|
BELGIE - NEDERLAND
1 - 10
|
|
11 -20
|
|
21 - 30
|
|
31 - 40
|
|
41 - 50
|
|
51 - 60
|
241 - 250
|
61 - 70
|
|
71 - 80
|
|
81 - 90
|
|
91 - 100
|
|
101 - 110
|
|
111 - 120
|
|
121 - 130
|
311 - 320
|
131 - 140
|
321 - 330
|
141 - 150
|
331 - 340
|
151 - 160
|
341 - 350
|
161 - 170
|
351 - 360
|
171 - 180
|
361 - 369
|
181 - 190
|
 |
Tekst op internet gevonden (Paul Spaepens):
Grenspalen
Het grootste gedeelte van de grens tussen België en Nederland is een kunstmatige grens. Deze grenssoort heeft nooit de voorkeur van staatslieden en legeraanvoerders genoten, omdat ze moeilijk te verdedigen is en omdat de loop niet vastligt in het landschap. Dat laatste probleem werd ondervangen door de grens met palen te markeren. Na de Vrede van Munster werd het verloop van de grens tussen de Spaanse en de Noordelijke Nederlanden met houten palen aangegeven. In 1713 werd in Utrecht de vrede gesloten die een einde maakte aan de Spaanse Successieoorlog. Een van de bepalingen was dat Oostenrijk de Zuidelijke Nederlanden kreeg. De houten palen werden vervangen door stenen exemplaren in twee uitvoeringen. Op de grote palen stond aan een kant de tweekoppige Oostenrijkse adelaar met het opschrift Oostenrijk. Aan de andere zijde was de Nederlandse leeuw ingekapt en de benaming Haar Hoog Mogende, als aanduiding van de Staten-Generaal. Op de kleinere palen stonden alleen twee opschriften. Het Oostenrijkse gebied werd aangeduid met 's KEY.E. CONIN Bodem, een afkorting van des keizers en konings bodem. De Oostenrijkse keizer was ook koning van Hongarije. Aan de kant van de Republiek stond kortweg STAET BODEM.
Op 19 april 1839 werd in Londen het scheidingstraktaat tussen België en Nederland getekend. De loop van de grens werd op 8 augustus 1843 bepaald bij de Conventie van Maastricht. Besloten werd 388 gietijzeren en 356 hardstenen grenspalen te plaatsen. De ijzeren palen met een gewicht van 372 kilo rusten in een gemetselde bakstenen fundering. Ze steken ongeveer 1.30 meter boven het fundament uit. Op de afgeronde punt is een knop van 17 centimeter geschroefd. Aan de Belgische zijde is het wapenschild van het land aangebracht; de Nederlandse leeuw aan de andere kant. De arduinen hulppalen hebben een hoogte van 75 centimeter; ze gaan nog eens 50 centimeter de grond in. Opschrift of jaartal ontbreekt. Bijna alle gietijzeren palen dragen het jaartal van de markering. Bij de plaatsing werd een doorlopende nummering gehanteerd. Een echt vast stramien in de plaatsing is er niet. Op de meeste knikpunten in de grens kwam wel een paal, maar niet op alle. Telkens als de landsgrens aan de grens van een gemeente raakte, werd in ieder geval een grenspaal geplaatst. Het precieze vastleggen van de plaats van de palen en hun hoge gewicht moesten onenigheid in de toekomst voorkomen. Ten overvloede werd in 1847 een reglement voor onderhoud en instandhouding van de grenspalen vastgesteld. Artikel I bepaalt: De plaatselijke besturen der aangrenzende gemeenten zullen in de gemeente elk jaar de op de grens geplaatste palen doen nagaan, ten einde zich te verzekeren dat ze in goeden staat zijn. Het 'schouwen' van de grenspalen wordt nog elk jaar getrouw uitgevoerd. Tussen de besturen van de Belgische gemeente Ravels en de Nederlandse aangrenzende gemeenten Hooge en Lage Mierde, Hilvarenbeek, Goirle, Alphen en Riel en Baarte-Nassau bestaat al jaren het gebruik er gezamenlijk op uit te trekken, en na afloop tijdens een etentje het glas te heffen. Deze bijeenkomsten hebben geleid tot goede contacten en daaruit voortspruitend de eerste vormen van grensoverschrijdende samenwerking.
|