Falla-Meirs


Ga naar de inhoudsopgave

Emigratie van strohoedenmakers naar Nederland

Jos Leben



De handel in strohoeden ontwikkelde zich zeer sterk op het einde van de 18 e eeuw en binnen een zeer korte tijd hadden zich een toenemend aantal personen in de Jekervallei gespecialiseerd in de fabricatie en verkoop van strohoeden. In de 19 de - en in het eerste kwartaal van de twintigste eeuw bracht dit in de Jekervallei een grote bedrijvigheid mee. Het produceren van deze strohoeden was een echte industrie. Mannen van de vallei en van de omliggende dorpen maakten de strohoeden en hadden dan ook als beroep strohoedenmaker .Meisjes en vrouwen , “ tresseuses de paille “, zorgden voor het vlechten..





Het succes van de strohoeden was zo groot dat de fabrikanten van de Jekervallei winkels openden en de handel monopoliseerden niet alleen in de Belgische steden maar ook in Parijs en in bijna alle steden in Nederland. Dat de strohoedenindustrie een winstgevende bezigheid was zien we als we een wandeling maken door Roclenge-sur-Geer, we vinden er prachtige herenhuizen terug .




Sommige fabrikanten startten hun eigen bedrijf in de grote steden van West-Europa en voor de productie van de strohoeden deden ze beroep op de mannen van hun geboortedorp. In de herfst en tot januari bereidden de mannen van de Jekervallei het stro voor en de vrouwen vlochten het stro.

Dan werd het materiaal opgestuurd en de mannen gingen voor 4 ŕ 5 maanden als seizoensarbeider ter plaatse werken, dit systeem heeft bijna een eeuw stand gehouden . Zo vinden we de volgende tekst terug in het Utrecht Archief : de Belgische strohoedenfabrikant Frenay had een groot aantal strohoedenmakers uit het land van Luik in dienst. In 1850 had Henri Raskin, geboren te Val-Meer op 17/11/ 1812 een strohoedenbedrijf in Groningen. Henri was de zoon van Joannes Raskin van Boirs en Sibilla Huyts van Fall . Getuigen waren Jan Huyts ( 65 j ) , zijn grootvader, en Paulus Gilissen ( 34 j ).
Sommige Val-Merenaren trokken naar Nederland, werden verliefd op een Hollandse schone, bleven er wonen en stichtten er een gezin.
Ziehier het verhaal van enkelen.

1. Willem Leben

Beginjaren 70 kreeg mijn vader ( Koenraad Leben ) op een dag het bezoek van Jacob Leben, zijn vrouw Maria Antonia en dochter Elly. De familie Jacob Leben, woonachtig te Utrecht, was op zoek naar haar wortels en was terecht gekomen in Val-Meer. En inderdaad, Jacobs overgrootvader was Willem Leben geboren te Val-Meer op 2 febr. 18 22. Willem Leben, zoon van Conrardus en Ida Meertens, woonde met zijn ouders in de Rechtstraat ( nu Bolderstraat ) en had als beroep strohoedenmaker. We weten dat hij op 18 mei 18 41 werd ingelijfd bij het leger, hij had het nummer 6 getrokken.

Woning van ouders van Willem in de Rechtstraat ( nu Bolderstraa

Kampen is een stad en gemeente in de provincie Overijssel, aan de monding van de IJssel .



Ergens tussen 1847 en 1850 verliet hij Val-Meer en ging zich vestigen te Kampen ( NL ) waar hij op 26 febr. 18 52 in het huwelijk trad met Catherina Coletta Straatnam. . De huwelijksakte vermeldt dat Willem van beroep hoedenmaker is en dat hij woonachtig is te Kampen.
De akte vermeldt ook dat Catherina Colette geboren werd in Zwolle ( NL) op 24 augustus 1826, als beroep hoedenmaakster had en dat ze eveneens woonachtig was te Kampen. Kampen ligt op een 15-tal km van Zwolle. Willem en Catherina Colette woonden in de Oudestraat te Kampen waar ze een hoedenwinkel uitbaatten .




Willem en Catherina Colette kregen meerdere kinderen, allen geboren te Kampen, waaronder:
• Maria Ida , wordt modiste van beroep.
• Coenrardus , wordt groenteboer van beroeptrouwt met Margaretha Lemmens en blijft in Kampen wonen tot in 1906 waarna hij met de familie naar Zwolle verhuisd. Zij zorgen voor de Nederlandse tak van de familie Leben. Een zoon start het ijssalon met de naam “ IJssalon Leben “ in het centrum van Zwolle.
• Colette Catherina, trouwt met Simon Velzeboer.
• Wilhelmus, geen verdere informatie.
• Hendrikus, trouwt met Petronella Jansen.
Elly Leben, achterachterkleinkind van Willem en nu woonachtig in Westervoort stelde de stamboom van de Nederlandse tak samen.

De afstand van Val-Meer naar Zwolle bedraagt tegenwoordig 270 km en kan je met de auto afleggen in nog geen drie uur. Honderdvijftig jaar geleden was het traject Val-Meer, Zwolle een lange vermoeiende reis die dagen duurde.

Woning van ouders van Petrus in de Rechtstraat

2. Petrus Huyts

Enkele jaren geleden kwamen Jozef Jackers en Flor Huls in contact met Peter Huits, woonachtig in Nederland. Peter Huits was op zoek naar zijn voorouders en belandde in Val-Meer. Petrus Huyts, geboren te Val-Meer op 23 sept. 1826 als zoon van Pierre en Beatrix Raedts was Peters betovergrootvader.
Petrus had als beroep strohoedenmaker en woonde met zijn ouders in de Rechtstraat.
Volgens Peter verliet Petrus Val-Meer rond 1856 om zich in Zwolle te vestigen. Hij trad te Deventer op 8 mei 18 61 in het huwelijk met Johanna de Vries, geboren op 17 januari 18 33 te Zwolle. De huwelijksakte vermeldt voor Petrus: “ wonende thans te Deventer onlangs te Zwolle aangekomen “. Petrus Huyts zorgt voor een Nederlandse tak van de familie Huyts.

.

Peter schrijft ook dat Martinus Beusen ( geboren in Val-Meer op 23 september 1836 ) en zijn broer Jean ( geboren te Val-Meer op 26 februari 1841 ) samen met Petrus Huyts naar Zwolle zijn getrokken.
Martinus en Jean woonden met hun ouders in de Rechtstraat. Van Martinus weten we dat hij van de lichting 1856 was en in het huwelijk trad met Maria Gertrude Vaessen ( geboren te Maastricht ) en dat hij minstens 2 kinderen had nl, Martinus in 1865 en Jan Emiel in 1871 in Zwolle geboren. Waarschijnlijk zal Martinus rond 1858 naar Zwolle zijn getrokken en rond 1874 keert de familie Beusen - Vaessen naar Val-Meer terug, in 1890 wonen ze in de Krukstraat.

Thorbeckegracht in Zwolle

Thorbeckegracht in Zwolle
Zwolle, gemeente en hoofdstad van de provincie Overrijssel.





Van Jean weten we dat hij van de lichting 1861 was maar “ remplace par Decisse Jan “. Martinus en Jean waren strohoedenmakers.
De immigratiedienst van de VSA vermeldt in 1920 de aankomst van Petrus Amandus Huits met familie. Petrus Amandus is de zoon van Petrus en Johanna de Vries. .Het volledige document ( Een Hollandse tak aan een Belgische boom) van Peter Huits over zijn voorouders kan je lezen door hier te drukken.

Huis van Ludovicus Gilissen





3. Jean Gilissen

Tijdens onze tentoonstelling op Allerheiligen 2005 “ Hoe zag Val-Meer er vroeger uit “ werden we aangesproken door Marco Gilissen , woonachtig in Zuid-Afrika . Marco vertelde ons dat zijn grootvader rond 1950 vanuit Nederland naar Zuid-Afrika emigreerde . Marco was voor een korte tijd in Nederland en startte een onderzoek naar zijn roots dat hem naar Val-Meer bij Jean Gilissen leidde.





Jean Gilissen , geboren te Val-Meer op 22-8-1828 als zoon van Paulus en Cornelia Theunissen, woonde in de Rechtstraat en had als beroep strohoedenmaker.Jean verliet Val-Meer en trad te Groningen op 20 juni 18 60 in het huwelijk met Antonetta Alida Maria Tiddens die in Groningen geboren was . De oudste dochter van Jan en Antonetta nl : Harmanna Maria had als beroep hoedenmaakster.
In 1875 bouwde Ludovicus Gilissen, zoon van Servatius Gilissen en Maria Stegen, een huis in de Bampstraat te Val-Meer, Servatius is een broer van Jean Gilissen. Er werd verteld dat bij het bouwen van dit huis evenveel "drupkens "(borrels) gedronken werden dat als er bakstenen in de muren werden verwerkt, of dat er zoveel jenever geschonken werd als er water verbruikt werd voor het bereiden van de mortel.

De Aa- kerk te Groningen



Ziehier de korte levensschets van drie Val-Merenaren die in het midden van de negentiende eeuw hun geboortedorp verlieten en hun geluk in Nederland gingen zoeken en dit waarschijnlijk ook vonden

Bronnen :

Pentekeningen : Jean Nivelle
Ref : A la derniére mode parisienne : fabricants de chapeau de paille wallons aux Pays-Bas,1750 – 1900


Terug naar de inhoudsopgave | Terug naar het hoofdmenu