in de Webster's, ook niet in van Dale Groot woordenboek Engels- Nederlands 1984; een 'cart' is geen `car'...

 

Van Dale en Webster's lijken het eens te zijn.

 

Wat is een `dokkaar' in Voeren ? Graag hierop een reactie !

 

 

Martin Cailliau

 

--------

(x) DA-Museumnieuws : periodieke uitgave van het Nation. Museum en Archief van Douane en Accijnzen; Antwerpen.

====

 

Grenzen in het bos

 

Soms vinden we in het bos stenen met een opschrift. Soms zijn dat herinneringen aan een gewelddadig overlijden - in het Rodebos eentje voor een bemanningslid van een in WO 2 neergehaald Engels vliegtuig. Soms zijn het echter aanduidingen van een grens.

 

Grenzen in het bos. We onderscheiden:

a. grenzen van bestuurlijke gebieden: gemeenten of landen

b. grenzen van eigendommen. Daarbij kunnen eigenaars grootgrondbezitters of andere privé-personen zijn, gemeenschappen of openbare besturen. De grens van een gemeentelijk eigendom is iets anders dan een gemeentegrens. Zo heeft de gemeente Büllingen bezittingen onder de gemeente Voeren (bos tussen Veurs en St. Pietersvoeren). Is de staat eigenaar, dan spreken we van "domein". Kroondomein is privé-bezit van de koning. Vandaar de naam Koningsbos = Bois du Roi onder Weerst. Opvallend zijn bij ons de eigendommen van "de bewoners van Nurop" en die van de "bewoners van Zinnich". Zie D'r Koeënwòòf nr. 19, p. 20-23.

c. uitbatingsgrenzen, van gebieden waar een bepaald rechtspersoon voor een bepaalde periode de exploitatie verzorgt.

d. grenzen van "naobere-bèùsje", bossen waar dorpsbewoners een vast recht op het hout hebben of hadden. Dat is wat anders dan de onder b. vermelde bossen van Nurop of Zinnich. Of we in Voeren ooit van die echte naobere-bèùsje gehad hebben is tot nu toe niet bekend.

 

Hoe zien grenzen in het bos er uit?

 

Soms vinden we GRENSSTENEN.

 

bij a. Zo in het Rodebos tussen de gemeenten Remersdaal en St. Martensvoeren.

 

bij b. We kennen grensstenen van bezittingen van de families de Loë (gemerkt: "LOE"). Dit zijn gewone reenstenen, "rèèsjtèng". Ik herinner mij in het bos bij De Konebos, zo'n 50 jaar geleden een rijtje zandstenen te hebben gezien.

 

bij b. en d. Hebben we wel genoeg opgelet of er soms nog grensstenen bestaan van de bossen van Nurop of Zinnich, of van eventuele echte "naobere-bèùsje"?

Soms zijn natuurlijke zwerfstenen op grenzen geplaatst.

 

Maar grenzen in het bos hebben nog andere merktekens.

Soms staat er op een grens in het bos, of dat nu grenzen van openbare besturen zijn of van eigendommen, een rij HAAGBEUKEN. Heinrich van Schwarzenberg (Im Göhltal nr. 66, 2000, p. 93) vermeldt KNOTBEUKEN in het Aachener Wald.

 

Ook zijn grenzen in het bos soms vergezeld door GRACHTEN. In het Aachener Wald zijn er de Landgraben. Ze dienden meteen soms als veekeringen.

 

Dan vinden we nog de TEKENS OP DE BOMEN, die soms aangebracht zijn door de boswachter.

 

Vermelden we nog dat Alex Zeevaert de verslagen bewaart van inspectie-bezoeken, ook al uit de tijd van zijn vader. - CORRECTE: Alex Zeevaert liet ons opmerken dat hij niet enkel de inspectie-verslagen bewaart uit de tijd van zijn vader, maar nog veel oudere.

 

Op zaterdag 14 oktober, van 9 u 30 tot 12 u 30, leidt boswachter Alex Zeevaert de excursie, die we samen met de milieugroep ondernemen, langs grenzen in het Rodebos.

 

Jaak Nijssen

====

Het Bos tussen gehucht De Konebos en het eigenlijke Rodebos, 1876 (naar Popp).

 

C 791 a: Eigenaar: de gemeente Teuven

 

C 792 a en b, 793 en 794 ("Gemeentebos", in de omgang ook "De Omming" = Oude Gemeente): Eigenaar: de gemeente St Martensvoeren. Zou C 792 dan de "Nieuwe Gemeente" zijn? Dan zou dit een element zijn in de geschiedenis van het grondbezit van deze gemeente. - CORRECTIE: Alex Zeevaert wijst ons op een grove fout in de legende bij de kaart p. 14 - 15. Eigenaar 1876 van het grote perceel SMV kad. C 792 a + b is niet de gemeente St Martensvoeren maar wel de gemeente Teuven. Meteen valt de hele constuctie over "Oude" en Nieuwe Gemeente" weg.

 

C 795 a en b ("De Vossaard"): Eigenaar de inwoners van Zinnich.

 

Op te merken is dat er 2 stukken van St. Marten aan de "overkant" van de grote weg lagen (C 792 b, C 795 b). Op het oorspronkelk kadaster (ca. 1840) waren ze nog niet gedeeld: C 792, C 795). Ze zijn opgedeeld toen ergens tussen 1840 en 1876, de grote weg werd rechtgetrokken. (Kadasternummers: zie KW 11 p. 43).

=====

 

Afgevallen vliegtuigen in WO2

 

Voeren Aktueel 1988, nr. 6 gaf enkele details over vliegtuigen, die in WO2 afgeschoten waren. Hetzelfde tijdschrift, 1990, nr. 8 bracht een (tweede) foto van de Stuka van Ottegroven 1940.

 

In mei 1990 gaf Pierre Galère in "1940- 1945 La Basse- Meuse dans la guerre", met de hulp van onder andere Gerard Dodemont van SMV, een uitvoerige lijst van een honderdtal van die tuigen, die in de wijdere omgeving neergekomen zijn in genoemde periode. Dit werk, dat vooral op het verhaal van ooggetuigen berust, zal zeker de basis blijven voor het verdere onderzoek. Het werk bevat een derde foto van de genoemde Stuka.

 

We hadden vroeger reeds contact met Cynric de Decker, mede-auteur van de reeks "België in oorlog". Nu kreeg onze Kring via de VVV een aanvraag van de jonge vorser Luc Cox uit Zoersel, vooral betreffende de neergehaalde Lancasters (Britse bommenwerper). Ron Pütz van Heerlen neemt alle vliegtuigen in zijn computerbestand op, die gevallen zijn in de driehoek Heerlen - Aken - Luik. Met hem werd voorlopig nog geen contact opgenomen (De Limburger - Inkijk 6 februari 1993, medegedeeld door Robert Brouwers).

 

De Decker en Cox maken gebruik van de officiële gegevens ter zake uit o.a. de militaire archieven, maar gaan ook te rade bij lokale zegslieden. Lokale geïnteresseerden kunnen soms de juiste plaats van een crash aanduiden of bezitten waardevolle identificatie-stukken.

 

Uit de combinatie van de gegevens van Galère (G), De Decker (D) en Cox (C), en met toevoeging van enige eigen herinnering (N) werd bijgaande kaart opgesteld.

 

Volgende lijst heeft als hoofdbedoeling om de vele problemen, die er nog blijven, op een rijtje te zetten. Enkele nieuwe gegevens die door lokale zegslieden werden geleverd, zijn met een sterretje (*) gemerkt.

 

A - Eijsden, juiste crashplaats niet opgezocht. Maandag 18 september 1944, D- Focke Wulf Fw 190, piloot ongedeerd (G, met medewerking van J. Wetzels, Moerslag. Vergelijk echter "The JG26 War diary", Donald Caldwell, blz. 352: 18/9/1944: Some pilots of the Gruppe (III./JG26) strafed ground targets on their return flight. Ofhr. Karl Willi was struck by fire from an antiaircraft battery attached to the American 2nd armoured Division, and crashed to his dead near Maastricht (Munstergeleen?) (medegedeeld door Cox)

 

A2 - Moelingen - Elverschans (fr.= Navagne) (G), precieze crashplaats niet opgezocht. Vrijdag 28 april 1944, Brits, Halifax LV783, 51 Sqn (C), 6 bemanningsleden dood, waaronder drie van 19 jaar oud, 1 ontsnapte.

 

A3 - St- Geertruid, precieze crashplaats niet opgezocht. Zaterdag 13 januari 1945: USA - B 17 = "vliegend fort" (G; J. Wetzels).

 

A4 - Eijsden, juiste crashplaats niet opgezocht. Zondag 12 mei 1940, 10 uur. Brit.- Hurricane. Piloot F/O John Alexander Campbell DFC, 87 Sqn RAF dood, begraven op het kerkhof van Maastricht (G; Joseph Wetzels en Mw. Heynen-Rompelberghs; C volgens Commonwealth War Graves Commission).

 

B - Mesch, crashplaats nader te bepalen. Kort na 12 sept. 1944. D. - Bemanning omgekomen.

* Theo Broers situeert deze crash vlak bij de boerderij Neven, in het westen van het dorp. Hij heeft het tuig zien vallen, "recht naar beneden". Ook Robert Brouwers heeft het gezien, vanf De Dries: " 't veel "wie 'ne kòkkeräl (tol).

 

C - SGV, bij De Moolt (ZW van prov. school). 1941 (?) D- Dornier 17 (G, ooggetuige Egide Muller). Twee inzittenden overleefden. (tevens medegedeeld door Robert Brouwers).

 

D. - Weerst NW van spoorwegbrug over de weg naar SGV. 1943/44, D- Focke Wulf Fw 190, piloot dood. (G; Egide Muller en Louis Senden).

 

E - Noorderberm van de spoorweg, ten W van de weg naar SGV, crashplaats vrij precies bekend. Oktober/november 1944. USA - P 47 Thunderbolt. Piloot ongedeerd. Het wrak bleef er zowat 5 jaar liggen (G; Egide Muller, Louis Senden). (* Zie bijgaande foto). Identificatie kan vervolledigd worden.

 

F - Zuiderberm van de spoorweg, ten O van de weg naar SGV. 1941/1942. D- Messerschmitt 109 (G; Egide Muller en Louis Senden).

 

G - Weg Weerst - Berneau, juiste plaats niet opgezocht. Ca. 15 juni 1944. D- Focke Wulf Fw 190. Piloot ongedeerd. (G; Egide Muller, Louis Senden).

 

G2 - Berneau, juiste crashplaats niet opgezocht. Woensdag 1 december 1943 (G; Armand Bovy). D- Bf 109G-6/U4, N°15400, zwarte 8, na luchtgevecht. Feldwebel Würtz, Wilhelm, gekwetst, 12./JG 26 (C, volgens The JG26 War diary, Donald Caldwell blz 550).

 

H - Weerst, "achter de kerk". Dinsdag 17 augustus 1943 16 u 20: USA - P 47 Thunderbolt N°42-7891, 62 Sqn. Piloot Lt Voorhis H. Day uit Buffalo, New York omgekomen. (G; Egide Muller, C).

 

J - SGV, Ottegroven. Plaats precies bekend. 10 mei 1940 of kort daarna. Afgaande op het kenteken te zien op de foto's: Stab St.G2 (Sturzkampf-Geschwader2), individuele letter van het toestel L, N°442 (C). Identificatie te vervolledigen.

 

K - Noorbeek, òp g'n Rot, plaats ongeveer bekend. Duits. (* Gids Veldnamen Noorbeek). Identificatie te vervolledigen.

 

K2 - Noorbeek, òp g'ne Zjwart, plaats ongeveer bekend. Nationaliteit onbekend. (* Gids Veldnamen Noorbeek).

Identificatie te vervolledigen. Zie eventueel M2.

 

* Een van beide wrakken (K, K2) heb ik zelf gezien. Het was niet al te zeer beschadigd en werd bewaakt door een in het groen geüniformeerd lid van de Nederlandse "Landwacht".

 

L - SMV, De Waterval, plaats vrij precies bekend. Er zouden nu nog sporen van te zien zijn in het landschap. Ontploffing. Brit.- Lancaster (G; Gerard Dodemont). Identificatie te vervolledigen.

 

L2 - * Erik Linder vond in het Vrouwebos te SMV een stuk met opschrift in zwarte verf: " ND328". Men kan zich volgend scenario indenken: op een paar kilometer boven SPV werden uit de Lancaster ND328, HW-W, 100 Sqn RAF, die in de nacht van 24 op 25 april 1944 neerstortte te Sint-Martens-Voeren (Cox), flarden uitgeschoten. De zwaardere delen (cockpit, motoren, bommenlast?) stortten bij De Waterval neer. Losse stukken fladderden richting Veurs. Een bemanninglid werd onderweg uit het toestel geslingerd en kwam vlak ten Z van de weg Krutsberg- Heiligehuisken neer. Daar heb ik hem zien liggen, 5-10 cm in de grond ingedrukt, met het hoofd naar De Krutsberg gericht. Hij was in bruin-gele overall, een flink gebouwd man. Andere mogelijke crashplaatsen zijn K en L.

 

M - SMV, De Plank, plaats goed bekend. 5 augustus 1941, 0 u 03. Brit. - Vickers Wellington R1524, OJ-P, 149 Sqn RAF bij een raid op Karlsruhe en Aken. Neergehaald door Feldwebel Reinhard Kollak op Messerschmitt 110 (1/NGJ 1, Brustem). Een ereperk op het oude kerkhof van SMV herinnert aan de 6 bemanningsleden (G; C.R.I.B.A. en M. Droeven en Egide Muller; foto van het perk in Wim van Gelder, "Toeristisch Wegwijs - Voeren" p. 45). Identificatie van het toestel: "België in Oorlog deel 4, Cynrik De Decker en Jean-Louis Roba, blz. 24/25, medegedeeld door Cox). De Familie Nibus van De Plank vond een handschoen van een bemanningslid, met merktekens van de drager. Dit leidde tot correspondentie met de familie van de gesneuvelde. Caroline De Decker maakte een pasteltekening van dit toestel in actie. Goed geïdentificeerd.

 

M2 - SMV, Plankerveld. Plaats vrij goed bekend. Mogelijke identificatie: Vrijdag 28 april 1944. Brit. - Halifax LL258, 434 Sqn. "Dit was de zestigste overwinning van de Duitse nachtjacht-aas Heinz Schnaufer. Schnaufer beëindigde de oorlog als nachtjacht-topscorer met 121 overwinningen. - Hij schoot deze nacht ook nog de Halifax bij Verviers neer" (C mede volgens Schnaufer, ace of diamonds, Peter Hinchliffe). * Zie ook K en L

 

N - SMV Veursbos, crashplaats welbekend. 20 december 1943. Brit.- Lancaster W4123, UL-R2, 576 Sqn RAF (G; Gerard Dodemont en Egide Muller, Cox) - In het bos staat een gedenksteen op de plaats waar Alexis Zeevaert een van de doden vond. * Op de crashplaats zocht de dorpsjeugd lange jaren naar restanten. Goed geïdentificeerd.

 

P - SMV, Vrouwebos, plaats vrij precies bekend. 8 oktober 1944. USA- P 38 Lightning. Piloot gered. (N). Goed geïdentificeerd.

 

P2 - SPV, Rulen. 17 augustus 1943 16 u 22: USA - P 47 Thunderbolt ontploft boven Rulen en stort neer in Nederland. "P47 41-6372 ? Lt A. Sugas KIA, 56 FG 63 FS, 'Wilwe near Maastricht' of P47 41-6398 ? Lt R. Stultz KIA, 56 FG 62 FS, 'believed crashed at Freeren/SE Tongeren?' - Er gingen die dag slechts drie P47 verloren, dus deze puzzel moet passen" (C) - Voor de 3e Thunderbolt: zie H.

 

P3 - St- Jansraad (= St Jean Sart), De Moldt. 17 augustus 1943. D- jager ( G Senden, Muller, Schaus). "Een mogelijkheid is Focke Wulf Fw 190 N°840131 (JG1), door P 47's neergehaald ten oosten van Maastricht, piloot gekwetst" (C).

 

P4 - SPV, Rulen. Galère signaleert een noodlanding door een Spitfire met Belgische piloot, in sept./oktober 1944 en een hulpactie door een Piper. Navraag leverde hier voorlopig niets op. Wie was die Belgische piloot?

 

Q - Aubel, Neeraubel. 1944. USA- B 24 Liberator (G; Mw. Pirenne).

 

R - Aubel, Gorchem = Gorhez, geen nadere aanduiding over de crashplaats. 17 augustus 1943 16 u 25: D - Me 110 G4 N°5542, Unteroffizier Hans Neuner en Unteroffizier Rudolf Mielmann gedood, 3./NJG1, neergeschoten door P 47 van de 56 Fighter Group (G, C).

 

S - Teuven, Zinnich, bij de hoeve Xhonneux. Crashplaats vrij precies bekend. 17 augustus1943, 14 u 08: USA - B 17. Bemanning ontkomt. Een ontploffing doodt de burger Yves de Sécillon. Ter identificatie stelt Cox voor:

"B17 42-29853, 92Bomb Group 327 Bomb Squadron, 'Eifel?'

B17 42-3225, 381BG 533 BS (535BS?), 4 Evaders 'near Tongeren'

B17 42-30028, 381BG 534 BS, 'crashed at unknown position"

(* Is dat nu mogelijk, dat we nog altijd niet weten welk vliegtuig daar neergekomen is?...)

 

T - Sippenaken, dorp, precisering van de plaats niet opgezocht. Augustus/september 1944. USA- P 38 Piloot gered. (G; M. Brauers).

 

Nota's

 

Op de eerste oorlogsdagen (mei 1940) hebben betrekking:

A4 (Eijsden), J (Ottegroven).

 

5 aug. 1941. M (De Plank) Deze Wellington was "zeer waarschijnlijk de eerste bommenwerper die door een nachtjager werd neergehaald vanop een Belgische basis". Brustem was het uiterste zuidelijk punt van een afweerlijn die door de Duitsers was ingericht op de vliegroute van Engeland naar Duitsland, en die liep van Sleeswijk tot Brustem - Sint-Truiden (C). Brustem zorgde tevens voor het ophalen van wrakken en dode vliegeniers bij ons (C).

 

17 augustus 1943 heeft de grootste luchtoperatie van WO2 gekend: In totaal namen die dag 1235 Amerikaanse toestellen deel aan de raid op de Messerschmitt- fabrieken van Regensburg eneen lagerfabriek in Schweinfurt (G; C: The Schweinfurt- Regensburg mission, Martin Middlebrook; Lambiet1998, "Aubel, un pays..." p. 78 ). Daarbij vielen in onze streek: H (Warsage), P2 (Rulen), P3 (De Moldt), R (Gorchem), S (Zinnich).

 

Op het bombardement van station Montzen, vrijdag 28 april 1944, hebben betrekking: A2 (Elverschans) en misschien M2 (Plankerveld).

 

Bij of kort na de bevrijding vielen: A (Eijsden), P (SMV, Vrouwebos), ?P4 (SPV, Rulen) ?T (Sippenaken).

 

Op het grondgebied van de huidige gemeente Voeren viel nooit een vliegtuig op een huis. Wél dichtbij: J, M, S?

 

Wanneer is een crash helemaal geïdentificeerd? - Als we officiële geallieerde en Duitse gegevens verbonden hebben met de precieze lokalisering van de crash. Daarbij zijn ter plaatse gevonden brokstukken van groot belang. Merken we ook op dat het vijf voor twaalf is wat betreft de ooggetuigen: De feiten zijn immers al bijna 60 jaar oud.

 

Gegevens over de begraafplaats van gesneuvelden van het Commonwealth zijn te vinden op: http://yard.ccta.gov.uk/cwgc/register.nsf/

Jaak Nijssen

=====

GEZÄÖMERS

Afkortingen: MC: Martin Cailliau, TP = Tiny Dodemont - Peerboom, JN = Jaak Nijssen, EV = Elza Vandenabeele;

WED = Weijnen, Etymologisch Dialectwoordenboek; kl 2: klemtoon op de 2e klank; ST: stoottoon; SL: sleeptoon;

 

makkej

(zie onze jaarvergadering)

 

makej (JN: kl 1, toon onzeker) noemen we ongedroogde, ongerijpte, ongeperste kaas.

 

Die kan - volgens de gesprekken bij Theo - gemaakt worden van afgeroomde melk (aafgedriejde mèlk) of van botermelk (het vocht dat overblijft na het wassen van de boter - bevat nog de eiwitten; het vet is er dan uit).

 

Let wel: wei ("waej") is nog wat anders: die blijft over na de bereiding van de kaas. Het caseïne-eiwit is er dan uit.

 

Nu vinden we in de huidige handel "verse kaas" van alle vetklassen.

JN

 

zèùp

Bij het bezoek aan TB kwam ook tersprake: "zéup" (sleeptoon), een mengsel van "heksel" (gehakt stro) en "krote" (bieten). Dit mengsel was niet vloeibaar - in tegenstelling tot de naam (vgl. zuipen).

 

klipkòw, kliettsjè

vogels werden gevangen met een getralied bakje, waarvan het deksel kon dichtklappen.

 

Dit toestel heet: "klikùwke (TP, klemtoon 1), klepkow (WM, TB kl 1), kliettsjè (klemtoon op de eerste lettergreep, JN).

 

Een kliettsjè is in Moelingen dan weer een mestkar.

 

bagere

(JN: klemtoon op 2, ST) = verhuizen. Niet in WED. Le Petit Robert 1967 geeft aan dat "bagage" afgeleid van het Oud-Frans "bagues", dat zelf van het engelse "bag" = pak komt. Bagere kan dan zijn: de bagage verplaatsen.

 

tapessere

(JN, kl. 3, ST) = (met behangpapier) behangen. Lijkt afgeleid van "tapijt", dat ook betekent: doek waarmee een muur behangen is. "Tapeet (JN, kl 2, ST) = behangpapier" heeft dan een "verschoven betekenis".

 

apraense

(JN, kl 2, SL) aanstalten. De ko makt apraense vör te kaove. Fr.: "apparence" = uitzicht. Die uitleg kan ook wel gelden voor "dat waor m'ch dao 'n apraense = dat was me daar een herrie, een vertoning".

 

ramaent

(JN, kl 2, SL) = lawaai. Niet in WED. "dae disc-jockey makt väöl ramaent". Ziet er frans uit, maar kan toch moeilijk in verband gebracht worden met "rameau = tak" of "rame = roeispaan"

 

woppe

"woppe log fuif". Gezien op een affiche in Zichen. = Openlucht fuif, maar het duurt even voor dat doordringt. Rond Zussen heeft men dus ook, lijk Moelingen en Gronsveld, die stijgende diftong "wo", "woppe" uit "aoëpe" (zie KW 9/28, 14/5).

 

allegasje

(JN, kl 2, SL) = herrie. "Dat waor m'ch dao 'n allegasje". Ongeveer dezelfde betekenis als apraense in sommige uitdrukkingen. "Allegatie" is een oude rechtsterm. Janssen de Limpens 1977, "Rechtsbronnen..." geeft in zijn woordenlijst: "Allegeren, bewijzen, motiveren". "Allegatio = bewering" bestond reeds in het klassieke Rome. Zou kunnen afgeleid zijn van "lex = wet". Ons "allegasje" heeft dan een "verschoven betekenis", uit "met veel drukte zijn gelijk bewijzen" ontstaat "met veel drukte" - zonder meer.

 

tapere

(JN, SL) = zwoegen, moeizaam werken. WED wijst, in verband met "toaperig" naar een verband met engels "tap = lichtjes slaan" en "grondbetekenis van de wortel: aanraken, licht slaan". Zou ook voor ons "tapere" kunnen gelden?

 

virgel, sjow

virgel (JN, ST). Schijfslot op een deur. Niet in WED. Verband met Duits Riegel?

 

ook in dezelfde betekenis gehoord (waar?): sjow of sjòw

 

*****

 

millenniumconcert

 

Op 9 januari had in de Kursaal in SGV het jaarlijks nieuwjaarsconcert plaats, met medewerking van de Culturele Raad Voeren en het Dienstencentrum Voeren 2000.

Namen deel:

 

-het Jeugdzangkoor " 't Juweeltje", Moelingen o.l.v. Jean Duijsens

-de drumband van de "Oude Harmonie St. Cecilia", SGV o.l.v. Theo Jeurissen

- het gemengd zangkoor Mulingia, Moelingen o.l.v. Guy Stultjens

het parochiaal zangkoor SMV o.l.v. Tonia Heggen

-het Teuvens koor o.l.v. Christel Loop

het vocaal ensemble Voeren, o.l.v. Mathieu Alberigs

- de drumband van de Kon. Schutterij St. Martinus, SMV o.l.v. Patrick Debie

- de Oude Harmonie Sint-Cecilia, SGV, o.l.v. Ronald Slijpen

- de KVLV- afdelingen van SMV-SPV, SGV en Teuven. Deze groepen gaven aan het concert een nieuwe dimensie: hun toneeltjes illustreerden gezongen liederen. Ze kenden een verdiend succes, ook al omdat hun programma voor afwisseling zorgde en omdat kinderen mee optraden.

Ook nieuw waren de lichteffecten.

Algemene indruk: heel verzorgd, gezellig.

En waarachtig een brede samenwerking!

EV

 

open tuinenroute

 

De KVLV richtte op 4 juni een open tuinroute in. Echt een nieuw gegeven in onze samenleving. Op 10 plaatsen werden tuinen van allerlei aard opengesteld. Het succes was verdiend. Onze medeleden Fred en Pien de Warrimont, Theo Broers en Mieke Nyssen namen hierbij initiatieven.

JN

 

dag van de kers

 

Ons medelid Theo Broers werkte mee aan deze dag, 16 juli, op kasteel Rijkel. Zijn foto gaf aan de wervings-folder een biezonder geslaagd cachet.

(Red)

 

regiolekten

 

In Vlaanderen maken heel wat mensen zich druk over het zgn "verkavelingsvlaams", een tussenvorm tussen dialekt en standaard-Nederlands. Ik meen dat de Brabantse vorm het meest gebruikt wordt en dat daarnaast ook een Limburgse en een Vlaanderse vorm bestaan. In West-Vlaanderen lijkt mij het dialekt het springlevendst! Ik meen trouwens dat ook Nederland deze tussentalen kent.

 

Nu las ik in "Volkskultur an Rhein und Maas" (18.Jahrgang 1/00, Umgangssprache _ Wat is dat? p 54-55) dat Duitsland ook een verschillende omgangstaal heeft in elke streek, tussen dialekt en hoogduits in. In Duitsland spreekt men in dit geval over regiolekten.

EV

 

workshop en andere activiteiten

 

werkwinkel (KW 18)

 

Destijds zochten we naar een alternatief voor de Engelse term workshop. - De taaladviesdienst had geen alternatief voorhanden. Wel verscheen er in Onze Taal van juni 2000 onderstaande reactie:

 

"Engelse termen - Wim Looyestijn - Den Hoorn

 

In de rubriek 'Ander woord voor ...' worden op gezette tijden Nederlandse woorden voorgesteld die Engelse termen kunnen vervangen.

 

In de doorgaans onderhoudende discussies die daarmee gepaard gaan, mis ik vaak een belangrijk element. Veelvuldig wordt een Nederlands woord afgewezen omdat het niet geheel de lading dekt. Echter, het Engelse woord dat vervangen moet worden, heeft in het Engels vaak ook een veel algemenere betekenis. Wij gebruiken dat Engelse leenwoord in een enge betekenis zonder ons te realiseren wat de oorspronkelijke, ruime betekenis is. Blijkbaar geven we een Nederlandstalig alternatief niet graag de kans zich te ontwikkelen tot een woord met een engere betekenis. Volgens mij moeten we algemenere Nederlandse woorden durven kiezen, en na verloop van tijd blijft het best geslaagde woord wel hangen in de taal. Overigens vind ik (naar aanleiding van de januari-aflevering van 'Ander woord voor ...') snuffelen ook wel een goede vertaling van to browse."

einde citaat

 

Tijdens de workshop werd tegen werkwinkel als alternatief volgens mij slechts één tegenargument naar voor gebracht. Men verzette zich ertegen met de redenering "het is toch geen winkel?".

 

Ik denk dat bovenstaande reactie goed weergeeft dat het geen probleem hoeft te zijn, om een bestaand woord door middel van een toevoeging een engere betekenis te laten krijgen.

Jos. Buysen

 

stichting Heemkunde Mheer

 

Op 17 maart 2000 gaf ons medelid J. Nijssen in Mheer een lezing over de oude grafkruisen van dat dorp. Hij behandelde de recente vondsten én de vanouds bekende exemplaren, samen 14 stuks van 1591 tot 1770. Er konden verbanden gelegd worden met het Maasland, het Land van Aken en het Land van Herve. - Spreker waagde zich ook aan een schatting van het aantal mensen die er ooit op het grondgebied van het huidige Mheer gewoond hebben: 60.000.

(Red)

 

prehistorische vuursteenmijn

 

Op 15 april bezochten we, samen met de MilieuGroep en onder leiding van Werner Felder, de vuursteenmijn van Rijkholt. De deelname was zeer bevredigend, en na het vermelden van de naam van de gids hoeven we verder niet te zeggen dat de deelnemers waar voor hun geld kregen. Uitgebreid verslag in MilieuGroep Voeren Aktueel nr. 39 p. 235.

(Red)

 

 

bezoek aan veehouderij Jean Geelen, Rulen, SPV

 

Op 27 maart 2000 brachten we, samen met de Gidsengroep, een bezoek aan genoemd bedrijf. Hier ook hoog vakmanschap en klare uitleg.

(Red)

 

 

Voerendag

 

Onze kring nam deel aan de Voerendag 9 juli 2000 met een stand en kleine tentoonstellint (electrische draad WO 1) bij Potpourri. Vrij groot succes, maar het leverde geen nieuwe leden op.

(Red)

 

monumentendag

 

Onze Kring werkt mee aan de monumentendag van 10 september. We nemen de pastorie van SGV voor onze rekening, die dan ook van binnen kan bezocht worden. Roccoco-elementen.

(Red)

 

stichting Heemkunde Mheer - Uitnodiging

 

Thema-avond: 'Volksgebruiken in de regio Mheer - Banholt' met Servé Hutschemakers uit Tebannet. "Servé heeft jarenlang materiaal en verhalen verzameld over oude volksgebruiken in onze dorpen. Het alledaagse leven van onze voorouders uit het begin van deze eeuw. Een tijd waarin het leven voornamelijk bestond uit bidden en werken: 'ora et labora'. - Servé zal ondermeer gebruiksvoorwerpen laten zien die destijds werden gebruikt om mens en dier te helpen."

 

Vrijdagavond 15 september om 20.00 in café Quanten.

 

Verdere agenda:

 

- vrijdag 3 nov. 2000 Thema-avond: 'onze schutterijen'

- vrijdag 12 jan. 2001 Thema-avond: 'ontginning en wegenbouw in de Middeleeuwen'

(Red)

===

REAKSIES

 

 

storende fout (KW 19)

 

Onderaan elke bladzijde van KW 19 staat "nr. 18" (1999/2). De aandachtige lezer zal begrepen hebben dat bedoeld is: nr. 19 (...). Maar als iemand binnen 20 jaar een copie / scan van een stuk uit bedoeld nummer maakt geeft dat problemen.

(Red)

 

oorlogsgedenkteken Moelingen (Franck) (KW 18)

 

Martin Cailliau bezorgde een kopie van een gedenkprentje van de restauratie van bedoeld monument (Origineel: privéverzameling SGV).

 

Deze tekst wijkt af van wat op het monument zelf staat:

 

DIEU - PATRIE /

CROIX BRISEE /

PAR L' ENNEMI EN 1942 /

RELEVEE EN 1946 /

ICI FUSILLES LE 6-8-1914 /

PAR LES ALLEMANDS /

LAMBERT L. /

LUYTEN N. /

FRANCK F. ET J. FRERES /

DE WARSAGE /

PENDUS LE 7-8-1914 /

GEELEN NESTOR WARSAGE /

CLAUDE F. BERNEAU /

KERFF M. FOURON-LE-COMTE /

SOXHELET L. WARSAGE /

ET DEUX INCONNUS /

R.I.P.

 

Wat is juist? - Het boek Lyr, "Nos Héros" geeft onder de gesneuvelden van Warsage: Franck, Ferdinand, Julien en Pierre; verder Geelen, Nestor; Lambert-Franck, Lucie en Soxhelet, Léon - maar geen Luyten

 

Translation of the text (which is partly written in each of both languages).

 

"In memory of the restauration in 1946 of the large cross of the 4 shot 6-8-1914 and the 6 hanged 7-8-1914 by the enemy in 1914; destroyed in 1942.

 

FRANCK P. - FRANCK F. - FRANCK J. -LUYTEN H. from Warsage - Geelen N., Weerst (= Warsage) - Glaude F., Berne (=Berneau) - Kerff M., 's Graven- V(oeren) - Soxhlet L. Weerst - 2 strangers

Hanged on the 7 or 8th in the evening, at the path of Mesch : F. LEERS - F. LEGRAND - J. TYCHON of Berne.

GOD - FATHERLAND

 

Why do we find only 2 Francks on the monument, and three here and in the list of "Nos Héros". How to combine this with the Franck-genealogy?

(Red)

 

vlaai (KW 01, 18)

 

dorèye = Waals voor vlaai. Men spreekt van "blanke dorèye" en "neure dorèye", witte en zwarte vlaai (deze laatste van gedroogd fruit).

Let ook op de plaats van het adjectief, vòòr het nomen, net zoals in Germaanse talen. Zo ook: "cutes peures" = poires cuites, gekookte peren. TB heeft een speciaal toestel waarmee deze cutes peures gekookt werden.

(Red)

 

de P.F.5 in Vitsjen in 1939/1940 (KW 19)

 

Er is een foutje geslopen in het artikel verschenen in d'r Koeënwòòf nr 19 (1999/2). Op blz. 15, in de vermelding van de namen van de mannen op de foto, moet worden gelezen "wachtmeester Erkens" i.p.v. "... Aerts".

MC

 

Nederlandse tijd, zomer- en wintertijd (KW 19)

 

J. Wetsels, die onderzoek verricht naar WO 2 in de omgeving van St. Geertruid, heeft met de tijdsverschillen tussen de oorlogvoerenden te maken.

 

In 1977 schreef hij daarover naar het Nederlands Meteorologisch Instituut: "... Cornelius Ryan stelt in "De langste dag" en "Een brug te ver" dat de dubbele Engelse zomertijd een uur later aangaf dan de Duitse tijd. Hij zag daarbij over het hoofd dat de Duitsers ook zomertijd hadden. Mijn vraag is nu wanneer die Duitse zomertijd in 1944 eindigde..."

 

Uit het antwoord: "Begin en einde zomertijd (begin, 2-3 uur v.m. - einde 3-2 uur v.m.):

1939: 15 mei - 8 oktober

1940: 16 mei - zomertijd tot en met 1942, 2 november

1943: 29 maart - 4 oktober

1944: 3 april - 2 oktober

1945: 2 april - 16 september (enkel daar waar de Duitsers nog aanwezig waren, dus niet in onze omgeving, waar het front reeds in september 1944 was voorbijgekomen).

 

Op 16 mei 1940 werd overgegaan van Nederlandse Tijd op Midden Europese (zomer-) Tijd. Voorbeeld: 12 uur N.T. = 13.40 uur M.E.(Z)T.

 

Na september 1945 is geen zomertijd meer gebruikt. Wel werd de Midden Europese Tijd gehandhaafd.

 

Wie Duitse bronnen met geallieerde vergelijkt moet hiermee tot in de details rekening houden.

medegedeeld door MC

 

en nòg de kermis van 's-Gravenvoeren (KW 18)

 

En toch zijn we nog niet uitgepraat over de kermisdatum van SGV!

 

Het gaat natuurlijk al lang niet meer over een betwisting rond die derde zondag van september. Die staat buiten kijf.

Tegenwoordig toch.

 

Het gaat er nu om, argumenten te vinden voor de ouderdom van het gezegde "St. Mattheus mag niet mee-eten" en voor de oude bepalingen rond de datum voor de kermis. - En het schijnt minder te gaan om St Mattheus dan om St Lambertus, de patroonheilige van de parochie.

 

In het dagboek van pastoor d'Affnay vinden we, fo. 27 verso: "In het jaer 1729 den 30 septembris s' vrijdaghs van onse kermis heeft sijn hoogheyt S. Gillis suffragaen en wijbisschop van Luyck in onse kerck uytgedeelt het H. sacarament des vormsel...

 

Twee mogelijkheden:

 

a. met "vrijdag van de kermis" is bedoeld: vrijdag vòòr de kermis. Dan viel in 1727 kermis-zondag op 2 oktober...

 

b. Ofwel is bedoeld: vrijdag na de kermis. Maar dat houdt in dat men zowat een week lang kermis vierde, en wel vooral nà kermis-zondag. Dan was het zondag 25 september kermis geweest in SGV. Oftewel op de 4e zondag van die maand (4 - 11 - 18 - 25).

 

En niet op de 3e zondag, 18 september, want dan kon Mattheus (21 sept.) op kermis- woensdag mee-eten... Klopt weer met de idee dat er nog ten minste drie dagen na de zondag kermis- eten was.

 

Men zou zeggen dat het Mattheus-gezegde van SGV al in 1727 bestond.

 

Men verklaart het woord "kermis" als "kerk-mis", het feest van de kerkwijding. Maar het is moeilijk aan te nemen dat de kerken van de vele dorpen die een september-kermis hebben, ook in september zouden zijn gewijd. De kermis lijkt eerder met het einde van de oogst samen te hangen.

 

Dat de kermis van SGV zo kort na het patroonsfeest valt is echter een toeval. In Moelingen, (Onze-Lieve-Vrouw), 15 augustus) trouwens ook. Maar dat hoeft niet zo te zijn. In SMV valt het patroonsfeest (11 november) na de kermis. - Stelde men misschien de officiële kerkwijding uit tot er een feest of eten) was?

 

Zo komen we tot drie wel te onderscheiden begrippen: de herdenking van de kerkwijding, het patroonsfeest en de kermis.

 

Nota. Nog een datering, nu onafhankelijk van de kermis-idee. D'Affnay fo. 26: "... 1727 den 21 april smaendags nae beloken paesschen ...". Dat 30 september 1729 een vrijdag was, en 21 april 1729 de maandag na Beloken Pasen, kontroleerden we met de site: http://www.thkoehler.de/midnightblue/m_kal.htm

JN

 

brikke bakke (KW 19)

 

Guillaume Born: er heeft een "brikkeriej" = baksteenbakkerij bestaan" tegenover Jo Smeets, Altenbroek, nu nog te zien in het landschap. De term brikkeriej werd door Mathieu Spits (op de Schoppemerhei), boswachter, gebruikt.

JN EV

 

 

AANTWÄÖED

 

grenswacht-huisje (KW 19)

 

Margriet Frijns signaleerde ons overblijfselen van zo 'n huisje boven Zinnich. Te onderzoeken.

(Red)

 

VRAOGE

 

kastanjebomen

 

Graag opmerkingen en aanvullingen betreffende wilde kastanjebomen (artikel van Elza Vandenabeele)

 

WO 2

 

... Die Artikel Ihrer Heimatzeitschrift... haben mir gut gefallen, u.a. die Anmerkung zum Gefreiten Hummelbeck (Nr. 18, Seite 14). ... Bei welcher Einheit (ist) er gewesen - (vermutlich 253. ID).

Günther Schalich

 

dialecticiteit en culturele identiteit

 

Beste Limburger,

 

"Het langste huisdier in Limburg? Een hoooooond." Deze en vele andere Limburgermoppen kennen vooral buiten onze provincie een lang leven.

 

Maar wat vinden wij, Limburgers, nu van onszelf en van onze taal? In welke mate en op welke vlakken voelen wij ons als Limburger anders dan de doorsnee Vlaming?

Om dat te weten te komen, organiseert de Provincie Limburg i.s.m. het Instituut voor Naamkunde en Dialectologie van de KULeuven de komende maanden een grootscheepse enquête. Het is de bedoeling dat zoveel mogelijk Limburgse mannen en vrouwen van alle leeftijden, zowel in als buiten de provincie wonend, dialectspreker of ook niet, daaraan deelnemen. In een eerste fase wordt de enquête uitsluitend in digitale vorm verspreid (vanaf september komt er ook een papieren versie in omloop).

 

De op deze manier verzamelde gegevens zullen verwerkt worden in een wetenschappelijke studie over dialecticiteit en culturele identiteit in Limburg.

Bovendien zullen ze door het provinciebestuur als indicatoren gebruikt worden voor het toekomstige beleid inzake stimulering en ondersteuning van streektaalbeleving. Laat dus ook uw stem horen en surf even naar ons digitale

enquêteformulier op: http://www.limburg.be/ichkaloochlimburgs/ (klik links onderaan op enquête)

 

U kan ons een tweede grote dienst bewijzen, door dit mailbericht ook te sturen aan al uw Limburgse vrienden en kennissen met een mailadres. Wij hopen dat op die manier heel digitaal Limburg tegen 1 december 2000 een ingevuld enquêteformulier zal teruggestuurd hebben.

 

Met veel dank en een Limburgse groet,

Rob Belemans

 

dòkkaar

We hopen uiteraard reacties te krijgen op het artikel over de dokkar

(Red)

 

vliegtuigen WO 2

 

de coördinaten van vliegtuigcrashes zouden moeten vastgelgd worden door ooggetuigen vóór het te laat is.

JN

===

 

Colofon

 

dit nummer werd samengesteld

op MacOs 7.0 in Aldus PageMaker 5.0 Letter New York 10 pt

met gebruik van ClarisWorks 4.0 en Aldus Photoshop 3.0

Layout Jaak Nijssen

Met beste dank aan Christophe Janssen en Voeren 2000 voor technische hulp

 

====