update: 2000 okt 05

D'r Koeënwòòf nr 11 (1995/02)

 naar Koeënwòòf 12

 terug naar / back to

D'r Koeënwòòf


INHOUD

 

Luu Lieben -- van de voorzitter ter gelegenheid van de uitreiking van de prijs van de Kulturele Raad 1995 -- 3

Guido Sweron -- Gemeentelijke Culturele Raad Voeren prijs van de Culturele Raad Voeren 1995. -- 5

Jos Buysen -- Boerenbond-frank uit aubel gevonden op Konenbos -- 7

Josée Lemmens - Nyssen -- Kerstmis in St.-Martens-Voeren -- 11

-- Kerstmis in St.-Pieters-Voeren -- 14

Margriet Frijns: -- Kinderversjes uit epen -- 15

Elza Vandenabeele Theo broers geïnterviewd over versjes van moelingen

Zjaak Niese -- Jaak Nijssen -- "Het boerenhof" -- 18

nn Herinnering...aan een herdenking -- 19

Rik Palmans -- Het web heeft ook een (kleine) link naar voeren -- 21

nn -- TRIPSOP 1995 -- 23

nn -- Jef Elsen in een bont palet van citaten -- 25

nn -- Onze goeverneurs -- 30

Jaak Nijssen -- Bijscholing voor de gidsenkursus: groenendijk/de warrimont, , leerssen -- 31

Luu Lieben -- Bèr essers in memoriam -- 36

-- Gezaömers -- 43 (o.a. KADASTER)

Elza Vandenabeele -- Lijst voerense tijdschriften. -- 49

 

======

Luu Lieben

VAN DE VOORZITTER TER GELEGENHEID VAN DE UITREIKING VAN DE PRIJS VAN DE KULTURELE RAAD 1995

 

Op 8 september 1995 werd aan onze Ere-Voorzitter dr Jaak Nijssen, in het CC van de Vlaamse gemeenschap "Het Veltmanshuis" te Sint-Martensvoeren, de hem door de Culturele Raad van Voeren toegekende prijs, van deze Raad, voor 1995 op plechtige wijze uitgereikt.

In de uitnodiging uit de Kulturele Aktiviteitenkalender voor de Voerstreek van september 1995 is de aankondiging van de toekenning en uitreiking, op 8 september 1995, bondig verwoord en verantwoord door de heer Guido Sweron.

 

(afb.): Onze erevoorzitter, op de workshop met Jef Elsen. Foto Rik Palmans 11.12.1995, 20u

Zowel de verantwoording tot toekenning van die prijs evenals de feestrede uitgesproken door de heer Guido Sweron laten aan duidelijkheid niet te wensen over.

dr Jaak Nijssen heeft die prijs dubbel en dik verdiend.

Als oprichter van onze Heemkring Voeren en Omstreken en als medeoprichter van de Gidsenkursus hebben meerdere van onze leden, waaronder ikzelve, dr Jaak Nijssen nader i.c. van dichtbij leren kennen.

Ja, leren kennen als een bijzonder, geweldig, gemotiveerd mens met een zeer brede belangstelling en biezondere kennis en kunde; met name onder andere, 'n zeer brede kennis over de heemkunde van Voeren en verre omstreken. Jaak de inspirator, motor tot verruiming van, blikken op het verleden, het heden en de toekomst.

 

Ondergetekende en velen met mij begrijpen zeer wel wat Guido Sweron in zijn laudatio als volgt stelde, namelijk dat:

Jaak voldoende persoonlijkheid had en heeft om anderen de ruimte te geven, hen te laten werken en hen te stimuleren het beste van zichzelf te geven.

Ook wij allen waarderen dat hogelijk van Jaak.

Jaak heeft vaker zijn nek uitgestoken en dat is, zoals dat in het menselijk verkeer werkt, hem niet steeds in dank afgenomen.

Zoals reeds gezegd, Jaak is een bijzonder mens die weet te geven, te nemen, en vooral ook te inkasseren.

Bijzondere hoogtepunten van de activiteiten onder zijn voorzitterschap van onze Heemkring zijn onder andere:

- het periodiek doen laten verschijnen van onze uitgave D'r Koeënwòòf (eigenlijk zou je onze Jaak wel onze "opper-Koeënwòòf" kunnen noemen);

- het organiseren van de tentoonstelling over de prehistorische mensen,

m.n. over de Rendierjagers in samenwerking met het Gallo-Romeins Museum van Tongeren. De expositie heeft vrij langdurig gelopen in de Provinciale Secundaire School aan de Berneauweg alhier en heeft ontzettend veel belangstelling gekend.

- het organiseren van de tentoonstelling "De Voerstreek omtrent 12 september 1994" Ter gelegenheid van de 50-jarige herdenking, in september 1994, van de bevrijding van de Duitsers (zie hierachter een fotoreportage van de tentoonstelling en daarbij betrokken activiteiten)

De avond van de uitreiking van de prijs van de Kulturele Raad Voeren 1995 was een zeer bijzondere.

Vooreerst de opwachting van een aantal medeleden van zijn schutterij Sint-Martensvoeren en het escorteren door die leden, in hun mooiste kledij van de Zwitserse Wacht, tot aan in de bomvolle zaal van het CC.

Ik denk hier niet alleen aan de aanwezigheid van vele prominenten, waaronder pastoor Meertens, Mark Grammens en vele andere waaronder met name vele Voerenaars

'n Schitterende feestavond, met mooie speeches, muziek, zang, bloemen en felicitaties.

Ook het dankwoord van onze gelauwerde was, zoals bekend, eenvoudig, zakelijk dirigerend, spits schertsend, en van voldaanheid.

Opnieuw zij gesteld dat Jaak een mens is om trots op te zijn en om hem de toegekende en uitgereikte prijs van harte te gunnen.

Vanaf deze plaats acht ik het juist om ook in dezen zijn lieve vrouw Elza Vandenabeele te betrekken, die met Jaak samen steeds opnieuw het juiste span vormde om de vele beoogde doelen samen met vele anderen uit te werken en te verwezenlijken.

Dank daarvoor Elza.

Zij samen zijn nog steeds veelzijdig positief aktief.

Beiden gaarne nogmaals proficiat en heel veel doorzettingsvermogen en gezondheid toegewenst tot nog vele jaren.

 

====

Guido Sweron

GEMEENTELIJKE CULTURELE RAAD VOEREN

PRIJS VAN DE CULTURELE RAAD VOEREN 1995.

LAUDATIO

 

Geachte Heer ere-voorzitter,

Beste Jaak,

Het klinkt een beetje stom, maar ik ga er U toch nog maar eens aan herinneren

waarom en aan wie wij onze jaarlijkse prijs van de culturele raad toekennen.

Wij geven die aan een persoon, een groep of een vereniging die zich op een speciale, creatieve manier op het socio-culturele, wetenschappelijke, artistieke of economische vlak verdienstelijk gemaakt heeft voor de Voerense Gemeenschap. Dat economische is misschien niet direct uw sterkste kant, hoewel... onrechtstreeks.

Artistieke kwaliteiten hebt gij uzelf ook nooit toegeschreven, hoewel, een veearts, noemen ze dat in deze streek geen "artiest"?

Maar al het andere, Jaak, is voor U meer dan voor wie ook van ons van toespassing: je hebt je je hele leven lang op een speciale, creatieve manier op het socio-culturele en wetenschappelijke vlak voor uw Voerense Gemeenschap verdienstelijk gemaakt, en die gemeenschap wil door de toekenning van deze prijs haar erkentelijkheid hiervoor uitdrukken.

 

Tot op heden werd de prijs toegekend aan:

in 1988 : ere-gedeputeerde Miel Smets-zaliger

in 1989 : lic. Rik Palmans uit Sint-Pieters-Voeren,

in 1990 : Jef Huynen uit 's-Gravenvoeren,

in 1991 : Patrick Dewael, toenmalig Minister van Cultuur, Tongeren,

in 1992 : Hubert Broers sen., `s-Gravenvoeren,

in 1993 : Edgard Goedleven, Directeur van de Dienst Monumenten en Landschappen,

in 1994 : Marcel Kerff, BRTN radio-journalist

JAAK NIJSSEN (° 1926), wordt hierbij dus de achtste in de rij.

Toen aan dr. Jaak Nijssen in december 1993 door het Landschaftsverband Rheinland (Nordrhein-Westfalen) de hoge onderscheiding de "Rheinlandtaler"werd toegekend, kreeg hij die omdat hij zich, zonder dit uit te bouwen als een professionele bezigheid, bijzonder verdienstelijk had gemaakt op het gebied van de naam- en volkskunde, geschiedkundige feiten, heemkunde en vooral de studie van de grafkruisen en religieuze monumenten in dit gebied.

Dat palmares, dat wij volledig onderschrijven, zou uiteraard al meer dan voldoende zijn om de toekenning van de Prijs van de Culturele Raad Voeren te verantwoorden, maar wij Voerenaars willen er toch nog enkele bijzondere verdiensten aan toevoegen.

Zijn opzoekingswerk resulteerde in een rijke schat van publicaties in de degelijke tijdschriften "Band" en "Heem" (1957-1973), "Land zonder Grenzen" (1972-73), "Voeren" (1977-1982), "Voeren Aktueel", "Voersprokkels", het Molenboekje Voeren (1983), de studie van 50 jaar Chiro Sint-Martens-Voeren (1992), "D'r Koeënwòòf" (tijdschrift), "Het Boerenhuis uit de Voerstreek in het Openluchtmuseum te Bokrijk" (1972), "De Spoorlijn Tongeren-Aken in oorlogstijd aangelegd" (1985), "Croix potales et chapelles au pays de Visé" (1989) enz. Niemand kan over Voeren publiceren zonder studiewerk van Jaak Nijssen als bron te vermelden of zonder hem te raadplegen. Jaak Nijssen nam als Vlaams voorman en intellectueel zijn verantwoordelijkheid op zonder berekening, dat deed hij eertijds

als voorzitter van Davidsfonds Sint-Martens-Voeren (1955-1965),

als voorzitter van het actiecomité "Voerstreek bij Limburg" in de beginjaren 1960,

als actief medewerker van de vzw "Werkgemeenschap Oost-België" (1972-1973)

dat bleef hij doen als voorzitter-stichter van het Algemeen Kultureel Komitee van de Voerstreek (1964),'

als voorzitter van de Gemeentelijke Culturele Raad (1978-1995),

als kandidaat-gemeenteraadslid,

als ondervoorzitter van de vzw "Opbouwwerk Voeren",

als voorzitter van de Gidsenopleiding in Voeren,

als voorzitter van de Heemkring Voeren

en als voortrekker van talrijke andere verenigingen, denk- en actiegroepen, veel te veel om op te sommen.

Wat wij vooral moeten bewonderen in de persoon van Jaak Nijssen is dat hij altijd klaar stond om zijn verantwoordelijkheid op te nemen, zonder berekening. Hoewel ontegensprekelijk meer wetenschapper, denker en filosoof kon hij er even goed invliegen. De eerste busverbinding Voeren-Tongeren, waardoor heel wat Voerense jongeren verdere studiekansen in Vlaanderen kregen, hielp hij mee realiseren samen met onderwijzer Roger Boffé.

Het Voerhuis in Bokrijk en heel wat van de inboedel is er voor een groot deel dank zij hem.

Hij was actief betrokken bij de aankoop van het Veltmanshuîs in 1971.

Hij hielp o.a. mij mijn eerste kontakten leggen buiten Voeren in het kader van het Overlegkomitee Voerstreek-Vlaanderen, "Werkgemeenschap Oost-België" en de Overmaasdagen.

Jaak Nijssen was een Vlaming die voor zijn identiteit durfde uitkomen ook op momenten dat daarvoor moed nodig was: als de arrondissements-commissaris- adjunct Peters tekeer ging als een bezetene tegen een groep TAK-wandelaars o.l.v. Piet De Pauw en alle rijkswachters ertegen mobiliseerde... dan ging Jaak Nijssen ze toespreken en welkom heten..." want het waren Vlamingen en die moesten zich thuis kunnen voelen op hun eigen grond", zo gaf hij mij achteraf als verklaring in de beginjaren 70.

Dat was de tijd lang voor de fusie, lang voor de Harde Kern, lang voor Voerbelangen, lang voor die goed uitgebouwde infrastructuur... In 1970 was hij als mede-organisator rechtstreeks betrokken bij de Voerbetoging in Hasselt.

Wat ik persoonlijk aan Jaak Nijssen vooral kan waarderen is dat hij voldoende persoonlijkheid had en heeft om anderen ruimte te geven, hen te laten werken en hen te stimuleren het beste van zichzelf te geven. Iedereen die met hem heeft samengewerkt weet wat ik daar mee bedoel.

Ook al is Jaak Nijssen de eerste om al zijn verdiensten te relativeren, hij heeft zonder meer zijn stempel gedrukt op de ontplooiing van deze streek en haar bevolking, hij heeft voor een groot stuk de verbinding belichaamd tussen de generatie Overmaaswerkers waartoe Veltmans, Langohr en Franssens behoorden en onze eigen tijd.

Jaak Nijssen hoort zonder meer thuis in de galerij van onze eigen Vlaamse Overmaas-adel.

Ik vind het daarom een hele eer dat ik hem de Prijs van de Culturele Raad 1995 mag overhandigen en dat ik hem bij deze gelegenheid in de naam van het Bestuur van de Culturele Raad van Voeren ook het ere-voorzitterschap mag aanbieden.

======

Jos Buysen

BOERENBOND-FRANK UIT AUBEL GEVONDEN OP KONENBOS

 

Met het uitproberen van een eigenlijk versleten tapijtreiniger op de openbare, verharde weg van Konenbos (De Plank), meen ik een toch wel merkwaardige vondst te hebben gedaan. Nadat ik een twintig meter had geveegd met die bewuste tapijtreiniger nam ik deze op, en hoorde gelijk iets metaalachtigs rammelen. Ik keek naar de inhoud van de tapijtreiniger en ontdekte tussen steentjes en drek een tamelijk grote, bronskleurige munt. Een nadere bestudering ervan leverde het volgende op: Deze bruine munt is behoorlijk gaaf, goed leesbaar en heeft een grauwgroene patina (oxydatielaag op bronzen en koperen voorwerpen als teken van antiquiteit). Ze is niet magnetisch.

De munt draagt aan de ene kant het opschrift "BOERENBOND" in de rondte geschreven langs de bovenrand. Langs de onderrand staat het opschrift "AUBEL". De twee woorden worden links en rechts gescheiden door een vijfpuntige ster. Samen met de twee sterren vormen de twee woorden een cirkel, waarbij opvalt, dat het ene woord op de kop staat ten opzichte van het andere. Zo kan het dat beide woorden gewoon leesbaar zijn als je de munt stil houdt. Bij andere munten, bijvoorbeeld de "oude" Nederlandse guldens en rijksdaalders met de beeltenis van Koningin Juliana, staat de tekst "JULIANA KONINGIN DER NEDERLANDEN·" als in een cirkel geschreven, en staan dus altijd een paar woorden op de kop, zodat je de munt langzaam moet draaien, wil je de tekst goed kunnen lezen.

In de ruimte die in het midden over blijft staat een waarde-aanduiding van één Frank en geschreven als "FR 1.". De gaaf-randige munt draagt geen randschrift, daar is de munt te dun voor (iets meer dan 1 mm). Ook een randversiering ontbreekt. De reden hiervoor kan zijn dat een randschrift of randversiering de produktiekosten drastisch zou verhogen. De munt is geslagen in medailleslag, dat wil zeggen dat je de munt over zijn verticale as moet omdraaien, om de afbeelding zowel op de muntzijde als op de kopzijde rechtop te zien. Dit is ook het geval met Engelse, Duitse en Russische munten. Nederlandse (vòòr Beatrix), Franse, Belgische en ook Amerikaanse munten zijn in muntslag. Hierbij draait men het stuk over de horizontale as om beide afbeeldingen rechtop te kunnen zien.

De uiterste rand van de voor- en achterkant is versierd met een stippellijn, en ziet er uit als een parelrand.

Aan de andere kant van de munt staat niets geschreven, maar prijkt een afbeelding die voor mij lijkt op twee volle zakken graan, toegebonden en kruislings op elkaar gelegd. De verhouding van de hoogte en de breedte van de zakken doet eerder denken aan twee plunjezakken, omdat ze tamelijk smal zijn. Een plunjezak is echter niet direkt het symbool van de boeren, eerder van de matrozen, soldaten of mijnwerkers bijvoorbeeld. Graanzakken zijn aannemelijker als teken voor de boerenbond, waarbij de bedenking valt te maken of dat geldt (gold) voor boeren in een veeteelt- en fruitteeltstreek als Aubel.

De Boerenbond had en heeft een Aan- en Verkoop-Vennootschap (AVV). Men kan zich voorstellen dat die graan kocht van de boeren, maar ook veevoer en kunstmest leverde aan de boeren, dit alles in zakken (Chilisalpeter voor het maken van kunstmest was al bekend in 1914). Het lange, smalle model komt men nu ook nog tegen. Ik denk dat de lengte van de zakken kan verschillen, al naar gelang de hoogte van de meeluitlaat van de graanmolen. Het gebouw van de molen van Aubel, waar ook de Boerenbond gevestigd was en waar nu nog de brievenbus van blauwe steen met de tekst "BOERENBOND" in de muur zit staat aan de Rue de la Station 16 en is verbouwd tot een massa appartementen.

Misschien als een datering bekend wordt, dat dan ook blijkt dat er toen in Aubel meer graan verbouwd werd. Het is bekend dat er wel degelijk een omschakeling heeft plaatsgevonden van akkerbouw naar veeteelt. Zo zou je dus de redenering kunnen omdraaien en de datering van de munt in ieder geval vóór tot ten laatste tijdens deze omschakeling kunnen laten vallen. Dan zit je toch ten laatste in de eerste decennia van deze eeuw. Een dokumentatie in dit verband vormen de Ferrariskaart en de topografische kaarten. In de streek rond De Plank ging men rond 1920 over van akker op weide, volgens de moeder van Jaak Nijssen omdat de prijs van het graan gevallen was tengevolge van de invoer van Amerikaans graan.

Om nu de exacte datering te bepalen en meer te weten te komen over het gebruik en doel van deze munt heb ik inmiddels al vele personen geraadpleegd. Tot nu toe ben ik tot de volgende resultaten gekomen. Voor de leesbaarheid van deze tekst is er steeds sprake van een munt. Officieel is deze term eigenlijk voorbehouden voor de geldige betaalmiddelen die zijn uitgegeven door de Nationale Bank van België. Aangezien de munt uitgegeven is door de Boerenbond, zou je misschien beter spreken van een penning, een stuk, of, zoals Thomas Lambiet uit Verviers het noemt (Aubels historisch deskundige), een "jeton".

In vroeger tijden kwam het vaker voor dat er waardemunten werden geslagen voor de leden van een bond, bijvoorbeeld de boeren of de bakkers. deze munten konden onderling als pasmunten gebruikt worden, maar misschien ook als consumptiepenning dienen op bepaalde feesten of als bonificatie bij aankopen.

Dat de naam Boerenbond gebruikt wordt op een munt uit Aubel is niet vreemd. Niet omdat in Aubel vroeger inderdaad Nederlands en Limburgs dialekt gesproken werd, maar omdat Boerenbond ook in het Frans Boerenbond wordt genoemd: "Le Boerenbond".

Bij de Boerenbond in Leuven was men niet op de hoogte van het bestaan van dergelijke munten.

 

 

De waarde van 1 frank valt mee, als je dit bijvoorbeeld vergelijkt met het papiergeld uit de eerste wereldoorlog dat werd uitgegeven en gegarandeerd door de gemeente Aubel. Men vindt er waarden terug van 5 - 10 - 15 - 25 en 50 centimes en 1 - 2 - 5 en 10 francs. De crisis uitte zich duidelijk over het ganse land. Ook het leger maakte eigen geld, bonnen van 1 en 5 frank. De Nationale bank drukte geld denkelijk met de twijfel of ze de frank nog wel frank zouden noemen. Er bestaan biljetten met een waardeaanduiding van bijvoorbeeld 5 frank of 1 Belga, 10 frank of 2 Belgas. Geen sigaretten, maar een nieuwe munteenheid.

Dhr. Fernand Hanssen uit Aubel die vroeger op de BBL (Bank Brussel Lambert) aldaar werkte, is nu een bekend en verwoed verzamelaar van dergelijke oude biljetten. Een verzamelaar had hem reeds 1000 Bfr. geboden voor het Aubels biljet van 10 francs. Dhr. Hanssen slaakte een zucht van herkenning toen hij de Boerenbondfrank onder ogen kreeg. Reeds één maal eerder had hij deze al gezien. Hij is ervan overtuigd dat de Boerenbondfrank stamt uit de eerste wereldoorlog en diende als noodgeld.

In de periode 1915-1935 maakten in Duitsland, Frankrijk en in mindere mate in België vele gemeenten en privé-organisaties noodgeld

* * *

Als ik aanneem dat de Boerenbondfrank ook uit de eerste wereldoorlog stamt, dan zouden er misschien nog mensen moeten zijn die deze munt daadwerkelijk gebruikt hebben, of weten dat hun ouders die gebruikt hebben. De vroegere burgemeester van Aubel, Dhr. Albert Baltus, reeds 85 jaar oud, wist er niets van, net als Dhr. Edmon Piron die vòòr zijn pensionering bij de CERA in Aubel werkte. Veel gevraagde mensen reageerden trouwens zeer snel met het antwoord eens bij de CERA te informeren, omdat die bank met name vroeger sterk met de Boerenbond verbonden was. Je mag echter als buitenstaander geen rechtstreeks kontakt hebben met een persoon in levende lijve op het CERA hoofdkantoor. Dat moet via je plaatselijke kantoor gaan. Uiteindelijk berichtte men mij dat de munt geen waarde heeft, omdat er geen zilver of goud inzit. Ze heeft misschien wel een verzamelaarswaarde. Graag zou ik weten of de CERA misschien iets in de archieven heeft zitten.

Diverse Aubelse boerenmensen, sommigen behoorlijk op leeftijd, enkelen die vroeger Boerenbondlid waren, waarvan er één begon te boeren in 1926, kenden de munt niet. Ook mijn vroegere buurman op Konenbos, Dhr. Hubert Droeven, waarvan ik aanvankelijk dacht dat hij hem misschien ooit verloren had, zag er niets bekends in. Hij is nu 96 jaar oud en heel klaar bij kop. Hij woont nu met zijn 92 jarige vrouw in het bejaardentehuis van Aubel. Vroeger hebben zij een boerderij gehad in Aubel tot 1958, waarna ze terugkwamen naar Konenbos, waar hij geboren en getogen is. Zijn ouders hadden boerderij in het huis waar mijn vrouw en ik nu wonen. Je zou denken dat Dhr. Droeven iets moest weten, zeker omdat de munt op Konenbos gevonden is. Maar je moet weten, tijdens de eerste wereldoorlog, Dhr. Droeven was toen 15 of 16 jaar, liep de electrische draad die België van Nederland scheidde áchter ons huis door. Dus hun boerderij lag destijds geklemd tussen de Nederlandse grens en de electrische draad, in een stukje neutraal of vrij België. Even naar Aubel zakken voer halen of graan brengen bij de Boerenbond was nauwelijks mogelijk.

Wat betreft de gebruikte letters op de munt. De letter wijkt af van de gewone Antiqua (Romein), onder andere door de kromme streepjes aan het eind van de balkjes. Jugenstil-trekjes... Men neigt hierdoor een datum van vóór 1918 aan te houden. De combinatie F en kleiner hoofdletter R voor Frank komt enkel voor op de Belgische nikkelen 20 fr van 1931-1932 en de zilveren 20 fr van 1933-1934 en verder na 1948. Anders wordt het woord ofwel voluit geschreven, ofwel afgekort tot F of FR in even grote letters. Als je hiermee rekening houdt kom je uit op een jongere datum zoals 1931-1934. Dit zijn gegevens afkomstig van de schrijfwijze op munten. Die werden ook niet elk jaar geslagen, dus zou men voor een nauwkeurige datering uitgaande van de lettertypes kunnen uitgaan van bijvoorbeeld meer algemene dokumentatie: kranteartikels, notarisaffiches, feestaankondigingen en dergelijke.

Op het Munten- en penningenkabinet van het Gallo-Romeins Museum te Tongeren is niets over deze munt bekend. Momenteel verwacht ik nog bericht van het Muntenmuseum van de Nationale Bank van België te Brussel, van Thomas Lambiet uit Verviers en van M. de Meyer van de afdeling Infodoc van de Boerenbond te Leuven. En eventueel van U.

Waar of bij wie kan ik nog terecht? Waar vind ik archieven van de Boerenbond Aubel? Bestaan die? Waar kan deze munt geslagen zijn? In ieder geval is de Boerenbondfrank gemaakt en wellicht gebruikt in de periode vanaf de oprichting van de Boerenbond in 1890 en nauwkeuriger: de oprichting van de afdeling Aubel. Naar het schijnt gebeurde dat in Aubel zeer vroeg. in ieder geval niet na 1926 gezien de getuigenis van het Boerenbondlid uit Aubel.

Of de munt echt in gebruik is geweest is trouwens niet zeker. Is ze eigenlijk wel in omloop geweest? misschien is het alleen maar een idee geweest of een plan dat in een vroeg stadium, nadat de eerste munten geslagen waren, is afgeketst, bijvoorbeeld omdat het niet meer nodig was toen bleek dat de gemeente Aubel geld ging maken. Mijn speurtocht gaat door, en ik hoop spoedig een vervolg op dit artikel te kunnen leveren.

 

=====

p. 11'

Josée Lemmens-Nyssen

KERSTMIS IN ST.-MARTENS-VOEREN

 

Het zijn geen geschiedkundige feiten doch mooie herinneringen uit een gelukkige kindertijd die voortleven tot op heden.

Reeds sedert heel lang geleden wordt in onze Parochiekerk Kerstmis gevierd met n Kerststal. In ieder geval uit de tijd van Pastoor Ceunen of Voss. Tante Nonneke vertelde immers: "Ik vond mijn roeping al biddend bij het kribbeke". Dit is plm. `n eeuw geleden. Tijdens het verblijf van Mijnheer Pastoor Veltmans in St. -Marten bouwt koster Harry Beckers jaarlijks het eenvoudige hou ten stalleke. Dit gebeurt achter in de kerk waar nu het Doopvont staat. Zijn zusters helpen hierbij. Het wordt versierd met wintergroen en Boswachter Alex Zeevaert bezorgt telkens `n mooie den als achtergrond; na afbraak worden de beelden geborgen op zolder van de oude Pastorie. Maria Jozef, het kindje, n paar herders, schaapjes, os, ezel en de drie koningen

Tijdens de pastoriebrand gaat alles, jammer genoeg, in vlammen op. Voor de daarop volgende Kerstmis worden identiek dezelfde beelden besteld bij de Firma Slabbinck. Kerstmis gaat onverstoord verder Kind zijnde mocht ik reeds vroeg meehelpen bij de voorbereiding van Kerstmis. Na Nonk Harry's dood en het huwelijk met Jacques Lemmens nemen we beiden de taak over. Datzelfde jaar komt Mijnheer Pastoor Van Herck met het gedacht De Kerststal vooraan rechts in het koor te plaatsen. De stal wordt vervangen door `n spelonk. er wordt materiaal aan ge schaft bij Guillaume Droeven op de Voer. verf,, borstels, papier. Het vraagt `n halve dag werk met `t beschilderen van `n rol bruin in pakpapier met groene en witte plekken. De moeite is beloond, het resultaat brengt vernieuwing Bijna jaarlijks verhuist het Kerstgebeuren naar `n nieuwe plaats met `n andere architectuur. Nu `n bouwvallige schuur waar de wind vrij spel heeft door spleten en kieren. Dan `n ruwe blokhut die meer beschutting biedt tijdens de gure winternacht. `n Volgend jaar `n rotsholte vervaardigd uit boom wortels in grillige vormen op elkaar geplaatst.

Mijnheer Pastoor Lenssen wordt opvolger van Mijnheer Pastoor Van Herck met frisse ideeën. Mijnheer Pastoor organiseert, in de St Jozefzaal, `n kribbekens-tentoon stelling waaraan heel de Parochie kon deelnemen. Er komen `n veertigtal deelnemers opdagen. Het ene kribbeke al mooier en origineler of ouder dan het andere. De St. -Martenaren houden aan hun huiskribbeke. In de kerk wordt de kerstden hoger en hoger tot 7 meter toe. Harry en Jeng Schillings helpen hem richten, steeds in het koor

Mijnheer de Deken Hendriks schenkt `n nieuwe mooie beeldenreeks die jaren lang zal gebruikt worden, afwisselen met de oude. Het vraagt vindingrijkheid. We zoeken en plannen en werken echter samen om 40 jaar lang iets nieuw te brengen met Kerstmis: maretak, hulst met rode bolletjes, rozenbottels worden gezocht voor afwerking en versiering. Zwammen worden gedroogd. `n Pittig vogelke bouwt `n nestje vlak bij het Goddelijk kindje `n Egelke steekt z'n spits neusje nieuwsgierig de lucht in om te zien wat allemaal gebeurt in dit stalleke..

De Dekens Fryns - Straetemans - Vanormelingen laten de traditie voortgaan elk initiatief steunende en bemoedigend In 1990 komt Mijnheer Pastoor Colement met nieuwe ideeën. In Martenslinde ver vaardigde iemand ledepoppen met beweeglijke armen, handen, benen, voeten en hoofd. Het worden Kerstfiguren die in het kader van Aldenbiesen en de kerk van Martenslinde het heilig gebeuren uitbeelden in de sneeuw. Jacques Lemmens is juist met pensioen. Het verhaal van Mijnheer Pastoor boeit hem. zal hij zelf eens proberen zo'n pop te bouwen??

Het lukt! Het wordt steeds boeiender te werken. Maria, Jozef, drie herders, drie koningen en zelfs `n koningin worden d'een na d'andere geboren. Zelfs `n paar kindjes willen erbij zijn om naar het Goddelijk kindje te komen kijken. Maar... er ontbreken nog hoofdjes. aan de hand van bestaande kop pen worden mallen gemaakt met behulp van vloeibare rubber die gevuld worden met porceleingips. Dit geldt ook voor de meeste handjes. Sommige, alsook de voetjes waren gesneden uit hout. De voetjes worden met leren sandaaltjes of baby schoentjes bekleed. Hoofdjes en handjes worden geschilderd in huidskleur of bruingeel en brons voor de koningen. `n Prachtig wassen Kindje Jezus is `n ge schenk van nichtje nonneke, vervaardigd door de Zusters van de Carmel uit Argenteuil

Nu nog `n decor... Mijnheer Pastoor denkt aan `n schilderij als achtergrond: een of ander mooi plekje van St.-Marten weergevend. Zou `n levend tafereel niet échter zijn?... Eiken, berken, beuken, dennen worden bij gehaald. De eerste zondag van de Advent begint de opbouw. Het herdersveld ligt braak, wachtend op berging. Er komen helpers bij voor de opbouw. Marcel Loop als eerste, Jof Dodémont, Martin Bosch. Onvermoeid en onversaagd wordt getimmerd, geplant, gebouwd. Het eerste jaar de blokhut als stal. Op de voorgrond stroomt de Veurs;. Het wordt "Kerstmis in St. -Marten". Er groeien plan tjes langs des beekjes boord. Op het groene mostapijt warmen de herders zich bij het gloeiende kampvuur terwijl de schaapjes rustig grazen rondom (Deze schaapjes zijn n geschenk van Pastoor Colement: doodgeboren werden ze opgezet.) `n Nachtvoge! tuurt onbeweeglijk vanuit `n hoge dennetop. `n Vos gluurt naar n malse prooi vanuit `n verborgen hoekje. Alles slaapt... eenzaam wacht; de herders gehuld in schamele kleding. Maria en Jozef vinden `n onderdak. Beiden zijn gehuld in `n warme kapmantel die hen beschutte tijdens de lange reis. (Lutte Lemmens naaide of drapeerde de kleding) `n Speels eek hoorntje kijkt naar het tafereel in de nu hel verlichte stal. De Messias is immers geboren. `n Engel kondigt het aan hoog boven de dennen uit. Zo verloopt het `t eerste jaar

 

Er komen ideeën bij. Zouden we een molen erbij plaatsen `n volgend jaar?. . Typisch St. -Marten. Zo gezegd, zo gedaan. De molen wordt gebouwd. Zelfs de zakjes meel zijn te zien langs de openstaande deur. Heel kunstzinnig bouwt Marcel Loop `n molenrad dat volgende Kerstmis draait op het water van de beek. Ook de herdersvrouw wil dit jaar de kindjes vergezellen naar `s stalleke. Er is immers `n brug over de beek en je weet maar nooit wat kinderen alléén overkomen kan wanneer ze vader herder willen gaan vervoegen; er sluipen dieren rond `n marter zwerft over de daken. `n Grote das komt uit z'n burcht, `n kwakende eend waggelt langs de beekoever. Echt St. - Marten in t nachtelijk duister! Dit is Kerstmis in z'n tweede phase.

Er wordt opnieuw overleg gepleegd. Er is zo weinig plaats in de rechter hoek voor het koor. Zou niet op het koor zelf mogen gebouwd worden het volgende jaar? Zò was het immers al jaren geleden op `t Eykske het geval. Mijnheer Pastoor is één en al welwillendheid. Het altaar mag naar voren geschoven. Het geheel zal rusten op de mooie oude eikehouten communiebank. Het allerheiligste wordt geplaatst in het tabernakel van het zijaltaar.

 

Jof Dodémont zorgt voor `n groot groen zeil dat altaar en beelden beschermt en tevens als ondergrond dient. St. -Marten komt telkenjare duidelijker naar voren. De spoorwegbrug hoort erbij met `n heuse stoomlokomotief met brandend koolvuur en `n zwarte machinist die lachend naar `t kindje wuift van uit de hoogt

Hoeveel lange winterse avonduren werden heerlijk gevuld met het vervaardigen van dit alles!! hoe sterk wordt de vriendschapsband gesmeed tussen de mensen die bezig zijn! `n Zinvolle hobby voor mensen met pensioen en anderen. Weken op voorhand verzamelen zij materiaal. Met tractor en wagen. Takken van bomen zolang ze nog bladeren dra~en, dennen in het bos of bij mensen die ze willen schenken. Hooi voor zolder en ruif, stro als vloerbedekking. Riet voor daken word geschonken door de verfilmers van "De Bokkenrijders" in Veurs. Er wordt mos gehaald tot in de bossen van Maasmechelen. Dit jaar hadden Marcel en Tonia `n prachtig tapijt uit Kristels gazon en spreidden het kunstzinnig uit als ondergrond. Mensen brengen opgezette dieren. Iedereen leeft van harte mee en is vol belangstelling tijdens de op bouw

En waar de sterre bleef stille staan! In 1995 hoog boven de dennen langs de kerkhofmuur! Jof Dodémont tooide ze met 161 lampjes Wat `n geduld en handigheid. De hijskraan van Rudy Pinckers was nodig om ze te richten. Mooi... Ze schittert hoge en verre! Kerstmis in St.-Marten "Mensen komt kijken" zegt zij: mooi... Laten we het niet bij kijken; ook zij brengt `n boodschap van vrede op aarde aan alle mensen die van goeden wille zijn!

25 XII `95

Chronologie. Pastoors: Voss 1887, Ceunen 1909, Veltmans 1920 (Pastoriebrand 1944), Van Herck 1948, Lenssen 1949 (kerststallen-tentoonstelling 1955), Hendriks 1959, Frijns 1979, Straetemans 1982, Vanormelingen 1984, Colemont 1990. Kerststal: groot landschap, spoorwegbrug 1994 (zie titelbladzijde), - Kerstster 1995 (red.)

---

p. 11'

afb.: Voor 1990, blokhut-versie. Uit een foto van Rik Palmans

, die als attentie werd gegeven bij huisbezoek door de Parochieraad.

---

p. 12'

afb.:

1990: de oude beelden, spelonkversie. Deze en volgende foto's

(1990-1993): naar dia's door pastoor Colement, in datis

1991: blokhut, begin van landschap

---

p. 13'

afb.: 1992: beelden nieuw geverfd;pruiken uit mensenhaar

1993: en molen (en stal) bedekt met Bokkenrilders-riet

 

====

p. 14

Kerstmis in st. Pieters- Voeren

afb.: De kerststal van Sint Pietersvoeren ca. 1992 (foto pastoor Colemont)

===

p. 15 - 16

Margriet Frijns:

KINDERVERSJES UIT EPEN

 

- Kinderliedjes uit Epen ca. 1940. Haast geen in het Limburgs , heel anders dan in Moelingen een goede 50 jaar vroeger (dit tijdschrift nr 10 p. 12 vv. Zie ook ons nummer 6). Onderstaande liedjes lijken "uit de boeken". te komen, maar er kunnen lokale varianten in zitten; bij zakdoekleggen bv.: één paar schoenen (Red.)

 

 

Zuigeling- / peuterspelletjes:

 

Met een hand het handje of voetje van het kind vasthouden. Met de andere hand er zachtjes op slaan terwijl het liedje wordt gezongen. Bij de laatste regel in het handje of voetje kriebelen:

 

Pedje besjloeë,

wae how dat gedoeë

D'r Teun van d'r sjmid

Dae deugenit...

 

Het kind zit op de knieën van de oudere met het gezichtje naar hem toe terwijl deze beide handjes vasthoudt en tijdens het liedje het kind op en neer wipt.

 

Hoppe, hoppe, paardje

Met je vlesse staartje

Met je koperen voetjes,

Paardje rij wat zoetjes

Paardje rij wat harder aan

Dat ons kindje mee kan gaan.

 

Het kind zit op de knieën van de oudere terwijl deze de handjes vasthoudt en samen met het kind de bewegingen maakt die bij het liedje horen:

 

Klappen in de handjes, blij, blij, blij

Op het bloze bolletje van dij, dij, dij

Handjes omhoog, handjes omlaag

Handjes in de zij en het neusje voorbij

Zwemmen in het water, kopje onder zee

Zo gaat onze ... mee

 

Nabootsliedjes:

 

De oudste doet een gebaar bij zich zelf voor. Het kindje doet dit gebaar bij zich zelf na:

 

Tinge, linge, ling (aan oortjes trekken)

Door het raampke kijken (met duim en wijsvinger bril voor de ogen maken)

Sleutel omdraaien (de neuspunt omdraaien)

Voetjes vegen (met wijsvinger onder de neus wrijven)

Naar binnen gaan (wijsvinger in mond steken)

 

Terwijl het liedje wordt gezongen, doet de oudere de gebaren vòòr die bij het liedje horen, b.v. Het vliegen van een vogel. Het kindje doet deze gebaren na:

 

In de maneschijn, in de maneschijn

Klom ik op een ladder

langs het raamkozijn

Maar dat mag je niet, maar dat mag je niet

Zò doet een vogel en zo doet een vis

Zò doet een duizendpoot

die schoenenpoetser is

En dat is één, en dat is twee

En dat is dikke, dikke tante Kee

En dat is recht en dat is krom

En nu draaien we het wieletje weer om

Bom, bom.

 

Kind zit bij oudere op schoot. Deze houdt beide handjes vast. Bij de laatste regel zakt het tussen de knieën:

 

Op een grote paddestoel,

rood met witte stippen

Zat een kabouter,

heen en weer te wippen

Krak zei toen de paddestoel,

met een diepe zucht

Allebei de beentjes,

hoepla in de lucht

 

In de kring staat een kind dat, als het liedje uit is, een of andere beweging maakt b.v. Dansen of in de handen klappen. Deze beweging wordt door de anderen nagedaan. Het kind in de kring wijst een nieuwe speler aan. Daarna zingt de kring, al ronddraaien, het liedje opnieuw:

 

Abraham had zeven zonen

Zeven zonen had Abraham

Zij aten niet, zij dronken niet

Zij deden allemaal zo ....!

 

 

Tijdens het liedje worden de bijbehorende bewegingen aan de peuter voorgedaan:

 

Zwart Willemijntje

zat achter het gordijntje

Wat deed zij daar?

zij kamde haar haar

Zij poetste haar tandjes,

zij waste haar handjes

Zij droogde ze af en zette ze in de zij

en danste daarbij

 

Voor één of meerdere kinderen::Bij oh-oh-oh gebaren hoe mooi de poppen waren ;Bij zo ...: Tranen drogen enz. .

 

Ik stond laatst voor een poppenkraam

oh, oh, oh.

Waar zag ik zoveel poppen staan

zo, zo, zo.

De poppenkoopman ging op reis

De poppen raakten van de wijs

Zij deden allemaal zo ....

Zij deden allemaal zo ... !

 

Als iemand klikt

 

Klikspaan, boterspaan,

je mag niet door mijn landje gaan.

Het hondje zal je bijten,

het katje zal je krabbelen.

Dat komt van al dat babbelen.

 

Liedjes, versjes:

 

Katje, poezenelletje,

waar ben je toch geweest

Met jouw verbrande velletje,

foei jij stoute beest

Maar ik heb in mijn laadje,

nog een naaldje en een draadje

En een stukje poezel,

waar ik alles netjes mee herstel

In een groen, groen, groen,

groen knollen-, knollenland

Daar zaten twee haasjes heel parmant

En de ene blies de fluite, fluite, fluit

En de ander sloeg de trommel

Maar op eens daar kwam de jager,

jagerman

En die heeft er een geschoten

En de ander verdroten

 

Liedje voor touwtje springen:

 

Twee kinderen draaien langzaam het touw rond Op iedere maat komt een nieuw kind in het touw en verlaat het eerste kind het touw

 

Oze, wiez, woze,

wieze walla, kristalle, kristoz

Wieze woze,

wieze, wies, wies, wies, wies!

 

Spel in kring:

 

Een speler loopt buiten de kring met een zakdoek in de hand terwijl het liedje wordt gezongen. Als het liedje uit is mogen de anderen pas kijken waar hij de zakdoek heeft laten vallen (achter wie). Die moet nu rond de kring lopen met de zakdoek:

 

Zakdoek leggen, niemand zeggen

Kukuleku zo kraait de haan

Ik heb maar een paar schoenen aan

Een van stof en een van leer

Hier leg ik mijn zakdoek neer

 

 

 

Namen van de vingers opnoemen

 

Duim: naar bed, naar bed zei duimelot

Wijsvinger: nog eerst wat eten zei likkepot

Lange vinger: waar zal ik 't vandaan halen zei langelot

Ringvinger: uit grootmoeders kastje zei ringeling

Pink: dan zal ik 't verklappen zei ' kleine ding

 

 

Na het voorlezen van een of meerder verhaaltjes

 

En doe komp e verkske

mit ing hil lang sjnoet

En doe waor 't vertilselke

oet

 

 

(wordt voortgezet)

======

p. 17

Elza Vandenabeele

THEO BROERS GEÏNTERVIEWD OVER VERSJES

VAN MOELINGEN

 

Dit is een reactie op D'r Koeënwòòf nr 10, 1995, p. 12-15

 

blz 12:

het gedichtje "één, hoggebeen_..." heeft Theo nooit gehoord. Hij merkt op dat het woord spijen (voor "houtsplinters") verdwijnt.

blz 13:

Dumerling zag: ik heb honger..." kent Theo wel. Hij hoorde dat voor 't laatst ca. 1945.

"Hoep Marianneken!..." heeft Theo dikwijls gezongen, ook tot ca. 1945. Hij meent dat dit ( liedje slaat op Marianne, de vrouw van de smid op dat ogenblik (smidse tussen de achterkant van de Waalse zaal en CC "De Voerpoort").

"Als met Lichtmis de zon op de keersen schijnt..." zei Theo's moeder regelmatig. Men kan het niet meer zeggen. Want bedoeld was: tijdens het wijden... En de Lichtmiskaarsen worden al lang 's avonds gewijd.

"Achter de molen daar ligt 'ne blok...;;;" heeft Theo nooit gehoord.

blz 14

evenmin kent hij het hele kerstverhaal (of spel) met de vele dieren Maar het "Moelinger zegsel dat vermeld wordt heeft hij veel keren beleefd. Zijn vader zette op Kerstavond vruchten (tarwe, haver) buiten. De volgende morgen kregen de dieren dit als extravoer, als Kerstlekkers. Het beschermde haan en kippen tegen de vos, de andere dieren tegen ziekten. Een boer van Moelingen zou het nog doen, om de traditie te laten voortbestaan. In 1994 stond dit verhaal in "Het Belang van Limburg".

"Hellendal zat op troefeldal..." hoorde Theo nooit.

blz: 15

Het kindervers "Witte zwanen..." dat we allemaal kennen luidde in Moelingen tot vóór een twintigtal jaren: "Witte zwaluw..."

Tegen de hik zegt Theo

Ik heb den hik

Ik heb den pik

Ik heb hem nu en dan

... (vergeten)

 

Theo: veel verhalen en gebruiken gaan verloren omdat de omstandigheden veranderen: voor het kerstgebruik bv. moet een boer graanakkers èn vee hebben ...

We mogen aannemen dat de inzender van rond 1890 serieus werk leverde. Er is dus in 100 jaar heel wat verloren gegaan

2) Ester Broers, 11 jaar, kleindochter van Theo:

Ik heb de hik

Ik heb de pik

Ik wil hem kwijt

en ik geef hem aan ...

Dit vijf keer zeggen. Ze leerde het zo van haar vader, Georges Broers.

 

=====

p. 18 - 19

(Red.)

HERINNERING...AAN EEN HERDENKING

?We hebben ons bij onze herdenking streng beperkt tot de dagen dat het front over onze streek heengerold is. We onthielden ons bewust van verwijzingen van vóór of na die dagen, omdat er dan een gesprek zou plaatsvinden waar we nooit gingen uit komen.Tengevolge van onze herdenking werden ons echter enkele dokumenten ter hand gesteld, die we hier weergeven

 

'n Dodebeeldje en een fotokopie van een bladzijde uit het dagboek van Mathieu Royen van Sint-Martensvoeren,. Mathieu Royen, eerst aangehouden wegens Vlaamsgezindheid, later erkend als weerstander...

Ze vervolledigen hetgeen op de tentoonstelling te zien was.

(privé-verzamelingen Sint Martensvoeren 23 en 18.)

Het gesprek dat wij uit de weg gegaan zijn werd weer opgenomen door de plaatselijke Davidsfondsafdeling; met sterke deelname vanwege onze klub.

======

p. 20 - 21

Rik Palmans

HET WEB HEEFT OOK EEN (KLEINE) LINK NAAR VOEREN

Als je bovenstaande titel snapt, heb je duidelijk al wat kaas van computers gegeten. Anders kun je na het lezen van dit artikel weer meepraten met de freaks. Het is het verhaal van een Vlaming, uit Tongeren, die mede aan de wieg stond van één van de stormachtigste ontwikkelingen die de informatica de laatste jaren meemaakte: Robert Cailliau. Hij is een neef van Martin Cailliau uit 's-Gravenvoeren - vandaar het verband met onze eigen streek.

De stormachtige ontwikkeling waarover we het hebben is het 'World Wide Web', één van de belangrijkste onderdelen van het Internet. Het Internet is een netwerk dat miljoenen computers over de hele wereld met elkaar verbindt via telefoonverbindingen. Oorspronkelijk - eind van de jaren '60 - was het een Amerikaans militair systeem. Al vlug deden ook universiteiten mee en vertakte het net zich naar alle uithoeken van de wereld. De laatste jaren vinden zelfs veel particulieren de weg naar de enorme oceaan van informatie die het Internet is geworden.

Tot vóór enkele jaren moest je behoorlijk handig zijn met computers om ergens op het Net de gewenste gegevens te kunnen vinden. Het World Wide Web (WWW) bracht daar verandering in. In dat systeem wordt de informatie gepresenteerd in de vorm van een 'hypertext-pagina'. Zoals je op het bijgevoegde voorbeeld ziet, zijn een aantal woorden in de tekst onderlijnd (en op een kleurenscherm ook in een andere kleur gezet). Het volstaat met de computermuis op een dergelijk stukje tekst te klikken en kort nadien verschijnt op het scherm meer informatie over dat stukje. Die nieuwe informatie kan zelfs op een computer duizenden kilometer verder staan. Geen probleem: het programma gaat na wat de 'link' is tussen de twee teksten en zorgt zelf voor de verbinding met het andere toestel. Zo wordt het mogelijk duizenden documenten overal ter wereld met elkaar te verbinden.

In 1989 ontwierp Robert Cailliau, die als ingenieur werkt bij CERN in Genève, dit systeem. Zo konden alle medewerkers van dit enorme onderzoeksinstituut op een gebruiksvriendelijke manier toegang krijgen tot de resultaten en bevindingen van andere onderzoekers. CERN maakte op dat ogenblik al deel uit van het Internet, en Cailliau en Tim Berners-Lee - de twee bedenkers van het systeem - stelden hun concept ter beschikking van andere Internet-gebruikers. Zij bedachten toen ook de naam 'World Wide Web'. Het vond snel een enthousiaste schaar aanhangers en kende een fenomenale groei.

In maart 1994 flitsten in de vorm van Web-pagina's al 200.000 lettertekens per seconde door de telefoonlijnen die de computers met elkaar verbonden. Op het einde van het jaar waren er dat al 1.400.000 - zoveel als het complete oeuvre van Shakespeare. De groei is op dit ogenblik al minder spectaculair, want er gebeurde op het Internet hetzelfde als op onze autowegen: de trafiek wordt zo druk dat de leidingen het niet meer kunnen slikken. Sommigen spreken al van 'World Wide Wait'.

Maar één zaak staat vast: het WWW is niet meer weg te denken uit de moderne informatiemaatschappij. Je kan via het Net - en dan vooral het Web - informatie opvragen en/of aanbieden. Bijvoorbeeld in de vorm van publiciteit voor je producten; de reclamejongens hebben het Internet al ontdekt als nieuw medium. Postorder-bedrijven plaatsen hun catalogi op het Net en er wordt aan gewerkt om veilig betalingsverkeer langs digitale kanalen mogelijk te maken.

Het Web-succes leverde Robert Cailliau wel heel veel erkenning op in de informatica-wereld maar financieel maakte het hem niet rijker. Hij dacht er in 1992 wel aan om zijn idee te commercialiseren en een eigen bedrijfje op te richten. Maar uiteindelijk bleef hij gewoon zijn werk doen bij CERN. Een 22-jarige Amerikaan, Marc Andreessen, greep de kans en maakte enkele computerprogramma's waarmee op dit ogenblik duizenden computergebruikers op het Net 'surfen' - zoals het opzoeken van informatie met behulp van hyperlinks intussen is gaan heten. Zijn bedrijf, Netscape, heeft al een paar honderd medewerkers en op de beurs in New-York gooit het hoge ogen. Maar bedenk wel, als je straks nog eens iets leest of hoort over Cyberspace - het denkbeeldige heelal dat door het Web is geschapen - dat het Licht aan deze kant van de Atlantische Oceaan is beginnen te schijnen

=====

p. 22 - 23

(red.)

TRIPSOP 1995

Het Tripsopfeest van 's-Gravenvoeren verlegde dit jaar zijn lokatie: tot nu toe speelde het gebeuren zich af tussen Plei en Keenkbrik. De aangroei van de horeca in die buurt leidde tot de verplaatsing naar Schoppem, met als as de weg beneden langs de Voer. Eerst werd er ter plekke een (niet probleemloos door de gemeente gehouden) referendum doorgevoerd. Ook op déze Tripsop was zowat heel de Heemkring terug te vinden, sommigen bij stands, anderen aktief bij de organisatie. JG stond zelfs in voor de hoge leiding. (foto's JN, behoudens anders aangegeven)

Rudi Janssen (uit de molen van 's-Gravenvoeren) met een vertikale molen (ca. 1970. Firma DDD, Oudenaarde).

Jos Lieben met haar stand (foto LL)

TB met boerengerief (hoeve Herens- Hockx)

EV en dochter Liesbet in de Wereldwinkel

Patrick Debougnoux en Francis Haccourt demonstreren het realiseren van vankwerkconstructies. Lokatie: Schoppermhoeve, stal links-achter

De Voerländers ('s- Gravenvoeren) in hun "Lancierskwadril". Op het gebouwtje links hun logo: een dansend paar, zwart op oranje.

===

p. 24

Zjaak Niese (Jaak Nijssen)

"HET BOERENHOF"

De groeëtmodder ('t sjiengt dat me ze "mudderke" hoosj) es in 't jaor tieën es widvrow no G'n Plaank kaome. Ze how mit häör aach kinger tweej dinger onderheng, tweej Lakro's - erver, dat a g'n kapel en dat wat noe "Het Boerenhof" es. Of ze van d'r "Boerennhof" van noe, alleng mer de sjtel howwe, en neet 't hoes, es neet zieëker. Mesjie woonde-n in 't hoes ander lüj.

De Niesse's mienke dat ze Hollendere waore. D'r pap van oos es in d'r kreeg (14-18) veer jaor laank Hollendsje s'ldaot gewest. An de betste ziej van 't froont: d'r naeve. Nao d'r kreeg waore ze doe onderens Belsj. (gekke wette: durdat de hölf van de proveens Limburg in 1839 Hollesj es waorde, haat 't er die kunne keze of ze Belsj of Hollender wille zieë)...Van noonk Hari haat 't 'n fotto es Hollendsje s'ldaot en eng es Belsje s'ldaot!

Later haat, op wat hüj d'r Boerenhoof es, d'r Maone gewond. Mit eng van de jonge van d'r Maone han 'ch - wie 'ch op 'n Plaank bie d'r meester Barbej ee g'n sjoeël waor (1935-1936) - dek tembere getoesjt in 'n plaatsj die daoväöer 'ne päedstel gewest waor, en oe noe d'r baar es. 'ch herinner m'ch nog dat 't d'r daobie how va Bejjere, mit 'ne kunning d'r op. Mae oe noe der restorao es, dao how de groeëtmodder de keu sjtoeë. (Taal va G'n Plaank)

***

Me kalt neet van "D'r Boerenhòòf", mae me zaet: lo-v'r nao d'r "Boerenhof" goeë: Boerenhof wäedt in de "standaardtaal" gezaat, mieng eech..

 

afb.: De famielje Niese vör t' deenk a g'n kapel (kad. C 719): väör (vlnr.): Cornelie Tychon, Bodden, Maria Tychon. (definiejsje: Pol Pinckers); ate: taant Lieza Nijssen (later begieng, wäedt d'r usjte janewari 1995 hoonderd jaor), taant Tiena, taant Maarja, noonk Hoebbaer, noonk Hari (ow famieljefotto; een exksplaar bie d'r Pol Pinckers, ee bie d'r Leo Rohen op Kapel).

 

afb.: Sjtee mit opsjrift in d'r ZO-givvel van kad.B 1124 (schets J. Niesse volgens owwer notisie) P.J.S. = Pierre (Hubert) Joseph Stassen gesselig, (Hendrik-)Kapel, dae och mit vör 't boewwe van de kapel op 'n Plaank gezurgd haat. E waor oet de Lakro's (Delacrois) famielje.

 

 

afb.: Sjtee mit opsjrift, baove g'n paoët van B 1124 (tekening J. Nijssen 1996)

III = Jean Joseph Jonas , egener van 't deenk op d'r hook (noe Pol Pinckers)

 

=====

p. 25 - 29

(red.)

JEF ELSEN IN EEN BONT PALET VAN CITATEN

EEN MEERWAARDE VOOR VOEREN

Op 1 augustus 1995 benoemde de Vlaamse Regering Jef Elsen tot directeur-cultuurconsulent te Voeren.

Als bemiddelaar tussen Voeren en de Vlaamse Gemeenschap, krijgt Jef Elsen, volgens de officiële bepalingen, volgende opdrachten:

a)het coördineren van de werking van het Vlaams CultuurCentrum Voeren (VCCV), nl. "Het Veltmanshuis" te Sint-Martens-Voeren en "De Voerpoort" te Moelingen;

b)het ondersteunen van de ganse culturele werking te Voeren, de Culturele Raad en de andere samenwerkingsverbanden, met het oog op het Vlaams karakter van Voeren en de kwaliteit van het leven ter plaatse ;

c)het promoten via de (nieuwe) media van de culturele activiteiten in Voeren en van bovenlokale activiteiten in de streek Zuidoost-Limburg en ruimer ;

d)het coördineren van de verdere uitbouw van culturele accommodaties van de Vlaamse Gemeenschap in Voeren, met inbegrip van de openbare bibliotheek en voorzieningen voor sport en toerisme ;

e) het ontwikkelen van een aantal projecten in het kader van de Administratie Sociaal-Cultureel Werk, o.a. in samenwerking met het CCVG Landcommanderij Alden Biesen.

Onze Heemkring maakte uitgebreid kennis met Jef Elsen. Jef bracht ons een boeiend en enthousiast verhaal.

Hij noemt zichzelf een optimist met ervaring èn een visie, dus een "realist".

We kunnen onderschrijven dat Jef Elsen voor het rijke gemeenschapsleven te Voeren ongetwijfeld een toegevoegde waarde betekent.

VELE JAREN INZET

Uit zijn inleiding voor onze kring onthouden we: Jef Elsen werd 50 j. geleden geboren te Boekt (Heusden-Zolder), een landelijk dorpje dat op dat ogenblik een 700-tal inwoners telde. Hij is de oudste zoon van een gezin met 7 kinderen. Vader was bovengronds mijnwerker, in nevenberoep zelfstandig bouwvakker en zoals zovelen in West-Limburg ook "keuterboer". Jef is gehuwd en vader van Peter en Veerle. Als licentiaat in de sociologie, was hij 3 j. educatief medewerker van KWB-Antwerpen en -Limburg. In '71 werd hij cultuuradviseur-hoofd van de sector "Cultuur & Educatie" van de Limburgse Raad voor Samenlevingsopbouw (LISO). Vanuit deze functies, was hij gedurende vele jaren o.a. ook: bestuurslid van de Limburgse Raad voor Cultuurbeleid en de Limburgse Sportraad, coördinator van het Limburgs Overleg voor Gemeentelijke Culturele Raden, coördinator van het Overleg Volwasseneneducatie Limburg (OVL), lid van de Adviesraad van Tele-Visie-Limburg, het Limburgs Overlegplatform Onderwijs-Arbeid (LOOA), de Coördinatiecommissie Europees Sociaal Fonds, de Hoge Raad voor de Volksontwikkeling en de Raad voor Basiseducatie. Jef Elsen was ook actief als algemeen voorzitter en secretaris van de Federatie van Vlaamse erkende Culturele Centra (FEVECC) en als voorzitter van de Commissie Culturele Centra voor de Vlaamse Gemeenschap (CCCVG).

Op onze vraag stelde de nieuwe directeur een bont palet van citaten samen. "Zo horen wij het ook eens van anderen" (red.)

VERTROUWD MET VOEREN EN ZUIDOOST-LIMBURG

"... Ik ken Voeren en Zuidoost-Limburg van in mijn jeugd. Tijdens fietstochten met de Chiro naar de Ardennen en naar Duitsland, vormden Alden Biesen en de top van de Halembaye vaste rustpunten. Tot tweemaal toe kampeerden we in het kasteel van Opzinnich in Remersdaal.

Op 21 januari '72 werd vanuit de LISO een eerste werkbezoek gebracht aan Voeren. Mevrouw Sweron-Haveneers S. was toen net enkele weken in dienst als verantwoordelijke voor "Het Veltmanshuis".

In het verslag van deze samenkomst lezen we: "... Culturele activiteiten werden tot nog toe slechts sporadisch op touw gezet bij gebrek aan (noodzakelijke) krachtenbundeling en de nodige infrastructuur. Vermits er in de Voerstreek wel enkele zalen druk gebruikt worden, maar geen van deze aan de behoeften voldoet van een echte zaal voor film, toneel, kleinkunst, enz., benadrukten alle aanwezigen de behoefte aan een degelijke zaal. Vervolgens gaf de heer Elsen (LISO) een korte doch praktische uiteenzetting over de uitbouw van een dergelijk gemeenschapshuis. ...". Tijdens dezelfde samenkomst, werd aan de Vlaamse Gemeenschap ook voorgesteld in Voeren een nieuwe bibliotheek en een tentoonstellingsruimte te bouwen.

Deze samenkomst werd de eerste in een lange rij van boeiende begeleidingscontacten vanuit de LISO met Voeren over de uitbouw van culturele infrastructuur en de werking van de culturele raad.

Het planningsrapport "Socio-culturele Centra in Limburg" werd in '73 door de LISO afgerond. Dit rapport vormde de basis voor de ondertussen succesvolle uitbouw van de culturele centra en de openbare bibliotheken in Limburg. In verband met Voeren stelt de studie: "... De afgelegen en geïsoleerde situatie van de Voerstreek maakt er een bovenlokale voorziening nodig en verantwoord. Door het Ministerie van Nederlandse Cultuur werd daartoe Het Veltmanshuis te Sint-Martens-Voeren aangekocht. Dit gebouw is reeds gedeeltelijk in gebruik. De verdere uitrusting van Het Veltmanshuis en de uitbreiding met o.a. een polyvalente zaal tot op het niveau van dorpshuis, behoort tot de absolute prioriteit. De provincie Limburg plant in 's-Gravenvoeren een nieuwe provinciale school met culturele uitrusting. In Moelingen is, gezien de beperkt beschikbare uitrusting, een onderkomen voor het verenigingsleven te verantwoorden. ..." (p. 95).

Op 25 januari '75 hield ik op een regionale studiedag de inleiding "Planning van Socio-culturele Centra in Zuidoost-Limburg", met ruime aandacht voor de regionale mogelijkheden van Alden Biesen en de uitbouw van culturele accommodaties in Voeren. In '77 werd ik lid van de Bestuurscommissie van Alden Biesen en bleef dit tot in '94.

Ook vandaag blijven Voeren en Alden Biesen mij bekoren. Ik bezoek regelmatig Zuidoost-Limburg, als begeleider van het gemeentelijk cultuurbeleid, als wandelaar, als horeca-bezoeker, als deelnemer aan activiteiten in culturele centra, ...".

(Curriculum Vitae "Jef Elsen, Voeren en Zuidoost-Limburg", Heusden-Zolder, '95, p. 3-5.)

 

DE LIMBURGSE RAAD VOOR SAMENLEVINGSOPBOUW

"... Sedert '71 ondersteunt de Sector "Cultuur & Educatie" van de LISO de uitbouw en de werking van de culturele infrastructuur in Limburg. Op de LISO kan worden beroep gedaan voor:

-het geven van informatie over de nationale en provinciale toelagen;

-het verrichten van bovenlokale planningsstudies;

-het begeleiden van plaatselijke opbouwprocessen ter voorbereiding van culturele infrastructuur;

-het ondersteunen van subsidieaanvragen bij het Provinciebestuur en de Vlaamse Gemeenschap;

-het geven van advies over het beheer van culturele accommodaties;

-het ondersteunen van de werking van culturele centra, dorpshuizen en wijkcentra. Aan de LISO werd het secretariaat toevertrouwd van de FEVECC-Afdeling Limburg. De LISO publiceert maandelijks een overzicht van de culturele manifestaties in de culturele centra en om de veertien dagen de educatieve kalender "Vorming(s)-aanbod in Limburg";

-het zorgen voor bijscholing van cultuurfunctionarissen en beheerders. ...".

("Vooraf", in: "Gids Ruimten voor Cultuur in Limburg", Hasselt, LISO, '89, p. II.)

DE KWAAIE VAN LIMBURG

"... Onze nieuwe voorzitter (Jef Elsen) paart de theorie aan de praktijk van het cultureel werk. Hij is iemand die een overzicht over het geheel bewaart, die geduldig kan luisteren en zich als geen ander kan inleven in situaties en problemen. Wanneer hijzelf het woord neemt, onderscheidt hij zich door zijn klaar inzicht. Zijn milde humor en vriendelijkheid ontwapent. Zo nodig, gaat hij er echter met de stormram tegenaan ... wat hem bij Minister De Backer de onverdiende bijnaam 'de kwaaie van Limburg' bezorgde ...".

("Jef ELSEN Nieuwe Voorzitter van de Federatie van Vlaamse erkende Culturele Centra", in: "Ruimte voor Cultuur", Brussel, FEVECC, '80, nr. 1, p. 48.)

"... Een boeiende rondleiding door het grote cultuurbos o.l.v. de man die als geen ander door dit bos nog de bomen ziet. Geen wonder, hij heeft voor een groot stuk het bos gepland en de bomen geplant. Zijn specialiteit: plannen. Toch zit je degelijk fout als je deze onderlegde cultuuradviseur zou catalogeren als 'cultuurtechnocraat'. Integendeel, achter de façade van professionele nuchterheid steekt een gedreven, poëtische ziel met een ontwikkeld gevoel voor humor ...".

("De Wet van de gekatapulteerde Achterstand", in: "Het Nieuwsblad", 13-14/12/'86, p. 13.)

DENK GLOBAAL, MAAR HANDEL LO-KAAL

"... Jef Elsen belichaamt de leuze 'Denk globaal, maar handel lokaal'. Hoewel erg actief in één provincie en niet vies van veldwerk tot in de kleinste lokaliteiten, heeft hij zichzelf nooit provincialistisch opgesloten. Vanuit concrete ervaringen binnen de provincie Limburg, werkt hij ook actief mee aan de voorbereiding van het beleid op het niveau van de Vlaamse Gemeenschap. ...".

("Culturele Centra tussen Gisteren en Morgen", in: "Kanaal 8", Antwerpen, Vlaamse Culturele Koepel, '90, nr. 2, p. 18.)

"... Van zijn hand verschenen talrijke praktijkgerichte studies en artikels over: culturele centra, bibliotheken, sportvoorzieningen, culturele organisaties, educatie, participatieraden, het cultuurpact, sport- en cultuurbeleid, ... Over de vermelde onderwerpen is Jef Elsen ook een graaggehoorde inleider. ...".

("Provinciaal Cultuurbeleid: Moeilijkheden en Mogelijkheden", in: "Interpro-vinciaal", Antwerpen, Interprovinciale Cultuurraad voor Vlaanderen, '81, nr. 1, p. 4.)

"... Er is noch in de gouden jaren, noch in de crisisperiode na '78, een cultureel centrum gezet, een bibliotheek hervormd, een sportcentrum gesubsidieerd, een adviesraad opgericht, een culturele werking doorgelicht, een concessie-overeenkomst getekend, of Jef Elsen was in de buurt. Twintig jaar later staat Limburg vol met culturele centra en buurthuizen. Het is de verdienste van Jef Elsen dat hij de gemeenten warm gemaakt heeft voor deze idee en hen begeleid heeft. ...".

("De Wet van de gekatapulteerde Achterstand", in: "Het Nieuwsblad", 13-14/12/'86, p. 13.)

"... Op Jef kon je rekenen. Hij kwam niet alleen de gemaakte afspraken stipt na, maar liet zich daarenboven nooit pramen om zijn deel van het vele werk op te knappen. Hij had de dikste aktentas en - het moet gezegd - ook vaak het langste huiswerk...".

("Dankwoord aan Jef Elsen", Herman HEYNS, FEVECC, Bornem, 28/4/'93)

"... Waar de naam Elsen onderstaat, daar kun je van op aan. Elsen wordt nog ooit "elsig" en elsig wordt dan mondgemeen voor degelijkheid, grondigheid en accuraatheid. Alles wat nog kan toegevoegd worden is onzin ...".

("Limburgers een Leergierig Volkje", in: "Het Belang van Limburg", 23/10/'86, p. 10.)

KUNST, KONING KLANT EN KASSA

"... In hun werking zouden de culturele centra een evenwicht moeten kunnen vinden tussen:

-Kunst: het inspelen op creativiteit en vernieuwing, d.w.z. minder verspreide en gekende disciplines en initiatie in het kunstgebeuren (cultureel rendement) ;

-Koning Klant: de wensen en vragen van inwoners, culturele organisaties, culturele werksoorten, bevolkingsgroepen, ... (participatie) ;

-Kassa: het financieel in evenwicht houden van de exploitatie (economisch rendement). ...".

(Jef Elsen, Art. "Culturele Centra: tussen Kunst, Koning Klant en Kassa", in: Gids Sociaal-Cultureel en Educatief Werk, Zaventem, Kluwer Editorial, '94, afl. 8, p. 11 - 13)

" ... Vorig jaar smolten de drie adviesorganen inzake de culturele centra voor de Vlaamse Gemeenschap samen tot de Commissie van de Culturele Centra voor de Vlaamse Gemeenschap (CCCVG). Voorzitter werd LISO-adviseur Jef Elsen uit Heusden-Zolder. ...".

("Meer Vlaamse middelen voor Limburgse Culturele Centra", Het Belang van Limburg, 30-31/1/'93)

EEN NIEUWE UITDAGING

"... Jef Elsen is weldra 25 jaar beroepshalve actief in de sociaal-culturele sector. Maar ondanks zijn jarenlange ervaring is hij nog lang niet "vastgeroest". Hij blijft creatief en inventief. Jef Elsen is ook en vooral een verdraagzaam man. Hij is een specialist van het Cultuurpact en een verdediger van de ideeën over informatie, inspraak en participatie ...".

("Kandidatuur Jef Elsen voor de Provinciale Prijs Sociaal-Cultureel Werk", Jan Aerts, Voorzitter Limburgse Raad voor Cultuurbeleid, Hasselt, 12/2/'93.)

"... Ik ben zelf tevreden over 25 j. inzet in de sociaal-culturele sector. Ik heb keihard gewerkt en op geen inspanning gekeken. Avond- en weekendwerk behoorden als vanzelfsprekend tot de job. Ik ben gelukkig met de tastbare resultaten. De voorbije maanden hebben me ook duidelijk gemaakt dat ik in Limburg en in Vlaanderen kan rekenen op vele goede kennissen en vrienden.

Ik beschouw mijn inzet voor Limburg en voor Vlaanderen echter niet als voltooid. Ik hoop mij 100% te kunnen inzetten voor de verdere uitbouw van het sociaal-cultureel werk in Voeren en in Zuidoost-Limburg. ...".

(Curriculum Vitae "Jef Elsen, Voeren en Zuidoost-Limburg", Heusden-Zolder, '95, p. 11.)

 

De heer Jef Elsen was te gast op onze workshop van 11 december 1995. Als afsluiting dankte de voorzitter hem voor zijn uitgebreide, interessante en vertouwen-wekkende informatie.

afb.: Directeur. Jef Elsen (links). Onze voorzitter, Luu Lieben, luistert aandachtig toe.Foto Rik Palmans 11.12.1995

 

afb.: Nòg bij de Heemkring: vlnr.: Theo Broers, Jef Elsen, Elza Vandenabeele. Foto Rik Palmans 11.12.1995 20 u.

 

======

 

p. 30

 

(Red.)

ONZE GOEVERNEURS

Wij in Voeren zijn aan onze derde Limburgse goeverneur toe

Vanaf 1 september 1963 was dat de onvergeten Louis Roppe (+ 1982).

In 1978 werd hij opgevolgd door Harrie Vandermeulen (Bree 1928; doctor in de rechten, licentiaat econ. wetenschappen) . Bij een viering op Aldenbiesen, 16 november 1995, werd hem door Arnold O. Wieland, grootmeester van de Duitse Orde, het Goldenes Verdienstkreuz van die Orde uitgereikt, mede om zijn bijdrage tot ontstaan en bloei van het internationaal Kultuurcentrum Aldenbiesen. In de feestbundel goeverneur Vandermeulen "Miscellanea Baliviae de Juncis" (Balije Biesen), komt Sint-Pietersvoeren meerdere keren ter sprake. Limburg is de provincie van de D.O.: Bernissem, Diepenbeek, Gruitrode, Sint-Pietersvoeren,... Biesen.

We danken Harrie Vermeulen voor het vele dat hij voor provincie en Voeren gedaan heeft, en wensen hem nog een lange reeks rustig-aktieve jaren toe.

***

En nù bijt onze provincie de spits af met de eerste dame-goeverneur van het land, Hilde Houben-Bertrand. (uit te spreken Hoeben of Houben?)

Feministen zijn het oneens. De enen zeggen: goeverneur: Een vrouw heeft recht op de zelfde ambtsnaam als een man. Een dame-sekretaris van een school? De anderen: voor elke funktie moet een vrouwelijke term gevonden worden: goever-neuse...? Vertegenwoordigsters van de vorst, in de 15e-17e eeuw, waren goevernanten (geen goevernantes...)

Mogen we een andere titel aanreiken? goeverneurs(s)e!

In Sint-Martensvoeren kennen we nog de naam "nieënesje", = naaierse; vgl. "nieëne, drieëne" voor naaien, draaien. In 's-Gravenvoeren: "niejaas" (zou toe te voegen zijn aan D'r Koeënwòòf nr.9 p. 27, onder nr. 1.In oudere teksten is er sprake van pachters(s)e, halfwinners(s)e. In het huidig Nederlands: domineese

***

Wij in het oude Land van Dalhem hebben iets met goeverneurs van Limburg.

 

De eerste goeverneur (1830) van het nog ongedeelde Belgische Limburg, hoofdstad Maastricht, was F.K.A. baron de Loë Imstenraedt de Mheer. Later, tot 1838, was diezelfde F.K.A. meermaals de pro-Belgische burgemeester van Mheer. Zie Leerssen, "Mheer", p. 104 vv, alwaar foto.

P.L. Louis M. baron de Schiervel was goeverneur van de Belgische provincie Limburg van 1843 tot 1857. Hij was afkomstig van Broek (Altenbroek, 's-Gravenvoeren, dat toen nog tot de provincie Luik behoorde), maar was ondertussen naar Rotem, in het Belgisch gebleven deel van Limburg, getrokken. Goeverneur Roppe wijdde een uitvoerige studie aan hem en geeft daarin een in het Frans gestelde brief weer (16 juli 1825) die eindigt met

"ig goen partiuskens, stod oppem aan; haij en zal meggend eweg triven": " ich goon ...sjtoot op 'm aan. E zal mich 'nt e-weg drieve". "Ik ga (pardoes? - wij zeggen nu pardaaf) onverschrokken op hem toe. Hij 'n zal me niet weg drijven"

Stod, meggen en triven: assimilaties; e-weg, vgl. e-zeu (=zo)

***

Op 18 12 1995 waren vijf Voerenaars tegenwoordig bij de overhandiging door Joep Leerssen, van zijn boek over Mheer, aan goeverneur B.J.M. baron van Voorst tot Voorst, in Maastricht. In Nederland heeft alléén Limburg een goeverneur. Al de andere provincies hebben een Kommissaris der Koningin (des Konings).

===

p. 31 - 33

Jaak Nijssen

BIJSCHOLING VOOR DE GIDSENKURSUS: GROENENDIJK/DE WARRIMONT, , LEERSSEN

sommige delen van de oorspronkelijke tekst werden omwille van wettelijk bezwaar weggelaten .

 

De Gidsenkursus zal niet meer zijn zoals hij was: niet minder dan drie fundamentele bijdragen op een paar maand tijd werpen veel overhoop of bevestigen in die kursus voorgehouden standpunten, namelijk voor geschiedenis, landschap, ekonomie ..(zie bibliografie)

Groenendijk (met hem hadden we reeds een gesprek in onze klub) en de Warrimont (niet onze Fred, maar zijn broer) doen ons definitief het bekende cliché, "de mens begint in Voeren op Rulen, ca. 6000 jaar geleden", verlaten.

Het beeld wordt nu: De mens in onze omgeving is teruggevonden in de Maastrichtse Belvédère-groeve, ca. 2500 eeuwen geleden (vgl. Sweron 1994, "Voeren" en de daar aangehaalde bronnen). In Voeren zelf komen we hem - als middenpaleolitieker -daarna weer tegen ca. 500 eeuwen geleden, in massale vondsten: Hoogbos, Snauwenberg, Mescherheide, Beekberg. Dan komt de Weichsel (=Würm)-ijstijd. De noordenwind blaast een meters-dikke laag löss over de oude beschaving heen. Als daarna de klimaatomstandigheden verbeteren (120 eeuwen geleden), doet de Mag-daléen-mens - een laat-paleolitieker - het Voerdal aan (onze tentoonstelling "De Rendierjagers" 1991). Pas véél later, 60 - 30 eeuwen geleden, wordt ons gebied de bekende kern in de zware (silex-)industrie van die dagen, Rulen / St. Geertruid naast Le Grand Pressigny, in wat nu Frankrijk is, en Krzemionki, in wat nu Polen is. Daarna is het wachten op de Romeinen.

G & W hebben ook het belang van de "200 meter"-grens sterk onderlijnd: de hoogte waarboven er geen löss meer voorkomt in heel Europa, en waar, voor onze streek, eventuele overblijfselen van de midden-paleolitieker geen bescherming hadden en kunnen weggespoeld zijn. Deze grens verdeelt de Voerstreek in een NW en een ZO-helft.Toevallig komt ze overeen met de ZO-rand van de kwartaire Maas (Weersterheide - Katterot - Schilberg - Heienraad)

Het besluit, dat de middenpaleolitieker liefst op de rand van de hoogten geleefd heeft, moet nader bekeken worden: als sindsdien onze dalen een tiental meter dieper zijn geworden (vgl. p. 35, midden onderaan) dan kunnen daar de sporen van die mens uitgewist zijn.Een belangrijk argument vóór een voorkeur van die mens voor de rand van hoogten als verblijfplaats is de vergelijking met de leefwijze van huidige mensengroepen die in vergelijkbare omstandigheden leven, namelijk de Kanadese Eskimo's.

 

Wat zijn dat voor mensen geweest, die midden-paleolitiekers? Waren het Neanderthalers net voor hun uitsterven? Of waren het direkte voorouders van òns? Hoe hebben onze vòòr-medeburgers van het Hoogbos (toen zonder bos) gestreden, geleden, gebeden, gefeest? Uit de algemene geschiedenis weten we dat ze het vuur kenden en ontzag hadden voor de doden.

En waar plaatsen we die mens? Waren er hier mensen, op De Plank of op Gieveld bij voorbeeld, die gezien hebben dat Hoogkruts en Krapoel op de bodem van de Maas lagen? Dat is twee miljoen jaar geleden. Neen, de Belvédère-mens en die van het Hoogbos leefden toen de Maas zich teruggetrokken had naar waar nu Gronsveld en Eijsden liggen.

G & W geven onze klub een pluimpje: P. 38 links-boven schrijven ze: "Op de tentoonstelling "Rendierjagers,.." in 1991 te 's-Gravenvoeren, zijn voor het eerst vond-sten van deze vindplaats (Snauwenberg, red.) tentoongesteld." Het komt ons voor dat onze tentoonstelling ze gestimuleerd heeft om tot deze publikatie te komen.

 

Voor belangstellenden hebben we nog enkele exemplaren van het bretreffende tijdschrift-nummer ter beschikking.

***

.

***

Joep Leerssen (we hadden hem op een van onze workshops, toen hij zijn vorig boek voorstelde) heeft de geschiedenis van Mheer neerschreven. In vlotte taal. En tot in de jongste tijd: Bij de presentatie in Maastricht noemde de gouverneur dit laatste: "over onze eigen (historische, red.) schaduw heenspringen".

Het boek bevat uitgebreide informatie, die voor Mheer specifiek is. Maar in de grond kan het boek voor elk dorp in de omgeving dienen. Moet dan alleen aangevuld worden met specifieke informatie,.. Voor 's-Gravenvoeren staat in Leerssen's boek zeer veel, omdat Mheer er voor een deel van zijn geschiedenis van afhankelijk was. Voor Sint-Martensvoeren, Sint-Pietersvoeren en Aubel omdat ze 3 eeuwen lang veel invloed hebben ondergaan van de kasteelheren van Mheer (Imstenrade, Loë).

---

 

Cursusreeks over de prehistorische archeologie

"Een geschiedenis van de Oudste Tijden"

De manier van leven. vanuit het uitgangspunt `kunst en geestesleven'

12 woensdagavonden om 19 uur

De reeks wordt afgesloten met een gratis rondleiding in het museum waaraan u met Uw familieleden mag deelnemen

***

"Bewust is het accent gelegd op de evolutie in West-Europa en op de plaats van de Lage Landen in dit gebeuren.

 

We volgen de mens als nomadische jager-voedselverzamelaar en zien hoe hij zich na verloop van tijd als landbouwer of veeteler gaat vestigen De technologische stap naar metaalbewerking zal in het oostelijk Middellands Zeegebied uiteindelijk leiden tot het ontstaan van een stedelijke beschaving. In onze gewesten gebeurt dat pas rond het begin van onze jaartelling. Meteen ook het eindpunt van de prehistorie hier"

Plaats van het gebeuren

 

Gallo-Romeins Museum

Kielenstraat 15

3700 Tongeren

 

12 woensdagavonden om 19.00 uur

13/03 - 20/03 - 27/03 - 17/04 - 24/04 - 08/05 - 15/05 - 22/05 - 29/05 - 05/06 - 12/06 - 19/06/96

 

Het cursusgeld bedraagt 3.350 BEF, 3.100 BEF voor reductie-houders en 2.75O BEF voor Amarant-leden

 

Het aantal inschrijvingen is beperkt

 

Voor inlichtingen: Gallo-Romeins Museum

Tel.: 012/23.39.14 Fax. 012/39.10.50

=====

p. 34 - 35

(Red.)

DE KOLLEGA'S

Bij het opnieuw verschijnen van "VOEREN AKTUEEL" kijken we als "KOEËNWÒÒF eens rond. Wij, met wellicht de kleinste oplage van allemaal, maar met een eigen profiel. Besluit uit die rondblik: we zullen mogen op onze achterste poten gaan staan!

"VOEREN AKTUEEL": In den beginne was er "DE VOER", dat op onregelmatige tijden verscheen. Het was de spreekbuis van de voorstanders van de overgang van Voeren naar Vlaanderen. Het stierf een stille dood. In 1977 stichtte Guido Sweron "Voeren". Nogal kombattief. In 1983 werd dit, onder impuls van Rik Palmans, omgebouwd tot "Voeren Aktueel", dat opener van opvatting was. Het schijnt dat het zo goed liep, dat het zelfbedruipend was. Tot 1990. We hebben het gemist! En nu is het er terug. 16 kantjes A4. "MAATSCHAPPELIJK EN CULTUREEL TIJDSCHRIFT VOOR VOEREN" In de oude geest, maar steviger in de handen van de partij Voerbelangen.In de opvallend frisse opmaak heeft Claire Lemmens de hand. Ons medelid RB heeft er al in geschreven en BM maakt een stukje over onze erevoorzitter.

Bedoelde partij heeft ook een tweemaandelijks vlugschrift: "UW RAADSLID".

Het "KONTAKTBLAD" is in 1964 als gestencild blad opgericht Later heeft het een gedaanteverwisseling doorgemaakt. Het geeft 4 keer per jaar AKTIVITEITENKALENDER, waarvan de sprekende lengte overeenkomt met de veelheid van het klulturele leven in Voeren!

Het oudste van al onze bladen is de wekelijkse lokale bladzijde van "HET PAROCHIEBLAD", in feite de achterkant van "KERK EN LEVEN". We hebben geweten dat die bladzijde voor elke parochie apart gemaakt werd. Er heeft daarvan een voorloper bestaan: een met de hand geschreven, op stencil overgebrachte tekst voor 's-Gravenvoeren, van vóór de eerste oorlog, òòk opgenomen in een algemeen blad.

De luiksgezinde minderheidsgroep Action Fouronnaise, die nauw aanleunt bij de huidige meerderheid in de gemeenteraad, heeft elke 2 maand zijn 42 A5-kantjes, al de Nederlandstalige bladen in één: schoolblad; partijblad, heemkundeblad (artikel over de brug van Sint-Marten om van te snoepen!), aktiviteitenkalender,...In de jongste nummers een paar foto's met ons medelid TB. Le Foron is in 1977 begonnen

Om de 3 maanden verschijnt "MilieuGroep Voeren Aktueel". De titel dekt de lading. Redaktie: ons medelid JB Dan zijn er nog de huisbladen.

De jongste van allemaal, "URSULA'S RUSTUURTJE" van het rusthuis van de Ursulinen, met - voor ons - buitengewoon interessant, de geschiedkundige bijdragen van de hand van Jean-Marie Ernon. Voor buitenstaanders jammer dat hij ze niet ondertekent. De geest van gemeenschap? Om de 4 maand 40 bladzijden A4. Tweetalig: een rusthuis in Vlaanderen met invloedrijk Luiks publiek. We begrijpen dat het soms dansen is op een taalkundig slappe koord

"VOERSPROKKELS" van de Provinciale school is ook al over zijn 50e nummer heen. Twee keer per jaar 30 bladzijden A4. Van een eerder algemeen blad, dat ook nogal eens heemkundige bijdragen opnam, is het geëvolueerd naar een zuiver schoolblad, dat sinds het jongste nummer aktief aansluit bij de hoofdpersonen van de school, de leerlingen. Lay-out van Rik Palmans!

Zijn ze dat allemaal? wie schrijft, die blijft!

====

p. 36 - 37

Luu Lieben

BèR ESSERS IN MEMORIAM

Op 28 oktober 1995 overleed de Heer Bèr Essers, in de leeftijd van 69 jaar.

De laatste zes jaar van zijn leven was hij voorzitter van "de Veldeke-krink" vaan Mestreech"; onze Heemkring heeft goede contacten met de Veldeke-krink. Vele jaren werkte ik met Bèr Essers nauw samen in hetzelfde bedrijf; de herinneringen aan hem zijn oprecht, uitstekend.

Drs. Phil Dumoulin is intussen de nieuwe voorzitter van de "Veldeke-krink vaan Mestreech"; hij schreef de hiernaast weergegeven laatste groet aan de overledene, en dat in onvervalst Maastrichts dialect.

Ter herinnering aan de overledene en vanwege zijn bijzonder verdiensten voor de Heemkunde in het algemeen i.c. met uitstraling tot in de verre omgeving van Maastricht verantwoorden en onderstrepen wij hierbij de opname van die laatste groet.

Deze laatste groet was gepubliceerd in de "Kroniek vaan Mestreech", 5e jaargang, week 44, 1 november 1995: zie hiernaast.. Deze kroniek verschijnt elke week in het weekblad "de Maaspost" dat uitgegeven wordt in Maastricht.

Moge Bèr Essers rusten in vrede.

toegevoegd: Bèr Essers, t Milieugebed en uittreksel lijk boven aangehaald

===

 

Lüj

 

in memoriam (nog op het web op te nemen))

 

meester Fieseen

Mere Anselma

Frans Welraven

Leo Hermans

Jef Beckers

WYNAND VANDEBERG OVERLEDEN.

Bij Vandeberg "in het Veld", op de plaats van de Romeinse villa, in Schoppem, zijn we dikwijls te rade gegaan in zijn lang en zelfstandig leven.

Als hij je iets vertelde kon je ervan op aan dat het zo was. Hij vond het niet nodig, bij de feiten iets bij te maken. (JN)

 

afb.: Het verlaten huis van Wynand Vandeberg "in het Veld" (foto Luu Lieben)

afb.: Robert Brouwers schilderde Wynand Vandeberg bij "zijn" Steenboskapel (1983).

 

---

 

Robert Broiuwers, koereur

 

(nog op te nemen)

 

---

===

 

p. 43 - 18

GEZÄÖMERS

"Gezäömers" is mede de neerslag van allerlei losse gesprekken, òòk in onze maandelijkse workshops.

Vaste deelnemers aan die workshops worden met initialen aangeduid: TB = Theo Broers; RB = Robert Brouwers; ; MF = Margriet Frijns; JG = Jean Geelen; JL = Jos Lieben; LL = Luu Lieben; FM = Fridy Maurer; HM = Hans Maurer; JN = Jaak Nijssen; EV = Elza Vandenabeele; FW = Fred de Warrimont,; D'r Koeënwòòf wordt hier afgekort tot KW

***

1 KADASTER

Het kadaster heeft in België en in Nederland een totaal verschillende rol. In België is het louter een middel om het bedrag van de "grondbelasting" vast te stellen. Het heeft op zich geen verdere juridische bewijskracht. Aktueel probleem: de kerken van Sint-Marten en Moelingen staan op het kadaster als eigendom van de gemeente, de vier overige als eigendom van de plaatselijke kerkfabrieken. In Nederland heeft het kadaster een veel ruimere betekenis. Bij het aanleggen van een waterleiding bv. wordt het ter hulp geroepen...

De toekenning van de kadasternummers is in beide landen ook totaal verschillend. In Nederland worden bij mutaties (een deling bijvoorbeeld), heel nieuwe nummers toegekend. In België kent men daarentegen de "exponenten". Bij een mutatie wordt het oude nummer aangehouden, maar er wordt een lettertje achter gevoegd; of het bestaande lettertje wordt vervangen. Zo ontstaat, bij deling van nummer 426: 426 a en 426 b. Worden 1057c en 1134 samengevoegd, dan krijgt het nieuwe perceel bv. het nummer 1057 g (als de exponenten d t/m f reeds gebruikt zijn).

Deze werkwijze is biezonder gunstig voor onderzoek naar de ontwikkeling van het landschap: de kadasternummers resumeren de geschiedenis van de percelen. Soms is dat vrij ingewikkeld: in 's-Gravenvoeren hebben al de huizen aan de westkant van de Boomstraat het nummer A 688 (met allerlei exponenten): ca. 1840, bij de opstelling van het eerste kadaster,.was dat nog één wei!

Een gevolg hiervan is o.a. dat we in niet te "onrustige" gebieden, ook heden een huis b.v. mogen aanduiden met zijn nummer van ca. 1870 (Popp)

 

 

Komt anderzijds gelijk wanneer een kadasternummer voor zonder exponent, dan is het perceel onveranderd gebleven sinds 1840. Dergelijke onveranderde percelen bestaan er tot op de dag van vandaag inderdààd nog.

 

2. OUDE FOTO'S

Een tentoonstelling van de 50- en 60-plussers van 's-Gravenvoeren toonde hand-werk, maar had ook het initiatief genomen om hopen trouwfoto's bij elkaar te zoeken, met bijschrift. Het werd een succes! Ook andere foto's waren er te zien.

 

3. GEDICHTEN

Nele Warson, nu ca. 14 jaar, kleindochter uit de Sint-Martense familie Vroonen-Wampers, was op 30 september 1995, op uitnodiging van de plaatselijke Davidsfondsafdeling, te gast in Sint-Martensvoeren, samen met andere jongeren, voor een poësie-avond. Zie KW 10 p. 32, boekbespreking

 

4.MEDEWERKING IN 1995 TB heeft meegewerkt aan een RTL-uitzending over de heksen-traditie van Haccourt.TB nam met elementen uit zijn verzameling deel aan de hanententoonstelling van Tellin in Luxemburg, naast premier Dehaene en de burgemeester van Charleroi, Van Couwenberghe. Dezelfden die ook in het franstalig sportcentrum van Sint-Martensvoeren deelnamen, met uitzondering van Dehaene. (JN)

 

5. TAAL

't Haat mele op os blome (JN). . . Mele zijn bladluizen. Het Hoogduits kent die Milbe, zij het in andere betekenis: mijt. Het woord "meel" herinnert aan nl. geel (in de Vlaanders: geluw) / gelb; erwten (in de Vlaanders: erweten) / Erbsen. De b/w gaat verloren na r en l (JN) In Maastricht hebben ze het over smeeljes voor die plantenparasiet (LL)

gaeche (JN)= hijgen. D'r hoond looch te gaeche. In 's-Gravenvoeren "gechte" (RB).

oongesiefers (MF, JN): ongedierte (Ungeziefer)

mazzjerang (MF): mengelmoes.

krutteltig (JN) = (ongeveer) kregelig, lichtgeraakt ... Wat bes doe krutteltig hüj. 'ne Krutteltige kaeël ...

Op de jaarvergadering van de Limburgse vereniging voor Dialect- en Naamkunde in Rolduc op 18 november 1995 zette José Cajot, de kenner van de Overmaas-talen, op levendige wijze een modern aspekt van de lokale talen uiteen: hoe ondergaat de lokale taal de invloed van de standaardtaal op de grens van twee standaardtalen? In dit geval de invloed van Nederlands en Duits in de streek rond Rolduc. Ook dialektkunde is geen nostalgie. . .

Ad Dams 1995: "Dialect als moedertaal, Nederlands als goede tweede". In Traditie, tijdschrift over tradities en trends, voorjaar 1995 (zit in onze leesmap)

 

6. HETE BLIKSEM

Op de KVLV-feestvergadering in Sint-Martensvoeren hebben we "hete bliksem" leren kennen. Met gebraden varkensribjes. Het tema van de avond van deze opmerkelijk dynamische KVLV-groep was: "andere kulturen". Ook andere eetkulturen, met gerechten uit India, uit Noord-Afrika. . . en van bij ons. "Zij" typisch, en "wij" typisch. Ons typisch gerecht was "hete bliksem". Tiny Dodemont-Peerboom had het van haar moeder, die van Heer/Maastricht afkomstig was. Drie delen aardappelen, één deel appelen en één deel gebakken "unne", uien. Het gerecht bleek voor vele aanwezigen onbekend te zijn. Trautje Dodemont-Vranken kende het onder de naam "hieëmmel-en-aeëd". Ik had al beide namen gehoord, wist ook dat het over stamppot ging, maar dat was ook alles. Eigenaardig dat enkele in der haast doorgenomen kookboeken het niet kennen. "Ons Kookboek" van de Boerinnenbond, zonder jaartal maar wel veertig jaar oud, niet in de index, niets dergelijks onder aardappelbereidingen, niets dergelijks onder stamppotten. Eigenaardiger nog, dat ook Engels-Geurts "Heerlijke gerechten uit de Limburgse keuken" geen van beide namen kennen; wél stamppot van appelen (met spek). Hoe bekend of onbekend is dat gerecht hier in de buurt? In het naburige Wallonië soms?

 

7. OOIEVAAR. Openbare geboorte-aankondiging aan de Hoogstraat 263 te 's-Gravenvoeren. Mooi gebruik, nieuw in Voeren? . Overgewaaid van Nederland? Aankondiging staat vanaf 1e, 2e, 3e dag na de geboorte tot aan de dag van de toediening van het H. Doopsel? (LL) (Foto LL november 1995)

 

8 WAT IS HEEMKUNDE? Op een bijeenkomst over "Heimatpflege" in Steigra, Sachsen-Anhalt op 23 sept. 1995 kwam onder andere een begrip naar voren, dat bij ons niet zo bekend is: "Bodendenkmal", "bodem-monument". Ook een perceelsvorm, een helling kan een monument zijn.

 

9. MOELINGEN

Een wandeling van de Milieugroep op 15 oktober 1995, rond Moelingen, onder leiding van Victor Walpot onthulde veel natuur, maar ook werden, onder andere, bekeken: de "Roei Wei" (het voormalige Hof Ten Droyen), een raadselachtige "sjloont" (De Keel), enz. .

 

10. WAT BEHOORT TOT DE HEEMKUNDE?

Op de dag voor volkskunde op 28 oktober 1995 in Venlo, over de Dood, stelde Egelie in zijn bekende verzorgde taal de (Ned.-) Limburgse gedenkkruisen voor. Cox (Bonn) ontleedde de moderne denkwijze over de dood, toonde aan hoezeer de "politiek" daarvoor interesse betoont. Het gegeven van de dood is zeker een onderwerp voor volks- en heemkunde. Centraal daarbij staat de houding tegenover een hiernamaals. De vraag in hoever katolieke en protestantse kerkelijke groepen, besturen en basis, een hiernamaals aannemen, bleek nogal wat gevoeligheden te treffen. Ook werden de psychiatrische aspekten van het rouwproces behandeld. Weer eens bleek dat heemkunde vèr over nostalgie heen springt. "Over onze eigen schaduw heen springen"..

 

11. S'N-MAEËTES-ZÄÖMERKE.

Dit echt of vermeend meteorologisch verschijnsel (enkele warme dagen rond S'n Maeëtemis = Sint-Maartensdag, 11 november) werd aan de uitgang van de kerk onder schutters in Sint-Martensvoeren genoemd.

 

12. MUZIEK

Vermelden we het geslaagde 5e Kerstconcert van Mulingia op 17 december 1995 en 10e Nieuwjaarsconcert in 's-Gravenvoeren op 7 januari 1995.

Een muziek-CD over de Bokkerijders: Marlstone Recordings B. V. , Lindenlaan 72, NL 6241 BD Bunde. De CD is in ons bezit.

 

13. SINT-PIETERSVOEREN: BAKSTEEN. Rik Palmans wees erop, dat er in Sint-Pietersvoeren, bij grondwerk, grote lagen baksteenmateriaal gevonden werden. Bij de bouw van landbouw-bedrijfsgebouwen werd een kuil uitgegraven, op perceel A 407, tegenover de Kommanderie, tussen de wegen naar Rulen en naar "d'r Iezere Peerboom" (niet de boom is van ijzer, maar het zal wel gaan om een oude perensoort "IJzerperen". We hebben nog van "Iezeräppel" gehoord). Er waren geen sporen van metselwerk, zodat we denken dat het om een baksteen-produktieplaats gaat. Wat we daar zagen is dus "brikkeroem"."Roem" verwant met ruimen. Ik heb het woord in mijn jonge tijd meermaals gewoon horen gebruiken. Er werden een paar foto's en een monster genomen, voor later onderzoek: geen enkele volledige baksteen (om de werkzaamheden niet te storen) (JN).

 

14. MOELINGEN, DELAHAUT: CAFEGESPREK.

A zegt: - Ik ben op de gemeente geweest om te vragen naar de naam van het kruispunt ten O van Moelingen. In het werk over het einde van de oorlog 40-44, van Sint-Geertruid: wordt "Lahaut" gezien als de vertaling van "daarboven", op de hoogte.

B zegt: - Natuurlijk klopt dat niet. (De)lahaut duidt op de naam van de caféhouder op het kruispunt zélf. Ik heb kort voor de jongste oorlog nog de weduwe Delahaut gekend. De man is in de oorlog 14-18 gebleven. Later hebben Frans en Bart Deckers er een coiffeurssalon gehad. Er was toen nog een deur op de hoek (later dichtgemetst). Er is ooit een motorrijder door die deur gevlogen.

NB. - Sinds wanneer is dit punt bewoond? Op het kadaster van ca 1840 en op de Atlas Cadastral van Popp (ca 1864) wàs er daar zelfs nog geen kruispunt, want de weg van Moelingen naar 's-Gravenvoeren liep noordelijker. Meer nog: bij het vastleggen van de grens tussen de Nederlandse en de Belgische staat in 1839 grensden Moelingen en 's-Gravenvoeren helemaal niet aan elkaar, wèl Mesch en Berneau! In 1843, bij het definitief afbakenen van de grens, vond er een terreinwissel plaats: België kreeg hier grond bij zodat de weg Moelingen-'s-Gravenvoeren op Belgisch gebied kwam te liggen (Nuyens 1956 "Staatkundige geschiedenis. . . ", p. 179 v). Het verworven terrein werd ondergebracht in de kadaster-sektie "D" van 's-Gravenvoeren... Kort vóór 1895 werden de verbindingen getrokken, enerzijds van Moelingen-Molen naar het oosten toe, anderzijds van 's-Gravenvoeren-Dries naar het westen toe, welke beide wegen aansloten op het middenstuk van de oude weg, (Bouwen door de eeuwen heen p. 18; kadaster).

De andere weg van het kruispunt, Battice - Moelingen-Withuis, is de eerste macadamweg in België (Génicot 1948 "Routes"p. 44). Daarbij mogen we niet denken aan teermacadam, maar aan macadam in de oorspronkelijke betekenis van het woord: Mac Adam vond de ideale verhouding van verschillende steengrootten die aan een wegdek een biezondere stevigheid geven. (JN)

afb.: Moelingen (Popp ca. 1864).

Noorden boven, schaal:

tussen de pijlpunten van de lijn onder nr 419a;100 m.

Het kringetje bij nr. 584 is het latere kruispunt Delahaut.

 

15 BOEK VAN FRANS MEERTENS, 1996 "De laatste feestmaaltijd aan de overkant. Verbeeldingsverhalen", z. pl. Hoe zouden mensen, die hier ruzie met elkaar hadden, elkaar in het hiernamaals ontmoeten? Boek te koop bij de auteur, Steenweg 12 Rekem, tel 089 71 40 35.

 

16. LEESMAP

In de leesmap, die onder de regelmatige deelnemers aan onze workshops cirkuleert, zitten ook: "De Natuurgids" (IVN-Limburg, Heerlen) en "Mens en Natuur" (IVN, Amsterdam). We laten aan de milieugroep om er dieper op in te gaan. Tenzij ons iets speciaal opvalt. Uit Eijsdens Verleden (Eijsden). Heemkundig Handboekje voor de Antwerpse Regio, driemaandelijks tijdschrift van GITSCHOTELBUURSCHAP v. z. w. en Die Gibu Gazette, tweede tijdschrift van de GITSCHOTELBUURSCHAP. . . (beide Borgerhout). Kwartaalblad Limburgensia (Boekhandel Boom, Roermond, die regelmatig om D'r Koeënwòòf vraagt). Maas en Regio, maand-agenda (Maastricht). Het Tijdschrift van het Gemeentekrediet (Brussel); geeft zowel geschiedkundige als aktuele studies op professioneel niveau.

 

17. DORPSVERGADERINGEN

In meerdere dorpen van de Voerstreek werden dorpsvergaderingen gehouden met als tema: de verkeersveiligheid. De leden van onze club namen er aktief aan deel. In Sint-Martensvoeren had BM daar een stimulerende funktie bij.

18 TIJDSCHRIFT

Het tijdschrift "Traditie," Tijdschrift over tradities en trends. Een uitgave van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur, met medewerking van de Federatie voor Volkskunde in Vlaanderen. Redactie en exploitatie: Lucasbolwerk 11, NL-3512 EH Utrecht. Gaat zijn tweede jaargang in (1996). Het abonnement kost fl 30, - of BEF 600. Met een massa kleurenfoto's. Een greep uit de inhoud (4 nummers 1995): Bedel-liedjes, Sinterklaas, Russische miniaturen, clown Joop Teuteberg, Rozen verwelken, schepen vergaan. . . , Geneeskrachtige bomen . . . We zullen het in de leesmap steken.

 

19. SINT MAARTEN

Stefaan Top 1995: "Sint-Maarten in de kijker", Studiedag Leuvense Vereniging voor Volkskunde. In Alledaagse Dingen, nieuwsblad voor volkscultuur, regionale geschiedenis, folklore en volkskunst in Nederland en Vlaanderen (Utrecht)" nr. 2, juni.

 

20. NATUURRESERVAAT

"Natuurreservaten v.z.w.", vereniging voor natuurbehoud in Vlaanderen, heeft bij Altenbroek 158 ha. in eigendom verworven. Een zwaarwegend nieuw element in onze samenleving, resultaat van volgehouden belangstelling ter plaatse en van ondernemingsgeest...

 

21 VOEREN 2000

In 's-Gravenvoeren werd een publiek dienstencentrum in gebruik genomen. Naar het schijnt begint het op kruissnelheid te komen. Nòg een zwaarwegend nieuw element in onze samenleving, resultaat van volgehouden werking ter plaatse en van inventiviteit...

REAKSIES

In een paar van onze maandelijkse workshops werd D'r Koeënwòòf nr. 10 grondig besproken, wat soms de redakteur lichtjes deed steigeren. Een goed teken: de deelnemers aan die gesprekken zullen merken dat dit nummer er door beïnvloed is.

 

We blijven openstaan voor reakties, goed- en afkeurende, opbouwende.

AANTWÄÖED

22. VERSJES

Uitvoerige reakties kwamen er op het artikel van EV over oude versjes van Moelingen: een inzending van MF, een reaktie van TB. Deze reakties werden als aparte artikels opgenomen.

 

23. FOTO VAN DASSEN

We twijfelden zélf al bij die foto van het dassengevecht. (KW 10 p. 26) Nu kregen we volgende reaktie: we moeten ons niet afvragen op welk stadium van het gevecht de foto gemaakt is. Het is een geposeerde foto. Die indruk krijgt men inderdaad.

 

24. INDEX

De beloofde index over de eerste 10 jaargangen blijft beloofd.

25. LITERATUUR, ALGEMEEN

Er werd gevraagd waar al die opgegeven literatuur te vinden is. Wellicht niet in de lokale biblioteken. Alleszins wèl in de Stadbiblioteek Maastricht, in de Provinciale Biblioteek en in het Provinciaal Dokumentatiecentrum Hasselt. Sommige items zijn ook in te zien bij leden van onze klub. Afspraak maken!

 

26. GRAANZAKKEN/MEELZAKKEN

In de Kommandeursmolen van Mechelen (Geul) zagen we op 27 augustus 1995 bij een excursie van de Werkgroep Molenzorg Zuid-(Belg. -)Limburg, een zak vullen, die de verhoudingen had van die van de Aubelse munt (zie p. 7 vv.). Hij droeg het opschrift "Knecht'sche K. . . Mühle Els(en?)-feld a. M. "

-Vraag: "waarom is die zak zo lang"?

- Antwoord: "Omdat hij zo gemaakt is" ...

Bij verder spreken bleek dat er gewoon niemand wist waarom die zak anders was...

Elsfeld ligt op de Main, 20 km Z van Aschaffenburg. (JN)

 

VRAOGE

Het is de bedoeling, hier nog eens te wijzen op alle vragen, die in de verschillende voorgaande kolommen gesteld zijn. En ook eventuele los aan ons gestelde vragen.

 

27. HETE BLIKSEM.

Hoe bekend of onbekend is het gerecht "hete bliksem", "hemel en aarde" hier in de buurt. In het naburige Wallonië soms? (van p. 44)

 

28. SINTERKLAAS

Het Amt für rheinische Landeskunde / Volkskunde (Frau Dr. Fadel), Endenicher Strasse 133, D-53115 Bonn, Tel (0049 228) 98 34-256 Fax (0049 228) 98 34-119, vraagt beschrijving van Sint-Niklaas-gebruik, in onze jonge tijd en nu.

 

29. MOELINGEN

Wie zegt ons welke Moelingse huizen weergegeven zijn op pag. 52, (de foto uit Toynbee 1917)

 

30. JONGE TRADITIES

Graag konkrete gegevens over het gebruik met de ooievaar en het eventuele verband met het doopsel (p. 44)

 

aankondiging excursie Godsdal 24 maart 1996

====

Elza Vandenabeele

LIJST VOERENSE TIJDSCHRIFTEN,

BIJGEKOMEN SINDS DE LEDEN VAN DE HEEMKRING DE BIBLIOGRAFISCHE LIJSTEN KREGEN

Leerssen, Baerten hebben herinnerd aan meerdere oudere werken. Ook hebben we door deze publikaties enkele ons totaal onbekende titels ontdekt....

Met deze literatuurlijst wordt meteen een databank opgezet, die de hele bibliografie Voeren moet gaan bevatten.De drie klassen, H.., M.., P.. laten interpolaties toe, tussenvoegingen, als later nieuwe kategorieën nodig worden (waarvoor dan A.., I.., Q.. kunnen dienen.

****

H 00 Oude vaderlanden

H 10 Limburg + De landen van Overmaas

NN, 1881. Audiëntie bij den Spaanschen gouverneur der Landen van Limburg en Overmaas, In: Maasgouw 3, p. 473-474..

Geusau, von, 1903. "De politieke indeeling van Limburg (1794-1839)", PSHAL DL. 39.

Goossens, G., 1910. Etude sur les Etats de Limbourg et des Pays d'Outremeuse pendant le premier tiers du XVIIIe siècle, suivi du texte de la "Notitia de rebus statuum provinciae limburgensis" de l'abbé Nicolas Heyendal, Kerkrade: Alberts / Louvain: Bureau des recueils

Verkooren, Alphons, et al, 1916. Inventaire des chartes et cartulaires des duchés de Brabant et de Limbourg et des pays d'Outre-Meuse, le partie: 8 dln, Bruxelles.

Boeren, P. C., 1935. De oorsprong van Limburg en Gelre en enkele naburige heerschappijen, Maastricht/Vroenhoven: Van Aelst.

Buchet, A., 1949. Documents inédits d'histoire limbourgeoise. L'organisation judiciaire et administrative des Pays de Limbourg, Daelhem, Fauquemont et Rolduc après la conquête française, Verviers.

Verkooren, Alphons, et al., 1961. Inventaire des chartes et cartulaires des duchés de Brabant et de Limbourg et des pays d'Outre-Meuse, 2e partie: 4 dln., Bruxelles.

Thielens, J., 1968. Les assemblées d'Etats du duché de Limbourg et des pays d'Outre-Meuse au XVIIe siècle, Heule.

Janssen de Limpens, K. J. Th., 1977. Rechtsbronnen van het Hertogdom Limburg en de Landen van Overmaze, Bussum: Kemink

H 20 Limburg

Ryckel, A. de, 1869. La cour féodale de l'ancien duché de Limbourg, In: Bulletin de la Société d'art et d'histoire du duché de Limbourg dl. 9, p. 273-455.

Casier, C + Crahay, L., 1889. Coutumes du duché de Limbourg et des pays d'Outre-Meuse, 193 vv..

Piot, Ch., 1980. "Renseignements sur les archives de la haute Cour de Limbourg", In: Bulletin de la commission royale d'histoire, p. 159-198..

Baerten, J, 1991. La bataille de Worringen (1288) et les villes brabançonnes, limbourgeoises et liégeoises. - Villes et campagnes au moyen âge, Mélanges Georges Despy, Luik.

Dumont, Bruno, 1991. Les états de Limbourg et la fin de l'Ancien régime, In: P. Lenders ed., Het einde van het Ancien régime in België, Kortrijk-Heule: UGA., p. 81-139..

H 30 Dalhem

Bours, W. H., 1934-1935. Uit vroeger dagen: Bokkenrijders in Daelhemmerland, In: Nedermaas 12, p. 69-70.

M 00 Voeren, meerdere dorpen

M 10 Voeren, naslagwerken

Vaux, Henri del, 1835. Dictionnaire géo-graphique et statistique de la province de Liège. Liège: Jeunehomme.

NN, 1986. Lannoo's Provinciegidsen voor toerisme en vrije tijd. Limburg, -- : Directie Cultuur en Recreatie van de Provincie Limburg / Tielt: uitgeverij Lannoo.

M 20 Voeren, natuur

Ercken, D. + Decharleroy,D.+ Belpaire, C, z.d.. Biotoop-ontwikkeling en visstandbeheer in het Voerbekken, Rapport IWB Wb. V. R. 94. 030., Hoeilaart: Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer, Duboislaan 14.

M 30 Voeren, geschiedenis

Miraeus, Aubertus, 1636. Rerum belgicarum chronicon ab Iulii Caesaris in Galliam adventu usque ad vulgarem Christi annum MDCXXXVI, Antwerpen: Lesteen.

Loë, - de, 1928. Les âges de la pierre, Musées royaux du cinquantenaire à Bruxelles, Belgique ancienne - Catalogue descriptif et raisonné: museumkataloog 1, /Bruxelles: Vromant, Remersdaal 133. spv; 134.

Messens, F., 1965. Les paroisses du Pays de Herve, .

Haas, J. A. K., 1988. "Het verdrag van Fontainebleau 1785. Maastricht en de Landen van Overmaas als internationale conflictstof aan het eind van het ancien régime", PSHAL 124, p. 264-344..

Ubachs., P. J. H., 1994. Ongewilde revolutie: Limburgs Maasland onder Frankrijk 1794-1814, PSHAL 130, Maastricht: LGOG.

Baerten, Jean, 1995. Harde Vlaamse koppen - de boeren van Voeren - van de Middeleeuwen tot 1962, St. -Genesius-Rode.

M 40 Voeren, bestuur en politiek

NN, 1961. Les communes de la Voer et la Frontière linguistique, 3, Luik: Grand Liège, kritiek: zie Baerten 1995..

Lejeune, J., 1962. Préliminaire. Note sur l'histoire des six communes. Transfert des six communes des Fourons à la province de Limbourg., Liège: Conseil provincial de Liège. Session ordinaire d'octobre: Commission d'enquete..

Baerten, Jean, 1995. In: Tijdschrift voor Filologie en Geschiedenis dl. 3, kritiek op : Les communes de la Voer et la Frontière linguistique - Grand Liège

M 50 Voeren, sociaal en economisch

Servais, P., 1982. Les structures agraires du Limbourg et des Pays d'Outre-Meuse du XVIIe au XIXe siècle -Annales, économies, sociétés, p. 303-319..

Molle, L. van, 1989. Katholieken en Landbouwpolitiek in België 1884-1914, Leuven.

Rutten, W. J. M. J., 1989. Huwelijk en partnerkeuze in een grensstad (circa 1830-1900), In: Eenheid en scheiding der beide Limburgen. Verslagbundel van het op 26 mei 1989 te Alden Biesen gehouden congres bij gelegenheid van de herdenking 150 jaar beide Limburgen. Verslagbundel

M 60 Voeren, spoorlijnen

Doorslaer, red., Bert van, 1991. Spoorwegen in Limburg, Hasselt: Provincie Limburg, Dienst voor Industrieel Erfgoed ISBN 90 6685 1033 3. DEPOT: D/1991/3569/10; Tongeren-Aken, p. 68-71.

M 70 Voeren, taal

Cajot, José, 1989. Neue Sprachenschranken im "Land ohne Grenzen " Zum Einfluss politischer Grenzen auf die germanischen Mundarten in der belgisch-niederländisch-deutsch-luxemburgischen Euregio, Köln/Wien: Böhlau.

Segers, Jan, 1993. Haspengouwse nederzettingsnamen. Een inleiding, In: Mededelingen van de Vereniging voor Limburgse Dialect- en Naamkunde 73., Hasselt.

Desmet, Jan, 0000. Dieren in sport en spel, Artis Historia, ganzekappen in Moelingen 11-15..

P 00 Voeren, de verschillende dorpen (niet onderverdeeld naar sub-klassen)

P 20 Moelingen

Toynbee, Arnold J., 1917. Der Deutsche Anmarsch in Belgien, WO 1. Moelingen foto's Voerstreek e. O.; p. 13 vv (zie afbeelding )

Kosigk. Anton von, 1925. Das Kgl. Preuss. Dragoner-Regiment von Arnim (2. Brandenb.) Nr. 12 im grossen Kriege. (zie afbeelding)

 

afb.: Uit Kosigk 1925: - De Bijs ,Moelingen 15 augustus 1914

afb.: Uit Toynbee 1917. Wie zegt ons welke huizen dit zijn?

In de schuur rechts zit een stukje vakwerk. Als we hedentedage geen vakwerk meer kennen in Moelingen, zal dat komen omdat het in 1914 is afgebrand.

 

P 40 's-Gravenvoeren

NN ca. 1670. Deductie raeckende de natuur der thiende tot 's Gravenvoeren..., Maastricht: RAL.

Fairon, E., 1912. La chaussée de Liège à Aix-la-Chapelle et les autres voies de communication des Pays-Bas vers l'Allemagne au XVIIIe siècle, Verviers: Féguenne..

Kleyntjens., J., 1942-1946. "De opheffing der Jezuïeten te Maastricht, 1773", PSHAL 78-82, p. 9-24..

Paape, A. H., 1969. Donkere Jaren - episoden uit de geschiedenis van Limburg 1933-'45 = Maaslandse Monografieën 10. -- p. 69-73: 's-Gravenvoeren, Hannibalspiel, Goffin, Claessens. Meertens (= Luc Franssen) vermeld p. 165.

Spang., Paul, 1984. Bertels Abbas delineavit (1544-1607). Les dessains de l'abbé Jean Bertels: Comment le premier historien du pays de Luxembourg a vu et dessiné notre région européenne et les hommes qui y vivaient, Luxemburg: RTL-Edition.

Brouwers, Robert, 1989. "Zomer 1914: De Eerste Wereldoorlog breekt uit", In: Voeren Aktueel 7. nr. 3 (juli), p. 21-27..

Brouwers, Robert, 1986. Tweehonderdste verjaardag van de huidige kerk van 's-Gravenvoeren, In: Voeren Aktueel 4. nr. 4 (november), Voeren, p. 16-18..

P 50 Sint Martensvoeren

Quix, Christian, 1835. Schloss und ehemalige Herrschaft Rimburg, die Besitzer desselben, vorzüglich die Grafen und Freiherren von Gronsfeld, nebst den umliegenden Dörfern, Aachen: Mayer.

Delahaye (Haye, R. de la-) R., 1986. De Latijnse School van Hoog-Cruts. Met een lijst van leerlingen, PSHAL 122, p. 103-148..

Tode,; Ernst, z. j. Familiegeschiedenis de Loë, 4 dln., z. pl. typoscript.

P 60 Sint Pietersvoeren

Grauwels, J., 1966. Regestenlijst der oorkonden van de landcommanderij van Aldenbiesen, Brussel, De nrs 2306, 2313, 2314, 2317 en 2320 gaan over St.-Pieters-Voeren.

tv-reeks Kats & Co, zondag 5 11 1995: Maas, grindgroeven, mergelfalaises, forellenkwekerij spv

====

kolofoon

dit nummer werd gemaakt in MacOS, CLARIS WORKS 4, letter: New York 10 punt (vorig nummer op DOS, WP 5.1, letter Times)

Bij het opstarten van de nieuwe systemen en de layout hadden we veel hulp van Rik Palmans, leraar informatika aan de Provinciale School; tevens kon dankbaar gebruik worden gemaakt van de ideeën, die Claire Lemmens in de computerlessen van de Avondschool doorgeeft.

Bij de voorbereiding van deze Koeënwoòf voor de fotokopie werd dankend gebruik gemaakt van de laserprinter van Voeren 2000, met technische bijstand van José Tossens en Joceline Aussems.