<< Menu  


De Finse strijdkrachten.

Dezen bestaan uit een geregeld leger van slechts 33.000 officieren, onderofficieren en soldaten. Daarbij komen bij een mobilisatie 127.800 manschappen afkomstig uit het territoriale systeem. Finland is immers onderverdeeld in 9 militaire districten; elk ervan levert één divisie met een lokale generale-staf en permanente opslagplaatsen. De reservisten begeven zich naar hun opslagplaats, nemen hun uitrusting en zijn klaar voor het front. Daarenboven zijn er nog eens 100.000 reservisten beschikbaar en 100.000 manschappen van de Burgerwacht. In totaal kunnen dus zowat 400.000 manschappen op de been gebracht worden.

Tenslotte is er nog het 100.000-koppige vrouwelijk hulpkorps, het “Lotva Svard”, dat alle mannelijke militairen vrijmaakt voor frontdienst.

Het is evenwel een gebrek aan materiaal dat zorgwekkend is. De infanterie heeft een tekort aan automatische wapens, hoewel de Finse lichte wapens even goed zijn als deze van het Rode Leger. Het standaard geweer is een versie van het Moisin/Nagant-type van 7,62 mm. De zware basismitrailleur is de watergekoelde versie van de Russische Maxim. De lichte mitrailleur is de 7,62 mm. luchtgekoelde Lahti/Saloranta. Maar bovenal is er de fantastische 9 mm. pistoolmitrailleur Suomi. Het wordt door de Russen gekopieerd en zal dienen bij verscheidene communistische legers tot de komst van de AK-47. Er is eveneens een gebrek aan uniformen en tenten. Het is evenwel de artillerie die de meeste zorgen baart. Elke divisie telt slechts 18 mortieren van 81 mm.; de bestelde mortieren van 120 mm. zijn nog niet geleverd. Daarnaast beschikt elke divisie over slechts 36 kanonnen, allen van een model van vóór 1918. De munitievoorraden zijn eerder beperkt. Voor het ganse leger zijn amper 112 PAK’s van 37 mm. beschikbaar. De 100 beschikbare AA-kanonnen zijn bestemd voor de verdediging van het grondgebied.

Daarnaast zijn er relatief weinig transportmiddelen en radio-apparatuur. Het verplichte gebruik van estafettes en veldtelefoon bemoeilijken de onderlinge communicaties.

Dit gebrek aan (modern) materiaal wordt gecompenseerd door het ijzersterke moreel en de geoefendheid van de Finse soldaat. Hij weet perfect de natuurelementen te gebruiken. Hij verplaatst zich vrij door de immense wouden en valt onverwachts aan op de flanken of in de rug van de vijand, die verplicht is zich te verplaatsen langs de weining talrijke wegen. In de winter wordt de Finse soldaat een volleerde skiër.

De Finse marine bestaat uit 2 zware kruisers, 5 duikboten, enkele artillerieschepen en een aantal MTB’s en mijnenleggers. Aangezien de Baltische kusten voor het merendeel dichtgevroren zijn tussen november en maart, kent de Winteroorlog geen echte zeeslagen. De kruisers Ilmarinen en Väinämöinen worden in Turku enkel gebruikt als AA-platformen.

Voor de Finse kustartillerie is evenwel een belangrijke rol weggelegd. Deze beschermt de Baltische kusten. Bij de gevechten aan het Ladogameer zal ze gebruikt worden tegen de oprukkende Russische troepen.

De Finse luchtmacht stelt niet zoveel voor. Ze is heterogeen samengesteld met toestellen afkomstig uit Duitsland, Tjechoslovakije, Groot-Brittannië en van eigen bodem. Het betreft allemaal verouderde toestellen. Hieronder volgt een overzichtstabel:

De Finse luchtmacht op 30 november 1939.
Regiment (LeR)
Groep (Llv)
Uitrusting
Terrein
LeR-1 LLv-10 13 Fokker C.X. Lapeenranta
  LLv-12 13 Fokker C.X. Suur-Merijoki
  LLv-14 7 Fokker C.VE, 4 Fokker C.X. Laikko
  LLv-16 9 Blackburn Ripon IIF, 5 Junkers K-43, 3 Fokker D.XXI en 19 toestellen voor de opleiding en de verbinding Vartsila
LeR-2 LLv-24 36 Fokker D.XXI, 9Gloster Gamecock II Immola
  LLv-26 10 Bristol Bulldog IVA Raulampi
LeR-4 LLv-44 9 Bristol Blenheim Luonetijervi
  LLv-46 8 Bristol Blenheim en 3 Avro Anson 652A Luonetijervi
Totaal: 148 toestellen waarvan 115 operationeel

Vanaf 11 janauri 1940 beginnen Zweedse vrijwilligers, samengebracht in het Fkygflottilj 19 operaties vanaf het bevroren Kamimeer met 12 Gloster Gladiator en 4 Hawker Hart.
De Finse strategie is gebaseerd op een defensieve tactiek, bijna uitsluitend op de Karelische landengte. Het Finse opperbevel gaat er immers van uit dat gezien de immense wouden, moerassen en meren langs de grenzen, enkel daar een klassieke aanval kan verwacht worden.

Hiervoor wordt een verdedigingslinie aangelegd, de Mannerheimlinie. Deze linie strekt zich uit vanaf Koivisto in het westen, met zijn krachtige kustbatterijen, over de loop van de Vuoksi-rivier, tot haar monding, in het oosten, in het Ladogameer. Het geheel van dit defensieve front bedraagt zowat 65 km. Naast loopgraven, mijnenvelden, prikkeldraad en anti-tankversperringen, omvat de linie 75 betonnen bouwwerken daterend van de jaren 1920, niet meer bestand tegen moderne artillerie en een 40tal blockhaus van recente constructie.

Ten noorden van het Ladogameer wordt een tactiek van vertragingsmaneuvers toegepast om de aanvallers te stoppen of dermate te verzwakken alvorens zij een aantal strategische punten kunnen bereiken, met name Oulu, Kajaani, Rovaniemi, Kemi en Petsamo.

De Finse slagorde:

Het opperbevel is in handen van maarschalk Mannerheim. Hij vestigt zijn hoofdkwartier te Mikkeli (op zowat 100 km ten noordwesten van Viipuri). Vanaf 5 januari wordt het hoofdkwartier overgeplaatst naar Otava.

De reserves van de generale-staf: de 6e Div. (3e Div. vanaf 1/1/1940) met de JR16, JR17 (7 vanaf 1/1/1940)), JR18 (8 vanaf 1/1/1940), JR22 (9 vanaf 1/1/1940), de KTR6 (3 vanaf 1/1/1940) en de KevOs6 (3 vanaf 1/1/1940) in Luumäki en de 9e Div. zonder haar artillerie in Oulu.

In de sector van de Karelische landengte staat het Karelische Leger (Kannaksen Armeija) onder het bevel van Gen.Lt. H. Österman. Het omvat 2 Legerkorpsen:

  • IIe Legerkorps onder Lt.Gen. H. Öhquist
    • 1e Div. met de 1., 2. en 3.Pr (Prikaati of brigade);
    • 4e Div. met de JR10,JR11 en JR12 (Jalkaväkirykmentti of infanterieregiment), de KTR4 (Kenttätykistörykmentti of veldartillerieregiment), KevOs4 (Kevyt osasto of licht detachement//verkenning);
    • 5e Div. met de JR13, JR14 en JR15, de KTR5 en de KevOs5;
    • 11e Div. (wordt de 2e Div. vanaf 1/1/1940) met de JR31 (4 vanaf 1/1/1940), JR32 (5 vanaf 1/1/1940), JR33 (6 vanaf 1/1/1940), de KTR11 (2 vanaf 1/1/1940) en de KevOs11 (2 vanaf 1/1/1940)
    • 23e Div. (vanaf februari 1940) met de JR67, JR68 en JR69, de KTR23 en de KevOs23;
    • 4.Pr
    • RvPr (Ratsurykmenti Prikaati of cavaleriebrigade)
    • U-groep (dekkingsgroep Uusikirkko) met de Rk1, Rk2 (Rajavartio komppania of grenswachtcompagnie), JP1 (Jääkäri pataljoona of jagerbataljon), ErP3 (Erillinen pataljoona of autonoom bataljon), URR (Uudemaa Rakuunarykmentti of Uudemaa dragonderregiment), HRR (Hämeen ratsurykmentti of Häme cavalerieregiment) en PPP5 (Polkupyöräpataljoona of wielrijdersbataljon);
    • M-groep (dekkingsgroep Muolaa) met de Rk3, Rk4, JP3 en de ErP4;
    • L-groep (dekkingsgroep Lipola) met de Rk5, JP2 en de ErP5;
  • IIIe Legerkorps onder Gen.Maj. E. Heinrichs
    • 8e Div.met de JR23, JR24, de KTR8 en de KevOs8;;
    • 10e Div. (7 vanaf 1/1/1940) met de JR28 (19 vanaf 1/1/1940), JR29 (20 vanaf 1/1/1940), JR30 (21 vanaf 1/1/1940), de KTR10 (7 vanaf 1/1/1940) en de KevOs10 (7 vanaf 1/1/1940)
    • 21e Div. (vanaf februari 1940) met de JR61 en JR62, de KTR21 en de KevOs21;
    • R-groep (dekkingsgroep Rautu) met de Rk6, Rk7, Rk8, JP4 en de ErP6;
    • Metsäpirtti-groep

In de sector van het Ladogameer staat het IVe Legerkorps onder het bevel van Gen.Maj. Heiskanen;

  • 12e Div. met de JR34, JR35, JR36, de KTR12 en de KevOs12;
  • 13e Div. met de JR37, JR38, JR39, de KTR13 en de KevOs13;
  • Talvela-groep gevormd vanaf 6 december 1939, naar de naam van zijn bevelhebber, Kol. Paavo Talvela, met de Er.P11, het Os Räsänen (Osasto of detachement) met 3 bataljons, het JR16 (Lt.Kol. Aaro Pajari) en een eenheid zware artillerie; de beide laatste eenheden zijn afgestaan door de 6e Div. Vanaf 9 december wordt in Ilomantsji het Os A gevormd (Kol. Per Erkholm) met de resten van enkele verdedigingseenheden en 3 hulpbataljons.

In Noord-Finland bevinden zich 3 legergroepen:

  • Noord-Finlandlegergroep onder Gen.Maj. W. Tuompo met
    • 9e Div. (vanaf december 1939) met de JR25, JR26, JR27, de KTR9 en de KevOs9;
    • Vuokko Pr.
    • Susi-groep.
  • Noord-Kareliëlegergroep onder Lt.Kol. E. Raappana met 3 autonome bataljons;
  • Laplandlegergroep (vanaf 11 december)) onder Gen.Maj. K.M. Wallenius, met
    • JR 40
    • Os R
    • Os Pennanen
    • SFK (Zweedse vrijwilligers vanaf februari 1940).

De zuidelijke kustlijn wordt verdedigd door 7 bataljons en Äland door 1 regiment.

De opstelling van de Finse troepen:

Aan de Karelische landengte : het Karelische Leger met zijn 2 legerkorpsen, namelijk op rechts het IIde LK. : het bemant het stuk van de Mannerheimlinie dat zich uitstrekt tussen de Golf van Finland en de Vuoksi. Links bevindt zich het IIIe LK.van de loop van de Vuoksi tot aan het Ladogameer.
Vóór de Mannerheimlinie bevinden zich de 4 dekkingsgroepen bestaande uit grenswachters, jagers te voet (eliteeenheid) en enkele ruiterijeenheden.

Ten noorden van het Ladogameer bevindt zich het IVe LK. met zijn 2 divisies; de linkerflank gaat over Suojärvi tot Ilomantsji.

In het noorden, tussen Suojärvi en de Arctische oceaan (nog zowat 1.000 km frontlijn), bevindt zich een geheel van autonome bataljons en compagnies die alle toegangswegen naar de grens controleren.

Verslag/artikel door:
Mark Demol
 


Finse verdediger


Zweedse propagandaposter voor vrijwilligers.

     

Copyrighted © to www.AboutWorldWar2.tk and Roel Boons.
Please contact us for use of this material.