De stad Pompeii
(Maïte Oonk, Olivier Rasker, Wim Merckx)

Meer dan 1.500 jaar lag Pompeï onverstoord onder massa's stof en as. Het duurde tot 1748 voor de eerste opgravingen werden ondernomen. De belangrijke ontdekkingen haalde voor het eerst het wereldnieuws door het werk van de Duitse archeoloog Johann Joachim Winckelmann. Doorheen de 19de en 20ste eeuw werden nieuwe ontdekkingen gedaan. In 1912 werden verschillende mooie huizen gevonden, elk met een balkon op de tweede verdieping dat 6 meter breed en 1,5 meter diep was. Sommige van de ruïnes waren door de bombardementen tijdens de tweede wereldoorlog erg beschadigd waardoor restauratie nodig was. Tot op de dag van vandaag is men nog steeds aan het opgraven, dit gaat echter niet zo snel vooruit. De oorzaak is geldgebrek. Ongeveer 3/5de van de stad ligt nog steeds bedolven onder de as.

Een zeer belangrijk aspect bij de opgravingen was de uitzonderlijke manier waarop alles bewaard is gebleven. De regen van vochtige as en sintels vormden een hermetische afsluiting rond de stad. Daardoor werden vele publieke gebouwen, tempels, theaters, baden, winkels en woonhuizen bewaard.

Men vond ook restanten van sommige van de 2000 slachtoffers van de ramp. As dat met regen vermengd was vormde zich rond de lichamen. De as bleef deze vorm houden terwijl de lichamen tot stof werden herleid. De meeste van de inwoners konden ontsnappen en namen hun draagbare, waardevolle voorwerpen mee. Na de uitbarsting groeven de Romeinen zelf een tunnel rond sommige waardevolle huizen. Hier en daar namen ze zelfs marmeren muurbekledingen mee. Daardoor zijn er bij de hedendaagse opgravingen weinig extreem waardevolle zaken teruggevonden.

De meeste draagbare zaken, de beste muurschilderingen en de vloermozaïeken zijn overgebracht naar het Nationaal Museum van Napels . Algemeen mag men stellen dat de gebouwen een opmerkelijk realistisch en compleet beeld geven van het leven in een Romeinse provincie. De overgebleven gebouwen stellen een overgang voor van de zuivere Griekse stijl tot de bouwmethodes in het Romeinse Rijk. Ze zijn dan ook van uitzonderlijk belang bij de studie van de Romeinse bouwkunst.

Pompeii is een ruïnestad ten zuid-oosten van Napels aan de zuidoostelijke voet van de Vesuvius, in Campania in Italië. De oudste bewoners werden vanaf eind achtste eeuw v.C. zeer beïnvloed door hun contacten met naburige Griekse kolonies. De Etruskische infiltratie, werd al in de tweede helft van de vijfde eeuw v.C. tenietgedaan door invasies van Samnieten uit de Apennijnen.
Het verdringen van de, tot dan toe overheersende inheems-Italische cultuur door de Hellenistische beschaving viel samen met het begin van het binnendringen van de Romeinen en het overdragen van hun cultuur. Na de Bondgenotenoorlog werd Pompeii in 80 v.C. een Romeins municipium, een van oorsprong niet-Romeinse stad dat het Romeinse burgerrecht heeft gekregen en zichzelf bestuurt onder toezicht van Rome.



De Via dell' Abbondanza,
een van de hoofdstraten
van Pompeii.


In 63 n.C. werd de stad door een aardbeving gedeeltelijk verwoest, maar herbouwd. Op 24 augustus 79 n.C. werd de stad na een uitbarsting van de Vesuvius, die ook de naburige plaatsen Herculaneum en Stabiae trof, door een regen van as en vulkanische slakken onder een 5-8 meter dikke laag bedolven. Van de 15.000 à 20.000 inwoners kwamen er circa 2.000 om. Om ongeveer één uur barstte de Vesuvius uit. Uit de Vesuvius verscheen een grote wolk vol met puimsteen. Eerst steeg de wolk op als een hoge zuil, waarna hij zich ging verspreiden. Deze wolk zou er nog 18 uur lang blijven. Ondertussen groeide in Pompeii een laag puimsteen (15 cm per uur). Dit puimsteen, afkomstig van de Vesuvius, was richting Pompeii geblazen door de noordwestenwind. Er kwamen weer erge schokken en de zee trok zich samen, door verschuivingen van de zeebodem, waardoor er een vloedgolf ontstond. Vervolgens rolden hete gaswolken samen met as naar beneden langs de hellingen van de Vesuvius. Dit ging gepaard met een sterke zwavellucht en een asregen, die totale duisternis veroorzaakte. Voor degenen die nog waren achtergebleven in Pompeii was er geen ontsnappen meer mogelijk, want in de gaswolken kwamen ze om door verstikking. Daarna werden ze bedekt door een laag vulkanisch puin, met daar overheen weer een laag as, die luchtdicht was. Deze werd al bij al twee meter hoog. In de loop van 25 augustus nam de activiteit van de Vesuvius af. Pompeii was bedekt met een ongeveer zes meter dikke laag bestaande uit voornamelijk as. Herculaneum werd begraven onder een laag van ongeveer tien meter, die was ontstaan uit lava- en modderstromen.
In 1748 begonnen de opgravingen. De tevoorschijn gekomen resten geven een uitstekende indruk van een welvarende Romeinse, kleine stad. In de stadsplattegrond zijn duidelijk drie kernen te onderscheiden; in het zuidwesten de oude Oskische (de Osken waren vroeger een volk in Campania) stad, met als centrum het forum; ten noorden van dit stadsdeel een wijk uit de Samnitische periode (Samnieten leefden oorspronkelijk in Samnium, een bergland ten oosten van Latium en Campania); in het oosten de stad met haar voorsteden uit de Romeinse tijd. De huizen zijn in groten getale in vrij behoorlijke staat te voorschijn gekomen.