Match hengel

matchhengel

Vissen met de matchhengel

Wat is een matchhengel?

De matchhengel is een uit drie delen bestaande werphengel, waarop een groot aantal ogen is aangebracht. De delen zij van gelijke lengte. De hooggeplaatste ogen voorkomen dat de lijn tegen de hengel aanplakt. De hengel wordt altijd in combinatie met een molen gebruikt. De afstand waarop gevist kan worden varieert van net onder de top tot ca 30 meter en meer. De meeste gangbare hengellengte is 3,90 meter. De lengtes kunnen variŽren van 12 to 15 feet. (1 foot = 30,48 cm). Voor het type water kan men onderscheid maken in de stickfloathengel en de wagglerhengel. De stickfloathengel is bedoeld voor het vissen in stromend water en is strak van actie. De wagglerhengel heeft een meer doorgaande buiging en is bedoeld voor stilstaand water.

De opbouw van de hoofdlijn

Bij deze wijze van vissen wordt gebruik gemaakt van een dobber die aan onderzijde is voorzien van een oogje. Door het toepassen van een dobberconnector (dit is een siliconenslangetje met ingeklemd warteltje) kan snel van dobber worden gewisseld zonder de gehele lijnopzet af te breken. D.m.v. een lus op lus kan een onderlijn aan de hoofdlijn worden gemonteerd. Indien grote, sterke vissen als karper en zeelt zijn te verwachten is het raadzaam de haak meteen op de hoofdlijn te zetten.

Het bepalen van de bodemdiepte

Hiertoe plaatsen we de dobber met of zonder connector op de hoofdlijn, waarbij 15/00 een gangbare lijndikte is. Bevestig de haak aan de hoofdlijn of dunnere onderlijn en hang hieraan een peilloodje met kurk aan de onderzijde. Bepaal m.b.v. enkele worpen de afstand en diepte. Verschuif hierbij telkens de dobber totdat deze net boven het wateroppervlak uitsteekt. Wacht wel steeds circa 30 seconden, zodat de dobber de tijd krijgt omhoog te gaan en geef daarbij voldoende lijn. Indien de afstand is bepaald kan je deze d.m.v. een stuitje of met watervaste stift op de lijn markeren, zodat telkens op dezelfde afstand wordt gevist. Door een vast punt aan de overzijde te kiezen zal steeds op dezelfde plek gevist worden.

Het uitloden van de waggler

Dit aspect is een van de belangrijkste onderdelen van het matchvissen. Indien dit niet goed gebeurt zal de aaspresentatie slecht, en een pruik in de lijn gooien eerder regel dan uitzondering zijn, waardoor het plezier snel afneemt. Belangrijk is het op de juiste "plaats" aanbrengen van de loodhagels. Hiervoor zijn een aantal basisregels te geven. Nadat de bodemdiepte is uitgepeild en de dobber op de juiste hoogte is vastgezet, plaatst men 2/3 van het totale loodgewicht direct bij de dobber. Het totale dobbergewicht staat op de dobber vermeld. De resterende loodhagels, ongeveer 1/3 deel wordt verdeeld tussen dobber en haak op de volgende wijze: breng de haak tot circa 2 cm. onder de dobber en plaats in de lus een loodhagel van het resterende 1/3 loodgewicht. Vouw vervolgens de haak tot 1 cm. onder deze loodhagel en hang in de lus een loodhagel. Dit herhalen tot alle loodhagels geplaatst zijn, waarbij de kleinste het dichtst bij de haak zit, op ongeveer 15 cm.

Werptechniek

Om de lijn op de goede manier weg te zetten dient de hengel van achter het lichaam over het hoofd in een vloeiende beweging naar voren te worden gebracht. Alvorens de dobber het water raakt moet de lijn afgeremd worden om het in de war raken van de vislijn te voorkomen. Het afremmen geschied door een vinger tegen de spoelrand te plaatsen.

Voerplek aanleggen en bijhouden

Gooi een zestal ballen voer op de stek waar je wilt vissen. Voer nooit verder dan de plek waar je vist. Schiet elke 5 Š 10 minuten enkele casters (verpopte maden) op de stek. Af en toe een enkel balletje voer ter grootte van een duivenei zal de voerstek goed onderhouden en vis blijven trekken.