<< Menu  


Fins – Russische oorlog.

30 november 1939 – 13 maart 1940.

De politieke situatie.

Op 6 december 1917 verklaart Finland zich onafhankelijk van de Sovjet-Unie (SU). In januari 1918 wordt Lt.Gen. Carl Gustav Mannerheim gemandateerd door de Finse senaat om de verschillende eenheden van de Burgerwacht te laten samensmelten tot een nieuw leger van de Republiek. Op dat ogenblik is Finland verdeeld in een Wit en een Rood gedeelte. Rood Finland wordt gecontroleerd door socialisten van de vroegere Finse Autonome Republiek Rusland, terwijl Wit Finland streeft naar onafhankelijkheid van de SU op een anti-communistische basis. De troepen van Mannerheim scharen zich achter deze gedachte. De Witten krijgen eveneens de hulp van een Duitse Baltische Div., 12.000 man sterk onder het bevel van Rüdiger von der Goltz, die aan land gaat op het schiereiland Hanko. Bij de Roden vechten zowat 40.000 Russische soldaten. De burgeroorlog duurt ongeveer 5 maanden en wordt uiteindelijk gewonnen door de Witten. Na de oorlog is een aantal Finse regeringsleden een monarchie welgezind. Ze wenden zich daarvoor tot Friedrich Karl, Prins van Hessen, die slechts gedurende een maand koning zal zijn, gezien hij troonsafstand doet na het verlies van Duitsland in WOI. Het Finse Parlement beslist dan om haar eerste president te kiezen, met name K.J. Stahlberg.

In 1920 wordt het Verdrag van Tartu ondertekend waarbij de onafhankelijkheid en de soevereiniteit van Finland worden erkend door de SU. Daarnaast bepaalt dit verdrag de grenzen tussen de beide landen: Finland stemt er in toe om Oost-Karelië en de beide grensprovincies Repola en Porajärvi aan de SU over te hevelen om de verdediging van Leningrad te waarborgen. In ruil ontvangt Finland West-Karelië en de ijsvrije haven Petsamo (aan de Noordpool). Tenslotte worden enkele Finse eilanden in de Finse Golf geneutraliseerd. In 1932 en in 1934 worden nog 2 niet-aanvalsakkoorden ondertekend door Helsinki en Moskou. Deze overeenkomsten zouden in principe in 1945 aflopen.

Tegen het einde van de jaren ‘30 nemen de internationale spanningen danig toe en de SU werpt zich opnieuw op als een belangrijke politieke en militaire macht. Finland ondervindt al snel de hernieuwde kracht van de Russische buitenlandse politiek. In april 1938 heeft een geheime bespreking plaats tussen Boris Jartsev, secretaris op de Russische ambassade in Helsinki en de Finse minister van Buitenlandse Zaken, Rudolf Holsti. De Rus waarschuwt Finland er voor dat het land zou kunnen aangevallen worden door Duitsland, dat zijn grondgebied vervolgens zou kunnen gebruiken als springplank voor een verovering van de SU. Meteen dreigt Moskou er mee dat als de Finnen zich niet zouden verzetten tegen een Duitse aanval, het Rode Leger de Duitsers zou aanvallen op het Finse grondgebied. Als Finland echter weerstand biedt kan het rekenen op Russische economische en militaire hulp en de belofte dat het Rode Leger zich daarna terugtrekt. Later volgen nog een aantal van deze geheime besprekingen, waardoor uiteindelijk het geheim karakter wordt opgegeven. Jartsev heeft altijd het akkoord van Finland over deze voorwaarden laten uitschijnen, maar officieel neemt Finland geen standpunt in, ook niet wanneer de besprekingen uitgebreid worden naar de Premier Cajander en de minister van Financiën, Tanner. In de zomer stelt Finland een ontwerp-verdrag op waarin het land zijn neutraliteitspolitiek handhaaft en onder geen beding zal toestaan dat een mogendheid van het Finse grondgebied kan gebruik maken voor een invasie van de SU, op voorwaarde echter dat Moskou toestaat om de Äland-eilanden te versterken. Het Kremlin negeert het voorstel. Op 18 augustus doen de Russen een tegenvoorstel: bij een Duitse aanval biedt het Rode Leger hulp, Finland koopt wapens bij de SU en het krijgt de toestemming voor de aanleg van een luchtmachtbasis op Suursaari (Hogland), in de Finse Golf. Als tegenprestatie mag Finland de Älands versterken, maar onder Russisch toezicht. Er zou eveneens een voor Finland gunstige handelsovereenkomst gesloten worden. De Finse regering verwerpt unaniem dit voorstel. Ondanks dat dit niet het verwachte antwoord is, blijft het enkele maanden windstil op het politieke vlak.

In maart 1939 stelt Moskou voor om enkele eilanden in de Finse Golf te mogen pachten en te gebruiken als waarnemingsposten. De Finnen weigeren opnieuw. Daarop komt het voorstel om de eilanden af te staan in ruil voor grondgebied in Oost-Karelië, ten noorden van het Ladogameer. Ook dit aanbod wordt verworpen.

Ondertussen beginnen de SU en Duitsland in april 1939 handelsbesprekingen, die zullen uitmonden in een politiek protocol, met name het non-agressiepact van 23 augustus 1939, waarbij Finland wordt toegewezen aan de Russische invloedssfeer. Op dat ogenblik vertoont Duitsland geen interesse voor de Baltische staten. Na de politieke verdeling van Polen is het dan ook niet meer dan logisch dat de SU eerst Estland (28 september), vervolgens Letland (5 oktober) en tenslotte Lithouwen (11 oktober) opslokt.

Maar ook Finland komt aan de beurt. Op 5 oktober ontbiedt Molotov de Finse minister van Buitenlandse Zaken, Elias Erkko, naar Moskou voor besprekingen rond “concrete vragen van politieke aard”. Op 8 oktober heeft de Finse regering nog niet gereageerd en het Kremlin wordt kregelig. Daarop wordt beslist om J.K. Paasikivi, de Finse gezant in Stockholm, aan het hoofd van een Finse delegatie naar Moskou te sturen. Hij krijgt meteen zijn instructies mee: het respect van de Finse neutraliteitspolitiek, van het Verdrag van Tartu en van het niet-aanvalsverdrag; alle territoriale aanspraken worden afgewezen; geen Russische militaire bases op het Finse vasteland of op de Älands; geen grenscorrecties op de Karelische landengte. Slechts onder extreme druk mag hij enkele eilanden in de Finse Golf afstaan, met uitzondering evenwel van Suursaari.

Op 9 oktober vertrekt de Finse delegatie naar Moskou, waar de 12e de onderhandelingen van start gaan. Reeds op de eerste zitting eist Stalin alles wat Paasikivi niet mag toestaan: een verdrag van wederzijdse bijstand, de verpachting van de marinebasis voor 5.000 manschappen op het schiereiland Hanko, het westelijk deel van het schiereiland Visserman aan de Noordelijke IJszee, het westelijk verleggen van de grens op de Karelische landengte tot amper 30 km oostwaarts van Viipuri en een aantal eilanden in de Finse Golf, waaronder Suursaari, Lavansaari, Tytarsaari en Koivisto. In oppervlakte gaat het om 2761 km2, tegen 5529 km2 onontgonnen Russisch grondgebied als tegenprestatie en de toelating om de Älands te versterken. De Finse delegatie is op een dergelijk eisenpakket niet voorbereid en keert terug naar Helsinki. De Finse regering is niet bereid om veel concessies te doen: aan Hanko wordt niet geraakt, 5 eilanden kunnen afgestaan worden, een beperkte grenscorrectie is aanvaardbaar, in hoogste nood kan Suursaari afgestaan worden, maar het schiereiland Visserman is onbespreekbaar. Op 21 oktober keert de delegatie terug naar Moskou, dit keer versterkt met de minister van Financiën, Tanner. De tweede besprekingsronde gaat door tussen 23 en 25 oktober, maar wordt eveneens zonder resultaat afgebroken. Rusland wordt nu echt ongeduldig en doet nog enkele minimale toegevingen.

Ondertussen richt Tanner zich tot buurland Zweden met de vraag om steun in geval van oorlog. Op 27 oktober antwoordt de Zweedse Premier Hansson dat zijn land zal doorgaan met de levering van wapens, van munitie, van materiaal en voedsel en een blijvende politieke steun, maar op troepen hoeft Finland niet te rekenen, gezien de Zweedse vrees voor Duitse tegenmaatregelen.

Het Finse Parlement bespreekt in de Rijksdag de laatste Russische voorstellen en is bereid om enkele luttele concessies te doen. Op 31 oktober heeft Molotov in een redevoering voor de Opperste Soviet echter reeds de Russische voorstellen bekendgemaakt. Toch besluiten Paasikivi en Tanner om een derde keer naar Moskou af te reizen. De Finse tegenvoorstellen worden echter op 3 november radicaal van de tafel geveegd, waarop Molotov opmerkt dat “wij als burgers niets meer kunnen doen in deze kwestie; het woord is nu aan de militairen”.

Op 26 november heeft een incident plaats waarbij de betrekkingen tussen de beide landen zo mogelijk nog verslechten. Het dorp Mainila, op de grens van de Karelische landengte, wordt bestookt met artillerievuur waarbij 4 Russische soldaten worden gedood en 9 gewond. Meteen wordt de regering in Helsinki beschuldigd en ontvangt ze een nota met de eis om de Finse troepen langs de grens terug te trekken. Helsinki verwerpt de beschuldiging en stelt voor om te onderhandelen over een wederzijdse terugtrekking van troepen en een gezamenlijk onderzoek naar het incident.

Voor Moskou is de maat nu vol. Op 28 november zegt Molotov éénzijdig het niet-aanvalsverdrag op en ‘s anderendaags verbreekt het Kremlin de diplomatieke betrekkingen met Helsinki. Ondanks een laattijdig voorstel van de Finse regering om toch éénzijdig haar troepen terug te trekken, valt de SU op 30 november Finland binnen.
De 1e december stelt het Kremlin een “Finse Volksregering” aan, die reeds ‘s anderendaags met de SU een overeenkomst ondertekent die alle vorige Russische eisen opneemt.

Verslag/artikel door:
Mark Demol
 
     

Copyrighted © to www.AboutWorldWar2.tk and Roel Boons.
Please contact us for use of this material.