<< Menu  


De Schemeroorlog

Op 1 september, na het vernemen van de Duitse inval in Polen, begint in Groot-Brittannië (GB) de algemene mobilisatie. Duitsland ontvangt om 21.30 een eerste ultimatum, gevolgd door een tweede en laatste op 3 september om 09.00. De Britse regering verklaart Duitsland de oorlog om 11.00, de Franse om 17.30.

Voor de dagelijkse opvolging van de oorlogsevenementen wordt in Londen onder het voorzitterschap van de Prime Minister Chamberlain een oorlogskabinet samengesteld: Lord Halifax (Foreign Secretary), sir Samuel Hoare (Lord Privy Seal - grootzegelbewaarder, minister in algemene dienst zonder portefeuille), sir John Simon (Chancellor of the Exchequer - minister van Financiën), Lord Chatfield (Minister of Coordination of Defence) en Lord Hanky (minister zonder portefeuille). Daarbij komen de 3 ministers wiens departementen rechtstreeks betrokken zijn bij de oorlogsvoering: Hore-Belisha (Secretary of State for War - minister voor Oorlog), sir Kingsley Wood (Secretary of State for Air - minister voor Luchtvaart) en sir Winston Churchill (First Lord of the Admiralty - minister voor Marine). Tenslotte zetelen eveneens Anthony Eden (Dominions Secretary - minister voor de Dominions) en sir John Anderson (Home secretary en minister of Home secretary).

* * *

Na de veldtocht tegen Polen volgt een relatief kalme periode waarin gedurende 8 maanden, en afgezien van de Winteroorlog, weinig akties van betekenis te melden vallen; het enige grondoffensief tijdens deze periode wordt hierna beschreven. De zeegevechten worden behandeld in het deel “De oorlog op de wereldzeeën”. De dag-aan-dagbeschrijvingen van de luchtgevechten tijdens de “Drôle de guerre” zijn weergegeven in het nr. 3 van “Batailles aériennes”.

Operatie Saarland.
Operatie Saarland betreft de Franse inval in Duitsland naar aanleiding van de Duitse inval in Polen, overeenkomstig het Militair akkoord tussen Polen en Frankrijk/Groot Britannië.

Deze operatie was al voorbereid sinds 24 juli 1939 door generaal Prételat (Commandant van Legergroep 2).
Op 9 september vallen het IVe Armée (generaal Réquin) en het IIIe Armée (generaal Condé) de Siegfriedlinie aan. Enkele eenheden rukken traag op door het bos van Warndt. De Duitse tegenstand is hevig. Bij een tegenaanval, ondersteund door automitrailleurs, zet Réquin tanks in en het 170e R.I. (kol. Codechèvre).

Op
12 september beveelt gen. Gamelin aan het IVe Armée om op zijn huidige posities te stoppen en er zich in te graven.

Vanaf
20 september bereiden de generaals Prételat en Georges de terugtocht voor. Tijdens de nacht van 22 op 23 september gebeurt nog een drama, wanneer in het bos van Saint-Arnual de tirailleurs van het 23e R.T.A. (kol. Magnien) door hevig artillerievuur bijna volledig worden uitgeroeid.

Op
4 oktober is de terugtocht van het IVe Armée beeindigd. De Franse troepen hebben over een front van 38 km Duits grondgebied bezet, waarbij 30 Duitsers worden gevangen genomen. De verliezen zijn echter aanzienlijk (officieren en soldaten): 308 gesneuvelden, 1378 gekwetsten en 141 vermisten.
Tegen 16 oktober is het gros van de Franse troepen teruggetrokken.

* * *

In Berlijn is de Duitse generale staf veel minder enthousiast over het verloop van de Poolse campagne dan Hitler. Even heeft hij hoop op een Europese vredesconferentie, maar al snel begint hij werk te maken van plannen voor een offensief in het westen. Nadat Hitler’s vredesvoostellen op 9 oktober definitief afgewezen worden beveelt hij zijn generale staf om de plannen concreet uit te werken. De Duitse militairen zijn evenwel niet erg happig op het idee van een oorlog tegen Frankrijk en GB. Dit zijn tegenstanders van een ander kaliber dan Polen en daarenboven is het verrassingseffect van de Blitzkrieg enigszins verdwenen.
De troepensterktes schijnen de Duitse generaals in het gelijk te stellen; de Fransen kunnen 110 divisies op de been brengen; de Engelsen kunnen daar in eerste instantie nog 4 tot 6 divisies aan toevoegen. Deze zullen de British Expeditionary Force (BEF) vormen, onder de leiding van Lord Gort.

Daartegenover kunnen de Duitsers 98 divisies aligneren waarvan er in feite 36 niet inzetbaar zijn ingevolge onvoldoende training en/of uitrusting. Eenzelfde krachtsverhouding is terug te vinden bij de tanks en de artillerie.

Uiteindelijk geven Brauchitsch (opperbevelhebber van het OKH) en Halder (chef van de generale staf) tegen hun zin toe en beginnen met de opmaak van een aanvalsplan voor het westelijk offensief dat moet van start gaan tegen half november 1939, maar dat als gevolg van de weersomstandigheden een aantal keer zal uitgesteld worden. Het vormt een bleke kopie van het Plan Schlieffen uit 1914 dat gebaseerd was op een hoofdaanval door Midden-België, samengaand met een nevenaanval in de Ardennen. Dit plan krijgt nogal wat kritiek van de jongere officieren, net door zijn gelijkenis met het aanvalsplan van 1914. Door omstandigheden zal dit plan evenwel nooit uitwerking vinden.

Op 10 januari 1940 landt een Bf 108 (Taifun) van het Fliegerhorst Münster bij vergissing op het grondgebied van de gemeente Vucht (Mechelen aan de Maas). De piloot, maj. Erich Hoenmanns, is verdwaald en neemt de loop van de Maas voor deze van de Rijn. Samen met zijn passagier, maj. Helmuth Reinberger, wordt hij gevat en gevangen gezet door Belgische militairen. Groot is hun verwondering wanneer zij in de aktentas van Reinberger het volledige gedetailleerde invasieplan voor België en Nederland ontdekken.
Door deze tegenslag moet een nieuw plan uitgewerkt worden. De ontwerper hiervan wordt Erich von Manstein, de stafchef van von Rundstedt, samen met de panzerspecialist Heinz Guderian. Hun voorstel is het oorspronkelijke plan gewoon om te draaien. De hoofdaanval zou dus geschieden via de Ardennen, met afleidingsmanoeuvers door het hart van België, langs de Maginot-linie en door Nederland. Het is een onverwacht plan, gezien het ondoordringbaar bosgebied van de Ardennen. Het zal niet alleen de geallieerden verrassen, maar de Duitsers eveneens toelaten om de zwak bezette Franse linies snel te doorbreken en door te stoten naar de Kanaalkust en aldus de Britse, Franse en Belgische troepen af te snijden.

Ondanks zijn stoutmoedig karakter wordt het plan aanvaard.
Het Duits offensief wordt gedragen door 3 Heeresgruppen: in het noorden, tegenover Nederland en Noord-België bevindt zich Heeresgruppe B onder het bevel van gen. von Bock; in het centrum, tussen Aachen en Zuid-Luxemburg bevindt zich de machtigste legergroep, met name Heeresgruppe A onder het bevel van gen. von Rundstedt; in het zuiden, tussen Zuid-Luxemburg en Zwitserland bevindt zich Heeresgruppe C onder het bevel van gen. Ritter von Leeb. Deze legergroep is eerder belast met de beveiliging van de Siegfriedlinie tegenover de Maginotlinie.

Langs de grenzen met België en Luxemburg wordt de Groupe d’Armées n°1 (G.A.1) gestationeerd onder het bevel van gen. Billotte.
Op 14 november 1939 neemt gen. Gamelin de beslissing voor de stationering van de verschillende legers voor de verdediging van België:

  • steunend op de verdedigingslinie Antwerpen-Gent dekt het Belgisch leger het noorden van het land;
  • in het centrum beschermen de Britten de regio Brussel;
  • in het zuiden verdedigt het Ie Armée (gen. Blanchard) de Dijle en het gat Wavre-Namur; het IXe Armée (gen. Corap) neemt het front tussen Givet en Namur voor zijn rekening;
  • de inname van de voornoemde posities gebeurt onder de bescherming van de Divisions Légères Méchaniques (D.L.M.);
  • het VIIe Armée (gen. Giraud) bevindt zich achter en op links van de Belgische strijdkrachten rond Antwerpen; het beschermt hun linkerflank en leunt zo mogelijk aan bij de Nederlandse troepen. Tevens kunnen delen van de Nederlandse eilanden Walcheren en Beveland bezet worden.

Waaruit bestaan de verdedigingen in België ?

In het noorden:

De vestiging Antwerpen: omvat een gordel van oude forten die sinds WOI. niet gemoderniseerd zijn; het betreft blockhausen en kazematten met errond overstromingsgebieden en anti-tankgrachten. Bij een invasie via Nederland wordt vermoed dat de Wehrmacht Antwerpen bereikt binnen de 48 u.

H et bruggenhoofd Gent:
omvat weerstandspunten (47 bouwwerken) en steunpunten (30 bouwwerken) bestaande uit blockhausen voor 1 of 2 mitrailleurs met errond prikkeldraadversperringen en anti-tankgrachten; er zijn een aantal overstromingsgebieden (vanuit de Schelde) voorzien tussen Antwerpen en Gent

In het oosten:

De defensieve organisatie van de provincies Luik en Luxemburg bestaat uit een dubbele linie van kazematten en betonnen steunpunten van waaruit een aantal strategische communicatiecentra en de valleien onder vuur kunnen genomen worden. Hierbij speelt de vesting Luik een sleutelrol. Afgezien van tal van kazematten en steunpunten beschikt Luik over 5 moderne forten (Eben-Emael, Neufchâteau, Pepinster, Battice en Sougne-Remouchamps) die onderling verbonden zijn met ondergrondse gallerijen waarin eveneens het communicatienetwerk opgenomen is. Daarnaast zijn er nog 7 oudere forten die opnieuw bemand en bewapend zijn (Barchon, Evergnée, Fléron, Chaudfontaine, Embourg, Boncelles en Pontisse).

Een belangrijk strategisch nadeel is dat Luik gemakkellijk kan omtoert worden via Maastricht in het noorden en via Namur in het zuiden. Het behoud van Maastricht is dus van essentieel belang; indien de Wehrmacht daar kan doorbreken worden in een mum van tijd, via Tongeren, de defensielijnen aan de Dijle en tussen Wavre en Namur bereikt.

Wavre-Gembloux (Dijle)-Namur:

Rond Wavre komen, afgezien van enkele beboste delen, weinig natuurlijke hindernissen voor. De bermen van de spoorlijn Brussel-Wavre-Gembloux-Namur kunnen eventueel gebruikt worden als defensielijn.
De Dijle is in Wavre 8 m breed en tussen 1,5 en 3 m diep; in de omgeving van Leuven wordt ze tussen 12 en 20 m breed en maximaal 2,5 m diep.

Gembloux vormt het kruispunt van 4 hoofdwegen: Brussel, Luik-Maastricht, Namur en Charleroi.
Vanaf het plateau van Rhisnes is het ongeveer 7 km dalen tot in Namur en de Maas. Voor het overige zijn er geen noemenswaardige natuurlijke hindernissen.

Naast de Dijle zijn er in de regio nog enkele kleinere riviertjes en beken zoals de Thyle, de Gete, de Oncz, de Houyouse en de Méhaigne.

Het Ie Armée krijgt de opdracht om de Duitsers aan de Dijle te stoppen. In Frankrijk beschikt het over een front van 90 km over 2 versterkte posities: Maubeuge en de Schelde.

Een versterkte positie bestaat uit betonnen bouwwerken, aangevuld met lichtere constructies die evenwel bestand zijn tegen obussen van 210. Errond is meestal een anti-tankgracht gegraven.
Een nieuwe versterkte positie over Le Coteau-Cambrai-kanalen du Nord, is nog in aanbouw.

De voorhoede van het Ie armée wordt gevormd door de 1e en 2e D.L.M. behorende tot het Corps de Cavalerie (C.C.) van gen. Prioux. De D.L.M.’s zijn aangevuld met 2 bat. gemotoriseerde mitrailleurs. Het materieel is modern: AMD Panchard (kanon van 25), Somua-tanks (kanon van 47) en de minder krachtige Hotchkiss (kanon van 37). Nadeel is dat het C.C. niet beschikt over een voldoende luchtsteun.

Het gros van het Ie Armée bestaat uit 3 Corps d’Armée’s (C.A.) waarvan de infanteriedivisies zich volledig gemechaniseerd kunnen verplaatsen en tevens kunnen beschikken over krachtige verkenningsgroepen uitgerust met automitrailleurs.

Op links het 3e C.A. (gen. de la Laurencie) met de 1e Div.Inf.Motorisée (D.I.M.) (gen. de Camas) en de 2e Div.Inf.Nord-Africaine (D.I.N.A.) (gen.Dame).
Op rechts het 5e C.A. (gen. Altmeyer) met de 12e D.I.M. (gen. Johnson) en de 5e D.I.N.A.
In de achterhoede het 4e C.A. (gen. Aymes) met de 15e D.I.M. (gen. Juin) en de 1e Div.Marocaine (gen. Mellier).

In reserve en op spoorwegtransport: de 32e D.I. (vervoegt het 3e C.A. ten zuiden van Cambrai) en de 43e D.I. (vanuit de regio van Epernay naar het kanaal van Charleroi)
Vanaf de grens is het zowat 100 km tot de regio van Gembloux, maar voor een aantal eenheden die zich dieper in Frankrijk bevinden kan die afstand gemakkelijk oplopen tot 200 en zelfs 300 km. Om de troepentransporten bij daglicht te vermijden wordt ‘s nachts gereden waarbij de reiswegen afgebakend worden.

Rechts van het Ie Armée bevindt zich het IXe Armée (gen. Corap). Door de grote beboste oppervlakten en de aanwezigheid van de Maas lijkt de taak van dit Armée iets makkelijker. Het IXe Armée is geografisch als volgt bevoegd: in het oosten tot aan de loop van de Bar, de streek van Donchery en het dorp Vrigne-au-Bois, halverwege Sedan en Charleville-Mézières. In het noordwesten tot in Givet en de Belgische grens. In geval van een Duitse aanval zal het IXe Armée 3 infanteriedivisies vooruitsturen om de vijand op te vangen. Om deze divisies toe te laten hun posities in te nemen zullen eenheden Cavalerie te paard van het IXe Armée vertragingsgevechten uitvoeren ten oosten van de Maas en tot aan de Ourthe en de Semois. Gelijkaardige eenheden van het IIe Armée zullen identieke opdrachten uitvoeren ten noorden van de regio Sedan en in de vallei van de Chiers.

De verdedigingsgordel in de sector van het IXe Armée is relatief zwak. Enkel tussen Revin en Trélon bestaat een versterkte positie die is uitgewerkt in de diepte. Langs de Maas zijn er vrijwel nergens bouwwerken opgetrokken.

Generaal Corap beschikt over de volgende strijdkrachten:

  • 3 C.A.’s: het 2e Mot. (gen. Bouffet), het 11e (gen. Martin) en het 41e (gen. Libaud);
  • 7 Infanteriedivisies: de 5e D.I.M. (gen. Boucher), de 4e D.I.N.A. (gen. Danselme), de 18e D.I. (gen. Buffet), de 22e D.I. (gen. Hassler), de 53e D.I. (gen. Etcheberrygaray), de 61e D.I. (gen. Vauthier) en de 102e D.I.(F) (Forteresse) (gen. Portzer);
  • 2 Div.Cav.Lég.: de 1e en 4e D.C.L. en de 3e Brig.Spahis.
  • 7 artillerieregimenten van verschillend kaliber;
  • 1 bat. mitrailleurs;
  • 2 bat. R.35-tanks en 1 bat. oude F.T.Renault-tanks uit 1918;
  • 3 groepen van 75-luchtafweer;
  • 3 batterijen van 25-luchtafweer;
  • 1 groep van autotransport.

De aan het IXe Armée toegewezen luchtmacht staat onder het bevel van gen. Augereau.

Het front van het IIe Armée (gen. Huntziger) strekt zich uit over een 60tal km met van het westen naar het oosten de streek van Donchery (aan de rechterflank van het IXe Armée), Sedan, de vallei van de Chiers, de sector van Mouzon, het versterkte bruggenhoofd van Montmédy en de sector van Marville tot Longuyon (aan de linkerflank van het IIIe Armée van gen. Condé).

Het verdedigingssysteem aan dit front is nogal variabel. Het krachtigste is dat van Montmédy (19 km): 4 belangrijke betonnen bouwwerken (type Maginot) onderling verbonden met kazematten en artillerieplatforms en een anti-tank railnetwerk; daarnaast nog een gordel van lichte blockhausen.
Tussen Montmédy en Longuyon bevindt zich de sector van Marville (15 km): 1 kazematte voor 75 en 19 platforms voor marinebatterijen van 47 en 63.

De sector van Mouzon (20 km) en de vallei van de Chiers: 10 zware blockhausen (voor 47 en verscheidene mitrailleurs), 90 lichte blockhausen, enkele platforms voor 75 en 105 en een netwerk van prikkeldraad met her en der anti-tankrails.

De verdediging van de sector van Sedan zorgt voor hoofdbrekens; de stad ligt op amper een 10tal km van de Luxemburgse grens en op 120 km van Duitsland. Het is daarenboven een belangrijk kruispunt voor enkele hoofdwegen. Tenslotte is de stad mogelijk te omtoeren in het westen langs de vallei van de Bar (met dreiging in de rug van de rechterflank van het IXe Armée) en in het oosten langs de gaten van Thélonne en Angecourt. De val van Sedan betekent de doorgang naar Reims, Châlons-sur-Marne, Verdun en de vallei van de Aisne.

Generaal Huntziger beschikt over de volgende strijdkrachten:

  • 28e C.A. (of de 18e C.A. ??): in de sector van Marville en het bruggenhoofd van Montmédy, met de 41e D.I. en de 1e D.I.C.;
  • 10e C.A. (gen. Gransard): de sectoren van Mouzon en Sedan met de 55e en 71e D.I. en de 3e D.I.N.A.

* * *

Onmiddellijk na het uitbreken van de oorlog wordt aangevangen met het overbrengen naar Frankrijk van de Britse expeditionaire macht (BEF).

Uit vrees voor Duitse luchtaanvallen wordt voor het overbrengen enkel gebruik gemaakt van havens ten zuiden van deze aan het Pas de Calais. Hiervoor komen in aanmerking Saint-Nazaire, Cherbourg waar troepen ontschepen en Brest en Nantes waar voertuigen en voorraden aan land gaan. Le Mans en Laval worden verzamelpunten. Dit heeft wel als nadeel dat de Britse soldaten nog tot 250 mijl met de trein of per vrachtwagen moeten afleggen alvorens hun posities langs de Frans-Belgische grens in te nemen.

Tegen half oktober hebben 4 divisies hun posities bezet. Uit 3 infanteriebrigades die in de loop van oktober en november aangekomen zijn, wordt in december een 5e divisie gevormd. De 48e divisie komt aan in januari 1940, gevolgd door de 50e en de 51e in februari en de 42e en de 44e in maart. {In april volgen de 12e, de 23e en de 46e divisies. Daarenboven is het BEF, sinds 9 januari versterkt met een eerste koloniale contingent, bestaande uit Cypriotische troepen}

Voorlopig volbrengen de Britse soldaten weinig militaire taken. Zij worden ingezet bij allerhande bouwwerken: het verbeteren van de door de Fransen aangelegde verdedigingswerken, het graven van anti-tankgrachten, het plaatsen van prikkeldraad, het aanleggen van spoorlijnen, het trekken van een ondergronds kabelnet, het bouwen van ondergrondse commandoposten en het aanleggen of verbeteren van vliegvelden.

Om de militaire paraatheid toch enigszins op peil te houden worden Britse eenheden afwisselend naar de Franse frontsector nabij Metz gestuurd. Ze nemen er deel aan patrouilles en militaire oefeningen.
Door de relatieve kalmte worden nu eveneens havens ten noorden van Le Havre in gebruik genomen; zo wordt Dieppe een hospitaalhaven en Fécamp een munitiehaven.

* * *

Na het incident van de 10e januari te Mechelen a/d Maas draait de diplomatieke molen op volle toeren. In de nacht van de 13e op de 14e januari ontbiedt Spaak de Franse en de Engelse ambassadeurs om hen nogmaals op het hart te drukken om de gegeven waarborgen na te komen in geval van een Duitse inval. Hij deelt hen eveneens mee dat alle versperringen langs de Belgisch-Franse grens weggenomen zijn.

Diezelfde nacht ontmoet Koning Leopold III de Engelse gezant bij het Koningshuis, admiraal Keyes. Ook hier komen die waarborgen aan bod, zelfs diegenen voorzien na het stopzetten van de vijandelijkheden. Het betreft meer bepaald dat geen vredesbesprekingen mogen gevoerd worden zonder deelname van België; het volledige herstel van het politieke statuut van België en de kolonies en bijstand tot het financiële en economische herstel van België.

In principe zou Keyes dit gaan bepleiten in Londen, maar een dichte mist verhindert hem over te vliegen. Daarop besluit hij Churchill telefonisch te contacteren. Dit onderhoud blijkt de oorzaak te zijn van een diplomatiek misverstand. Londen meent te begrijpen dat België akkoord gaat om onmiddellijk Franse en Engelse troepen op haar grondgebied toe te laten (at once), en niet meer van zodra België wordt aangevallen ( as soon as). Londen aanvaardt de Belgische vraag en is eveneens bereid om grotendeels tegemoet te komen aan de verdere Belgische eisen.

Wanneer de Koning beseft dat Franse en Britse troepen klaarstaan om onmiddellijk het Belgische leger te vervoegen, ontbiedt hij Keyes. Hij maakt hem duidelijk dat België slechts tot de Geallieerden zal toetreden wanneer het wordt aangevallen. Er is dus geen sprake van troepen te ontplooien op het grondgebied. Dit antwoord wordt door Keyes op 15 januari aan de Britse regering medegedeeld. Dezelfde dag wordt de Belgische neutraliteit bevestigd aan Frankrijk en Duitsland.

* * *

Op 20 maart 1940 valt in Parijs de regering-Daladier. Ze wordt vooral afgerekend op haar zwak optreden tijdens de Winteroorlog. ‘s Anderendaags vormt Paul Reynaud een nieuwe regering.
Aan het front in het Saargebied lost de Britse 51st (Highland) Division, Franse troepen af.

* * *

Op 28 maart 1940 wordt tijdens de zitting van de 6e Intergeallieerde Hoge Raad in Londen (met o.m. Reynaud, Gamelin, Darlan en Vuillemin aan Franse kant en Chamberlain, Halifax, gen. Ironside, Dudley Pound (RN), Cyrill Newall (RAF) en Churchill aan Britse kant) de volgende militaire kalender afgesproken:

  • op 1 of 2 april: officiële diplomatieke verwittiging aan Zweden en Noorwegen ivm. de ertsleverancies aan Duitsland;
  • 4 april: van start gaan met de operatie “Royal Marine” (droppen van speciale mijnen in de Rijn); het Franse Comité de Guerre zal evenwel een uitstel van de operatie vragen met 3 maanden tot einde juni 1940;
  • 5 april: leggen van mijnenvelden in de Noorse territoriale wateren; de operatie wordt verdaagd naar 8 april (codenaam Wilfred), maar zal als dusdanig niet doorgaan door de aanvang van “Operatie Weserubung” die van start gaat op 9 april; {Oorspronkelijk had de Raad voorzien, in het vooruitzicht van een Duitse reactie, om Britse en Franse troepen te sturen naar Narvik, om de haven te bewaken en eventueel op te rukken naar de Zweedse grens. Tegelijkertijd zouden eveneens troepen overgebracht worden naar Stavanger, Bergen en Trondheim}
  • vanaf 15 april: droppen van soortgelijke speciale mijnen in talloze Duitse rivieren en kanalen;
  • er wordt begonnen met een studie naar de mogelijkheid van het bombarderen van de olievelden in de Kaukasus.

{Er wordt eveneens overeengekomen dat de Geallieerden België onmiddellijk zullen binnentrekken wanneer het aangevallen wordt door Duitsland, en dit zonder te wachten op een voorafgaandelijke vraag of toestemming van de Belgische regering. Mocht Nederland aangevallen worden en België komt niet ter hulp, zullen de Geallieerden zich vrij achten om België binnen te trekken en Nederland ter hulp komen.}

Op 2 september worden 10 squadrons Fairey Battle’s en 2 squadrons Hurricane van het Advanced Air Striking Force overgebracht en verspreid over verscheidene bases in Frankrijk.

Op 3 september voert een Bristol Blenheim van het 139.Squadron de eerste operationele vlucht uit van de RAF tijdens WOII, namelijk een fotografische verkenningsvlucht boven de Duitse marinebasis van Wilhelmshaven. In de nacht van 3 op 4 september voeren 10 Whitley-bommenwerpers van de 51. en 58.Squadron de eerste raid van de RAF uit boven Duitsland door het strooien van 6 miljoen pamfletten boven Hamburg, Bremen en het Ruhr-gebied.

Bronnen :

Le Désastre de 1940 - Tôme 2: La Guerre Immobile - Claude Paillot (Ed. Robert Laffont).

Verslag/artikel door:
Mark Demol
 
     

Copyrighted © to www.AboutWorldWar2.tk and Roel Boons.
Please contact us for use of this material.