<< Menu  


- Operatie Weserubung -
Duitse inval in Denemarken en Noorwegen.

De Britse tegenaanval.

De evacuatie uit Noord-Noorwegen.

In de nacht van 24 op 25 mei, dus 3 dagen vóór de aanval op Narvik, ontvangt Lord Cork een telegram met een order tot terugtrekking. Daarbij moeten alle spoorweg- en haveninstallaties in en rond de stad vernietigd worden. Na een onderhoud met Gén. Bethouart wordt evenwel besloten om de geplande aanval op Narvik toch te laten doorgaan. Dit betekent evenwel niet dat de Britse troepen in de Bodö-regio niet kunnen geëvacueerd worden. Op 26 mei trekt Col. Gubbins zijn troepen terug van Pothus naar Finneid. Deze nieuwe verdedigingslijn wordt al weer snel opgegeven voor een terugtocht tot aan het Fauske-schiereiland. Dit is helemaal niet naar de zin van de Noren, maar alleen zijn zij niet in staat om Finneid te houden. Ze trekken eveneens terug tot op het schiereiland. Tegen de avond van de 27e mei bombardeert de Luftwaffe Bodö, waarbij de stad praktisch volledig in de as wordt gelegd. Hierop besluit Lord Cork om de evacuatie te laten plaatsvinden tijdens de komende 3 nachten. Twee Independant Companies varen aan boord van de HMS Vindictive rechtstreeks naar Scapa Flow. De andere troepen gaan aan boord te Borkenes, ten westen van Harstad, in afwachting van hun definitieve evacuatie. De Britse verliezen bedragen 506 officieren en manschappen.

Zoals reeds gezien trekken de Duitsers zich uit Narvik terug, in de richting van de Zweedse grens. Vanaf de Rombaksfjord hebben ze de eenheden van het Légion Etrangère op de hielen en vanaf de Beisfjord worden ze achtervolgd door Poolse eenheden. De Duitse troepen kunnen zich in het gebergte verschansen, met name aan de Björnfjell, te Rundfjell en te Haugfjell. Deze laatste twee posities zullen worden aangevallen door Noorse eenheden vanaf het Kuberg-plateau. Voor een directe aanval op Rundfjell worden 3 bataljons beschikbaar gesteld. Daarenboven worden de Duitse posities bestookt door artillerievuur. Eens Rundfjell veroverd zal Haugfjell aangevallen worden. Het is opmerkelijk te weten dat na Duits overleg met de Zweedse regering, vanaf 25 mei, 4 treinen beschikbaar worden gehouden aan de andere kant van de Zweedse grens.

Ondertussen bereiden Britse en Franse hogere officieren in alle geheimhouding de evacuatie voor. Het Noorse Opperbevel wordt hier volledig buitengehouden. Nochtans wil Gén. Béthouart de Noorse troepen in deze moeilijke momenten niet in de steek laten. Op 29 mei stelt de Britse Premier dat de Noren nog enkele dagen in het ongewisse moeten gelaten worden over de terugtocht. Lord Cork moet een actieplan opstellen met 2 mogelijke scenario’s: ofwel worden de Noorse troepen eveneens teruggetrokken, ofwel worden ze in een confortabele verdedigende positie achtergelaten. In de praktijk lijkt enkel de tweede mogelijkheid haalbaar. Uiteindelijk wordt de beslissing tot evacuatie op 1 juni aan de Noorse regering medegedeeld; ‘s anderendaags wordt Gen. Ruge op de hoogte gebracht.

De Geallieerde posities in het gebergte worden overgedragen aan Noorse troepen, die een grenspost bezetten ten oosten van Rundfjell. De Noorse eenheden bereiden zich voor op een finale aanval die voorzien is tegen 8 juni. Maar zover zal het niet komen. Om te verhinderen dat de resterende Noorse troepen zouden overrompeld worden, organiseert Gen. Ruge een terugtocht. Ruge heeft beslist om bij zijn soldaten te blijven in Noorwegen; Gen. Fleischer zal samen met de Koning en de Regering vertrekken naar Engeland. Er wordt een voorlopige wapenstilstand overeengekomen die ingaat om middernacht van 9 op 10 juni. De volgende dag moeten de Noorse troepen zich begeven naar hun respectievelijke demobilisatiepunten. De onderhandelingen voor een definitief staakt-het-vuren beginnen de volgende nacht. Enkele kleinere eenheden ontkomen naar de Shetlands, een handvol Noorse vliegtuigen ontkomt naar Finland.

De terugtocht van zo’n 25.000 manschappen is geen kleine operatie. De inschepingszone strekt zich uit van Ballangen, ten zuiden van de Ofotfjord tot Tromsö, waar de Noorse Koning en de Regering aan boord gaan van de kruiser HMS Devonshire. De evacuatie zal gebeuren aan boord van 15 troepentransporten, die in 2 groepen naar Noorwegen uitvaren. (Schout-bij-nacht Vivian, aan boord van de HMS Coventry). De volgorde van inscheping en evacuatie wordt bepaald door het belang voor de verdediging van het thuisfront, dit wil zeggen eerst de manschappen, gevolgd door de lichte AA-batterijen en hun munitie, de 25-ponders en tenslotte de zware AA-batterijen met hun munitie. De evacuatie zal waarschijnlijk blootstaan aan een aantal risico’s, zoals de Duitse opmars naar Bodö, een mogelijke zee-of luchtlanding te Hinnöy, vanwaar de basis te Harstad kan aangevallen worden, het mijnen van de doorvaart ter hoogte van Tjeldsund en tenslotte het meest gevreesd, de luchtraids. Op dat tijdstip is het daar immers 24 uren klaarlichte dag !! Hierdoor zullen de AA-batterijen tot het laatst bemand blijven. Mogelijks worden ze zelfs achtergelaten. Belangrijk is ook de aanwezigheid van de carriers HMS Ark Royal en Glorious; de Gladiator’s van de Ark Royal bombarderen de Duitse troepen en hun communicatielijnen tot voorbij Bodö; het vliegveld van Bodö wordt eveneens aangevallen. Begeleid door Swordfish’s van de Glorious landen 10 Gladiator’s en 10 Hurricane’s aan dek van de carrier; ze zijn afkomstig van het opgegeven vliegveld van Bardufoss, dat onklaar is gemaakt door een 120tal kraters tijdens de nacht van 7 op 8 juni.

Lord Cork organiseert een eerste konvooi met schepen die reeds tot zijn beschikking zijn met hoofdzakelijk materiaal, tanks en kanonnen aan boord; samen met een tweede konvooi vanuit Tromsö wordt uitgevaren tegen de avond van de 7e juni. Zoals eerder gezien gebeurt de eigenlijke evacuatie (Operatie Alphabet) aan boord van 15 transportschepen, waarvan er 13 effectief gebruikt worden. Groep 1 met 6 transporters en HMS Vindictive heeft ongeveer 15.000 manschappen aan boord, die ingescheept zijn op 4, 5 en 6 juni, vaart af in de ochtend van 7 juni. Deze groep beschikt de eerste dag niet over een escorte. Groep 2 met 4 grote en 3 kleinere transportschepen heeft ongeveer 10.000 manschappen aan boord, die ingescheept zijn op 7 en 8 juni, vaart af in de voormiddag van de 8e juni onder escorte van HMS Southampton, Coventry en 5 destroyers. Deze groep geniet eveneens de bescherming van de Ark Royal. De achterhoede, bestaande uit een eenheid Chasseurs Alpins, Royal Engineers en MP’s, wordt op het allerlaatste moment ingescheept.

Al die tijd zijn de Duitsers onwetend over de inscheping. Het is pas op 8 juni, als de laatste Britse en Franse troepen vertrokken zijn dat de evacuatie opgemerkt wordt. Tegen de avond meldt Gen. Dietl de herbezetting van Narvik.

Ongeacht de voorbereidingen voor de Britse evacuatie beslist het Oberkommando der Marine eind mei tot de Operatie Juno (Adm. Marschall). De Scharnhorst, de Gneisenau, de Hipper en de 4 zerstörer Z20 Karl Galster, Z10 Hans Lody, Z15 Erich Steinbrinck en Z7 Hermann Schoemann, hebben op de 4e juni Kiel verlaten, met als opdracht schepen en bases in het gebied van Harstad en Narvik aan te vallen om de toestand van de Duitse grondtroepen te verlichten en de Britse bevoorradingslijnen te onderbreken. De logistieke steun wordt geleverd door de ondersteuningsschepen Adria, Samland, Nordmark en Ditmarschen en het herstellingsschip Huascaran. Het flottielje wordt begeleid door de torpedoboote Jaguar en Falke, de escorte U-boot F6 en de mijnenveger Sperbrecher IV. Rond de middag van de 5e juni vaart de escorte af naar Wilhelmshaven.

Inmiddels bekomt Lord Cork bijkomende bescherming voor zijn konvooien met de HMS Valiant en verscheidene destroyers.

In de vroege ochtend van de 8e juni bemerkt het Duits flottielje de tanker Oil Pioneer (5000 BRT), geëscorteerd door de trawler Juniper. Ze zijn vannuit Tromsö vertrokken op 6 juni. De beide schepen worden omstreeks 07.00 tot zinken gebracht zonder dat ze hun positie kunnen doorgeven. De zoektocht gaat verder, ondermeer met de hulp van de boordvliegtuigen van de Scharnhorst en de Hipper. In de voormiddag onderschept de Hipper het transportschip Orama (20.000 BRT) met een 100-tal Duitse krijgsgevangenen aan boord en het hospitaalschip Atlantis. De Hipper eerbiedigt de onschendbaarheid van het hospitaalschip, maar brengt het transportschip tot zinken.

In de namiddag keren de Hipper en de zerstörer terug naar Trondheim voor bevoorrading, terwijl de Scharnhorst en de Gneisenau verder op strooptocht gaan.

In de late namiddag krijgen ze HMS Glorious en haar 2 begeleidingsschepen, de destroyers HMS Acasta (Cap.Cdr. C. E. Glasfurd) en Ardent (Lt.Cdr. J. F. Barker) in het zicht.

Het gevecht begint rond 16.30 uur op een afstand van 27.000 yards. Op deze afstand zijn de 4-inch kanonnen van het vliegdekschip en de destroyers geen partij voor de Duitsers. De Glorious heeft eigenaardig genoeg geen uitkijk in het kraaiennest en geen patrouillevliegtuigen in de lucht. De carrier wordt geraakt door het derde salvo van de 280 mm-boordartillerie van de Scharnhorst in de voorste ruimte. Om 16.56 krijgt de Glorious een nieuwe voltreffer van 280 mm op de brug, waarbij vrijwel al het personeel wordt gedood, waaronder de commandant D’Oyly-Hughes; de Executive Officer Lovell neemt het bevel over. Rond 17.20 krijgt Glorious een directe inslag in de centrale machinekamer; het maakt het zwaar slagzij en het bevel tot evacuatie van het schip wordt gegeven. Twintig minuten later zinkt HMS Glorious.

Haar escorteschepen hebben via een rookgordijn gepoogd HMS Glorious te onttrekken aan de salvo’s van de Duitsers. Rond 17.00 wordt HMS Ardent geraakt, waardoor de snelheid terugvalt tot 15 knopen en slagzij wordt gemaakt langs bakboord. Om 17.22 kapsijst de destroyer met gebroken mast en zinkt. Om 18.20 ondergaat HMS Acasta hetzelfde lot, evenwel niet zonder de Scharnhorst een voltreffer te bezorgen met een torpedo.

Al naar gelang de bron komen tussen de 1519 en de 1561 Britse officieren en matrozen om het leven.
Rond 18.15 zetten de Scharnhorst en de Gneisenau koers naar Trondheim, zonder een poging te ondernemen om Britse overlevenden op te pikken. Aan boord van de Scharnhorst vallen 48 doden.

In de ochtend van de 10e juni ontdekt een toestel van het Coastal Command het Duits flottielje in de haven van Trondheim. Admiraal Forbes beveelt de HMS Ark Royal terug te keren en zich klaar te maken voor luchtaanvallen op Trondheim. De 11e (13 ??) voeren de Skua’s van de carrier een duikaanval uit, die evenwel niets oplevert, tenzij het verlies van 8 toestellen.

Hiermee eindigt de Noorse campagne; het enige positieve punt voor de Geallieerden is dat na deze veldtocht de Kriegsmarine haast niets meer voorstelt.

Verslag/artikel door:
Mark Demol
 


Kaart van de inval in Noorwegen.


75-mm kanon.

     

Copyrighted © to www.AboutWorldWar2.tk and Roel Boons.
Please contact us for use of this material.